|
Terug naar: Wiskunde Terug naar: Home Page |
Geschiedenis van de Wiskunde
|
![]() |
Geschiedenis van de wiskunde tot ongeveer 1250
Kijk desgewenst ook op de: wiskunde.pagina.nl .
Samengesteld door: Drs. W. Jansen Heijtmajer
|
INLEIDING |
Volgorde van de Onderwerpen VoorwoordSoemerië en Mesopotamië Egyptische Beschaving Indus beschaving in India Akkad en Babylon Egypte: Papyrus Moscow en Rhind China: eerste teksten Hindoe Beschaving in India Egypte, Babylon en Assyrië Assyrisch Rijk m.i.v. Egypte Eerste Aramese en Griekse teksten Eerste Indiase teksten Tweede Babylonische rijk Babylonische Wiskunde in Griekenland Eerste Perzische rijk Sanskriet wordt geformaliseerd Grieks Geometrische Algebra Grieks-Macedonische rijk China: Rekenen met Machten Romeinse Rijk Chinese Wiskunde va. 100 v. Chr Diophantische Algebra Maya's: schift + cijfers Chinese Wiskunde: 250-500 n Chr Indiase Wiskunde va. 500 n. Chr Tweede Perzische rijk Indiase Wiskunde en haar Invloed Hindoe getalsysteem Indiase en Chinese Wiskunde Oost Arabische rijk Indiase en Arabische Wiskunde Indiase Wiskunde vanaf de 9e eeuw Vertalingen van Indiase Wiskunde Hindoe-Arabische wiskunde in Europa Mongoolse Rijk Overdracht van wiskundige kennis Inhoud in het kort: samenvatting |
Eerst volgt nu een kort Voorwoord en daarna de kern van dit artikel:
een uitgebreide weergave van de geschiedenis van de wiskunde - vooral rekenen
en algebra - weergegeven tot en met ongeveer 1250 na Christus. De periode daarna wordt hier
niet behandeld. Kijk daarom desgewenst ook naar: De Geschiedenis van
de Algebra, incl. Moderne Algebra . Daaronder volgt nog een
Samenvatting, waarin aan de orde komen de belangrijkste bevindingen en conclusies op
het terrein van wiskundige ontwikkelingen vanaf 3500 voor Christus tot aan ongeveer 1250 na
Christus.
Het gebruikte bronmateriaal wordt onderaan vermeld.
Voorwoord
Het beschrijven van de geschiedenis van de wiskunde is en blijft altijd een onvolledig geheel.
De gesproken taal en mondelinge overdracht over wiskundige kennis blijft helaas buiten beeld
en dus zal men genoegen moeten nemen met materiaal, waarop inscripties, symbolen
en tekeningen werden "geschreven", die ook nog eens "bewaard" zijn gebleven. De geschiedenis
start daarom pas echt met de "uitvinding" en introductie van de "schrijftaal".
Tellen: de oudste vondsten
Ruim 8000 jaar geleden bestond er nog geen geschreven taal:
er bestonden geen geschreven letters, woorden of zinnen, maar wel iets vergelijkbaars. Er
bestonden al notaties voor cijfers; het bekendste voorbeeld is het "Ishango Bot", gevonden in
Afrika (nabij het Edwardmeer - een van de bronnen van de rivier "De Nijl"). Er staan streepjes
op het stuk bot, die bewust op een bepaalde manier en in een bepaalde volgorde in het bot zijn
gekrast. De ouderdom van het bot wordt geschat op zeker 8000 jaar, maar sommigen gaan uit van
een ouderdom van 20000 jaar.
In feite schreef men het getal 1 op door een kras te maken. Het getal 2 werd weergegeven
door twee krassen, etc. Als je de "geschreven getallen" bij elkaar optelt, dan kom je uit op
60 - wellicht is het Ishango Bot daarom wel de basis voor het 60-tallig stelsel,
dat eeuwen later zou ontstaan in Soemerië. Kijk verder op de volgende Belgische site
onder: Ishango Bot of in "Wikipedia" onder:
Ishango Beentje .
Soemerië en Mesopotamië: 3600-3000 voor Christus
3600-3000 v. Chr. Het zuiden van Mesopotamië wordt bewoond door
Soemeriërs (regio "Soemer").
Wellicht kwamen zij in dit gebied vanuit de Indus vallei of omstreken. Dat zou
mogelijkerwijs kunnen blijken uit onder meer de Maharenjo Daro Zegels uit de Indus
vallei, die later gevonden werden in Mesopotamië. Het zou ook kunnen wijzen op
contacten tussen de Indus beschaving aan de ene kant en de Soemeriërs of - wat
later - de Babyloniërs aan de andere kant.
|
Ca 3000 v. Chr. De Soemeriërs beginnen
een 60-tallig getal stelsel te gebruiken om financiële transacties te
registreren. Het is een plaats-waarde systeem zonder een nul. Er is een symbool
- een karakter - voor het cijfer 1 |
|
Egypte: 3400-3000 voor Christus
3400-3100 v. Chr. De eerste symbolen voor cijfers en eenvoudige rechte
lijnen worden gebruikt in Afrika - in Egypte aan de rivier "De Nijl". Rond ongeveer 3400 v.
Chr. Er zijn 2 Koninkrijken in Egypte: Opper- en Neder- Egypte.
Vanaf 3100 v. Chr. ontstaat Verenigd Egypte: begin van de Eerste Egyptische Dynastie.
Ca 3000 v. Chr. Er zijn hiëroglyfische cijfers in gebruik in Egypte. Er is een
symbool - een karakter - voor het cijfer 1
en een voor het cijfer 10
. Om
b.v. de 2 en de 3 te noteren, wordt 2 resp. 3 maal het symbool voor de 1
gebruikt:
,
. In feite
is dit een kopie van wat eeuwen eerder al werd gedaan - een stuk zuidelijker - eveneens aan
de rivier "De Nijl" (namelijk: op het Ishango Bot).
Ook gebruikte men "karakters" voor 100, 1000, etc. Het getalsysteem is dus een zgn.
groeperingstelsel voor optellen (additief groeperingstelsel). Het werd
geschreven van rechts naar links. Zie verder:
Getallen van de Wereld .
|
Indus Beschaving: 3000-1500 voor Christus |
Akkad en Babylon: 2500-1600 voor Christus
2500 v. Chr. De Dynastie van Akkad Sargon I van Akkad (2340 - 2284 v. Chr) sticht
het Oud Akkadisch rijk rond de stad Babylon.
Ca 1950 v. Chr. Bewoners van Mesopotamië - Soemeriërs, Akkadiërs
en/of Babyloniërs - lossen vierkantsvergelijkingen op.
1900-1600 v. Chr. Oud Babylonische rijk: Mesopotamië wordt bewoond door Soemeriërs en
Akkadiërs en Babyloniërs. Het Soemerisch is als taal al bijna verdrongen.
|
Ca 1800 v. Chr. Babyloniërs gebruiken tabellen voor
vermenigvuldiging. |
De wiskunde uit de Oude Babylonische Periode (1800 - 1600 voor Christus) was
geavanceerder dan die van Egypte. Hun uitmuntend "Sexagesima"
(getallen systeem met grondtal 60) leidde tot een hoogontwikkelde algebra (Kline, 1972).
Zij hadden algemene procedures voor het oplossen van
vierkantsvergelijkingen, hoewel zij slechts één wortel (de positieve) als
geldig beschouwden. In feite bezaten ze een formule voor
vierkantsvergelijkingen. Zij behandelden ook het equivalent van systemen met
twee vergelijkingen met twee onbekenden. Zij beschouwden sommige problemen met
meer dan twee onbekenden gelijkwaardig aan het oplossen van hogere graads
vergelijkingen.
Er werd gebruik gemaakt van (wiskundige) "symbolen", maar niet op
grote schaal. Als bij de Egyptenaren was de algebra hoofdzakelijk retorisch. De
procedures die werden gebruikt om problemen op te lossen werden onderwezen door
voorbeelden te geven, maar verklaringen of bewijzen werden niet gegeven.
Evenals de Egyptenaren zagen zij alleen positieve rationale getallen als
geldig, hoewel zij ook benaderende oplossingen vonden voor problemen, die geen
nauwkeurige rationale oplossing hadden (Boyer, 1968). Zie verder:
Geschiedenis van de Algebra.
Ca 1750 v. Chr. Babyloniërs lossen lineaire en
kwadratische algebraïsche vergelijkingen op, stellen lijsten samen met twee- en
derdegraads wortels. Zij gebruiken de stelling van Pythagoras en wiskunde om
hun kennis van astronomie uit te breiden.
De Wet van Hammurabi (Akkadisch) wordt in spijkerschrift op een zuil
geschreven. Zie verder:
Geschiedenis van de Schrijftaal .
|
Egypte - Papyrus: 1900-1600 voor Christus |
1800 v. Chr. De Moscow Papyrus wordt
geschreven: men gebruikt Egyptische cijfers.
Ca 1700 v. Chr. Papyrus Rhind (ook wel papyrus Ahmes genoemd) wordt geschreven. Het toont aan dat
de Egyptische wiskunde vele technieken
heeft ontwikkeld om problemen op te lossen. De vermenigvuldiging is gebaseerd
op herhaalde verdubbelen en delen op herhaald halveren. 3.16 is de waarde voor
Pi.
Veel van onze kennis over de oude Egyptische wiskunde, met inbegrip van
algebra, is gebaseerd op de Papyrus "Rhind". Die werd geschreven rond
1650 voor Christus en wordt geacht de Egyptische wiskunde van ongeveer 1850
(voor Christus) te vertegenwoordigen. De Egyptenaren waren in staat om
problemen op te lossen, die vergelijkbaar zijn aan het oplossen van lineaire
vergelijkingen met een onbekende. Hun methode was wat nu wordt genoemd de
"Method of false position" (vergelijking oplossen door proberen,
checken en opnieuw proberen en checken, etc.). De algebra van de oude
Egyptenaren was retorisch - er werden geen (wiskundige) symbolen gebruikt. De
problemen werden eenvoudigweg geponeerd en daarna mondeling opgelost (Boyer, 1968). Zie
verder: Geschiedenis van de Algebra.
China: eerste teksten 1500 voor Christus
1500 v. Chr. Oud Chinese [
]
cijfers in gebruik:
[ Hangs en Taungs ]. Teksten in geschreven Chinees werden
voor het eerste samengesteld: Chinees schrift .
Men gebruikt in China numerieke notaties, maakt rekenkundige
berekeningen en telt met behulp van telstaafjes. Het stelsel heeft als grondtal
10. Er worden karakters gebruikt voor de cijfers 1, 2, 3, etc. alsmede voor 10,
100, 1000, etc. Diverse berekeningen worden uitgevoerd met kleine bamboe
telstokjes. Voor “nul” werden spaties gebruikt. Optellen en aftrekken vindt
plaats m.b.t. telstokjes en voor vermenigvuldigen gebruikt met tabellen tot aan
9 maal 9 toe. Zie ook:
Getallen van de Wereld .
Later ging men - en ook nu nog - de volgende symbolen voor de cijfers
0, 1, ...., 10 gebruiken in China:
Hindoe Beschaving: 1500-800 voor Christus
1500-800 v. Chr. Vanaf ongeveer 1500 voor Christus trekken Ariërs
India binnen: start van de Hindoe beschaving en einde van de oude Indus
beschaving. De Dravidische taal van de Indus beschaving werd verdrongen, maar de Hindoe's
namen wel culturele aspecten over.
De symbolen die deze beschaving later zou gaan gebruiken om getallen mee aan te geven staat
hieronder; duidelijk is dat de zgn. Brahmi cijfers zijn afgeleid van de Chinese symbolen.
Egypte, Babylon en Assyrië: 1500-900 voor Christus
1500-1300 v. Chr. verzwakt Babylonische rijk: bewoners zijn Babyloniërs. Tussen
1400 en 1300 voor Christus wonen er in Babylon zowel Babyloniërs als Assyriërs.
In deze tijd kreeg de (omringende) Babylonische samenleving een complexer karakter en daarmee
ook het pictografische schrift. De tekeningen of eigenlijk "logogrammen" werden abstracter en
de tekens gingen ook steeds vaker losse letters voorstellen. Lettergrepen lijken de kern van
woorden aan te geven. De lettergreep zorgde voor de verfijning van dit
Soemerische/Babylonische schrift. Iemand moet bedacht hebben dat een pictogram zowel een
voorwerp als een klank kon vertegenwoordigen. Zodra men een symbool eenmaal gebruikt heeft
voor een klank zoals de naam van een voorwerp, dan kan men dat symbool daarna steeds opnieuw
gebruiken wanneer de klank zich voordoet. In rebussen zien we hetzelfde principe. Een
pictogram van een "trom" en van een "pet" levert een trompet op. (Man, 1990).
|
1350 v. Chr. De Amarna Brieven worden geschreven -
in het Akkadisch. Ze werden gevonden in Egypte maar waren geschreven
in spijkerschrift.
Akhenaten oftewel Amenhotep IV (1369 - 1353 v. Chr) was in die tijd de
belangrijkste heerser. De brieven zijn belangrijk omdat ze aantonen, dat er
sprake was van (diplomatieke) contacten tussen Egypte, Babylon en Assyrië. |
|
1300-885 v. Chr. Babylonië wordt uitsluitend nog bewoond door Assyriërs. De
algemene cultuurtaal Akkadisch wordt rond 1200 v. Chr verdrongen door het Aramees. |
|
Assyrisch Rijk incl. Egypte en Mesopotamië: 900-550 voor Christus
885-612 v. Chr. Assyrische rijk:
Mesopotamië wordt nu bewoond door Assyriërs. Vanaf 671 tot 525 v. Chr. wordt
ook Egypte overheerst door de Assyriërs. Sargon II van Assyrië (720 - 705 v.
Chr) was een van de belangrijke heersers in die tijd.
Eerste teksten in Aramees, Grieks en Hebreeuws: 850 voor Christus
850 v. Chr. De eerste vormen van geschreven Griekse teksten ontstaan.
Dat geldt ook voor het Hebreeuws [ zie : (Oud) Grieks: alfabet en schrift en
Hebreeuws: alfabet en schrift ] en voor de geschreven teksten
in het Aramees, dat het spijkerschrift gaat verdringen en vervangen (Man, 2001). Zie
verder: Geschiedenis van de Schrijftaal . De Grieken maar
ook de Hebreeën gebruikten de karakters die
ze voor letters gebruikten ook voor cijfers. Dit zgn. cijferstelsel had als
grootste nadeel, dat een zeer uitgebreid alfabet nodig was, zodra men met grote
getallen ging werken.
Baudhayana; Eerste Indiase teksten: 800 voor Christus
800 v. Chr. Baudhayana uit India
schrijft artikelen over wat later de Stelling van Pythagoras zou gaan heten,
maar ook over de uitkomst van de wortel uit 2. Een van de eerste in Brahmi
schrift geschreven teksten. Zie verder: Hindi: alfabet en schrift en
Geschiedenis van de Schrijftaal .
De eerste (bekende) wiskundige verslagen uit India dateren van ongeveer 800
voor Christus, maar werden van belang door en na Griekse invloeden. De wiskunde
uit India was gebaseerd op en kwam voort uit de belangstelling voor astronomie
en astrologie.
Tweede Babylonische rijk: 600-500 voor Christus
612-539 v. Chr. Tweede Babylonische rijk. Mesopotamië werd nu uitsluitend
bewoond door Chaldeeën ook wel Arameeër genoemd. De spreektaal is Aramees.
600-575 v. Chr. Waarschijnlijk wordt in deze periode de Bijbel geschreven - m.n.
het Oude Testament - in vnl. het Hebreeuws, maar deels ook in het Grieks en in het Aramees.
Babylonische wiskunde bereikt Griekenland
575 v. Chr. Thales brengt Babylonische wiskundige kennis naar Griekenland.
Hij gebruikt meetkunde om problemen op te lossen zoals het berekenen van de hoogte piramides en de
afstand van schepen van de kust. Het was Thales die voor het eerst begon met
het opstellen van stellingen en het daarbij formuleren van bewijzen. Hij
verbleef lange tijd in Egypte en in het (Aramese) Babylonische rijk.
|
Eerste Perzische rijk: 530-332 voor Christus |
Ca 500 v. Chr. Het Soemerische zestigtallig stelsel wordt - binnen het
Eerste Perzische rijk - gebruikt om de posities van de zon, maan en planeten te
registreren en te voorspellen.
Ca 400 v. Chr. Binnen het Eerste Perzische rijk gebruiken De Perzen en/of de
Babyloniërs een symbool om op een lege plaats in hun getallen te wijzen,
die in spijkerschrift werden geschreven. Er is geen aanwijzing dat dit als het getal
"nul" geïnterpreteerd moet worden.
In Egypte wordt het hiëratisch schrift vereenvoudigd tot het demotische schrift.
De karakters lijken nu meer op Arabische en Hebreeuwse karakters. Zie verder:
Geschiedenis van de Schrijftaal
Panini formaliseert het Sanskriet
Ca 500 v. Chr. Een echt belangrijke ontwikkeling in de geschiedenis van Indiase
wetenschap die een diepgaande
invloed zou krijgen op alle wiskundige verhandelingen die volgden, was het
pionierswerk van Panini (6de eeuw v. Chr) op het gebied van Sanskriet
grammatica en taalkunde. Naast het uiteenzetten van een uitvoerige en
wetenschappelijke theorie van fonetica, fonologie en de morfologie, kwam Panini
met formele productieregels en definities, waarmee hij de Sanskriet grammatica
in zijn verhandeling “Asthadhyayi” beschreef. De basis elementen zoals klinkers
en medeklinkers, de woordsoorten zoals zelfstandige naamwoorden en de
werkwoorden werden geplaatst in klassen. De constructie van samenstellingen en
zinnen werd uitgewerkt via geordende regels, die van toepassing waren op
onderliggende structuren net zoals dat plaats vindt in de formele taaltheorie.
Hiermee leverde het werk van Panini een voorbeeld van een wetenschappelijk
notatie model, dat recentere wiskundigen geïnspireerd kan hebben om abstracte
notaties te gaan gebruiken bij het karakteriseren van algebraïsche
vergelijkingen en bij het presenteren van algebraïsche stellingen en resultaten
in een wetenschappelijk format.
Filosofische doctrines hadden eveneens een diepgaande invloed op de
ontwikkeling van wiskundige concepten en formuleringen. Ruimte en tijd werden
beschouwd als onbegrensd in de kosmologie. Dit leidde tot een diepe interesse
voor zeer grote getallen en definities met oneindige getallen. De oneindige
aantallen werden gecreëerd door recursieve formules, zoals in “Anuyoga Dwara
Sutra”. De Indiase (Jain) wiskundigen onderscheidden verschillende vormen van
oneindigheid zoals oneindig in één richting, in twee richtingen, qua oppervlak,
e.d. Zie verder:
Indian Mathematics .
De Brahmi symbolen voor getallen waren destijds:
Grieks Geometrische Algebra
De Grieken uit de Klassieke Periode, die het
bestaan van irrationale getallen ontkenden (niet kenden), vermeden het probleem
door uitkomsten te presenteren als geometrische vormen en eenheden. Diverse
algebraïsche identiteiten en constructies die gelijkwaardig waren aan het
oplossen van vierkantsvergelijkingen werden uitgedrukt en bewezen middels
geometrische vormen. Qua inhoud gingen ze nauwelijks verder dan wat de
Babyloniërs hadden gedaan. Vanwege de vorm was de geometrische algebra van
weinig praktische waarde. Deze benadering vertraagde de vooruitgang in de
algebra voor verscheidene eeuwen. De belangrijkste prestatie lag in de
toepassing van het redeneren via deductie en het beschrijven van algemene
procedures (Boyer, 1968). Zie verder: Geschiedenis van de Algebra.
Ca 465 v. Chr. Hippasus schrijft over een "Bol van 12 pentagonen", waarmee
waarschijnlijk verwezen wordt naar een "dodecahedron".
Ca 450 v. Chr. De Grieken beginnen afzonderlijke karakters gebruiken om hun cijfers
weer te geven. Voor die tijd gebruikte ze de letters van hun alfabet als symbolen/karakters
voor cijfers.
Enkele Grieken die een belangrijke bijdrage hebben geleverd zijn onderstaande:
Ca 450 v. Chr. Zeno van Elea presenteert zijn paradoxen.
Ca 440 v. Chr. Hippocrates van Chios schrijft "De Elementen", het eerste
samenvattend overzicht van de onderdelen van de meetkunde.
Ca 425 v. Chr. Theodorus van Cyrene toont aan dat bepaalde vierkantswortels
irrationaal zijn. Dit was al eerder bekend gemaakt, maar de schrijver is onbekend.
387 v. Chr. Plato richt zijn Academie in Athene op.
Ca 375 v. Chr. Archytas van Tarentum ontwikkelt de "mechanica". Hij bestudeert
het "klassieke probleem" van het verdubbelen van de kubus en past wiskundige
theorie op muziek toe. Hij construeert ook de eerste automaat.
Ca 360 v. Chr. Eudoxus van Cnidus ontwikkelt de theorie van proporties en de methode van
eliminatie.
Ca 340 v. Chr. Aristaeus schrijft vijf boeken over kegelsneden.
Grieks-Macedonische rijk: 332-30 voor Christus
332-30 v. Chr. Grieks-Macedonische rijk : Alexander de Grote
verovert het Perzische rijk, dus ook Egypte + Mesopotamië en stichtte in Egypte de
stad Alexandrië, waar vele Griekse wiskundigen zich vestigden. Griekse en Indiase
wiskunde gingen elkaar beïnvloeden. Na Alexander de Grote namen drie veldheden het
bestuur over: Macedonië kwam onder Antigonus en zijn opvolgers, Egypte onder de
Ptolomeeën en Syrië en Mesopotamië onder de Seleuciden. Noord Egypte kwam in 30
v. Chr in handen van de Romeinen (tot en met 395 na Christus).
Ca 300 v. Chr. Euclides geeft een systematische ontwikkeling van meetkunde weer in zijn
"Stoicheion" (de Elementen). Hij geeft ook de wetten van spiegeling
weer in "Catoptrics". Hij maakte ook veel werk van Pythagoras bekend
in zijn geschriften. Aristarchus van Samos uit Griekenland gebruikt een
geometrische methode om de afstand te
berekenen van de Zon en de Maan t.o.v. de Aarde. Hij stelt ook voor dat de
Aarde om de Zon cirkelt.
Ca 300 v. Chr. De Papyrus van Caïro van ongeveer 300 voor Christus wijst erop, dat
tegen die tijd de Egyptenaren sommige problemen konden oplossen, die overeen kwamen
met het oplossen van 2 tweede graads vergelijkingen met twee onbekenden. De Egyptische algebra
werd helaas vertraagd en opgehouden door de wijze waarop breuken werden behandeld
(Boyer, 1968).
Ca 250 v. Chr. Archimedes geeft in "Over de bol en de cilinder" de formules voor het
berekenen van het volume van een bol en een cilinder. In "Metingen van de
cirkel" geeft hij een benadering van de waarde met een methode, die betere
benaderingen oplevert. In "Drijvende Lichamen" komt hij met wat nu
het "principe van Archimedes" wordt genoemd en begint zo met de
studie van "hydrostatica". Hij schrijft artikelen over de twee - en
driedimensionale meetkunde, het bestuderen van cirkels, bollen en spiralen. Hij
loopt met zijn ideeën ver voor zijn tijdgenoten uit; ze omvatten toepassingen
van een vroege vorm van integreren/integralen.
Ca 235 v. Chr. Eratosthenes van Cyrene schat de omtrek van de Aarde met
opmerkelijke nauwkeurigheid; hij vond een waarde, die ongeveer 15% te groot is. Rond
ongeveer 230 v. Chr. ontwikkelt hij zijn zeefmethode om alle priemgetallen te vinden. Zie
verder: Priemgetallen .
Ca 225 v. Chr. Apollonius van Perga schrijft "Bollen" waarin hij de termen
"parabool", "ellips" en "hyperbool" introduceert.
Ca 200 v. Chr. Diocles schrijft "Over brandende spiegels", een verzameling van
zestien voorstellen in meetkunde, waarbij meestal bewijzen gegeven worden op basis van kegels.
Ca 150 v. Chr. Hypsicles schrijft "Over het klimmen van sterren". In dit werk is hij
de eerste om de Zodiac (letterlijk: Dierenriem) in 360 graden te verdelen. Het aantal van
360 = 6 maal 60 is gebaseerd op het een 60-tallig stelsel van de Soemeriërs.
Chinezen gebruiken machten
Ca 190 v. Chr Chinese wiskundigen gebruiken machten van 10 om grote aantallen te
kunnen uitdrukken en gebruiken. Zie ook:
Mathematics in China plus de site
Wiskunde in het oude China .
Romeinse Rijk vanaf 140 voor Christus
Ca 140 v. Chr Romeinse rijk: De Romeinen veroveren Griekenland. Later ook
Turkije, Noord Egypte en vanaf 120 na Christus werd ook Mesopotamië
ingelijfd.
127 v. Chr. Hipparchus ontdekt het voortschrijden van de hemelequator en berekent de lengte
van het jaar op 6,5 minuten na nauwkeurig. Zijn astronomisch werk maakt gebruik van een
vroege vorm van trigoniometrie.
Ca 60 na Chr. Heron uit Alexandrië, Egypte, schrijft Metrica
(Metingen). Het bevat formules voor het berekenen van oppervlakten en volumes.
Ca 150 na Chr. Ptolemeus produceert vele belangrijke geometrische
resultaten met toepassingen voor de astronomie. Zijn versie van astronomie zal
de geaccepteerde versie worden voor meer dan duizend jaar.
390 na Chr. Theon van Alexandrië, Egypte, produceert een versie van de
Elementen van Euclides (met tekstuele veranderingen en sommige toevoegingen)
waarop bijna alle volgende publicaties gebaseerd zijn.
Chinese Wiskunde: 100 voor Christus - 100 na Christus
Ca 100 v. Chr.Chinese wiskundigen zijn de eersten om negatieve getallen te
introduceren. Ook wordt de stelling van Pythagoras bewezen.
“Zhoubi Suanjing” (De rekenkundige klassieker over Gnomon en de cirkel
bewegingen van de hemellichamen) komt tot stand ergens tussen 100 v. Chr en 100
na Chr. De stelling van Pythagoras wordt gebruikt voor onderzoek en astronomie.
De stelling wordt bewezen. Er worden breuken gebruikt in de berekeningen.
“Jiuzhang Suanshu” (De Negen Hoofdstukken over Wiskundige Kunst) wordt
geschreven (tussen 100 v. Chr en 50 na Chr). Er worden 246 wiskundige problemen
in 9 hoofdstukken behandeld. Het werk is het meest invloedrijke Chinese
wiskundige manuscript, waarop ook eeuwen later nog steeds wordt terug gegrepen,
met:
(Yan Li en Shi Ran Du, 1987).
Zie verder: Mathematics in China .
Ca 1 na Chr. De Chinese wiskundige Liu Hsin gebruikt decimale breuken.
Zie verder: Mathematics in China
Ca 100 na Chr. Het eerste deel van de klassieke Chinese wiskundige tekst Jiuzhang
Suanshu (Negen Hoofdstukken over Wiskundige Kunst) wordt samengesteld. Zie verder:
Mathematics in China .
Diophantische Algebra vanaf 250 na Christus
250 na Chr. Diophantus van Alexandrië - Egypte - schrijft Arithmetica, een
studie van de problemen van de getaltheorie waarin slechts de rationale getallen als
oplossingen worden toegestaan. N.a.v. dit meesterwerk wordt sindsdien gesproken van
Diophantische Algebra.
Deze wiskundige vertegenwoordigt het eindresultaat van een beweging onder de Grieken
(Archimedes, Apollonius, Ptolemy, Heron, Nichomachus) vanaf de geometrische
algebra tot aan een werkwijze, die onafhankelijk was van de meetkunde. Hij
introduceerde de "Syncopatische" (zie definitie) wijze van
schrijven van vergelijkingen, hoewel zoals hieronder wordt vermeld - de
retorische stijl in gebruik bleef voor vele daarop volgende eeuwen.
De bekendheid van Diophantus berust met name op zijn "Arithmetica",
waarin hij onbepaalde vergelijkingen aan de orde stelt - gewoonlijk twee of
meer vergelijkingen met verscheidene variabelen, die een oneindig aantal
rationale oplossingen hebben. Dergelijke vergelijkingen zijn vandaag de dag
bekend als "Diophantische Vergelijkingen". Hij hanteerde geen
methodes van generalisatie. Elk van de 189 problemen in Arithmetica wordt opgelost
met een andere, verschillende methode. Hij aanvaardde alleen positieve
rationale wortels en negeerde alle andere. Zodra een vierkantsvergelijking twee
positieve rationale wortels had, gaf hij slechts één als oplossing. Er was geen
deductieve structuur in zijn werk aanwezig (Boyer, 1968). Zie verder:
Geschiedenis van de Algebra.
De Maya's uit Zuid Amerika: hun schrift en cijfers
Ca 250 na Chr. Maya's uit Zuid Amerika gebruikten voor het eerst karakters voor
hun cijfers - het getalsystem was een bijna een plaats-waarde getalsysteem met
20 als basis.
1,
,
2,
,
3,
,
4,
,
5,
,
6,
Zie verder: Getallen van de Wereld maar ook de bijvoorbeeld:
Wiskunde bij de Maya's .
Ook het Maya schrift ontstond in deze periode. Kijk voor details onder:
Geschiedenis van de Schrijftaal .
Chinese Wiskunde: 250-500 na Christus
Ca 250 na Chr. Sun Zi schrijft in China zijn wiskundig handboek. Het
omvat onder meer het "Chinees restprobleem". Zoek de waarde voor x in
x/3 = 2/3 + n, x/5 = 3/5 + n, x/7 = 2/7 + n, waarbij n een natuurlijk getal is.
Zijn oplossing was: x = 23.
Liu Hui (ca 263 na Chr) gaf commentaar op de Negen Hoofdstukken (Jiuzhang
Suanshu).
Hij benadert het getal pi m.b.v. regelmatige veelhoeken in cirkels en
verdubbelde vervolgens het aantal zijden om betere benaderingen te krijgen. Hij
kwam uit bij 3,141014 en stelde voor om 3,14 te gaan gebruiken als een
praktische benadering.
Hij stelt voor om het principe van Calvalieri te gebruiken om de inhoud van een
cilinder nauwkeurig te kunnen vaststellen.
263 na Chr. Door een regelmatige veelhoek met 192 kanten te gebruiken berekent Lui
Hui uit China de waarde van Pi als
3.14159, waarvan de eerste vijf decimalen correct zijn.
Ca 460 na Chr. In China geeft Tsu
Ch'ung Chi de benadering 355/113 aan Pi, die voor 6 decimalen correct is. Zhang
Qiujian schrijft zijn wiskundig handboek. Omvat formules waarmee rekenkundige
reeksen berekend kunnen worden, maar ook een methode om oplossingen te vinden
voor twee lineaire vergelijkingen met drie onbekenden.
Zu Chongzhi (429-500), astronoom, wiskundige en ingenieur, verzamelde oudere
astronomische artikelen en verrichtte zelf astronomische observaties. Hij
adviseerde om een nieuwe kalender in te voeren· Hij berekende pi op 7 decimalen
nauwkeurig: 3,1415926 en stelde voor om 355/113 te gebruiken voor een goede
benadering en 22/7 voor een grove. Samen met zijn vader volgde hij de suggestie
van Liu Hui op om te zoeken naar een nauwkeurige formule voor de berekening van
de inhoud van een bol (Yan Li en Shi Ran Du, 1987). Zie verder:
Mathematics in China .
Indiase Wiskunde vanaf 500 na Christus
500 na Chr. Indiase wiskundigen boekten vooruitgang in zowel algebra als in
rekenkunde. Zij ontwikkelden één of andere "symbolisme" dat, hoewel
niet uitgebreid, afdoende was om Hindoe algebra als bijna symbolisch te
classificerende - zeker meer dan de "syncopatische" (zie definitie)
algebra van Diophantus. Echter alleen de stappen in de oplossingen van
problemen werden geponeerd; redenen of bewijzen ontbraken. De Hindoes erkenden
dat de vierkantsvergelijkingen twee wortels hadden en maakten onderscheid in
negatieve en irrationale wortels. Zij konden echter niet alle
vierkants-vergelijkingen oplossen, aangezien zij geen (vierkante) wortels van
negatieve getallen als uitkomsten accepteerden. In onbepaalde vergelijkingen
streefden de Hindoes Diophantus voorbij (Boyer, 1968). Zie verder:
Geschiedenis van de Algebra
Eén van de grootste wetenschappers van de Gupta periode - Aryabhatta (geboren
in 476 in Kusumpura, Bihar) - zorgde rond 500 in India voor een systematische behandeling van de positie van de
planeten in de ruimte. Hij poneerde correct de draaiing van de aarde en
concludeerde dat de banen van de planeten ellipsen waren. De wiskunde speelde
een essentiële rol in Aryabhatta’s revolutionaire van het zonnestelsel. Zijn
berekeningen over de omtrek van de aarde (62832 mijlen) en de lengte van het
zonnejaar (binnen ongeveer 13 minuten van de moderne berekening) waren
opmerkelijk goede benaderingen. Bij het maken van dergelijke berekeningen,
moest Aryabhatta verscheidene wiskundige problemen oplossen die niet eerder met
behulp van algebra (beej-ganit) en trigoniometrie (trikonmiti) waren aangepakt.
Zie verder:
Indian Mathematics
Aryabhatta I produceert zijn Aryabhatiya, een verhandeling over
vierkantsvergelijkingen, de waarde van Pi (als 3.1416) en andere
wetenschappelijke problemen. Aryabhatiya bevatte oplossingen met gehele getallen
voor vergelijkingen als y = ax + b. Qua methode gelijkwaardig aan de moderne
methode. Ook werden onbepaalde vierkantsvergelijkingen behandeld. Zie verder:
Geschiedenis van de Algebra .
500 na Chr. In India wordt het getalsysteem
Gwalior (positie stelsel) geïntroduceerd. Het getal systeem dat later de
basis zou gaan vormen voor ons huidige getalsysteem. Zie verder:
Getallen van de Wereld
Ca 500 na Chr. India: Hoewel
Bhaskar I (geboren als Saurashtra, 6de eeuw en aanhanger van de Asmake school
van wetenschappen in Nizamabad, Andhra) het genie Aryabhatta en zijn enorme
waarde van zijn wetenschappelijke bijdragen erkende, bleven sommige latere
astronomen in een statische aarde geloven en verwierpen zijn rationele
verklaringen van de verduisteringen (eclipsen). Maar ondanks dergelijke
tegenslagen, had Aryabhatta een diepgaande invloed op de astronomen en de
wiskundigen die hem volgden, in het bijzonder op die van de school Asmaka.
Bhaskar I zette door waar Aryabhatta stopte, en besprak in detail onderwerpen
zoals de omloopbanen van planeten; conjuncties van planeten met elkaar en met
heldere sterren. Opnieuw vereisen deze studies nog meer geavanceerde wiskunde
en Bhaskar I wijdde uit over trigoniometrisch vergelijkingen van Aryabhatta, en
kwam netals hij met de stelling dat Pi een irrationaal getal was. Onder zijn
belangrijkste bijdragen was zijn formule voor het berekenen van de sinusfunctie
met 99% nauwkeurigheid. Hij verrichte ook pionierswerk aangaande onbepaalde
vergelijkingen.
Een andere belangrijke astronoom/wiskundige was Varahamira (6de eeuw) die
eerder geschreven teksten op astronomie samenvatte en met belangrijke
toevoegingen kwam aan de trigoniometrische formules van Aryabhatta. Zijn werken
aangaande permutaties en combinaties vulden aan wat eerder door wiskundigen was
bereikt.
Ontwikkelingen waren er ook in de toegepaste wiskunde zoals in creatie van
trigoniometrische tabellen en meeteenheden. Het werk “Tiloyapannatti” van
Yativrsabha (6de eeuw) toont diverse eenheden voor het meten van afstanden en
tijd en beschrijft ook het systeem van oneindige tijdmetingen. Zie verder:
Indian Mathematics .
Tweede Perzische Rijk EN het Arabische Rijk
531-637 na Chr. Tweede Perzische rijk van de Indus tot aan
de Middellandse zee. De Perzen hebben en/of krijgen veel contact met de Hindoe beschaving
uit India. Veel later onder meer in de Middeleeuwen is dit ook het geval: het Perzisch
werd in bepaalde kringen gesproken. Denkelijk hebben de Perzen tussen 531 en
637 na Christus kennis gemaakt met het Indiase getalsysteem en hebben de
Arabieren het later van de Perzen overgenomen.
637-650 na Chr. Arabisch-Islamitisch rijk: De Arabieren
veroverden het (Tweede) Perzische rijk.
750 na Chr. Arabisch-Islamitisch rijk: De Arabieren hebben nu heel Mesopotamië,
Noord Afrika incl. Egypte, Spanje en het oude Perzische rijk veroverd (oost
grens is India) - de Dynastie van Umayyad.
Invloed van Indiase wiskunde en getalsysteem
650 na Chr. Wiskundigen uit India introduceerden negatieve getallen om
(geld)schulden weer te geven. Het eerste gebruik dat bekend is, is van
Brahmagupta rond het jaar 628. Later kwam Bhaskara tot het inzicht, dat een
positief getal twee wortels heeft.
In de 7de eeuw verrichtte Brahmagupta belangrijke werk in India bij het opsommen van de
basisprincipes van de algebra. Naast het maken van lijsten van de algebraïsche
eigenschappen van nul, maakte hij ook een lijst van de algebraïsche
eigenschappen van negatieve getallen. Zijn werk inzake oplossingen voor
onbepaalde vierkantsvergelijkingen was een voorloper van het werk van Euler en
Lagrange. Het werk van Brahmagupta wordt rond 650 na Chr vertaald in het Arabisch.
Filosofische formuleringen betreffende Shunya - d.w.z. leegheid van de leegte
kan geholpen hebben bij de introductie van het concept nul . Terwijl de nul
(bindu) veel eerder als lege plek verschijnt
in het plaats-waarde getalysteem, duiken algebraïsche definities van nul in
relatie tot wiskundige functies op in de wiskundige verhandelingen van
Brahmagupta in de 7de eeuw. Tussen 7de en 11de eeuw ontwikkelen de Indiase
cijfers zich tot hun moderne vorm en samen met de symbolen voor diverse
wiskundige functies (zoals plus, min, vierkantswortel, enz.) werd dat
uiteindelijk de fundering voor de moderne wiskundige notatie.
Het bewijs voor de transmissie van het Indiase getalsysteem naar het Westen
wordt geleverd door Joseph (G.G.Joseph, The crest of the peacock (Princeton
University Press, 2000). Joseph citeert Severus Sebokht (662) in een Syrische
tekst, beschrijvend de "subtiele ontdekkingen" van Indiase astronomen
als zijnde "ingenieuzer dan die van de Grieken en Babyloniërs" en "hun
waardevolle methodes voor berekeningen die een beschrijving overtreffen” en
gaat daarna door met het getalsysteem (Gwalior) zelf te presenteren. Zie verder:
Indian Mathematics .
650 na Chr. In India verschijnen vertalingen van Chinees wiskundig werk.

700 na Chr. Het Indiase getalsysteem "Gwalior" werd aangevuld
met de nul (symbool 0) - voor de wiskunde een
mijlpaal. Het is een zgn. positie-stelsel: er zijn slechts 10 karakters nodig:
voor de cijfers 0, 1, 2 t/m 9. De waarde van getallen wordt bepaald door de
plaats in het geheel. Dit positie stelsel wordt nu vrijwel overal op de wereld
gebruikt.
Chinese en Indiase wiskunde
Wang Xiaotong (ca 625), wiskundige en astronoom in China. Hij schreef
“Xugu Suanjing” (Voortzetting van Oude Wiskunde) met daarin 22 problemen. Hij
loste derde machts vergelijkingen op door het algoritme voor derde machts
wortels te generaliseren (Yan Li en Shi Ran Du, 1987).
Er worden Indiase wiskundige werken vertaald rond 650 na Chr.; in 600 na Chr
waren 3 artikelen vertaald in het Chinees, waarvan er een bewaard is gebleven -
Levensita van een Indiase astronoom. De onderwerpen waren hoekmeting (360
graden) en een tabel voor de sinus voor hoeken van 0 tot 90 graden in 24
stappen. Het Hindoe getalsysteem (Gwalior) werd ook in China geïntroduceerd ,
maar werd niet overgenomen.
750 na Chr. De boekdrukkunst wordt uitgevonden in China. Het gevolg was veel
publicaties - ook wiskundige publicaties. Zie verder:
Geschiedenis van de Schrijftaal .
Oost Arabisch rijk: 762-960 na Christus
762-960 na Chr. Oost Arabisch rijk: Het centrum werd wederom Mesopotamië (Bagdad),
waar gedurende 2 eeuwen gewerkt werd aan wetenschap, wiskunde en vertalingen (van westers
maar vooral van oosters werk). De eerste in het Arabisch
schrift
gestelde werken verschenen. Zie ook: Arabisch: alfabet en schrift
In deze periode vond ook de "geboorte plaats van Arabische motieven" (patronen).
Voorbeelden zijn onder meer: Motief 1 ,
Motief 2 , Motief 3 -
HOE men die patronen maakte, wordt hier uitgelegd.
In de tiende
eeuw verscheen een handleiding van Abu al-Wafa (Abul Wafa) getiteld "Over die delen van de
meetkunde belangrijk voor handwerkslieden" - wat de ambachtsman nodig had om
geometrische constructies te maken". Belangrijkste hulpmiddel destijds was de wiskunde;
wiskundige vergelijkingen liggen aan de basis van de Arabische geometrieën. Zo valt aan de
hand van wiskundige vergelijkingen te bereken met welke figuren je een muur of ander
tweedimensionaal vlak helemaal kunt opvullen, zonder ruimte over te laten. Er bestaan, zoals
beschreven in het boek Islamic Patterns van Keith Critchlow, drie basisvormen daartoe
in staat zijn: de driehoek, het vierkant en de zeshoek. Zie verder het artikel van Michael
Persson over Moorse Motieven .
Het Oost Arabisch Getalsysteem ontstond rond 800 na Christus. Het wordt in de Arabische
Wereld nog veel gebruikt in "helige teksten" - nauwelijks meer in het dagelijks leven. Maar in
b.v. het huidige Perzië wordt het nog steeds gebruikt. Zie het plaatje hieronder:
Indiase en Arabische Wiskunde: 800-950 na Christus
800 na Chr. Zoals de Hindoes werkten ook de Arabieren
"vrijelijk" met irrationale getallen. Zij deden een stap achteruit
door negatieve getallen te verwerpen ondanks het feit, dat zij die van de
Hindoes hadden geleerd. De algebra van de Arabieren was volledig retorisch.
De Arabieren waren in staat om vierkantsvergelijkingen op te lossen met twee
oplossingen; irrationaal was mogelijk, maar meestal werd dat verworpen bij
negatieve oplossingen (Boyer, 1968). Al Khwarizmi
maakt astronomische tabellen o.b.v wiskundige kennis uit India. Zie verder:
Geschiedenis van de Algebra.
Na de inval van de Arabieren werden Indiase wiskundige teksten meer en
meer in het Arabisch en Perzisch
vertaald. Hoewel de Arabische geleerden zich baseerden op een veelheid van
bronmateriaal met inbegrip van Babylonische, Syrische, Griekse en een aantal
Chinese teksten, speelden de Indiase wiskundige teksten een bijzonder
belangrijke rol. Geleerden zoals Ibn Tariq en Al Fazari (8ste eeuw, Bagdad), Al
Kindi (9de eeuw, Basra), Al Khwarizmi (9de eeuw, Khiva) en Al Qayarawani (9de
eeuw, Magreb, auteur van Kitab fi al-isab al-hindi) waren onder de velen, die
hun eigen wetenschappelijke teksten baseerden op vertalingen van Indiase
verhandelingen. Zie verder:
Indian Mathematics .
850-950 na Chr. Het Indiase getalsysteem
wordt overgenomen en daarna ook gebruikt door Arabieren. Wellicht is dit gebeurd
dankzij de tussenkomst van de Perzen, die tussen 531 en 637 na Christus veel intensieve
contacten onderhielden met geleerden uit India. In ongeveer 950 na Christus werd het West
Arabische Getalsysteem voor het eerst door Arabieren gebruikt. Deze "schrijfwijze" was
evenals het Oost Arabische Systeem afgeleid van het Indiase Gwalior Systeem. Niet het Oost
Arabische maar het West Arabische Systeem zou uiteindelijk de "Wereld-standaard" worden.
Indiase wiskunde vanaf de 9e eeuw
In het India van de 9de eeuw schreef Mahaviracharya (Mysore) “Ganit Saar Sangraha” waarin hij
de destijds gangbare methode beschreef om het kleinste gemene veelvoud te berekenen. Hij
leidde ook formules af om het oppervlak van een ellips te berekenen. De oplossing van
onbepaalde vergelijkingen trok ook erg veel aandacht in de 9de eeuw, en verscheidene
wiskundigen hielpen mee door benaderingen en oplossingen aan te dragen voor verschillende
soorten onbepaalde vergelijkingen.
In de late 9de eeuw leverde Sridhara (waarschijnlijk uit Bengalen) wiskundige formules voor
een heel reeks van praktische problemen over verhoudingen, ruilhandel, rente, mengsels,
aankoop en verkoop, tarieven van reizen, lonen en het vullen van reservoirs. Sommige van de
voorbeelden gaan over complexe oplossingen en zijn “Patiganita” wordt beschouwd als een
geavanceerd wiskundig werk. De hoofdstukken uit het boek werden gezien als bijdragen voor
rekenkundige en geometrische vooruitgang ten aanzien van het gebruik van breuken en termen en
formules voor de som van eindige reeksen. Het wiskundige onderzoek ging door tot in de 10de
eeuw. Vijayanandi (van Benares, wiens “Karanatilaka” vertaald werd in het Arabisch door
Al Beruni) Sripati van Maharashtra behoren tot de prominente wiskundigen van de eeuw.
De vergelijkingen van Aryabhatta werden uitgewerkt door Manjula (10de eeuw).
Bhaskaracharya (12de eeuw) leidde de eerste afgeleide van de sinus functie af. Hij was de
leidende wiskundige binnen de Indiase wiskunde van de 12de eeuw, hoofd van een astronomische
waarnemingscentrum. Hij liet verscheidene belangrijke wiskundige teksten na met inbegrip van
“De Lilavati”, “De Bijaganita” en “Siddhanta Shiromani” (een astronomische tekst). Hij was de
eerste die in zag dat bepaalde soorten vierkantsvergelijkingen twee oplossingen konden hebben.
Zijn “Chakrawaat” methode om onbepaalde oplossingen op te lossen ging vooraf aan de Europese
oplossingen - met enkele eeuwen. In zijn “Siddhanta Shiromani” formuleerde hij dat de aarde
een gravitatiekracht bezat en verbreedde hij de gebieden van de infinitesimaalrekening en
integreren. Het tweede deel van zijn verhandeling bevat verscheidene hoofdstukken over de
studie van de bol plus eigenschappen en over de toepassingen voor aardrijkskunde,
beweging van planeten, de seizoenen, enz. Hij besprak ook astronomische instrumenten en
bol-trigoniometrie. Zijn trigoniometrische vergelijkingen zijn met name belangrijk:
sin(a + b) =
sina x cosb + cosa x sinb en de
vergelijking: sin(a - b) = sina x cosb -
cosa x sinb. Zie verder:
Indian Mathematics .
|
Vertalingen van Indiase Wiskunde |
Uiteindelijk bereikte de Indiase algebra en de trigoniometrie Europa via een cyclus
van vertalingen van de Arabische wereld naar Spanje en Sicilië om uiteindelijk in elk
land van Europa door te dringen. Tegelijkertijd worden de Arabische
[
] en Perzische [
]
vertalingen van Griekse en Egyptische wetenschappelijke teksten gemakkelijker
beschikbaar gemaakt in India.
Europeanen nemen direct kennis van Hindoe-Arabische Wiskunde
1085 na Chr. De Spaanse stad Toledo wordt veroverd op de Moren. In west Europa
maakt men op deze wijze kennis met de Arabische wiskunde.
1200 na Chr. Leonardo van Pisa uit Italië oftewel Fibonacci groeit op in (Arabisch)
Noord Afrika en maakt daar kennis met het superieure Hindo-Arabische
getalsysteem en schrijft er (later) een boek over - Liber Abaci. Meer informatie: over deze
Fibonacci plus
HOE men de naar hem genoemde getallen later is gaan gebruiken
voor patronen en motieven .
Europa maakt nu dus (opnieuw) kennis met de Hindoe-Arabische wiskunde.
Mongools Rijk en Invloed
1200-1279 na Chr. De Mongolen o.l.v. Djengiz Khan en later o.a. Kubilai Khan veroverden
een rijk dat nog veel groter was dan dat van Alexander de Grote. Het Mongoolse
schrift ontstaat. Zie verder:
Geschiedenis van de Schrijftaal en
Mongools alfabet en schrift .
Chinese soldaten uit de legers van de Khans kwamen tot
aan de grenzen van Europa (in het westen van het rijk; het oosten
bevatte uiteindelijk heel China). De Juan dynastie was een feit. In die tijd
kwam Marco Polo uit Italië op bezoek bij de leiders van de Juan dynastie en nam
talloze Chinese ideeën, technieken en vindingen mee naar Europa. Ook hier zien
we contacten tussen oost en west - in dit geval tussen China en Europa - en
uitwisseling van informatie en ideeën.
Samenvatting van de
wederzijdse beïnvloeding: uitwisseling van (wiskundige) kennis
Hoe de overdracht van wiskundige kennis heeft plaats gehad is niet in alle gevallen exact te
bepalen. Soms is dat wel glashard aan te tonen. In deze samenvatting wordt
geprobeerd een overzicht in de tijd weer te geven waaruit blijkt via "welke wegen" de
kennis-overdracht en -uitwissling denkelijk heeft plaats gevonden.
Contacten binnen "West" . De Amarna brieven (1350 voor Christus) bewijzen de
(diplomatieke) contacten tussen Egypte en Babylon. De "verbindingswegen" werden
middels een "landkaart" eveneens weergegeven. Zie aldaar.
De reizen van de Griek Thales naar Babylon en Egypte alsmede zijn verblijf in beide
regio's zorgen voor de "import" van onder meer Babylonische wiskundige kennis van Babylon
naar Griekenland (575 voor Christus). Zie onder "Thales".
Het Griekse-Macedonische Rijk (332-30 voor Christus) vanaf Alexander de Grote leidde tot nog
veel meer uitwisselingen tussen onder meer Griekenland en Egypte, waar veel Griekse
wetenschappers zich vestigden, maar ook tussen die twee regio's en Mesopotamië.
Contacten tussen "Oost" en "West". Het Eerste Perzische Rijk (539-332 voor Christus)
leidde tot conctacten en kennis-uitwisseling tussen Babylon en Egypte aan de ene kant
en India aan de andere kant. Zie aldaar.
Dat gold ook voor het Griekse-Macedonische Rijk (332-30 voor Christus) dat tot stond kwam
o.l.v. Alexander de Grote. Daarnaast werd Griekenland zelf daar ook bij betrokken, hetgeen
tijden lang zou leiden tot intensieve contacten tussen Egypte en Griekenland aan de ene
kant en Perzië en India aan de andere kant. Vele Grieken reisden ook zelf helemaal naar
India in die dagen.
Contacten binnen "Oost". Rond 200 voor Christus gingen Indiase wetenschappers karakters gebruiken om getallen aan te duiden, die afkomstig waren uit China. Een van de bewijzen van concrete contacten tussen China en India. Zie aldaar.
Contacten tussen "Oost" en "West". Het Tweede Perzische Rijk (531-637 na Christus)
leidde wederom tot kennis-uitwisseling tussen Babylon en Egypte aan de ene kant
en India aan de andere kant. Zie aldaar.
Dat gold ook voor het Arabisch-Islamitische Rijk (637-750 na Christus). Dit keer werd ook
Spanje hierbij betrokken. Er waren talloze contacten tussen Spanje, Noord Afrika w.o. Egypte en
Perzië en India.
Contacten binnen "Oost". De verdere ontwikkeling van de schrijftaal leidde al vanaf
600 na Christus tot vertalingen van Chinese teksten in India en andersom.
De Arabische invallen vanuit het Oost Arabische Rijk in India leidde tot vertalingen van
Indiase teksten in zowel het Arabisch als het Perzisch (700-950 na Christus).
Arabieren namen in hun teksten het door hen aangepaste Indiase Gwalior systeem op. Hier was
m.a.w. sprake van kennis-overdracht van India naar Arabische wetenschappers/schrijvers.
Ook in die periode (rond 950 na Christus) maakten Arabieren gebruik van Chinese wiskundige
teksten: zij vertaalden Chinees werk in het Arabisch.
Contacten tussen "Oost" en "West". Het Grote Mongoolse Rijk (1200-1279 na Christus) leidde tot contacten tussen Chinese soldaten en ambtenaren met (Oost) Europeanen. Marco Polo deed dat in de omgekeerde volgorde: hij bezocht het grote Mongoolse Rijk in die tijd en kwam met veel (wiskundige) kennis uit China terug in Europa.
Inhoud in het kort:
Samenvatting
In Egypte en in Mesopotamië worden zo'n 5000 duizend jaar geleden symbolen en tekeningen
gemaakt, die gebruikt werden om het getal 1 en 10 aan te duiden. Door combinaties te maken van
die twee simpele symbolen, was men ook in staat om andere (gehele) getallen te "noteren".
Ruim duizend jaren later houden Babylonische wiskundigen zich bezig met
vierkantsvergelijkingen, het vinden van de "wortels" en met wat later de stelling van
Pythogoras zou gaan heten. Ongeveer 3700 jaar geleden is men in het oude Egypte bezig met
vermenigvuldigen en delen; door herhaald te verdubbelen en resp. te halveren van aantallen
en getallen. Ongeveer 200 jaar daarna gaan Chinezen telstaafjes gebruiken om berekeningen
te kunnen uitvoeren en maakten zij ook tabellen voor vermenigvuldigingen.
Ca 2800 jaar geleden maakten mensen in verschillende talen in diverse landen en landstreken
voor het eerst geschreven teksten: in het Aramees, Hebreeuws en Grieks. Op dit punt in de
geschiedenis werd een mijlpaal bereikt: verschillende volkeren beschikten nu over een alfabet
en over een bruikbare schrijftaal. De fase waarin kennis overdracht uitsluitend mondeling
plaats vond, kwam (deels) tot een einde. De symbolen (= karakters) die gebruikt werden om te
schrijven - de letters dus - werden ook gebruikt om getallen aan te duiden, hetgeen later de
nodige problemen zou opleveren toen men ook met grotere getallen in de weer ging.
De Griek Thales zorgde ruim 200 jaar later voor een verbetering. Hij ging verder dan het
benoemen van een wiskundig probleem met daarna de oplossing te geven. Hij startte met
formuleringen en wat men nu wiskundige stellingen zou noemen en kwam vervolgens met bewijzen
voor deze stellingen. Zijn bijdrage aan de ontwikkeling van wiskunde in Griekenland werd mede
mogelijk gemaakt door zijn reizen door Egypte als Mesopotamië, waar hij veel wiskundige
kennis opdeed, die hij later ook in Griekenland introduceerde.
In India introduceert Panini rond 500 voor Christus een wetenschappelijk notatie model, dat
hij toepaste op de "schrijftaal" van India (Sanskriet): hij formaliseerde die volledig met
behulp van duidelijke
formuleringen, regels, afleidingen etc. Dit "model" zou latere wiskundigen geïnspireerd hebben
om abstracte notaties te gaan gebruiken bij het karakteriseren van algebraïsche vergelijkingen
en bij het presenteren van algebraïsche stellingen en resultaten in een wetenschappelijk
format.
In de periode 450-200 voor Christus treedt ook in Egypte een verschuiving op in de schrijfwijze:
karakters worden steeds vaker verkort opgeschreven: de pictogrammen maken plaats voor het
demotisch schrift. In Griekenland introduceert men afzonderlijke karakters voor getallen in
plaats van de letters van het eigen alfabet. De Grieken concentreerden zich meer en vaker op
geometrische figuren: driehoeken, cirkels, kubussen en gingen op een vrij exacte wijze
afstanden berekenen. In 300 voor Christus verschijnt een artikel van Euclides. Het behandelt
de meetkunde en men kan duidelijk de systematische aanpak herkennen, die vandaag de dag in de
wiskunde gangbaar is. Apollinius schrijft over ellipsen, parabolen en hyperbolen.
Rond 190 voor Christus gaat men in China "machten" gebruiken om grote aantallen en getallen
aan te kunnen duiden. In 150 voor Christus behandelt Hypsicles het verschijnsel "hoeken" en
daarbij verdeelt hij de Zodiac in 360 graden. Kort daarna gebruiken Chinezen negatieve getallen
en breuken (100 voor Christus) en een eeuw later ook decimale breuken.
Rond 250 na Christus schrijft Diophantus zijn "Arithmetica" en introduceert daarmee een
werkwijze, die geheel onafhankelijk is van de meetkunde: de "Syncopatische" schrijfwijze - de
manier waarop vergelijkingen werden genoteerd. De voorganger - retorische stijl/methode - werd
door anderen nog wel enkele euuwen gehanteerd.
Rond 500 na Christus ontwikkelden Indiase wiskundigen een soort van "symbolisme" waardoor men
de Hindoe algebra kan bestempelen als (bijna) symbolisch - in ieder geval als "een stap voorbij
de syncopatische fase". In India kwam een simpele getalsysteem tot stand: een eenvoudig
positiestelstel met karaketrs/symbolen voor de getallen 1 t/m 9. Ongeveer 200 jaar later werd
daar een symbool voor de "nul" aan toegevoegd. Alle andere getallen kon men nu gaan beschrijven
m.b.v. deze reeks van slechts 10 karakters. Dit zgn. "Gwalior" getalsysteem zou later de wereld
standaard worden.
In de zevende eeuw werden Indiase teksten vertaald in het Chinees en werden Chinese teksten
vertaald in het Sanskriet/Hindi. In 750 werd de boekdrukkunst in China uitgevonden, hetgeen
de uitwisseling van wiskundige kennis deed toenamen (eerst vooral binnen China).
Tijdens het Oost Arabische Rijk - tussen 800 en 950 - werden steeds vaker wetenschappelijke
artikelen geschreven en vertaald: vanuit het Chinees, Hindi en Grieks naar het Arabisch en
vanuit het Sanskriet naar het Perzisch en Chinees.
De wiskunde en de wiskundige praktijk en methodieken werden steeds meer "gemeengoed" maar
de "westerse wereld" zou pas eeuwen later "volgen". N.B. In de
Geschiedenis van Cijfers en getallen wordt dit laatste uiteen
gezet voor met name leerlingen uit de onderbouw; aan de hand van concrete voorbeelden en m.b.v.
de verzamelingen van natuurlijke getallen tot en met reële getallen.
Definitie, omschrijving van "syncope" en "syncopatisch"
When you talk about mag instead of magazine, fab when you mean fabulous, or
cred for credibility, you are committing apocope . Perhaps it’s our
rush-hurry-urgent age, but it seems that such energetic abbreviations are becoming more common, not merely with students
who produce slangy in-terms such as psych, chem and maths (math in the US).
Apocope comes from the Greek word "apokoptein", to cut off, made up of apo-, from or
away, plus koptein, to cut. Spelling abbreviations like huntin’ or singin’ are NOT
apocopic, because the missing last letter indicates that the final sound of the word has
changed, not that it has been lost.
Incidentally, if you instead cut the sound off the start of a word, the right name is
aphesis (an example being squire, an aphetic form of esquire); if you drop sounds in the
middle (for which the classic-and extreme-example is fo’c’s’le for the crews’ quarters on
board ship, in full forecastle), the process is called syncope.
SOURCE: http://www.worldwidewords.org/weirdwords/ww-apo1.htm
Door Shishir Thadani gebruikte literatuur:
Door David E. Joyce gebruikte literatuur: