|
Het recht op passend onderwijs Amsterdam - 1 oktober 2002 Onze zoon is een
schoolvoorbeeld van een kind waar de basisschool niet mee om heeft weten
te gaan. Onze keuze voor de nabijgelegen Montessorischool was ook niet
al te gelukkig, kunnen wij nu zeggen.Men heeft op de Montessorischool een van de hak op de tak beleid met hem
uitgevoerd, waarin geen enkele doorgaande lijn te bekennen viel. Het was
ons al vrij snel duidelijk dat het Montessorionderwijs op deze school
niet geschikt voor onze zoon was, dus vanaf groep drie zijn wij al bezig
geweest hem van school te laten veranderen. |
Aangezien ons kind op zijn huidige school steeds weer vastloopt en de school heeft aangegeven niets meer voor hem te kunnen doen hebben wij besloten dat het een goede stap zou zijn hem over te plaatsen naar deze Daltonschool; de enige openbare school in onze omgeving die haar onderwijs zo heeft ingericht, dat ook alle kinderen met een cognitieve voorsprong erkend worden als kinderen met een behoefte aan extra zorg en daar binnen haar systeem structurele aanpassingen voor heeft verricht. Maar ook deze school weigerde onze zoon in te schrijven. Allerlei redenen werden aangevoerd om hem te weigeren, waarvan alleen het argument van onvoldoende huisvestigingsmogelijkheden van voldoende gewicht zou kunnen zijn om onze zoon, ondanks zijn nood, die zo mooi aansluit bij hun meerwaarde, te weigeren. Wij kunnen geen kant op, want op de huidige school krijgt hij niet de juiste begeleiding. Natuurlijk is het voornamelijk zo, dat wij voor ons kind het allerbeste willen, omdat wij veel van hem houden en willen dat hij gelukkig wordt, maar ook is het zo, dat wij als ouders volgens de wet altijd verantwoordelijk zijn voor het wel en wee van ons kind. Wij moeten er dus voor zorgen dat hij uit deze naar ons inzicht schadelijke situatie gehaald wordt en dat hij op een geschikte school terecht kan. Aangezien het schoolbestuur in haar weigering bleef volharden en ook de gemeenteambtenaren binnen het stadsdeel zich aan de zijde van de school schaarden in plaats van objectief naar de situatie te kijken, restte ons geen andere mogelijkheid dan de rechter te laten bepalen of het schoolbestuur voldoende gronden had om onze zoon te weigeren. En tot onze opluchting bestaat er toch nog zoiets als gerechtigheid, want de rechter heeft ons beroepschrift gegrond verklaard. We hadden ook een voorlopige voorziening aangevraagd, voor als de beslissing enige tijd op zich zou laten wachten, maar aangezien de rechter gelijk uitspraak over de hoofdzaak heeft gedaan, is er geen behoefte aan een voorlopige voorziening. De uitspraak is als volgt: Beslissing
Dat betekent dus dat we
gewonnen hebben. L. Y. |