Terug naar het menu  

   

 Artikel uit BN/DeStem van 26-10-2001


Een eigen huis

Door Ben Maandag

Vrijdag 26 oktober 2001 - Het Nederlands Architectuurinstituut heeft voor de eerste grote tentoonstelling onder leiding van zijn nieuwe directeur Aaron Betsky een greep gedaan uit de eigen, rijk gevulde schatkamers. In de grote zaal is een overzicht te zien van de mooiste particuliere woonhuizen van de laatste twee eeuwen. 'Uit eigen huis' is een bonte verzameling maquettes, tekeningen en foto's, van P.J.H. Cuijpers' kasteel de Haar in Haarzuilens tot een moderne Rotterdamse villa van Rem Koolhaas.

 

ROTTERDAM - Een eigen huis bouwen, met alles erop en eraan, precies zoals je zelf wilt, van alle gemakken voorzien: tja, wie zou dat niet graag willen? Allemaal dromen we wel eens van dat ideale huis, die prachtige droomwoning, geheel op onze wensen toegesneden. Maar helaas: voor de meesten van ons blijft deze wenswoning een heel mensenleven lang volstrekt onbereikbaar, hoe graag we het ook zouden willen. De wens blijkt de vader van de gedachte, niet meer dan een beeld dat slechts tot de vage contouren van die droom beperkt blijft. Want: tussen droom en daad staan doorgaans tal van praktische bezwaren, waarvan die van financiële aard misschien het omvrangrijkst zijn, in elk geval het ontmoedigendst.
Toch wil de overheid daarin op vrij korte termijn verandering brengen. Het 'eigen bouwen' moet meer in zwang raken. En niet zo zuinig ook. In de periode van 2005 tot 2010 moet een aanzienlijk percentage nieuwe woningen in eigen beheer zijn gebouwd. Dat komt neer op een aantal van 65.000. Dat is nogal wat: nieuwbouwstad Almere in Flevoland telt op dit moment in totaal 70.000 woningen.

 

Boerderettes

Is het een overmoedige doelstelling, zoveel aan het particuliere initiatief over te laten? De toekomst moet het leren. Critici houden nu al hun hart vast. Laat mensen hun eigen woning bouwen en wat krijg je: risicoloze boerderettes, waaraan doorgaans kraak noch smaak valt te bespeuren, maar die zich met hun vage verwijzingen naar een valse en lang vervlogen plattelandsromantiek in een onwaarschijnlijke populariteit mogen verheugen. Fantasieloze cataloguswoningen, al of niet opgeleukt met een rieten dakje, tot meer zijn we in ons land jammer genoeg niet in staat, verzuchten lang niet alleen de sombersten onder de architectuurdeskundigen.
Toch kan het ook anders. Goed beschouwd kan Nederland bogen op een rijke traditie aan in particulier opdrachtgeverschap vervaardigde woningen. Een keur uit de eigengebouwde woningen van de laatste twee eeuwen is op dit moment onder de noemer Uit eigen huis te zien in het Nederlands Architectuurinstituut in Rotterdam, dat voor deze gelegenheid een greep heeft gedaan uit zijn vijftien strekkende kilometer archief. Kastelen zijn te zien, woonhuizen, bungalows, buitenverblijven, paleisjes en eengezinswoningen. Als vermakelijke noot in het geheel is nog een kleine reeks van door architecten ontworpen dierenverblijven te bewonderen.
Het rijke archief van het NAi telt één miljoen tekeningen, waarvan er grofweg 10.000 aan particuliere woningen zijn gewijd. Je zou kunnen verwachten dat uit die massa ontwerpen een 'top honderd' van de beste woonhuizen is samengesteld, maar wie met die verwachting de tentoonstelling wil bekijken, komt bedrogen uit.

Hitparade

Samenstelster Martien de Vletter heeft doelbewust geen 'top honderd'-gevoel nagestreefd. Van veel topstukken die in zo'n hitparade niet zouden mogen ontbreken ontbreekt wezenlijk materiaal, van sommige is in het geheel niets in het NAi-archief terug te vinden. Aanwezigheid van goed documentatiemateriaal was een vereiste voor opname in deze tentoonstelling: tekeningen, foto's, maquettes speelden een belangrijke rol als selectiecriteria.
De verschillende ontwerpen zijn nog geordend naar de plek waar ze zijn te vinden: in de stad, in suburbaan gebied, op het platteland of in de vroegere koloniën. Veelvuldig is de tegenstelling gebruikt om spanning in de tentoonstelling te brengen. De statige, in zwierige belijningen vormgegeven villa Gooilust in Bussum, een ontwerp van architect A.C. Bleys dat in de jaren 1888-1892 werd gebouwd, hangt recht tegenover het strakke lijnenspel van vakantiehuis Ydo in Reeuwijk, een modernistisch en van alle tierelantijnen ontdaan ontwerp van H. Salomonson uit het begin van de jaren zestig.

Romantiek

Evenzo contrasteert de eenvoud van het ontwerp van Auke Komter voor het zomerhuis Levy in Bergen aan Zee (1954) met de uitbundigheid en romantiek in het ontwerp van A. Salm uit 1892 voor de villa Ma Retraite te Zeist. Of het Thunderbirds-achtige ontwerp van Van den Broek en Bakema voor een nimmer gebouwde villa voor bouwgigant Zeckendorf op een door palmen en rotspunten omgeven landtong ergens op de Bahama's met de sprookjesachtige vormentaal van landhuis Duin en Kruidberg in Santpoort een ontwerp van J. en J.A. van Nieukerken uit 1906.
Vermakelijke momenten zijn er ook in de tentoonstelling. Kijk bijvoorbeeld naar het ontwerp dat architect J.F. Berghoef eind jaren veertig in Aalsmeer maakte voor cabaretier Wim Kan en zijn vrouw Corry Vonk. Het is een heel eenvoudig huisje in het landschap (bouwkosten 20.680 gulden), maar wat het zo bijzonder maakt is de correspondentie die Kan met de architect voerde.
Naast de ontwerptekening ligt een handgeschreven brief van de kleinkunstenaar aan de 'hooggeachte heer Berghoef', waarin hij uitgebreid zijn complimenten maakt over het geslaagde ontwerp, om er in één adem aan toe te voegen: "Denkt u nog aan de grote schoorsteen (open haard) van rode baksteen in de zitkamer? En aan het raam in de zolder om één en ander doorheen te tillen? En zou het geen aanbeveling verdienen om achter in de garage nog een deurtje te bouwen?"

Glossy

Sommige woningen waren zo modern en zo opzienbarend, dat glossy woonmagazines er een reportage aan wijdden. Het overkwam het echtpaar Andreas Landshoff en Yoka Beretty, die in 1963 hun intrek namen in een net door J. Rietveld ontworpen woonhuis in Bentveld. De reportage in het toen waarschijnlijk uiterst modern ogende tijdschrift maakt meteen duidelijk wat er op dat vlak in enkele decennia allemaal is veranderd.
Een uitzondering op de regel vormt kasteel de Haar in Haarzuylens, een neogotisch ontwerp van P.J.H. Cuijpers. Van dit feeërieke onderkomen, waaraan van 1891 tot 1931 is gebouwd, zijn alle details, alle onderdelen en alle vertrekken uitvoerig uitgetekend. In totaal bestaan er zesduizend tekeningen van het kasteel, waarvan er voor de expositie een aantal werd geselecteerd.
In twee eeuwen tijd blijkt de verscheidenheid aan verschillende ontwerpen oneindig groot. Opvallend is dat in al die ontwerpen de woningplattegrond voortdurend de enige constante blijft. Daarin verandert nauwelijks iets in de loop der jaren. Wonen beneden, slapen op de bovenverdieping, dat lijkt in Nederland sinds jaar en dag de vaste indeling van de woning, waarvan slechts bij hoge uitzondering wordt afgeweken.

Gevaar

De aanwezigheid van documentatie van de geëxposeerde woningen, een van de belangrijkste criteria voor opname in de tentoonstelling, is niet alleen het sterke, maar meteen ook het zwakke punt van de expositie. De reeks van tentoongestelde woningen, waarin topontwerpen figureren naast doorsneegevels, maakt een wat willekeurige indruk, een gevaar waarvan de samenstellers zich trouwens terdege bewust zijn geweest.
Een beetje jammer is dat wel: de keuze uit de schatkamers van het NAi laat niet zozeer een beredeneerde ontwikkelingsgeschiedenis zien van het particuliere woonhuis, maar wekt meer de indruk van een toevallig bijeengesprokkelde reeks individuele ontwerpen. Uit eigen huis is een tentoonstelling geworden van louter plaatjes kijken, een sjiek in rood pluche uitgevoerde catalogus van woningen, zonder wat voor diepzinnige boodschap dan ook.
'Uit eigen huis'
- tentoonstelling tot en met 27 januari te zien in het Nederlands Architectuurinstituut, Museumpark 25 in Rotterdam.