terug naar de index

BREUKEN , BREKEN, ZWETEN, VERTWIJFELEN, VERBAZEN, BE-GRIJPEN in de 5e klas

verschenenen in de schoolkrant Michaël 1999
auteur: Gerdina Matthiessen

De school is weer begonnen; een mooie, nieuwe klas met kinderen die allemaal al 10 jaar zijn. Ze worden groot en dit is niet alleen lichamelijk te zien, maar ook aan de vragen die ze stellen. Bovendien geven ze heel duidelijk aan, dat ze hun grenzen willlen verleggen op leergebied om verder te komen. Ze willen wat te "knakken hebben"; het gevoel krijgen, dat ze door hun eigen toedoen en oplossingsmethoden "grip" op de zaak krijgen. Tot de helft van de vierde klas was het nog zo, dat ieder kind in de eenheid van het klassikale gebeuren geborgen was en vanzelfsprekend in deze stroom meezwom. Dit is nu veranderd. Langzamerhand komt, juist bij het rekenen, het individuele van ieder kind tevoorschijn. Het wordt hun eigen zaak. Ze beleven hun eigen grenzen en willen daar overheen.

Vaker is erover gesproken dat het kind van negen het gevoel van één-zijn met zijn omgeving verliest. Er ontstaat een breuk. Hier is de wereld en daar is het kind. Om dit proces te ondersteunen en het kind in zijn ontwikkeling verder te helpen, bieden wij op dit tijdstip breuken aan. Niet om er rekenvaardiger van te worden, maar puur om het kind op een objectieve manier te helpen het prille bewustzijn van zichzelf te ondersteu-nen en verder te ontwikkelen.

In de vierde klas hebben we er twee perioden aan besteed. Op allerlei manieren en met allerlei modellen zijn wij van het geheel tot delen gekomen. Doel hiervan was, dat de kinderen zich een voorstelling konden maken van het geheel en de breuk. We hebben pannekoeken gebakken, appels, sinaasappels, gezinnen, de klas, de school, de wereld, ons land, het jaar, de maanden, de week, de dag, de uren, enz. verdeeld, gebroken en weer heel gemaakt. In de periodeschriften hebben we cirkels en vormen verdeeld en ingekleurd. Verder leerden we hoe we de breuken noemen en schrijven.

Nu in de vijfde klas hebben we leren rekenen met breuken. Optellen, aftrekken, gelijkmaken, verkleinen kunnen we nu

Het mooie hiervan is, dat het vaker voorkomt, dat kinderen die het ritmisch rekenen, zoals wij dit in de eerste drie jaren aanbieden, zeer moeilijk vinden en niet tot het automatiseren van de tafels en het hoofdrekenen komen, opeens laten zien, dat zij een heel goed inzicht hebben bij het rekenen met breuken. Duidelijk mag zijn, dat deze kinderen en de leerkracht hierover heel blij zijn. Het is een motivatie om weer met frisse moed en met meer zelfvertrouwen verder te gaan. Vaak is dit dan ook het tijdstip om een tafelkaart aan te bieden, zodat ze niet meer hoeven te struikelen over het niet kunnen onthouden van de tafels.

Het omgekeerde komt ook voor. Het kan gebeuren, dat de beste rekenaars er opeens helemaal niets meer van begrijpen. Een hele nieuwe ervaring voor ze, waarop ze verschillend reageren. De één wordt er stil van en probeert er niets van te laten merken (door b.v. zijn oefenschriftje niet in te leveren), de ander roept luidkeels dat hij/zij er helemaal niets van snapt en dat rekenen stom is. Wanneer je al een tijd leerkracht bent houd je hier rekening mee. Je weet dan, dat laatstgenoemde kinderen nog niet helemaal in de nieuwe ontwikkelingsfase zitten en gaat samen met hen door dit proces heen.

Als afsluiting kwamen de rekentoetsen aan bod, die we op de hele school twee keer jaarlijks maken. De kinderen van de klas en ikzelf waren met de resulten méér dan tevreden. We waren dan ook echt van mening, dat we een dag vakantie hadden verdiend en die dan ook maar genomen door spelletjes te doen etc.

terug naar de index