terug naar de index

lezing

verschenenen in de schoolkrant Kerstmis 2000
auteur: Gerdina Matthiessen

Een paar weken na de Michaëlstijd is het de tijd van de Engel Gabriël. Hij verkondigt de geboorte van Jezus Christus. Rudolf Steiner noemt hem de moederlijke engel; de engel die de zielen van de ongeborenen naar hun aardse bestaan leidt. Het woord Advent is afgeleid van het Latijnse woord Advenire, dat aankomen betekent.

Advent is de tijd van bezinning op het begin van de levensweg van de mens Jezus. Het is de tijd van voorbereiding, de tijd van vreugdevolle verwachting. De duisternis in deze tijd van het jaar drukt uit dat we ons in de "nacht" van het jaar bevinden. Advent heeft een avondkarakter en kerstmis is een nachtgebeuren. In de avond gaan onze gedachten en gevoelen twee kanten op. Zo worden we aan de ene kant in de Advent herinnerd aan de tijd van de voor-christelijke godsdiensten, waarin de intense hoop leefde op de komst van de Verlosser. Aan de andere kant is Advent ook een gebeuren van nu en de toekomst. Nu is het de tijd dat Hij in ons bewustzijn komt; dat is het kerstgebeuren, bestemd voor deze tijd. Wanneer Kerstmis alleen een herdenking van historische gebeurtenissen zou zijn, zou dit in onze ziel tot een grote leegte leiden. Historisch gezien is er de geboorte van Jezus. Maar in het verdere verloop van Jezus' leven wordt de opstanding het belangrijkste. Bij de opstanding begint een nieuwe fase voor de mensheid.

Het kerstfeest valt na de zomerzonnewende. In de natuur wordt de kracht van het licht langzaam groter. De natuur is afgestorven, maar heeft een actief leven in de aarde, waar de wortels groeien. Daar wordt in het verborgene voorbereid wat straks aan het licht zal komen. De krachten die daar werken zijn ontstaan in de zomer. De mens moet ook het hele jaat actief zijn. Deze activiteit is een openstellen, een luisterend openen; in de herfst een verwerken en in de kersttijd een zelfstandig laten worden. Een geboren laten worden van de eigenlijke wezenskern van de mens. Het kerstfeest is dus de geboorte van het "Ik" in de ziel van de mens. Het kosmische licht wordt een innerlijk licht. Dit is mogelijk gemaakt door het leven van Jezus Christus op aarde.

Toen Hij geboren werd, ongeveer 2000 jaar geleden, hoorden herders engelenstemmen die de geboorte verkondigden. De wereld van de Geest sprak zich uit in de sfeer van de elementen. Dit konden de herders vanuit hun aardverbondenheid beleven. De tijd van Kerstmis tot Driekoningen duurt 12 dagen, als oerbeeld voor de twaalf maanden van het jaar. Op deze kersttijd sluit de driekoningentijd aan. Al uit de eerste eeuwen van het Christendom stamt het feest Epifaneia, dat betekent: "De Verschijning des Heren". Wijze Koningen uit het Oosten lezen aan de sterrenhemel af dat een belangrijke geboorte op aarde heeft plaatsgevonden. De geschenken van de koningen zijn goud, wierook en mirre. Deze geschenken drukken het wezen van denken, voelen en willen uit.

Het denken kan zich doordringen van het licht; b.v. "mij gaat een licht op" wordt vaak als uitdrukking gebruikt. Dit wordt gesymboliseerd door de goudglans van degene die zijn hoger "Ik" in de kersttijd bewust wordt. Het voelen richt zich op de eerbied en de dankbaarheid dat het licht naar ons toekwam. Deze gevoelens kunnen enthousiasme en idealen worden. Dat drukt zich uit in de wierook. De wil kan gewond raken aan de weerbarstige wereld en heeft genezing nodig. De mirre heeft genezende werking. Driekoningen valt op 6 januari. Op deze dag wordt ook de doop van Jezus in de Jordaan herdacht. Dit is de gebeurtenis waar Jezus in zekere zin zijn eigen naam en wezen ontvangt: namelijk Christus. Ook de bruiloft te Kana waar Christus z'n eerste wonder verrichte door water in wijn te veranderen valt op 6 januari. Aan het begin van het jaar staat dus een drieheid van feesten die innerlijk met elkaar samenhangen nl. Advent, Kerstmis en Driekoningen.

terug naar de index