Vanwaar mijn interesse in deze emigratie? De grootmoeder van mijn vrouw was
een Française. Dit feit is te herleiden tot een emigratie naar Argentinië met
aanvankelijk trieste afloop. Wat gebeurde er namelijk? Op 4 maart 1889 wordt
haar grootvader, Johannes Pijpstra (1857-1931) met echtgenote Sijke Schaafsma
(1856-1889) en de beide dochters Sieuke (
1883-1889) en Jantje (1888-1889) uit
het bevolkingsregister van Hantum uitgeschreven vanwege emigratie naar
Argentinië. Vermoedelijk maken ze de overtocht òf met de Schiedam (vertrek op
5 februari 1889 uit Amsterdam) òf met de Zaandam (op 4 april 1889 uit
Rotterdam). Echtgenote en beide dochters komen echter helaas tijdens de
overtocht of in Argentinië te overlijden.
Hij trouwt daar, vermoedelijk rond 1894/1895, vervolgens met een Franse vrouw, waarvan de achternaam op veel verschillende manieren is geschreven: Kurijak, Canijac, Cariejak, Coeriak, Couilles. Ook haar geboorteplaats wordt in de bevolkingsregisters regelmatig verbasterd: Molles, Morle, Molle, Morles. Allemaal in Bretagne, dat is wel zeker. Zelf denk ik dat ze in Morlaix is geboren, maar op mijn verzoek hebben ze daar haar geboorteakte niet kunnen achterhalen. Ze was getrouwd met een meneer Bec, is blijkbaar ook naar Argentinië geëmigreerd en ze kregen daar in 1893 een zoon Carlos. Vermoedelijk is de heer Bec daarna overleden.
Op 31 mei 1896 krijgen Johannes en An(n)a Maria in Mendoza een dochter. In 1900 keren ze terug in Nederland, samen met dochter en stiefzoon.
Maar ook in mijn familie speelde zich een dergelijke trieste emigratie af. Op 18 september 1889 wordt de oom van mijn
grootvader, Lubbert van der Horn (1849-1937) met echtgenote Aafke Damsma
(1850-1889) e
n de kinderen Kornelis (1876-1949), Sipkje (1878-<1896) en Hendrik
(1888-<1896) uit het bevolkingsregister van Kollum uitgeschreven. Mogelijk
hebben ze gereisd met de Schiedam, die op 25 september uit Amsterdam vertrok. Op
16 december 1889 overlijdt Aafke te Cordoba, terwijl ook de kinderen Sipkje en
Hendrik in Argentinië zijn overleden. In een schriftelijke
verklaring van 15 september 1895 wordt Lubbert K. vd Horn als getuige opgevoerd;
hij woont dan in Las Flores in de buurt van Cordoba. Op 29 mei 1896 worden Lubbert en zoon
Kornelis weer in Kollum ingeschreven. Lubbert trouwt vervolgens in 1899 met de
weduwe van mijn overgrootvader.
Als je deze twee verhalen leest, dan denk je: die emigratie naar Argentinië was ook geen pretje. Beide mannen verloren vrouw en twee kinderen en verkozen uiteindelijk Nederland boven Argentinië. Hadden ze gewoon pech, of waren er veel meer die een dergelijk lot trof? Inderdaad kan men in de doctoraalscriptie De oogst van de tegenspoed (RuL, augustus 1993) van Gerlinde Banda lezen dat vooral de beginjaren (1888-1890) voor de emigranten buitengewoon moeilijk waren. Lees hier verder voor een samenvatting van deze boeiende scriptie.
Het is niet eenvoudig om afstammelingen van geëmigreerde Nederlanders te achterhalen, of om geboorte-, huwelijks- en overlijdensadvertenties in Argentinië te krijgen. Enkele handreikingen heb ik kunnen vinden. Mocht u hierop, bijvoorbeeld door eigen ervaring, aanvullingen of correcties hebben, dan hoor ik die graag en zal deze daar vermelden.

Dr. Robert P. Swierenga, Research Professor, A.C. Van Raalte Institute, Hope College, P.O. Box 9000, Holland, Michigan, USA gaf me toestemming onderstaande publicaties op deze site te plaatsen:
A Paradise That Never Was: Dutch Immigrants in Argentina, Twelfth International Economic History Conference, Madrid, Spain, August 28, 1998 (Session C-31).
Daarnaast mocht ik onderstaande lijsten publiceren. Er zitten nogal wat transcriptiefouten in, maar genealogen met naar Argentinië en Zuid-Amerika geëmigreerde Nederlandse afstammelingen vinden hierin misschien iets van hun gading. Wilt u eventuele correcties en aanvullingen aan mij doorgeven?
Een lijst van Nederlandse emigranten naar Buenos Aires in de periode 1882-1926;
Een lijst van Nederlandse emigranten naar Latijns-Amerika in de periode 1835-1880.
Verder verleende pastor Gerardo Oberman,
secretaris van de Iglesias Reformadas en Argen
tina, toestemming tot
plaatsing van zijn interessante doctoraalscriptie
Antiquum Peractum Sit (Old things
(past) should be considered past) over de emigratie naar Argentinië en het
ontstaan en de verdere geschiedenis van de gereformeerde kerk in Argentinië.
De scriptie valt globaal uiteen in vier hoofdstukken: hoofdstuk 1 gaat over
de situatie in Nederland, hoofdstuk 2 idem in Argentinië, hoofdstuk 3
beschrijft de immigratie en hoofdstuk 4 gaat over de ontwikkelingen van de
kerk in Argentinië. Via de inhoudsopgave kunt u sneller datgene vinden wat u
interesseert.
Het zeer lezenswaardige artikel De Nederlandsch Amerikaanse Stoomvaartmaatschappij en de vaart op Bueno Aires 1888-1890 in het Tijdschrift voor zeegeschiedenis, jaargang 11, nr. 2 van oktober 1992 van P.W. van Zeijl geeft een helder en overzichtelijk beeld van de eerste emigratiegolf. Via de redactie van het tijdschrift heb ik geprobeerd met de auteur in contact te komen om toestemming voor publicatie op deze site te vragen, maar dat is helaas tot op heden niet gelukt.
In bovenstaande artikelen kunt u lezen dat de emigratie naar Argentinië werd
gestimuleerd door de mogelijkheid om de overtocht op krediet te maken. De
Argentijnse regering schiep deze mogelijkheid per 12 november 1887 door
middel van de zogenaamde pasajes subsidiarios. Men

had
namelijk behoefte aan bepaalde arbeidskrachten. Deze regeling werd op 31 mei
1890 opgeheven.
Wie mochten er gebruik maken van deze pasajes subsidiarios? De heer J.
Scheffer te Winsum (Frl) stuurde me een brief van het Consulaat van de
Argentijnsche Republiek te Rotterdam, waarin de voorwaarden staan
beschreven.
Voor het vervoer op krediet moest men gehuwd zijn, met of zonder kinderen, of samen reizen met een gezin waaraan men nauw verwant was. Zieken, gebrekkigen en personen ouder dan 60 jaar waren uitgesloten. Verder kwamen in aanmerking zij, die een ambacht verstonden of tot de boerenstand behoorden; kleermakers, herbergiers enz. (sic!) waren ook uitgesloten.
Het passagebedrag moest in vijf halfjaarlijkse termijnen tegen een rente van 8% (de destijds gebruikelijke rentevoet in Argentinië) terugbetaald worden. Was dat gebeurd, dan had de emigrant recht op voorschotten van de Nationale Bank te Buenos Aires. Echter, als de landverhuizer daar niet aan kon voldoen, dan "wordt hij wel niet verder lastig gevallen, doch hij verbeurt natuurlijk recht op voorschotten".
Aanvankelijk wilde ik de artikelen over de emigratie naar Argentinië uit de periode van 1888 tot en met 1891 van meerdere Friese kranten hier publiceren, maar uiteindelijk komen die artikelen op hetzelfde neer: enerzijds de barre omstandigheden waarin de landverhuizers komen te verkeren en waarbij ze vaak echtgenoot en/of één of meer kinderen verliezen, anderzijds de positieve berichten van hen die wèl in hun nieuwe land slagen. Vandaar dat ik me uiteindelijk heb beperkt tot het Algemeen Nieuws- en Advertentieblad voor Noordoostelijk Friesland en Noordwestelijk Groningen, ofwel de Kollumer Courant.
In het Nieuwsblad van het Noorden trof ik echter nog twee artikelen aan van de Nederlandse consul in Buenos Aires, de heer Van Riet, die een belangrijke rol speelde bij deze emigratiegolf.
Ten slotte heb ik een overzicht gemaakt welke families in de jaren 1880 t/m 1899 volgens het bevolkingsregister van Kollumerland en Grijpskerk naar Zuid-Amerika zijn vertrokken (NB dat kan ook Brazilië zijn geweest). Als u wilt weten met welke boot ze waarschijnlijk zijn gereisd, zie de diverse vaarten naar Buenos Aires van de schepen van de NASM.
Ten slotte heb ik op basis van gegevens uit het Nationaal Archief een lijst opgesteld van Nederlanders in Argentinië die verklaren dat zij de Nederlandse nationaliteit wensen te behouden (1893-1912). De lijst bevat informatie over geboortedatum en -plaats, wat hun beroep is (soms in het Spaans) en waar zij wonen. Vooral die laatste informatie kan u misschien helpen bij verder onderzoek.
Voor wat diverse informatie en meer "Argentinië-links", lees verder.