terug naar de index

Schoolrijpheid

verschenenen in de schoolkrant St. Jan 1997
auteur: Ida Brouwer

In de afgelopen periode heb ik samen met de kleuterjuffies, en in sommige gevallen ook de schoolarts, gekeken naar de oudste kleuters om te kijken in hoeverre ze al schoolrijp zijn voor de 1e klas.

In dit artikel wil ik iets vertellen over hoe wij naar schoolrijpheid kijken. Als leerkrachten op een Vrije school proberen we kinderen te begeleiden in hun ontwikkeling, waarbij we uitgaan van het drieledig mensbeeld van Rudolf Steiner. Bij de geboorte van een kind, komt de baby ter wereld met een geërfd fysiek lichaam. De eerste zeven jaren vormt het kind dit om met behulp van vormkrachten, totdat het zijn eigen doorwerkte lichaam is geworden. Het etherlichaam, astraallichaam en ik zijn wel aanwezig bij de geboorte, maar omringen het kind aan de buitenkant. Het fysieke lichaam is in de eerste 7-jaarsperiode datgene waaraan het kind met alle krachten werkt. De zintuigen zijn de poorten waardoor de buitenwereld op het fysieke lichaam kan werken. Via de zintuigen bouwen de etherkrachten het geërfde lichaam om tot eigen lichaam. Dit proces begint in het hoofd (0-3 jaar), trekt door het rompgebied (5-7 jaar). Zo is dan het lichaam vertrouwd geworden en doorleefd van top tot teen.

De leerstof op een Vrije School is geen doel op zich, maar een middel om het kind te helpen zich zo harmonieus mogelijk te ontwikkelen
(= ontwikkelingsstof).

Schoolrijp zijn betekent voor ons dan ook dat het kind het fysieke lichaam volledig heeft kunnen laten rijpen, zodat de krachten vrij kunnen komen voor het leren en niet langer nodig zijn als vormkrachten voor opbouw van het lichaam. Meestal heeft het kind daar tenminste 7 jaren voor nodig.

In de periode tot 3 jaar ontwikkelt het kind de organen van het denken van binnen uit het hoofd; dit is zichtbaar in de kindertekening wanneer "de koppoter" verschijnt. Tot 5 jaar vormen de organen zich van het ritmische en de bloedsomloop (het midden-gebied), nu verschijnt "de kopromptekening". Tot 7 jaar heeft het kind de tijd volledig nodig om uit te rijpen en het stofwisselings - ledematenstelsel om te vormen. We zien in de tekening dan een volledige gestalte: een mens met handen en voeten. Ook tekent het kind nu een huis en boom.

Schoolrijp zijn betekent dan ook niet alleen een uitgerijpt fysiek lichaam, maar ook dat het denken, voelen en willen in zo'n verhouding tot elkaar staan dat het kind het eigen lichaam kent en kan besturen in de ruimte. Het kind is zo in staat om zintuigindrukken op een juiste manier toe te laten en te verwerken.

Vanuit dit theoretische gedeelte wil ik een link leggen naar hoe dit er in de praktijk dan uit ziet. Bij het onderzoek ga ik uit van het driedelige mensbeeld (denken-voelen-willen). Daarnaast maakt het kind ook nog een tekening waarin we ook de drieledigheid weer terug hopen te vinden
(bij voorbeeld mens: hoofd- romp- ledematen).

Aspecten bij de ontwikkeling
Begrippen met betrekking tussen taal en rekenen
- een ordening aan kunnen brengen
- hoe is het geheugen
- tijdsbesef
- ruimtelijke oriëntatie

Aspecten bij de gevoelsontwikkeling:
- hoe is de houding in de groep
- en hoe ten aanzien van juffie
- hoe is het spel binnen / buiten

Aspecten bij de wilsontwikkeling:
- hoe is de werkhouding
- hoe is de zelfredzaamheid
- grove motoriek
- fijne motoriek

Vanuit al deze gegevens proberen we gezamenlijk een zo volledig mogelijk beeld te krijgen van het kind, om zo te komen tot een weloverwogen keus: kan dit kind de stap naar de eerste klas aan? Kunnen we dit kind vol vertrouwen laten gaan?

Ik hoop dat u na het lezen van dit alles begrijpt, dat we met de schoolrijpheid heel zorgvuldig om willen gaan om zo tot een goed advies te komen naar ouders toe.

terug naar de index