Centraal in mijn verhaal staat de periode van de jaren tachtig. Bedoeling is de crisis in het functioneren van de Belgische Staat en maatschappij die haar hoogtepunt vond aan het einde van 1985 te analyseren en van achtergrondfeiten te voorzien. Het gaat hier om een crisis die tot nu toe weinig is geanalyseerd. Terugredenerend van die crisis kan men pas goed de verschillende elementen onderscheiden die de maatschappij hebben meegesleurd in de huidige zeer diepe en bijna uitzichtsloze crisis.
Een paar feiten die de situatie van eind 1985 moeten duiden...Een ganse reeks factoren komen bij elkaar en spelen op elkaar in. Er is ten eerste een dynamische, maar in hoofdzaak pascifistische mobilisatie van voorop de jongeren voor de vrede; een mobilisatie die op dat moment vooral draait rond het al of niet plaatsen van Amerikaanse kruisraketten in België. In de periode oktober 1984-december 1985 treedt een organisatie naar buiten die zich als extreem links aandient, de Cellules Comunistes Combattentes. Deze pleegt geweldaden, aanslagen die niet tegen mensen gericht zijn, maar waar toch een slachtoffer bij valt. De CCC komt als het ware uit het niets, zou afkomstig zijn uit extreem-linkse kringen en bestaat hoogstens uit 6 á 10 personen. Ze zorgen ervoor dat geweld in toenemende mate onderwerp wordt van het maatschappelijk debat. Op het einde van 1985 volgt de arrestatie van 4-5 verantwoordelijken voor de door hen geclaimde aanslagen. Tegelijkkertijd doet zich een zo mogelijk nog ernstiger maatschappelijk drama voor. In de eerste helft van de jaren tachtig vindt op allerlei terreinen een destabilisatie van de staat plaats. Er wordt een klimaat van spanning gecreëerd. Die spanning onder ganse bevolking wordt vooral gedragen door tot op de dag van vandaag onbekend gebleven personen die van lieverlee zijn bekend geworden als de "bende van Nijvel". Ook daar een geweldsspiraal die zeker vanaf 1983 optreedt en niet toevallig zijn hoogtepunt bereikt aan het einde van 1985. Er is sprake van terreur, van ogenschijnlijk crimineel geweld, die in zijn methodiek en in zijn timing tot in de kleinste details wijzen op politieke oogmerken. Straks meer over de gewelddaden die worden uitgevoerd op welbewust gekozen plaatsen en tijdstippen en die dienen om de anonieme burger uit zijn evenwicht en in een terreur klimaat te brengen. Het gaat om blinde slachtpartijen op de vrijdag- en de zaterdagavond, kort voor sluitingstijd in de belangrijkste grote warenhuizen. Er worden twee overvallen gepleegd in september 1985 in het centrum van het land, binnen een half uur tijd in twee warenhuizen die op enkele kilometers van elkaar liggen maar ten Noorden en ten Zuiden van de Belgische taalgrens. Het politie-optreden loopt dood op de taalgrens, omdat wanneer een poltie-alarm stuit op de taalgrens het onderzoek niet door kan gaan, maar via Brussel in het andere taalgebied moet komen. Er vallen in die twee warenhuizen acht doden. Willekeurige burgers die hun aankopen doen. Twee maanden later is een finale-operatie van de bende van Nijvel waar in een keer in de stad Aalst opnieuw acht mensen worden vermoord. Er is geen enkel motief aanwijsbaar behalve het scheppen van een klimaat van terreur onder de gewone burgers. Iedereen herkende zich natuurlijk in de gewone burger die op een vrijdagavond zijn weekend boodschappen doet. Het effect was maximaal. De daders nemen allaan maar een paar sloffen sigaretten en flessen champagne mee. Men schiet in het wilde weg. Alles verraadt de stijl van een getraind commando: de voorbereiding, de evacuatie nadien, de wapens, ecc. Ze blijken ongrijpbaar voor het politioneel apparaat. Al met al is er eind 1985 sprake van een golf van geweld, afwisselend de aanslagen van de CCC tegen Nato/Amerikaanse doeleinden en de terreur van de Bende van Nijvel die in 1985 zo'n dertig mensen levens kost. Ondertussen is er een verkiezingscampagne voor federale verkiezingen gaande en wordt op moeizame wijze een nieuwe regering samengesteld. Het gebeuren beïnvloedt op deze wijze direct het politieke besluitproces en het verdelen van de macht in België. Daarnaast is er een grote betoging tegen de kernraketten op 20 oktober 1985. De regering neemt gezien het gespannen klimaat uitzonderlijke maatregelen, zoals het inzetten van het leger bij de ordehandhaving, bij de bewaking van vakbondsgebouwen, partijkantoren, het parlement en de belangrijkste ministeries.
Nu de context van deze crisis en de elementen die ertoe bijgedragen hebben. Het gaat om gebeurtenissen die tot op de dag van vandaag nog onderwerp zijn van gerechtelijk vooronderzoek, van parlementair en van politiek debat en dat vanwege een eenvoudige reden. Er is namelijk een groot verschil tussen de zaak van de CCC en die van de Bende van Nijvel. De vijf à zes als zodanig geïdentificeerde leden van de CCC hebben wel degelijk een proces gehad, een debat, een vonnis, kortom zijn volledig geïdentificeerd, zoals hun misdrijven zijn opgehelderd. Rond de leden van de Bende van Nijvel is er nu elf jaar later nog geen spoor, nog geen aanzet tot opheldering van de feiten, noch rond de vele overvallen en de slachtpartijen die deze organisatie op haar naam heeft gezet. Dat gegeven draagt bij aan een bijna voortdurende destabilisering van het hele gerechterlijke en politionele apparaat. Het heeft in grote mate bijgedragen tot een versnelde vervreemding van de bevolking die sedert het onopgehelderd blijven van de bende-feiten uit de eerste helft van de jaren tachtig een justitie ziet functioneren derwijze dat bijna elk misdrijf met enige politieke dimensie onopgehelderd is gebleven. Zonder enige overdrijving kan men stellen dat het niet ophelderen van deze feiten de Belgische staat in een crisis heeft gestort waar zij tot op de dag van vandaag -nu een nieuw hoogtepunt van die crisis is bereikt- mee worstelt. Er is de moord op Cools, er zijn nog andere gebeurtenissen voorgevallen die aantonen dat hier een staat niet functioneert waardoor de huidige dramatische gebeurtenissen een extra dimensie krijgen. Alles wijst er op dat er werkelijk structurele problemen zijn die op het laatst zullen moeten leiden tot een institutionele omwenteling, wil de democratie zich herstellen in België; een democratie die volgens mij sinds de gebeurtenissen van 1985 steeds verder is ondermijnd. Ik wilde hier nog eens op op wijzen, omdat voor niet-Belgen dit soort zaken nog eens over het hoofd gezien worden. Hier is sprake van een structureel probleem dat te maken heeft met de ganse politieke ontwikkeling.
Het is niet toevallig, me dunkt, dat men mij gevraagd heeft om dit betoog te houden bij deze gelegenheid. Zonder alles over één kam te willen scheren kan men zeggen dat er de nodige parallellen zijn tussen de naoorlogse ontwikkelingen in België en in een land als Italië. De Belgische ontwikkelingen moeten hoe dan ook in een Europese context gezien worden. Maar er zijn ook specifieke Belgische kenmerken. België is de naoorlogse politiek in gegaan met een generatie die zowel in het ambtenarenapparaat als in de zakelijke en politieke wereld dezelfde was als de vooroorlogse. Ik heb in mijn boek uit 1983 uiteengezet dat er sprake was van een grote continuïteit in het bestuurlijk apparaat. Velen uit de collaboratie bleven op hun post in de ordediensten, in het leger, in de politiek, in de zakenwereld. Er was de "koningskwestie" die er mede voor zorgde dat het anticommunisme van de jaren dertig over de jaren van de Duitse bezetting heen getild werd om tot ver in de jaren vijftig als een continu gegeven te blijven tellen. Het is van groot belang voor wat zich in de decennia daarna zal gaan afspelen. Men ziet in de jaren zestig, op een moment dat de Koude Oorlog nog volop woedt, dat de Belgische staat probeert heel wat gegroeide tegenstellingen te overwinnen. De legerleiding bijvoorbeeld bekent zich althans formeel tot het democratisch systeem. Tegelijkertijd wordt binnen het leger een structuur uitgebouwd, met name in kringen van het reserve-kader, die in nauw contact staat met Extreem Rechts. Dat culmineert in het begin van de jaren zeventig wanneer beroepsmilitairen van aller rang zich aan sluiten bij een extreem rechtse organisatie die onder het mom van debatclubs van het meest vooraanstaande tijdschrift van extreem rechts, namelijk Nouvelle Europe Magazine, de zogenaamde NEM-clubs, om zich heen grijpt. In de jaren zeventig gaan de aangesloten militairen bijvoorbeeld het debat aan met de jongeren die zich keren tegen de vorming van een beroepsleger. Ik heb het hier wel degelijk over een politiek engagement ter extreem rechter zijde die in gans het land kan rekenen op struturen van reserve-officieren. Deze gaan rectstreeks invloed uitoefenen op de Militaire Inlichtingendienst.
Ondertussen heeft zich een nauwe band gevormd tussen deze structuren en de wapen- en drugshandel die via Libanon loopt. Die vaart wel bij de burgeroorlog aldaar en werkt nauw samen met de Falangisten aldaar. Deze laatsten introduceren op grote schaal de drugs via België in West-Europa in ruil voor wapens. Katholiek rechts in België werkt in vergaande mate hier aan mee. Ongeveer een politiek symbool hiervan is de politicus Paul van den Boeynants, een vooraanstaand politicus die onder meer premier en tien jaar minister van defensie is geweest. Hij staat symbool voor corruptie in de politiek en voor anticommunisme. Er ontstaan daarnaast begin jaren tachtig in extreem rechtse kringen een soort private inlichtingen- annex aktiediensten met een zwaartepunt in Brussel. Ze verrichten hand- en spandiensten voor politie- en inlichtingendiensten door het massaal verzamelen van informatie over de linker zijde. Men noteert bijvoorbeeld de nummerplaten van democraten en van linkse mensen die manifestaties bezoeken. Maar ook woonplaatsen, lokalen van organisaties worden gescreend. De informatie wordt door gegeven aan de officiële diensten. De deelnemers worden geschoold in politie- en inlichtingstechnieken door sleutelfiguren uit het leger en uit het extreem rechtse milieu. Het is een vrij bangelijk fenomeen dat jarenlang extreem rechtse jongeren steunpunten hadden in de Koninklijke Militaire School waar legerofficieren gevormd worden. Die gaven fysieke training, training op militaire domeinen met oorlogswapens. Ze leerden er een schietdiscipline, de zogenaamde "practical shooting". Ik ga even op deze techniek in omdat het juist deze techniek is die gebruikt is door de Bende van Nijvel. De techniek is gelanceerd door een majoor van het Amerikaanse leger. Zij heeft gedurende de jaren zeventig ruim ingang gevonden bij de blanke bevolking van Zuid-Afrika. Zij maakt gebruik van wapens van een zwaar kaliber, waarmee geschoten wordt om te doden, het is een oorlogstechniek gebruikt in vredestijd. Sinds de Franse revolutie is een dergelijke techniek verboden voor politie en andere ordehandhavers voor wie het basisprincipe is gaan gelden dat de openbare ordehandhavers niet als eersten schieten om te doden. Hun schieten moet in hoofdzaak een defensief schieten zijn, toegepast uit zelfverdediging. De practical shooting techniek is in veel landen gebruikt, maar niet als zodanig onderkend. Aan de basis van het practical shooting ligt het idee, een ideologie van een zuiver fascistisch gehalte. De trainingen door de p.s. specialisten (die overigens in federaties van Europees verband georganiseerd zijn; de International federation of p.s. heeft zijn hoofdzetel in Brussel) worden gegeven aan militante rechtse jongeren op militaire domeinen en op allerlei schietclubs waaraan ook politiemensen deelnemen. De trainingen gaan uit van de ideologie dat de mensheid te verdelen is in mensen zonder en mensen met wapens. De mensen zonder wapens zijn in de ogen van de practical shooter het wild dat gejaagd moet worden. Degene die over een wapen beschikt -of hij nu politieman is, of militair of extreem rechts militant of een sportschutter-is zich van zijn menszijn bewust. Het bezit van een wapen maakt het in aanzet mogelijk macht uit te oefenen over degene die geen wapen heeft. Een dergelijke bewustwording gelieerd aan het wapengebruik en een dergelijke training moet wel tot situaties leiden die uit de hand lopen. Het is de p.s. commando-techniek die men terugvindt bij de grote slachtingen in de warenhuizen gedurende de jaren tachtig. In dezelfde periode vindt ook een offensief van extreem rechts plaats tegen sleutelorganen in het staatsapparaat die een rem vormden op het verder afbouwen van de democratie. In tegenstelling tot de militaire veiligheidsdienst is de Belgische staatsveiligheidsdienst een dienst die niet afhankelijk is van het Ministerie van Binnenlandse Zaken of Defensie, maar van Justitie. Zij hield zich overeenkomstig de regels van de rechtsstaat niet alleen bezig met extreem linkse subversieve bewegingen, maar ook met extreem rechtse subversie. Probeerde dus een te eenzijdige kijk op de situatie te voorkomen. De staatsveiligheidsdienst besteedde dan ook toenemende aandacht aan de toenemende aktiviteiten van extreem rechtse subversie. Als reactie daarop is vanuit extreem rechtse hoek geprobeerd te infiltreren in de dienst. Dat heeft geleid tot een totale destabilisatie van deze dienst. Een opmerkelijk gegeven dat zijn hoogtepunt bereikt in 1985 en dat als gevolg heeft dat de meest antidemocratische krachten eigenlijk de rem van de staatsveiligheid hebben weten uit te schakelen.
In de eerste helft van de jaren tachtig doet zich nog een derde fenomeen voor. In de jaren zeventig is er in België een debat gevoerd over de "nieuwe politie-technieken (te vergelijken met recente debatten in Nederland). In het verlengde van de Koude Oorlog is de Belgische overheid te raden gegaan bij de bondgenoot over de plas. Enige van de beste speurders uit de Belgische politie-wereld (rijkswacht en gerechtelijke politie) werden naar de V.S. gestuurd om daar een opleiding te krijgen in undercover-werk. Die scholing had een dramatisch effect. Men kreeg -net zoals in veel andere Europese landen-een training die alleen paste in het kader van de Amerikaanse wetgeving. Die Amerikaanse wetgeving staat veel meer toe dan in elk ander Europese democratie gebruikelijk is. Ze kwamen terug met een formidabele opleiding die alleen paste in de Amerikaanse context, maar totaal onwettelijk was in het Belgische kader. In België is het niet toegestaan om via provocatie, dus door middel van het aanzetten tot het plegen van een misdrijf, over te gaan tot arrestataties. Nadat er rond 1973 een Nationale Brigade wordt opgericht die speciaal wordt ingezet voor de drugsbestrijding en die veel gebruik gemaakt heeft van infiltratie en provocatie zien we een paar jaar later dat het voltallie Nationale Drugsbureau in België in de cel zit wegens het zelf verhandelen op grote schaal van drugs voor eigen rekening en verrijking. De verantwoordelijken op het niveau van het beleid (zoals de ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken), de verantwoordelijken aan het hoofd van de politie-diensten, kortom die de mensen naar Amerika gestuurd hebben voor de opleiding bij de DEA en die hen nadien bewust in het Belgische kader hebben ingezet met methodes die in het Belgische kader niet toelaatbaar waren, waren dus mede verantwoordelijk voor de gecreëerde situatie. Toen het grote proces François -genoemd naar de commandant van de drugsbrigade- plaatsvond en enkelen werden veroordeeld (de meesten trouwens) is er een enorme crisis ontstaan in het Belgische politie-wezen. Er waren mensen die totaal gedemotiveerd raakten en die -vooral binnen de rijkswacht- gewelddaden gingen plegen tegen de hiërarchie en tegen de politieke overheid van het land. Ze keerden zich eigenlijk tegen de Staat, in wiens dienst ze worden geacht te opereren. Er zijn aanslagen gepleegd tegen leidende officieren in het Rijkswacht corps. Men heeft met succes een diefstal georganiseerd van de meest sophisticated wapens van de elite-eenheid ter bestrijding van de terreur in België. De elite-eenheid leed een enorm gezichtsverlies door deze diefstal uit de best bewaakte kazerne in België. Het was een eerste stap in een reeks van politiek gemotiveerde gewelddaden, een spiraal die zich buiten het korps gaat ontwikkelen met name door het optreden van de Bende van Nijvel. Wat in de jaren zeventig zich in kringen van de Rijkswacht en ordehandhavers afspeelt, treedt in de jaren tachtig daar buiten om te culmineren in de gebeurtenissen van 1985.
Gebeurtenissen die plaatsvinden in een klimaat waarin een discussie woedt over de vraag: zal West-Europa zich bewapenen tegen het Oostblok met kruisraketten of niet...Tegen die buitenparlementair gerichte mobilisatie van de jeugd en van delen van de bevolking voor vrede en voor ontspanning tussen Oost en West ziet men dat de voorstanders van de Koude Oorlog op verschillende manieren trachten een staatsapparaat te destabiliseren grotendeels van binnenuit, van binnen de politiedienst. Uiteindelijk zal dat uitmonden in het creëren van een klimaat van terreur waarbij ook een extreemlinkse organisatie zich doet gelden (al of niet gemanipuleerd) en de extreemrechtse terreur vermomd wordt als zuiver crimineel, als gewelddadige overvallen zonder enige politieke rivendicatie, pamflet of welke commentaar ook. Maar het was onmiskenbaar terreur. Wanneer men de antecedenten ziet van deze ontwikkeling wordt het begrijpelijk dat de staat -die zelf enige van de belangrijke elementen heeft gegenereerd- niet bij machte is, ondanks de enorme druk van de publieke opinie, om deze misdrijven op te helderen. Die staat komt in een crisis, die zich nog verergert nadat andere politiek gemotiveerde misdrijven ook niet opgehelderd worden. Te midden van al deze ontwikkelingen van eind jaren zeventig en van de jaren tachtig staat de uitvoerende macht veelal machteloos. Het is de wetgever die onder druk van de publieke opinie keer op keer verplicht wordt onderzoekscommissies in te stellen. Zoals dat ook in Italië gebeurd is bijvoorbeeld met de vorming van de onderzoekscommissie naar de P2-loge. In België is er een grote reeks commissies geweest die met grote aandacht gevolgd worden en die om een of andere onverklaarbare reden nooit tot de bodem gaan. Dat doet de vragen rijzen: wat gebeurt er binnen het staatsapparaat? Hoe komen criminaliteit en politiek dermate met elkaar verweven dat de politieke corruptie komt te staan voor democratie en een vliegwiel wordt voor extreemrechts. Het gaat om een maatschappelijk proces waar uiteindelijk de democratie het onder begeeft en die doet denken aan ontwikkelingen in andere Europese landen als Italië, maar ook Frankrijk.
De dynamiek die de Belgische staat de laatste tijd wél vertoond heeft lag op een heel ander terrein, namelijk op het terrein van de decentralisatie om de tegenstellingen tussen de Vlaamse en de Waalse gemeenschappen op te vangen evenals de ongelijkmatige economische ontwikkeling tussen het geïndustrialiseerde, traditioneel socialistische zuiden en het Vlaamse noorden waar de rijkdom zich steeds meer accumuleerde, terwijl de traditionele industriële structuur in Wallonië in een zeer diepe crisis is beland. Die ongelijkmatige ontwikkeling heeft de staat verplicht tot een zeer ver gaande decentralisatie die in de hoofden van sommigen zou moeten uitlopen op een afscheiding (zoals de Lega Nord wil in Italië). Het is vooral extreem rechts die daar op aan stuurt. Het Vlaamse Blok voert systematisch een politiek offensief dat maar een doel heeft: de democratie afschaffen via de omweg van het barsten van België in twee stukken. Wanneer men ziet bij die ontwikkeling wat er nog van over is aan essentiële functies van de oude unitaire staat -en dat zijn in de eerste plaats justie, binnenlandse zaken, politie-diensten, leger- dan moet men constateren dat het precies die sectoren van de oude staatsstructuur zijn die onderhevig zijn aan een diepe crisis; een crisis die voor de democratie een grote bedreiging vormt.
Wat blijft er dan aan alternatief over voor de oude unitaire structuren nu de aandacht van de politiek en van de bevolking meer uitgaat naar de nieuwe gewestelijke structuren; nu de oude staat ondermijnd is door de antidemocratische krachten, afkomstig uit de Koude Oorlog, terwijl de vorming van de nieuwe regionale staten mede aangedreven wordt door extreem rechts; een extreem rechts dat het thema van het nationalisme centraal in het vaandel voert en de afkeer van alles wat de natie niet eigen zou zijn met alle discriminitoire ondertonen vandien. België staat voor een dilemma en voor een complexe situatie die mede het gevolg is van wat misgroeid is in een aantal westerse democratieën als gevolg van wat de Koude Oorlog genoemd werd.