Met dank aan de heer Maarten Evenblij voor het verlenen van toestemming voor het plaatsen van dit artikel.
DE VOLKSKRANT               16 augustus 2003

 

Superslim, maar eenzaam

Elk jaar zoeken zo'n 150 hoogbegaafde mensen hulp bij de psycholoog. Want met een hoge intelligentie valt soms moeilijk te leven, zegt de jarige vereniging voor hoogbegaafden.

Door Maarten Evenblij

‘Zelden wordt door volwassenen vaak gehuild als na een eerste sessie bij ons. Als ze tot het inzicht komen dat hun leven zo anders had kunnen lopen.' De sessie waarop emeritus hoogleraar Pieter Span doelt, maakt deel uit van de begeleiding die hij bij de Psychologische Adviespraktijk Begaafden Utrecht geeft aan hoogbegaafde volwassenen. 'Mensen van 40, 50 jaar die zijn vastgelopen en ontdekken dat dit voor een belangrijk deel komt doordat niemand, en vooral niet de leraren op school heeft onderkend dat ze hoog intelligent zijn. Jaarlijks zoeken in Nederland zo'n 150 hoogbegaafde volwassenen hulp van een psycholoog vanwege het paradoxale feit dat ze als hoogbegaafde onbekwaam zijn om gelukkig te worden. Span: 'Hoogbegaafdheid lijkt een risicofactor voor problemen, maar harde gegevens over hoeveel groter dan gemiddeld dat risico is, ontbreken.' De term hoogbegaafd is verwarrend. Feitelijk betekent deze dat iemand zeer bekwaam is in een bepaald aspect: muziek, sport, wiskunde, taal. In de praktijk blijkt hoogbegaafd synoniem voor een zeer hoog IQ: dus hoogbegaafd in een aantal cognitieve vaardigheden die een intelligentietest kan meten. Slechts weinigen zijn hoogbegaafd in een breed spectrum van eigenschappen. De Nederlandse vereniging Mensa voor hoogintelligenten of hoogbegaafden, die volgende week haar 40ste verjaardag viert, let louter op intelligentie. Ze vereist van haar leden dat ze met een aantal IQ-tests bij de bovenste 2 procent van de bevolking scoren. De getallen verschillen per test, maar ruwweg hebben de hoogbegaafden een IQ van 130 tot 180, waarbij 180 zeer zeldzaam is.

Begaafd, meteen IQ van 115 tot 130, mag zich zo'n 14 procent van de bevolking noemen. Het gros van de bevolking (68 procent) is met een IQ van e rond de 100 (85 tot 115) normaal begaafd. Aan de andere kant van het spectrum is ook 14 procent van de bevolking minder tot zwakbegaafd (IQ 70 tot 85) en 2 procent (met een IQ van minder dan 70) zwakzinnig. Twintig jaar geleden was spreken over een speciale behandeling van hoogintelligente kinderen in Nederland taboe. Een uitgenodigde, Amerikaanse onderzoeker werd tijdens een lezing over problemen van hoogbegaafde kinderen weggehoond door studenten.

En mensen die zich op het gemeenschappelijke kenmerk van intelligentie in Mensa verenigden, werden beschouwd als vreemd en ze zouden zich verheven voelen boven de rest.

'Als bekend werd dat je buitengewoon intelligent was, had dat bijna altijd een negatief effect', zegt Willem Bouwens, sinds 1988 lid en nu voorzitter van Mensa. 'Mensen verenigen zich om allerlei redenen met gelijkgestemden. Ook minder intellectueel begaafden en hun ouders. Waarom dan geen hoogbegaafden?'

De lobby van de minder begaafden heeft inmiddels geleid tot extra aandacht op school voor deze groep, maar voor de hoogbegaafden is een dergelijke zorg nog verre van praktijk, ook al is hoogbegaafdheid minder taboe geworden. 'Ik ben daar wel eens jaloers op, zegt Bouwens, die zelf ook leed onder een gebrek aan erkenning van zijn verstandelijke vermogens.

'Hoogbegaafden hebben het natuurlijk over het algemeen gemakkelijker dan laag begaafden, maar ik vind het toch onethisch dat je daarom een bepaalde groep mensen niet helpt uit hen te halen wat erin zit.' Bouwens weet dat de meesten van de ongeveer 250 duizend volwassen hoogbegaafden in Nederland - en nog eens zo'n 70 duizend kinderen - goed terechtkomen doordat ze een uitdagende en stimulerende omgeving voor zichzelf weten te creëren. Maar hij ziet ook duidelijk een groep die dreigt te verpieteren en zich door kennismaking met Mensa herboren voelt. 'Mensen die op hun dertig-, veertigste de toelatingstest doen en merken dat ze bij Mensa worden begrepen, er op hun niveau kunnen praten, helemaal loskomen. Als je er op je veertigste achterkomt dat je tot de 2 procent intelligentsten behoort en je gaat terugkijken, dan vallen er zaken op hun plaats. Zeker als je maar met moeite de Mavo hebt gehaald.’

Want dat is het lot van een aantal hoogbegaafden: onderpresteren, faalangst,    onzekerheid, nooit geleerd om te leren. Bouwens zag graag dat kinderen tijdens hun schoolperiode vaker getest worden. Niet alleen hun intelligentie, ook bijvoorbeeld hun sociale en emotionele vaardigheden. Zo kan meer rekening worden gehouden met iemands sterke en zwakke punten. Het is te gemakkelijk om te veronderstellen dat iemand die superslim is wel z'n eigen problemen kan oplossen. 

'Intelligentie heeft daar weinig mee te maken', meent Bouwens. 'Mensen kunnen een minderwaardigheidscomplex hebben doordat ze zijn gepest, nooit zijn begrepen of hun eisen zo hoog stellen. Wellicht hebben ze niet geleerd problemen te herkennen of naar zichzelf te kijken, of zijn ze depressief geraakt.'Psycholoog Span beaamt dat en ervaart dat een hoog IQ wel bijdraagt tot een snellere 'genezing'. 'Meestal zijn enkele gesprekken voldoende om ie- mand verder te helpen. Veel therapievormen moeten iemand inzicht in de eigen situatie laten krijgen en in dat inzicht krijgen zijn hoogintelligenten juist erg begaafd. De volgende stap is dan natuurlijk uit te vinden hoe je verder gaat.' Inmiddels richten diverse adviesbureaus zich op hoogbegaafde kinderen en volwassenen. Zoals De Beek in Leidschendam waar Wilma Beekman - ervaringsdeskundige -  constateert dat communicatieproblemen dé grote bottleneck is in zowel relaties als werk van hoogbegaafden. 'Ze zeggen dingen die voor hen heel normaal zijn, maar voor anderen onnavolgbaar omdat ze een aantal denkstappen overslaan', weet Beekman. 'Of ze dragen oplossingen aan voor problemen die er nog helemaal niet zijn en krijgen dan het verwijt dat ze problemen maken of ze worden niet serieus genomen.' Op het werk ontstaan geregeld moeilijkheden. Niet alleen doordat hoogbegaafden vaak eigenwijs zijn, maar ook doordat ze soms een andere taal spreken of omdat meerderen de -vaak steekoudende - adviezen van hun minderen niet op prijs stellen. Mensa-voorzitter Bouwens: 'Hoogbegaafden zijn vaker eigen baas dan gemiddeld. Mede doordat ze binnen een onderneming gefrustreerd raken doordat ze zien hoe zaken beter kunnen, terwijl dat niet gebeurt.' Uiteindelijk valt alles terug te voeren op de schoolperiode. Uit Scandinavisch onderzoek blijkt dat schoolopleiling veel belangrijker is voor maatschappelijk succes of falen dan intelligentie. Omdat hoge intelligentie bij sommige kinderen leidt tot sterk onderpresteren en drop out, ligt de sleutel in begeleiding op jonge leeftijd. 'De kinderen moeten in hun eigen tempo kunnen werken en leerkrachten moeten veel creatiever zijn’, zegt Ina Barreveld-Teisman van adviesbureau Omnino en moeder van vijf hoogbegaafde kinderen. Slechts 2 procent hoogbegaafden is voor een school te weinig om het hele systeem op te baseren - dat zijn er in Nederland jaarlijks overigens bijna vierduizend. Maar er is ook nog tien procent kinderen met een ontwikkelingsvoorsprong. Ook hen zou een grotere flexibiliteit ten goede komen. ‘Nu is de school vaak een negatieve factor voor de persoonlijkheidsontwikkeling van hoogbegaafde kinderen. Het is jammer als daar talent dat er wel is, wordt verprutst.'