Stoomboot-Reederij op de Lek

((tekst:© Arie Alblas, februari 2007)

Al drie maanden na de oprichting in 1857 van de nieuwe Lekdienst rederij van J.H. von Santen & Co. werd de eerste raderboot STAD SCHOONHOVEN of SCHOONHOVEN -beide namen werden gebruikt- in dienst gesteld tussen Schoonhoven en Rotterdam. De boot, de in 1841 bij Fop Smit te Kinderdijk gebouwde oude STAD HEUSDEN van de Fa. P. Konings & Co., was 100 ton groot en werd tweedehands aangekocht van de werf J&K. Smit in Krimpen aan de Lek (oorspronkelijk de werf van K. Smit, later nevenwerf van de grotere werf van J&K Smit in Kinderdijk aan de Noord). Zij werd al in 1863 voor sloop verkocht en in het jaar daarvoor vervangen door de in 1850 bij J&K Smit in Krimpen aan de Lek gebouwde WILLEM I van de Stoombootonderneming I. Theunissen & Cie., voorloper van de Nijmeegsche Stoomboot Maatschappij. Deze werd als SCHOONHOVEN in de vaart gebracht. In 1877 werd dit schip hernoemd in KRIMPEN AAN DE LEK en in 1892 afgevoerd.


OPROEP: Wie kent iemand op deze foto, gemaakt ter gelegenheid van het afscheid van Kapitein W. Verveer op 28 augustus 1943 te Lekkerkerk? Reacties a.u.b. naar Arie Alblas. BIJ VOORBAAT DANK!


De Twee na een aanvaring bij Slikkerveer

In 1865 werd van de Fa. Hoytema / Culemborgsche Stoomboot Reederij de raderboot STAD CULEMBORG overgenomen. Deze was in 1851 als J.H.GRAAF VAN RECHTEREN gebouwd te Kampen door en voor de scheepswerf en rederij 'Rijn en IJssel'. Nog in hetzelfde jaar is het schip doorverkocht aan Hoytema. Bij de Lekdienst van Von Santen kwam zij als VREESWIJK in de vaart naast de SCHOONHOVEN op de in 1863 tot Vreeswijk en in 1866 tot Kuilenburg verlengde route. In 1892 werd de VREESWIJK herdoopt in KRIMPEN AAN DE LEK en in 1897 werd ook zij afgevoerd. De eerste boot, die de rederij voor eigen rekening liet bouwen was de in 1876 door J&K Smit te Krimpen aan de Lek afgeleverde SCHOONHOVEN, die resp. in 1892,1897 en 1912 herdoopt werd in VREESWIJK, KRIMPEN AAN DE LEK en REEDERIJ OP DE LEK 1.

In 1885 leverde J&K Smit de CULEMBORG op, in 1892 en 1912 herdoopt in respectievelijk de SCHOONHOVEN en REEDERIJ OP DE LEK 2. In 1892 bouwde dezelfde werf de raderboot CULEMBORG (in dienst 1892), in 1897 en 1912 herdoopt in VREESWIJK en REEDERIJ OP DE LEK 3. Ook de derde CULEMBORG werd (in 1897) te Krimpen a/d Lek gebouwd en ging in 1912 als REEDERIJ OP DE LEK 4 deel uitmaken van de vloot.

De Vijf voor Lekkerkerk

Voor DE LEKBOOT wendde de rederij zich tot de Koninklijke Maatschappij 'De Schelde' te Vlissingen, die deze boot in 1903 overdroeg. In 1912 werd zij herdoopt in REEDERIJ OP DE LEK 5.

Tenslotte werd in 1911 bij J&K Smit te Krimpen a/d Lek de REEDERIJ OP DE LEK gebouwd, die er in 1912 het nummer 6 bij kreeg. In juni 1950 werd dit schip als laatst overgeblevene van de vloot naar Ludwigshafen-Mannheim verkocht en ingericht tot drijvend restaurant, orderschip en loodsenstation KURPFALZ. De reis daarheen heeft zij nog op eigen kracht gemaakt onder bevel van kapitein Theunis Kok.



Het veevervoer, dat in het begin met de raderboten geschiedde, werd belangrijker toen in 1875 de combinatie Adriaan Smit / J.H. von Santen & Co. werd overgenomen met de schroefstoomschepen STREEFKERK (Reederij op de Lek 10), BERGAMBACHT ( heeft nooit een nummer gehad) en GROOT AMMERS (Reederij op de Lek 9). Alle boten waren bemand met deskundig personeel; de koeien werden bijvoorbeeld ook aan boord gemolken.

In 1877 werd de nieuwe schroefstoomboot GROOT AMMERS in dienst gesteld. Langzamerhand ging de Lekdienst van J.H. von Santen & Co. over tot een meer centraal geleide bedrijfsvoering en vanaf 1879 werd de rederij aangeduid als 'Stoombootdienst op de Lek'. Bij Koninklijk Besluit van 29 mei 1896 werd de rederij omgevormd tot de 'NV Stoomboot-Reederij op de Lek' (SRodL).
De steiger te Lekkerkerk

In 1912 werd de in 1903 opgerichte concurrerende 'NV Stoombootdienst op de Lek' (voorheen 'L. van Zessen & Zn.'), directie Kortland te Schoonhoven overgenomen met de schroefstoomschepen JOHAN III, JOHAN IV, SENIOR en DE SCHOONHOVEN. De in 1898 gebouwde schroefboot JOHAN III werd bij de SRodL de REEDERIJ OP DE LEK 7, naast de raderboten het enige volwaardige passagiersschip van de rederij. Kortlands grootste schroefboot, DE SCHOONHOVEN uit 1910, werd de REEDERIJ OP DE LEK 8. Als enige van de vrachtboten had zij een (kleine) deksalon. De 8 werd daarom wel gebruikt voor plezierreisjes.

In 1935 beëindigde de Stoomboot-Reederij Fop Smit & Co. haar diensten. De Stoomboot- Reederij op de Lek neemt dan Fop Smits stamlijn Rotterdam - Dordrecht - Gorinchem over waarbij het deel Dordrecht - Gorinchem wordt omgezet in een vrachtautodienst. Als bootdienst blijft in 1935 alleen Rotterdam - Dordrecht in bedrijf, door omstandigheden slechts gevaren in 1935 - 1937, 1940 - 1944 (met schroefstoomboot door naar Sliedrecht) en in 1945 - 1946. Op 1 maart 1948 (laatste vaardag 29 februari) hief de Reederij op de Lek tenslotte haar Lekbootdienst op. Hierna ging het bedrijf nog door als vrachtautobedrijf tot eind jaren zestig en als autobusbedrijf tot eind 1973. De Lekboten, zoals zij algemeen bekend waren, kon men direct van alle andere raderboten onderscheiden door de kranen, die zich aan stuurboord en bakboord op de brug bevonden, zij dienden om de zware loopbrug binnen en buiten boord te draaien. Een uitzondering hierop maakte de Reederij op de Lek 1, waar dit geschiedde met een lange giek, die aan de op het voorschip staande mast was bevestigd. Behalve de Reederij op de Lek 3 hadden alle Lekboten in het stuurhuis een geelkoperen standaard met verticaal stuurwiel. De 3 had de gehele stuurmachine in de stuurhut zelf, wat veel hinder van de stoom gaf. Het stuurhuis van dit schip was dan ook groter dan bij de andere schepen. Alle schepen hadden twee machinekamer telegrafen van plat model, links en rechts op de brug, dus buiten en niet in het stuurhuis.

De Reederij op de Lek 2 had tot 1925 maar een telegraaf in het midden, maar na 1925 had zij er weer twee staan, net als de 1,3,4,5 en de 6 al hadden.
De telegrafen van de 1, 2, 3 en 4 waren platte, halvemaanvormige schijven op een standaard, waarboven een witgeverfd hendel kon worden bewogen over 180 graden. De aanduidingen " vooruit ","achteruit", "volle kracht"," halve kracht" ," stop", enz. waren daarop met witte letters op zwarte ondergrond geschilderd. De telegrafen van de 5 en 6 waren moderner dit waren geheel ronde, platte schijven, waarover de hendels over een boog van bijna 360 graden konden draaien. Bij de 5 waren het geheel ronde, zwarte schijven met witte of gele letters van een soort steen, op ijzeren voetstukken. Die van de 6 waren echter het mooist; van koper met koperen handels, de aanduiding wit op zwarte ondergrond en de naam van de leverancier Spliethoff Beeuwkens & Co. Rotterdam erop. Alleen de kop van deze telegrafen was van koper, het onderstuk was weer van ijzer en bruin geverfd, doch bij de 2 waren die poten wit. De mantels, welke het onderste deel van de schoorstenen omsloten en die bovenaan smalle spleten voor de luchtverversing hadden, waren okergeel geschilderd.

De kranen waarmee de loopplanken naar buiten werden gedraaid, waren bruin geschilderd, evenals de korte, dikke mast van de schroefboot 7. De raderen van de 1 bezaten wel, die van de 2, 3, 4, 5 en 6 geen buitencirkels. De nr. 2 had oorspronkelijk ook buitencirkels met 10 planken, later net als de andere boten 8 planken. De stuurhutten van de Lekboten waren altijd geheel dicht, zowel voor als achter met links en rechts een deur. Het stuur stond op een koperen standaard. Doordat de stoomstuurmachine bij de 1 en 3 in de stuurhut stond, was deze hier groter dan bij de anderen. Later zijn deze verplaatst. Het hoofddek van de 2, 3 ,4 ,5 en 6 liep direct van de voorsteven uit schuin naar de raderkasten en daarachter weer schuin toe naar de achtersteven. Het hoofddek van de 1 liep tot 1922 pas vlak voor de raderkasten naar buiten uit en boog daarachter direct weer naar binnen , met twee opklapbare trapjes achteraan, maar in 1922 werd het hoofddek van voren gelijk gemaakt als bij de andere Lekboten en liep het dus ook direct van de voorsteven schuin uit naar de raderkasten, terwijl het daarachter wel als vanouds direct naar binnen bleef lopen, zij het dan, dat de beide trapjes vervielen en de naar binnen gaande verschansing daar rond afgewerkt werd. Alle schepen behielden 1 los trapje, om in geval van nood over te kunnen stappen in een roeiboot. In de dekrand waren hiervoor haken aangebracht, om het trapje te kunnen bevestigen.


Ketels werden 1 maal per jaar gekeurd, meestal tot 40 jaar. Daarna kon men een verlenging aanvragen. Voor de 3 en 4 werd dit afgewezen. Bij de 5 werd een verlenging tot 1948 toegestaan, of de ketel toen afgekeurd werd of dat de Reederij zelf besloot niet meer te keuren is onbekend. Of de eerste keuring al na 1 jaar plaatsvond of dat men daarmee begon als de ketel 1 jaar oud was is niet bekend. In 1931 verviel de dienst Vreeswijk - Rotterdam. De REEDERIJ OP DE LEK 1 voer in 1938 en 1939 de lijn Kuilenburg - Rotterdam, voorheen door de REEDERIJ OP DE LEK 4 gevaren. Vanaf 1931 tot 1939 lag de 1 opgelegd in Krimpen ad Lek.

De REEDERIJ OP DE LEK 2 werd op de dienst Rotterdam - Kuilenburg - Wijk bij Duurstede geplaatst in 1937 - 1938, voorheen door de REEDERIJ OP DE LEK 3 gevaren (1934 - 1935 - 1936). 's Zomers voer zij door tot Wijk bij Duurstede. Dit van 1934 tot 1939 . Nadat in december 1939 ook de REEDERIJ OP DE LEK 1 afgevoerd was , werden alleen nog gevaren de dienst Rotterdam - Kuilenburg met de REEDERIJ OP DE LEK 2 daarna met de Reederij op de Lek 6 en de diensten Rotterdam - Schoonhoven v.v. met de REEDERIJ OP DE LEK 5 en 6, later de nr. 2 terwijl de schroefboot REEDERIJ OP DE LEK 7 als reserveboot diende.

In 1939 werd trouwens het traject Schoonhoven - Kuilenburg, alleen in de zomermaanden gevaren Vanaf september 1947 tot de opheffing per 1 maart 1948 waren alleen nog maar in lijndienst de REEDERIJ OP DE LEK 7 (met een onderbreking in oktober en november na een aanraking met een krib) voor de lijn Schoonhoven -Rotterdam. en de schroefboot . De bootdienst naar Schoonhoven, Vreeswijk en Culenborg, is nog voortgezet tot 1 januari 1948. Op dit traject werden nadien autobussen en vrachtwagens ingezet. Slechts de Reederij op de Lek 6 werd nog tot 1950 aangehouden voor het maken van speciale excursietochten op de Nieuwe Maas en de Lek.
Zoals op foto's te zien is, voerden de Lekboten vele vlaggen. Elke boot voerde in de voormast de rode Reederij - wimpel met daarin met witte letters Reederij op de Lek. In de achtervlaggenstok de Nederlandse driekleur en op de stuurboordkraan een witte vlag met daarin in zwarte letters S.R.o/d L. No.1 voerde aan bakboord, waar de andere schepen de brugkraan hadden de Rotterdamse vlag ( Groen - Wit - Groen gestreept ) of de meervoudige in smalle banen Culemborgse vlag ( Rood - Geel gestreept ) No.2 de Schoonhovense vlag ( Rood - Zwart meervoudig in smalle banen ) en na het overnemen van de dienst van de No.3 de Rotterdamse vlag No.3 de Rotterdamse vlag No.4 de Culemborgse vlag No.5 de Schoonhovense vlag No.6 de Schoonhovense vlag. Voorts stonden er op het achterdek een oranje en een Rotterdamse , Schoonhovense of Culenborgse vlag, Onafhankelijk van wat voor nationale feestdag dan ook. Werden de boten verhuurd, dan zag men vaak de vlag van de stad, streek of vereniging die het schip voor die dag in het bezit hadden genomen. Zo bestaan er foto's met Lekboten, die Amsterdamse, Friese of S.D.A.P.-vlaggen voerden.

Wat gebeurde er met de aanlegsteigers?
Kralingsche Veer
De steiger werd gesloopt en de Fop Smit ponton bleef in gebruik; Bolnes, de Reederij steiger werd buiten gebruik gesteld, maar bleef nog enige jaren bestaan. De Fop Smit-ponton werd in omstreeks 1938 door een uit het roer gelopen zeeboot door midden gevaren en de steiger werd daarna weer in gebruik genomen. Nu echter zonder ponton.

Slikkerveer
De Fop Smit-steiger is buiten gebruik gesteld, doch nog jaren blijven bestaan, de Reederij-steiger bleef in gebruik. Hierna splitste zich de lijn naar Dordrecht. De aanlegsteigers werden dan :Kinderdijk Noord, Alblasserdam, Hendrik-Ido-Ambacht , Papendrecht en Dordrecht.

De Fop Smit steigers Rotterdam, Kralingsche Veer en Bolnes waren oorspronkelijk steigers met een ponton. De overige waren steigers met een hoog en laag water gedeelte. De Reederij- steigers waren enkele steigers.

De Reederij op de Lek bediende de volgende steigers. De achter de namen vermelde tekens geven het fluitsignaal weer, dat de boten gaven als zij voor vertrek gereed waren.

1 CULEMBORG -... gesloten bij opheffing dienst
2 HAGESTEIN - gesloten in 1936
3 VREESWIJK -. gesloten bij opheffing dienst
4 VIANEN ... gesloten in 1939
5 KLAPHEK / IJSSELSTEIN
.. gesloten voor 1930
6 LEKSMOND -.. gesloten in 1936
7 JAARSVELD -... gesloten in 1936
8 AMEIDE - gesloten bij opheffing dienst
9 KOEKOEKSVEER / LOPIK .. gesloten in 1936
10 LANGERAK -.- aanloopplaats in 1936 gesloten
11 NIEUWPOORT -. gesloten bij opheffing dienst
12 SCHOONHOVEN -.. gesloten bij opheffing dienst
13 AMMERSTOL -... gesloten bij opheffing dienst
14 GROOT - AMMERS - gesloten bij opheffing dienst
15 BERGAMBACHT -. gesloten bij opheffing dienst
16 NIEUWEVEER -.. gesloten in 1936 of 1937
17 STREEFKERK -... gesloten bij opheffing dienst
18 OPPERDUIT - gesloten bij opheffing dienst
19 NIEUW - LEKKERLAND -. gesloten bij opheffing dienst
20 LEKKERKERK -.. gesloten bij opheffing dienst
21 MIDDELWEG -... gesloten bij opheffing dienst
22 ELSHOUT - KINDERDIJK - gesloten bij opheffing dienst
23 KRIMPEN aan de LEK -. gesloten bij opheffing dienst
24 SLIKKERVEER -.. gesloten bij opheffing dienst
25 BOLNES -... gesloten bij opheffing dienst
26 KRALINGSCHE VEER - gesloten bij opheffing dienst
27 ROTTERDAM -Oosterkade -. gesloten bij opheffing dienst

Bron: gedeeltelijk ,Willem J.J. Boot


Mocht u in het bezit zijn van ansichtkaarten van schepen van deze rederij of van aanlegplaatsen, dan zou ik het buitengewoon op prijs stellen als u mij daarvan een scan zou willen sturen. Hebt u wel kaarten maar geen scanner, geen probleem: neemt u dan svp contact met mij op (stuur mij een mailtje) en dan proberen we of we iets anders kunnen afspreken. Alvast zeer bedankt!

Arie Alblas