De
Krimpenerwaard tijdens de watersnoodramp van 1953
Marsman, 1938
1953
In
de nacht van 31 januari op 1 februari 1953 werd de provincie Zeeland en
een deel van Zuid-Holland getroffen door een overstroming van ongekende
omvang. Nadat op vele plaatsen de zeedijken, als gevolg van het samenvallen
van een geweldige orkaan en springvloed, waren doorgebroken, stroomde zo'n
141.000 hectare land onder water. Een gebied, meer dan tien keer zo groot
als de gehele Krimpenerwaard. Er waren 1836 mensenlevens te betreuren,
72.000 mensen werden geëvacueerd, 49.000 woningen en boerderijen werden
getroffen en 201.000 stuks vee verdronken in het ijskoude zeewater. Er
werd 500 kilometer dijk vernield. Duizenden koeien werden geëvacueerd;
de meeste varkens gingen rechtstreeks naar het abattoir.
De Krimpenerwaard
Natuurlijk gaat de meeste aandacht van de geschiedschrijvers uit naar
de provincie Zeeland en de Zuid-Hollandse eilanden, maar ook de Krimpenerwaard
werd door de Beatrixvloed getroffen. In totaal verdronken in de Krimpenerwaard
zes mensen. Onder de doden was een echtpaar uit Ouderkerk aan de IJssel,
dat een huisje bewoonde naast de Gereformeerde Kerk. Het water sloeg een
gat in de IJsseldijk van 40 meter breed, waardoor het huisje compleet in
het water verdween.
Vier
mensen verdronken in de geheel door water omgeven Stormpolder. In deze
voormalige zelfstandige gemeente (in 1855 opgegaan in Krimpen aan den IJssel)
woonden ten tijde van de ramp zo'n veertig gezinnen. Er stonden woningen
aan de Stormpolderdijk en in de Nijverheidsstraat (zie onderstaande foto).
Deze straat was genoemd naar de scheepswerf 'de Nijverheid', de vroegere
naam van de werf Van der Giessen - De Noord. Op de namiddag van zaterdag
31 januari, nog voor de dijkdoorbraak, reed een geluidswagen door Krimpen
aan de IJssel, met de oproep 'in naam der koningin' aan alle mannen om
te gaan helpen bij de dijk.
Bij
Gouderak werden met behulp van stenen van de langs de Hollandse IJssel
gelegen steenfabrieken, versterkingen in de dijk aangebracht.
Vanaf de Markt te Gouda vertrok een hulpkonvooi van circa 200 vrachtwagens
en personenauto's naar Ouderkerk aan de IJssel, dat het zwaarst getroffen
was.
In Stolwijk werden zandzakken gevuld, bestemd voor Ouderkerk aan den IJssel.
Onder barre omstandigheden duurde de rit van Stolwijk, waar boeren hun
vee evacueerden, naar Ouderkerk vier uur.
In Berkenwoude, het laagst gelegen dorp in de Krimpenerwaard, begon men
met de evacuatie van vrouwen, kinderen en ouderen.
Bij Stolwijkersluis stroomde water over de IJsseldijk en liep een aantal
woningen in. Gelukkig hadden de bewoners dit voorzien en hadden ze hun
huisraad naar boven gebracht. Het fietspad tussen Stolwijkersluis en Gouda
dreigde te bewijken en werd afgezet.
Op
1 februari werden alle grote bomen aan de Schielands Hoge Zeedijk te Gouda
gekapt, omdat ze door hun voortdurend bewegen in de zware storm, een dijkdoorbraak
dreigden te veroorzaken. Het waterpeil in de Julianasluis bij Gouda stond
die zondag op 3.75 meter boven NAP. De hoogste stand, tot dat moment ooit
daar gemeten, was +3.34 meter. Dat was op 13 januari 1916, toen ook de
dijken doorbraken.
Reeds op 4 februari 1953 was het peil in de Hollandse IJssel alweer
zo laag, dat van gevaar geen sprake meer was.
Op zondag 8 februari werd in Nederland een Dag van Nationale Rouw gehouden.
Monument
ter nagedachtenis aan de ramp
(van architect Gerard Schouten en kunstenaar Dies de Jonge)
foto: Hans van Embden
Het vervolg
Na de ramp wordt snel een politieke beslissing genomen over het deltaplan.
Omdat de Schielands Hoge Zeedijk, die miljoenen mensen tegen het water
moest beschermen, het maar krap had gehouden, werd dit probleem als eerste
aangepakt. Er werd gekozen voor de bouw van een beweegbare stormvloedkering
bij Krimpen aan den IJssel. Zowel de scheepvaart als de waterhuishouding
werden hierdoor zoveel mogelijk ontzien.
De
kering bestaat uit twee stalen schuiven, die hangen tussen twee betonnen
torens. Normaal gesproken zijn de schuiven open, zodat het scheepvaartverkeer
onder de schuiven kan doorvaren. Slechts in noodgevallen worden de twee
schuiven neergelaten, om de tachtig meter brede rivier geheel af te sluiten.
De scheepvaart kan dan gebruik maken van de naast de kering gelegen schutsluis.
Deze sluis meet 120 bij 24 meter, zodat ook grotere schepen zonder problemen
kunnen passeren.
De brug over de stormvloedkering werd geopend op 22 oktober 1958. Deze
Algerabrug werd vernoemd naar de kort daarvoor afgetreden minister van
Verkeer en Waterstaat, J. Algera.
Monument langs de Hollandsche IJssel
Voor hen die over een
ADSL-verbinding beschikken: klik hier
voor het Polygoon-journaal over de Ramp.