Onderdeel van
KijkAan.nl Servicepagina's

Transvitaliteit
(In- en Ex-carnatie)

 

Een algemene neutrale term voor het enkele "feit" dat aspecten of lijnen door verschillende levens heen lopen (zonder meteen te spreken van karma) of buiten het stoffelijke leven doorgaan, hebben we nog nooit gevonden.
Zelf spreken we daarom van:
transvitaal, transvitaliteit.

Onderdelen:
Reïncarnatie-onderzoek
Pim van Lommel over Bijnadoodervaringen (BDE)
Kritiek op Pim van Lommel
 Weblinks Transvitaliteit
Column door Wim Heins

 

Transvitaal/meditatie-forum:



 

Voortleven van ons individuele bewustzijn in een andere wereld na de (grof)stoffelijke dood:

  Bestaat wel

  Bestaat niet

 

Peter Ramsters reïncarnatie-onderzoek in acht YouTube-afleveringen:

 

 

  BDE:  
 BIJNA DOOD ERVARINGEN  


Algemene voorlichting, onderzoek, begeleiding en ontmoeting op BDE-gebied geeft de Stichting Merkawah, zie www.merkawah.nl
Wie scepsis heeft tegen goedgelovigheid kan argumenten vinden tegen BDE op: www.skepsis.nl/bde.html

 

Pim van Lommel:

 Eindeloos Bewustzijn

Een wetenschappelijke visie op de bijna-dood ervaring

In 2001 publiceerde cardioloog Pim van Lommel in het gerenommeerde medische tijdschrift The Lancet over zijn onderzoek naar bijna-dood ervaringen (BDE) bij 344 Nederlandse patiënten. Zij hadden een hartstilstand in het ziekenhuis gehad. Van hen bleken er 62 een BDE te hebben meegemaakt. Van Lommels artikel was wereldnieuws.

Eindeloos Bewustzijn boek van Pim van LommelSindsdien kunnen we niet meer om het verschijnsel ‘bijna-dood ervaring’ heen. Het is een authentieke ervaring, niet te herleiden tot fantasie, psychose of zuurstoftekort; een BDE verandert mensen blijvend.
In Eindeloos bewustzijn legt van Lommel stap voor stap uit hoe mensen die klinisch dood zijn toch zo’n indringende ervaring kunnen hebben. Hij doorspekt zijn betoog met verhalen van mensen die een BDE hebben meegemaakt. Met de meesten van hen heeft Van Lommel persoonlijk contact gehad.
 Volgens Van Lommel is de heersende, materialistische visie van artsen, filosofen en psychologen op de relatie tussen hersenen en bewustzijn te beperkt om het verschijnsel te kunnen duiden. Er zijn goede redenen om aan te nemen dat ons bewustzijn niet altijd samenvalt met het functioneren van onze hersenen: het kan ook los van ons lichaam ervaren worden.

Pim van Lommel (1943) was van 1977 tot 2003 als cardioloog verbonden aan het Rijnstate Ziekenhuis in Arnhem. Sindsdien houdt hij over de hele wereld lezingen over BDE en de relatie tussen bewustzijn en hersenfunctie.

 

 

Pim van Lommel bij Pauw & Witteman 14-11-2007

 

 

"Er is bewustzijn na de dood"

door Marijke van den Berg (20-11-2007)

Het bewustzijn van de mens bestaat niet in de hersenen, maar bevindt zich buiten het lichaam. Dit zegt cardioloog Pim van Lommel. Hij verdiept zich al twintig jaar in bijna-doodervaringen en schreef er een boek over. Volgens Van Lommel kunnen mensen die klinisch dood zijn, toch bewustzijn ervaren.

Pim van Lommel, schrijver over Bijna Dood Ervaringen.
Pim van Lommel: "wetenschap is voor mij
vragen stellen met een open geest"
Foto's: Marijke van den Berg/RNW

"Ik denk dat het haast onvermijdelijk is te concluderen dat het bewustzijn na de dood blijft bestaan. Dat er geen begin en einde is aan bewustzijn. Er is geen wetenschappelijk bewijs maar het is een onvermijdelijke conclusie uit de gegevens die we hebben." Het staat voor cardioloog Pim van Lommel niet ter discussie of een bijna-doodervaring (BDE) echt is. Door talloze gesprekken met mensen met een dergelijke ervaring, onderzoek en studie is hij daarvan overtuigd. Hij schreef er het boek 'Eindeloos bewustzijn' over.

Patiënten met hartstilstand
Een tunnel, helder licht, een terugblik op het leven, het ontmoeten van overleden dierbaren, uit je eigen lichaam treden. Verhalen die mensen vertellen nadat ze een bijna-doodervaring hebben meegemaakt. Meestal hebben deze mensen op het randje van de dood gebalanceerd. Maar volgens Van Lommel kan een BDE, of zoals hij het zelf liever noemt: 'een toestand van bijzonder bewustzijn' ook voortkomen uit een ernstige depressie of bij doodsangst.

In 2001 publiceerde Van Lommel een onderzoek in het vooraanstaande medische tijdschrift 'The Lancet' naar BDE onder 344 Nederlandse patiënten die een hartstilstand hadden gehad. Van die groep zeiden 62 een BDE te hebben ervaren. De cardioloog onderzocht of er een meetbaar verschil was tussen de mensen die wel en die geen BDE ervaring hadden."Tot onze grote verrassing was er geen aantoonbaar verschil tussen die twee groepen. Er werd tot dan toe altijd gesteld dat het gewoon kwam door zuurstoftekort in de hersenen of door doodsangst of dat het een bijwerking was van medicijnen. Dat konden wij dus allemaal ontkrachten met de studie."

"Het bewustzijn staat los van de hersenen"
De huidige medische wetenschap stelt dat bewustzijn een product is van de hersenen. Dus wanneer de hersenfunctie wegvalt, kun je geen bewustzijn ervaren. Van Lommel is het hier niet mee eens. Hoe zou het anders kunnen dat 18 procent van de door hem onderzochte patiënten zegt een bewustzijn te hebben ervaren? "De betrokkenen beschrijven vaak een heel helderder bewustzijn, helderder dan ze ooit hebben gehad. Herinneringen van hun vroegste jeugd, soms zelfs toekomstbeelden, ze hebben soms waarnemingen buiten hun lichaam. De vraag is hoe dat nou kan." De conclusie van Van Lommel luidt dat het bewustzijn geen product van de hersenen kán zijn. Het bewustzijn van de mens staat los van zijn hersenen en bevindt zich buiten het lichaam.


Ria Mutter, BDE-getuige. EEN BIJNA-DOODERVARING

Ria Mutter kreeg 19 jaar geleden
een bijna-dood ervaring. Na haar
ervaring kon ze haar verhaal aan
niemand kwijt. Haar huisarts
dreigde haar te laten opnemen.

Het heeft haar 10 jaar geduurd
voordat ze kon praten over haar
ervaring. Maar nu ziet ze het als
het mooiste dat haar ooit is over-
komen.

Tijdens het schilderen
komt het gevoel die ze had tijdens haar ervaring weer terug. Niet zo vreemd dat al haar schilderijen tegenwoordig dit thema hebben.

 

Onmeetbaar bewustzijn
"Ik denk dat je waakbewustzijn, zoals we hier zitten, dat je dat via je hersenen ervaart, maar je echte bewustzijn zit daar niet. In mijn beleving zijn de hersenen niet de producent van bewustzijn maar maken ze het ervaren van bewustzijn mogelijk." Hij vergelijkt het met een computer. De informatie van de miljoenen webpagina's zitten niet in je computer, maar je kunt die overal ter wereld raadplegen. "Het bewustzijn zit in een andere dimensie waar geen tijd en afstand heerst, al het verleden en toekomst is daar aanwezig."

Het boek van Van Lommel heeft als ondertitel 'een wetenschappelijke visie op de bijna-doodervaring.' Maar hoe wetenschappelijk is een dergelijke visie als de conclusie niet meetbaar of controleerbaar is. Van Lommel: "Als je ervan uitgaat dat de wetenschap materialistisch is schakel je per definitie bewustzijn uit. Want bewustzijn is niet te meten. Ik kan nooit wetenschappelijk bewijzen dat iemand verliefd is of een schilderij heel mooi vindt. En toch is het de meest grote realiteit die een mens heeft. Dus stel ik dat je een ander soort wetenschap moet hebben die ook subjectieve elementen toelaat. Wetenschap is voor mij vragen stellen met een open geest."
 

P. van Lommel 
Uitgeverij Ten Have,
Baarn 
EAN: 9789025957780
ca. 19,90

U staat na een ongeluk oog in oog
met een astrale hulpverlener.

U kiest om hoe dan ook terug te keren in uw gewonde lichaam.
U kiest om alleen terug te gaan als u kort moet revalideren.
U kiest om terug te gaan ook als u in een rolstoel verder moet leven.
U vraagt de gids welke handelwijze wordt geadviseerd van hogerhand.
Geen haar op uw hoofd piekert om nog terug te gaan.
Hoera u bent eruit.

 

KRITIEK

Fouten in het boek van Pim van Lommel

door Gert Korthof

Geheugen
"Hoe verklaart men het korte- en langetermijn geheugen? Hoe en waar in de hersenen zou deze bijna oneindige hoeveelheid informatie opgeslagen liggen?" vraagt Pim Van Lommel zich af in zijn boek 'Eindeloos bewustzijn' (Hfdst 9 'Wat weten wij van de functie van de hersenen'?, p.182). Zijn antwoord:

"Het is nog steeds een onbewezen hypothese dat bewustzijn en herinneringen exclusief in onze hersenen worden geproduceerd en opgeslagen. Er zijn al tientallen jaren pogingen gedaan om herinneringen en bewustzijn in de hersenen te lokaliseren, maar dit is tot nu toe niet gelukt en het is nog maar de vraag of het ooit zal lukken." (pag 173)

Onbewezen? Pogingen gedaan? Dit is de grootste en ernstigste wetenschappelijke blunder die ik tot nu toe ben tegengekomen. Wat Van Lommel hier beweert over het geheugen is lijnrecht in strijd met een hele tak van wetenschappelijk onderzoek, de moleculaire biologie van het geheugen, waarvoor Arvid Carlsson, Paul Greengard en Eric R. Kandel in 2000 de Nobelprijs voor Fysiologie of Geneeskunde hebben ontvangen (zie hier de beschrijving op de offiële site van het Nobel commitee). Daar kunnen we lezen dat Eric Kandel "has demonstrated how changes of synaptic function are central for learning and memory. Protein phosphorylation in synapses plays an important role for the generation of a form of short term memory. For the development of a long term memory a change in protein synthesis is also required, which can lead to alterations in shape and function of the synapse".
Eric Kandel krijgt een Nobelprijs in het jaar 2000 voor zijn ontdekking van het moleculaire mechanisme van hoe het vluchtige korte termijn geheugen wordt omgezet in het stabiele lange termijn geheugen. In 2007 beweert Pim van Lommel dat het 'een onbewezen hypothese is dat herinneringen exclusief in onze hersenen worden geproduceerd'. Ik kan me geen grotere wetenschappelijke blunder voorstellen dan beweren dat het onderzoek dat met een Nobelprijs bekroond is, onmogelijk waar kan zijn. Dit soort onderzoek doe je niet even in een paar jaar. De aanzet ligt in de jaren zeventig en begon in de jaren 80 gebruik te maken van moleculair-genetische technieken (recombinant-DNA), dat leidde tot de ontdekking van genen en eiwitten die betrokken zijn bij de vorming van het lange termijn geheugen. En dit soort onderzoek doe je ook niet in je eentje. Typerend voor Kandel is dat hij zich omringt met toponderzoekers, waarvan sommige ook een Nobelprijs hebben gekregen. Al deze ontdekkingen werden niet alleen beschreven in gespecialiseerde vaktijdschriften, maar ook in populair-wetenschappelijke boeken zoals 'Memories are made of this. The Biological Building Blocks of memory' van Rusiko Bourtchouladze (2002) en met name 'In Search of Memory: The Emergence of a New Science of Mind' (2006) van Eric Kandel zelf.

Computerdeskundige
Niet gehinderd door deze kennis, komt Van Lommel met het volgende bewijs:

"Simon Berkovitch, een computerdeskundige, heeft echter ook berekend de hersenen ondanks deze enorme aantallen synapsen toch volstrekt onvoldoende capaciteit hebben om de opslag van al onze herinneringen van ons hele leven met bijbehorende associatieve gedachten en emoties mogelijk te maken."(p.182)
Dat een cardioloog een computerdeskundige opvoert als expert op het gebied van de geheugenopslagcapaciteit van de menselijke hersenen is opmerkelijk, maar ik vind het uitermate symptomatisch dat Van Lommel de zeer revolutionaire conclusie zonder enige aarzeling als gezaghebbend accepteert. Verder haalt Van Lommel ook nog de neurobioloog Herms Romijn aan die 'heeft aangetoond dat de opslag van alle herinneringen in de hersenen anatomisch en functioneel onmogelijk is" (p.182). Als je dan de betreffende publicatie opzoekt, dan blijkt dat Romijn een hypothese introduceert en een experimentele strategie beschrijft om die hypothese te testen. Verder komt er in de samenvatting en in de Keywords van het artikel het woord 'memory' helemaal niet voorkomt. De samenvatting van het artikel spreekt over de subjectieve bewuste ervaring van 'pain and pleasure, or perceiving colours'. Dit ziet er niet uit als een artikel dat tot doel heeft te 'bewijzen' dat de opslagcapaciteit van de hersenen onvoldoende is. Het lijkt eerder om een terloopse opmerking te gaan.

Hoe die berekening er ook uit moge zien, hij is irrelevant geworden doordat Eric Kandel en vele medewerkers hebben gevonden hoe lange termijn geheugen wordt opgeslagen. Bovenstaand plaatje uit Kandel (2007) laat zien dat het vastleggen van lange termijn geheugen gepaard gaat met anatomische veranderingen (groei van nieuwe synaptische verbindingen). Dit zijn dus harde lokale wijzigingen in tegenstelling wat Van Lommel theoretiseert over non-lokale geheugen opslag. Degenen die met concrete bewijzen van de materiele basis van geheugen komen, hebben méér bereikt dan degenen die met onbewezen hypothesen en theoretische berekeningen komen.

Groot mysterie
Zelfs als je geen verstand hebt van biologie, dan moet het feit dat het werk van Kandel en collega's bekroond is met een Nobelprijs toch een indicatie zijn voor toponderzoek. Het ironische van de zaak is dat wetenschappers als Eric Kandel precies dezelfde vragen als Van Lommel stellen: "Hoe verklaart men het korte- en langetermijngeheugen? Hoe en waar in de hersenen zou deze bijna oneindige hoeveelheid informatie opgeslagen liggen?" (p.182). Van Lommel concludeert dat het brein "een geheimzinnig orgaan" is, en de relatie hersenen en bewustzijn "nog een groot mysterie is" (p.190). Het verschil is dat Van Lommel deze vragen voor onoplosbaar verklaart en Eric Kandel ze oplost.

Exclusief
Ik wil de lezer nog de aandacht vragen voor een merkwaardige kwalificatie, nl. het woord 'exclusief' in het openingscitaat: "Het is nog steeds een onbewezen hypothese dat bewustzijn en herinneringen exclusief in onze hersenen worden geproduceerd en opgeslagen". Hij lijkt hier rekening te houden met het feit dat tenminste een deel van het geheugen lokaal in de hersenen opgelagen ligt. Maar als het aangetoond is dat geheugen gelocaliseerd is in de hersenen, -en dat doe ik in navolging van mainstream science-, dan is het zeer problematisch als Van Lommel met een geheugen en bewustzijn aan komt zetten, dat niet aansluit bij dat fysiek in de hersenen vastgelegd geheugen. Van Lommel is sowieso onbekend met de materiële basis van geheugen, laat staan dat hij is toegekomen aan het uitleggen hoe zijn niet-gelocaliseerde geheugen aansluit bij het gelocaliseerde geheugen. Laat staan dat hij een poging heeft ondernomen om aan te tonen dat de resultaten van cognitieve neurobiologen (zoals Eric Kandel) fout zijn.

Inconsistenties
Een ander probleem waarmee Van Lommel de lezer confronteert is inconsistentie van beweringen. Lezen we op pagina 173 dat het een onbewezen hypothese is dat de hersenen herinneringen opslaan, op pagina 183 lezen we dat Alzheimer patienten op den duur hun familieleden niet meer herkennen. Van Lommel weet dus dat schade in de hersenen tot geheugenverlies (d.w.z. langetermijn geheugen) leidt. Als je merkt dat feiten in strijd zijn met de claims die je eerder gedaan hebt, zeg dat eerlijk en duidelijk en ga niet van onderwerp veranderen in de trant van: 'ja, maar mentale en emotionele processen zijn niet te herleiden tot hersenprocessen' (p.184). Dat was de vraag niet. Het ging over het geheugen van Alzheimer patienten. Nuanceer je beginclaim. Als er geen consistent standpunt is, is het voor de lezer moeilijk argumenteren met Van Lommel. Hij overziet zijn eigen standpunten niet, springt van de hak op de tak, en wisselt en passant van vraagstellling.

Creationisten
De claim dat de wetenschap nog niet heeft aangetoond dat alle geheugen in de hersenen wordt opgeslagen, lijkt erg op de claim van creationisten: "Evolutionisten hebben niet aangetoond dat alle complexe structuren ontstaan zijn door mutatie en natuurlijke selectie". Het is ondoenlijk en daarom onredelijk om te eisen dat wetenschappers aantonen dat alle geheugen in de hersenen is vastgelegd. Ze hebben overtuigend aangetoond dat zeer diverse experimenten bij mens en dier er op wijzen dat verschillende vormen van geheugen in de hersenen worden opgeslagen. Van Lommel zal met bewijsmateriaal voor zijn bewering moeten aankomen dat even solide is als dat van de neurobiologen. Termen als 'mysterie', 'geheimzinnig' treffen we aan bij Intelligent Designers en creationisten. Die termen treffen we ook bij Van Lommel aan. Ik zeg niet dat Van Lommel een creationist is. Wel dat hij dezelfde slordige manier van werken heeft: het opvoeren van grote hoeveelheden suggestief maar oppervlakkig 'bewijsmateriaal' dat niet kritisch wordt beoordeeld en het negeren van grote delen van mainstream wetenschap.

Ongenuanceerd
Het geheugen komt voor in het hoofdstuk 9 'Wat weten wij van de functie van de hersenen?'. Maar zelfs wanneer Van Lommel zich met de normale functie van de hersenen bezighoudt, neemt hij al zeer controversiele standpunten in. Waarom?
Tenslotte: in zijn claim (in rood bovenaan) noemt Van Lommel geheugen en bewustzijn in één adem. Hij maakt geen onderscheid. Dat heb ik bewust niet gedaan. Het nadeel is dat die (rode) claim zich niet laat nuanceren. Van Lommel kan immers niet meer zeggen 'het is een goed bevestigde hypothese dat het geheugen opgeslagen wordt in de hersenen, maar dat het bewustzijn door de hersenen geproduceerd wordt is een onbewezen hypothese'. Daarom is het een ongenuanceerde claim.
Gert Korthof

sebastiaan, 10-01-2008 - Nederland

In zijn boek beschrijft pim alleen het gevoel vanuit de patiënt zelf. Echter iedereen kan telepathisch (hoe vaak komen twee mensen niet tegelijkertijd op hetzelfde idee) met elkaar communiceren, alleen weet niet iedereen dat. De patiënt beschrijft dat hij/zij zichzelf ziet vanuit zwevende positie. Het lijkt mij dat de patiënt telepathisch via de hulpverleners die eromheen staan zichzelf ziet, dus niet buiten het lichaam teedt. Daar wordt met geen woord over gerept......


Hans, 23-12-2007 - Nederland

Maar 18% dus. Ofwel nietszeggend. Deze ervaringen zijn de laatste stuiptrekkingen van de hersenen. Ik heb ook een BDE gehad en niets bijzonders ervaren verder. Dood is dood. Maar goed, als men in leven na de dood wil geloven moet men dat vooral doen. Als je je daar prettig bij voelt is daar niets mis mee.


Jack Ruten, 16-12-2007 - Nederland

Het uiterlijk vertoon van menselijk gedrag, dus zoals we elkaar zien, zijn slechts aangeleerde patronen en zoals het lichaam zijn beperkingen kent, kent de geest die ook. De grootsts beperking van de geest is het verbinden van die patronen aan een identiteit, dwz je ik. Het bewustzijn wordt dus tegengewerkt door lichaam en geest. Een BDE laat op zijn minst zien wat dus wel "belangrijk" is. Juist op dat moment zijn de beperkingen van lichaam en geest tot een minimum beperkt lijkt het.


Antagonizer, 10-12-2007 -

Wat dr. Van Lommel beschrijft lijkt veel op de morphogentische velden van Rupert Sheldrake.


Hilde, 09-12-2007 - België

Wat dhr. Van Lommel vertelt stemt helemaal overeen met mijn eigen ervaringen en bevindingen: dat er een bewustzijn is dat zowel in als buiten ons is, en waar tijd en ruimte onbestaande zijn. Het valt niet zwart op wit te bewijzen. Jammer. Het is zo'n overweldigende, sublieme ervaring, maar onmogelijk te delen met anderen. Je zou het de hele wereld willen vertellen, maar je kunt het niet. En dus zwijg je maar, met die allergrootste schat verborgen in je hart. Je leven komt op een ander spoor terecht, meer is er niet aan je te merken. Je wordt gedragen door een sterk vertrouwen en een grote overgave, want je wéét - uit ervaring - dat er meer is dan 'hier'; je weet dat er ook een eeuwig en alomtegenwoordig 'daar' is, en dat jij daar thuis bent.


 

 

Onderstaand een aanbevelenswaardig artikel over Bijna Dood Ervaringen.
De wetenschappelijk ingestelde zegsman Pim van Lommel behandelt hier als vertrekpunt zijn medische vakgebied en bedient zich van een glasheldere en leesbare verteltrant die voelbaar stoelt op een brede ervaring. Vervolgens wordt het eigenlijke onderwerp (BDE) behandelt waarbij men op weg is naar nuchtere theorievorming. Typerend is de visie op de hersenen als "vertaalcomputer" naar de geest.



Daarna volgt een BDE-getuigeverhaal en antwoord op tien meestgestelde vragen.


 

Een interview met Pim van Lommel, cardioloog.

WAAR KOMT DE CONTINUÏTEIT IN EEN STEEDS VERANDEREND LICHAAM VANDAAN?

 
door Ger Lodewick

Pim van Lommel is de oudste (eerste) adviseur van de SBO. Hij is geboren in 1943, getrouwd en vader van een zoon en een dochter. Als cardioloog in het Rijnstate Ziekenhuis in Arnhem houdt hij zich met een bijzonder centraal orgaan van de mens bezig, het hart. Eigenlijk is dit niet goed uitgedrukt. Pim wordt beter gekarakteriseerd wanneer we zijn activiteiten als volgt omschrijven: hij houdt zich bezig met de mens die dit centrale orgaan in zijn lichaam meedraagt. Via zijn werk is hij in aanraking gekomen met bijna-dood ervaringen (BDE's). Deze BDE's vormen een bron van inspiratie in zijn werk.

Mooie ontwikkelingen in de cardiologie.
Pim begon in 1971 met cardiologie en toen spraken hem vooral de technische, de fysische aspecten van het hart aan. Als je echter eenmaal in dat vak zit, komen er allerlei volstrekt andere aspecten naar voren die veel belangrijker zijn. Mensen komen bij de cardioloog omdat ze problemen hebben met de functie van het hart: de pompfunctie schiet te kort, de zuurstoftoevoer schiet te kort, e.d. In de praktijk blijkt de techniek echter nog geen tien procent van het vak uit te maken. Dit is echter wel datgene waar de buitenwereld vol bewondering tegenaan kijkt: mooie apparatuur, mooie onderzoekingen. Er zijn ook prachtige onderzoeken. Pim heeft de ontwikkeling van de cardiologie meegemaakt. Toen hij met de opleiding begon, bestond hartziekte eigenlijk alleen uit aangeboren hartafwijkingen en klepafwijkingen. De eerste klepoperaties vonden in Nederland in 1965 plaats. Reanimatie, gesloten hartmassage, begon pas in 1966. Het hartinfarct werd net ontdekt: hartbewakingsafdelingen zijn in Nederland in 1968 begonnen. De eerste hartkatheterisatie beginnen in ons land in 1969. Er komen steeds nieuwe mogelijkheden voor diagnostiek en behandeling. Een van de mooiste van de laatste tijd is het non-invasieve onderzoek. Dit houdt in dat je niet meer met katheters naar binnen gaat, maar met geluid, met echo-onderzoek werkt. Je kunt zo de hartspier en de functie ervan zien: de bloedstroom, de druk, lekkages. Je kunt nu op een patiëntvriendelijke manier antwoord geven op de vragen die er ontstaan n.a.v. de klachten die iemand heeft. Er zijn ook gigantisch veel medicijnen ontdekt die klachten verminderen.

Wie is verantwoordelijk?
Maar wat zit achter de klachten waarmee mensen komen? Wat is het waarom van hun klachten? Dit is natuurlijk veel boeiender dan al die nieuwe ontwikkelingen. Het probleemoplossend vermogen van een cardioloog is maar beperkt. Mensen verwachten veel meer dan een cardioloog kan waarmaken. Mensen leggen de verantwoordelijkheid voor hun gezondheid en voor hun lichaam het liefst bij de dokter i.p.v. bij zichzelf. Dit is iets waar ik steeds weer tegenaan loop. Ik zie dat mensen weinig inzicht hebben in het functioneren van hun lichaam; weinig inzicht in hoe je goed met je lichaam kunt en moet omgaan; weinig inzicht in hoe je met de protesten moet omgaan die je lichaam je laat ervaren. En dit zijn natuurlijk heel andere aspecten dan mooie apparaten e.d., maar ze zitten wel bij de cardiologie. Je ziet bv bij mensen met een acuut hartinfarct de enorme angst die optreedt op het moment dat ze erg veel pijn hebben en denken dood te gaan. Ze zien er vreselijk ziek uit. In deze angst komen allerlei dingen boven die niet goed geweest zijn. Je hoort dan ook allerlei verhalen van mensen waarover ze nooit hebben gesproken, bv verhalen uit kampen in de oorlog, werkproblemen, relatieproblemen. Dit komt allemaal boven op het moment dat ze geconfronteerd worden met de eindigheid van het leven. De angst. De mensen krijgen op die manier een kans - maar dat zeg je niet tegen ze - om te kijken wat ze hiermee kunnen. Je ziet dan toch dat heel veel mensen na het krijgen van een hartinfarct bij voorkeur weer terugkeren in het oude levenspatroon van voor het infarct. Ze grijpen bij voorkeur níet die kans aan en willen bij voorkeur níet de stap zetten om de gevolgen van wat ze hebben gehad onder ogen te zien. Ik ben altijd verbaasd over de manier waarop mensen met zichzelf om blijven gaan na een hartinfarct.

Een simpel voorbeeld is het roken. Roken is een enorme risicofactor voor het ontstaan van hartproblemen. Als je via je familie aanleg hebt op een hartinfarct en je rookt, verhoog je de kans op een hartinfarct met een factor tien: zou je normaal kans hebben op vijf procent, dan wordt het nu vijftig! Hoewel je met roken je prognose ontzettend verslechtert, zeggen mensen rustig: ik vind het stoppen met roken zo moeilijk en ik blijf roken. Ondanks de uitleg, ondanks het weten dat het slecht is, krijg je de mensen niet zover dat ze naar dit inzicht gaan leven. Dit geldt ook voor gezond eten, gezond drinken, gezond leven. Je ziet dus dat mensen wéten dat ze dingen doen die niet goed zijn voor hun lichaam, maar ze leven niet naar hetgeen ze weten.

Aanleg, genen en lichamelijke beperking.
De familiaire aanleg bij vernauwde bloedvaten (aderverkalking) moeten we niet uitvlakken. Je kunt deze hebben zonder dat je het weet. Meer dan een half miljoen Nederlanders hebben zo'n aanleg.
Er zijn onderzoeken geweest van gesneuvelde Korea- en Vietnam-militairen. Door obductie is vastgesteld dat twintig procent van de twintig-jarigen al een vernauwing tot vijftig procent van de kransslagaders had. In Israël zijn baby's van het (blanke) Kaukasische ras onderzocht, waaruit is gebleken dat tien procent van deze baby's reeds abnormale bloedvaatjes heeft.

Als je nu deze aanlegfactor bezit, kun je deze beïnvloeden door gezond leven, gezond eten e.d.
Rondom de Middellandse Zee heb je veel minder hart- en vaatziekten door het 'mediterrane dieet': veel vis, olijfolie, veel groenten. Dus je kunt je aanleg vaak wel positief beïnvloeden.
Dit gaat niet altijd op. Sommige mensen worden door hun aanleg zo 'geteisterd' dat ze op heel jonge leeftijd al ernstige hartafwijkingen hebben.

Hoe kun je 'aanleg' beschouwen? Het zit in je genen, dat is wel duidelijk, maar de vraag waarom het in je genen zit, is van een heel andere orde. Je kunt nog verder doorvragen: waarom word je in zo'n familie geboren? Daar heb ik geen antwoord op, maar het is een boeiende vraag. Als je niet gelooft in toeval - en daar geloof ik niet in - moet er een reden voor zijn, maar die weet ik niet. Het valt wel op dat heel veel mensen niet of nauwelijks kunnen aanvaarden dat er lichamelijke beperkingen zijn. Ze kunnen er dan ook niet goed mee omgaan.

Fundamentele vraag: waarom breekt het echte inzicht niet door?
Wat ik zo boeiend vind, is waarom mensen de stap niet kunnen zetten om te gaan leven naar wat ze weten. Als je het alleen weet 'met je hoofd' lukt het niet. Je moet het inzicht hebben. Die stap van weten naar inzicht blijkt heel moeilijk te zijn. Zelfs zo'n ramp - sommigen ervaren het zo - als een hartinfarct is voor velen onvoldoende om tot inzicht te komen. Ze leggen dan toch nog de verantwoordelijkheid bij de dokter. Als ze opnieuw klachten hebben, moet de dokter het probleem oplossen. Je wordt dus geconfronteerd met het gegeven dat mensen hartproblemen hebben, maar dat het allemachtig moeilijk is om het dagelijkse levenspatroon te veranderen.

Angst.
Verder zie ik dat angst zo'n belangrijke rol speelt in het leven. Vertrouwen in je lichaam, liefde en aandacht voor je lichaam ontbreken volkomen. Het lichaam wordt gebruikt of misbruikt, maar niet onderhouden. Mensen die vastlopen bij de huisarts en die wij in de praktijk krijgen vormen nog maar het topje van de ijsberg. De klachten van hartritmestoornissen en pijn op de borst zijn heel vaak een gevolg van angst en problemen die angst oproepen. Pijn is een symptoom en geen ziekte. Angst is echt een ongelooflijk belangrijke factor. Het is van wezenlijk belang dat mensen de liefde ontdekken en liefde is het loslaten van de angst. Met angst, onzekerheid en onzorgvuldigheid doe je je lichaam geen goed. Als je hier last van hebt, kun je er toch wat aan doen als je je ervan bewust bent. In onze maatschappij is angst toch een belangrijke factor. Vooral de levensangst.

Dit heeft o.a. te maken met de eisen die worden gesteld of die je je laat stellen. Dat begint al in het basisonderwijs en wordt vervolgd in het middelbaar onderwijs. Het benadrukken van competitie, carrière, geld en dat soort dingen draagt bij een heleboel mensen bij tot angst want ze raken in conflict met zichzelf en met anderen. Vertrouwen verdwijnt en angst komt ervoor in de plaats.

Angst heeft ook te maken met de manier waarop mensen zich identificeren met hun lichaam. Veel mensen zien alleen hun lichaam en hebben nauwelijks of geen oog voor datgene wat je je ziel zou kunnen noemen. Als je vindt dat je je lichaam bént, kun je ontzettend bang zijn voor de dood. Als je echter vindt dat je je lichaam hébt, kan die angst plaatsmaken voor een besef dat je lichaam straks weliswaar sterft, maar je ziel niet.

Als mensen een probleem krijgen met hun hart, of een probleem denken te hebben met hun hart, zie je ze doorgaans nog geen stappen zetten om hiermee iets te doen en hun leven te veranderen. Het 'veilige' terugtrekken in het oude bekende patroon zie je heel veel. Deze mensen zitten a.h.w. strak in het leven, zijn niet flexibel, zitten in een model van het leven vast. Sommigen proberen goed te zijn naar anderen, maar vergeten goed te zijn naar zichzelf: ze hebben geen aandacht voor hun eigen hart.

Het hart: meer dan een pomp.
Als je kijkt naar de functie van het hart in het lichaam, kun je enerzijds zeggen dat het hart het bloed door het lichaam pompt. We moeten ons echter ook goed realiseren dat anderzijds het bloed het hart doet pompen. Het aanbod van bloed verzorgt de hartspierfunctie en de ademhaling zorgt voor een goede hartfunctie. Je kunt het hart dus niet los zien van de rest van het lichaam. Het hart zorgt ervoor dat voedsel, energie en informatie in het hele lichaam worden verspreid. Het zorgt er ook voor dat de afvalstoffen weer worden afgevoerd. Het hart reageert op datgene wat in het lichaam gebeurt.

Alle organen en cellen communiceren met elkaar. Hoe vindt die communicatie plaats? Dit gebeurt via het zenuwstelsel én via de bloedbanen. Het hart zorgt ervoor dat de informatie daar terechtkomt, waar die terecht moet komen. Er is een continue interactie tussen elke cel, de celsystemen, en het geheel.

Hersendood is niet dood.
Als het hart stopt, wordt er geen informatie meer uitgewisseld, de interactie stopt en de mens gaat dood. In het kader van postmortale orgaandonatie wordt echter een ander doodscriterium gehanteerd, namelijk hersendood. Hier kun je grote vraagtekens bij plaatsen.

Het hart is samen met de hersenen en het centrale zenuwstelsel het orgaan met de meeste elektrische activiteit. In het hart zit een enorm elektrisch netwerk. Dit betekent dat er ook heel veel magnetische activiteit is. De kontakten van het lichaam met de bewustzijnsvelden treden op via de elektrische en de magnetische velden (die bestaan uit virtuele fotonen). Ik ben ervan overtuigd dat je bewustzijn niet in je lichaam is opgeslagen, maar dat je via je lichaam je dagelijks bewustzijn ervaart. Je hart is een orgaan met zeer veel elektrische en magnetische activiteit. Het hart heeft - net als de hersenen - rechtstreeks contact met speciale bewustzijnsvelden. Die onderlinge verbondenheid is er zowel in het lichaam, als met de omgeving en met alles. Wij zijn voortdurend met elkaar en met alles verbonden, zowel in het lichaam als daarbuiten.

Als nu het hart stopt met pompen betekent dat het volgende. Realiseer je eerst dat bijna dertig procent van het bloed naar de hersenen gaat. Er zijn proeven gedaan met mensen in een volkomen afgesloten ruimte zonder licht en geluid. Als deze mensen gaan denken, zie je niet alleen materiële activiteit ontstaan via het elektro-encefalogram (eeg), maar ook de bloedtoevoer naar de hersenen neemt toe. Dus een immateriële activiteit zoals denken of gerichte aandacht veroorzaakt materiële activiteit in de hersenen. Als de bloedtoevoer nu wegvalt, betekent dit dat de energievoorziening van de hersencellen wegvalt en dat deze niet meer kunnen functioneren. De elektrische en magnetische velden van de cellen vallen weg, waardoor. op dat moment de verbinding met het dagbewustzijn wegvalt. Je raakt bewusteloos en je ervaart je bewustzijn niet meer via je lichaam. Dit betekent dat wanneer je klinisch dood bent - bij een hartstilstand of een ademstilstand - je onder normale omstandigheden overlijdt binnen vijf tot tien minuten. De cellen zijn dan definitief beschadigd doordat er geen energie meer wordt aangevoerd. Reanimatie lukt dan niet meer.
Bij een kloppend hart echter - bij een hersendode - kun je weliswaar je bewustzijn niet meer via je lichaam ervaren, maar dat betekent nog niet dat de onderlinge verbondenheid tussen alle organen is weggevallen. De stervensfase is ingetreden, is net begonnen, maar de lichamelijke dood is zeker nog geen feit. Dood ontstaat niet van het ene moment op het andere. Daar gaat een stervensproces aan vooraf. Dat proces begint als het hart stilstaat; vervolgens stoppen de hersenen met functioneren; dan volgt de rest van het lichaam. Dit is een actief proces dat uren kan duren.

Als je een kloppend hart hebt met alleen 'hersendood' en je houdt die circulatie in stand, je houdt het hart kloppend en je geeft medicijnen voor een goede bloeddruk, dan is het lichaam niet dood want de cellen versterven niet. De interactie tussen de bewustzijnsvelden en je hersenen kán (!) zijn verbroken, maar je weet nooit of dit definitief of tijdelijk is.

Wetenschap.
De wetenschap gaat wat merkwaardig om met hersendood. Wetenschap is vragen stellen. Vrij veel wetenschappers beperken zich tot de ideeën die ze al hebben, en alles wat ze tegenkomen wat hierin niet past wijzen ze af. In mijn ogen is dit geen wetenschap en het is ook niet vernieuwend. Het niet kunnen loslaten van je ideeën is ook gebaseerd op angst. Zo worden nieuwe inzichten op hersendood en bijna doodervaringen door wetenschappers geblokkeerd op een onwetenschappelijke manier. Met de huidige medische kennis uit de westerse wereld kunnen we een hoop aspecten niet verklaren - bv bijna doodervaringen en spontane genezingen van kwaadaardige tumoren - en dus worden ze ontkend. Je kunt alleen wetenschappelijk blijven door te kijken of je een verklaring kunt vinden voor de vele verschijnselen die je niet kunt begrijpen. Als je die verklaringen niet kunt vinden moet je niet gaan roepen dat het verschijnsel niet bestaat, maar zou je moeten afvragen of er een andere verklaring is die je misschien niet begrijpt.
De westerse wetenschap gaat zover dat ze gebeurtenissen of verschijnselen ontkent als ze niet met een prospectief dubbelblind onderzoek te onderzoeken zijn. Veel wetenschappers willen er nog steeds niet aan dat je psychische gesteldheid je lichamelijke gesteldheid positief of negatief beïnvloedt. Nou hoeft men niet alles te accepteren, maar een wat opener houding zou niet verkeerd zijn. Ik hanteer graag een citaat uit de Kalama Sutra dat zegt "Beschouw alles als een mogelijkheid, maar aanvaard het pas als je voor jezelf erachter kunt staan en helemaal kunt meevoelen. Dan pas is het waar voor jou". Ik zal nooit iemand vertellen dat ik gelijk heb, maar ik zal mensen iets proberen aan te reiken. Als ze er niets mee kunnen, is het goed en als ze er wel iets mee willen, is het ook goed.

Bijna-dood ervaringen.
Bijna-dood ervaringen (BDE's) worden door een hoop wetenschappers niet serieus genomen, maar voor mij zijn ze waarheid geworden. Door mensen met een BDE te ontmoeten en met hen te spreken is mij veel duidelijk geworden. Door deze ontmoetingen en gesprekken heb ik de veranderingsprocessen na een BDE bij hen gezien.

Alles in onze wereld is subjectief. Dit blijkt nu ook uit de kwantummechanica, niets is objectief. De wereld die wij ervaren via onze waarneming is subjectief. En dat geldt dus zeker voor de ervaringen die wij innerlijk hebben. We kennen eigenlijk geen objectiviteit. Dé waarheid bestaat niet. Het verhaal van de mens over zijn BDE is zijn waarheid. Deze ervaring is zo indrukwekkend dat het zijn/haar leven wezenlijk verandert. En omdat de BDE zoveel voorkomt over de hele wereld en de mensen in essentie hetzelfde vertellen - zij het in subjectief gekleurde woorden - is de BDE een gezamenlijke waarheid. Een van de belangrijkste veranderingen na een BDE is dat de angst voor de dood volledig verdwijnt omdat dood niet dood blijkt te zijn. De mensen verklaren dat hun bewustzijn door blijft bestaan terwijl hun lichaam daar voor dood ligt. Wie uit zijn/haar lichaam is geraakt, is zijn/haar bewustzijn gewórden in die zin dat de beperkingen van het bewustzijn tijdens je 'leven' zijn weggevallen. De beperkingen van het lichaam zijn opgeheven. Als je dan in deze bewustzijnservaring via een tunnel in een andere dimensie komt - waar geen ruimte en tijd zijn - ervaar je dat er ook geen verleden, heden en toekomst is: alles is aanwezig. Je bewustzijn is dan enorm ruim.

 


Via de BDE krijgt die mens de kans om te ervaren dat, als hij in deze bewustzijnsvelden zit, hij ook alles kan meemaken wat hij in het verleden heeft meegemaakt. Die mens komt in contact met zijn eigen bewustzijnsvelden, met zijn eigen herinneringen, en ook met die van anderen. Hij beleeft dan zijn leven opnieuw vanuit het bewustzijn van een ander. Als je iemand bv bewust of onbewust kwaad hebt gedaan of geen liefde hebt gegeven, ervaar je dat vanuit de ander. Je voelt vanuit de ander wat je niet goed hebt gedaan. Of je voelt wat je wel goed hebt gedaan. Dit wordt ook wel het 'levenspanorama' genoemd. Hieruit blijkt dat al je gedachten en handelingen blijven bestaan en dat je hiermee opnieuw in contact kunt komen en óók met de bewustzijnsvelden van anderen. Hieruit blijkt tevens dat al die bewustzijnsvelden onderling verbonden zijn.

Mensen kunnen dan ook in contact komen met de bewustzijnsvelden van de gebeurtenissen die nog op handen zijn, met hun eigen toekomstbeelden, en mensen nemen dan waar wat ze nog gaan meemaken. Als ze weer 'terug zijn' zijn ze dit soms vergeten en soms weten ze het nog. Later ervaren ze die gebeurtenissen dan als déjà vu. Soms nemen ze ook toekomstbeelden van de wereldontwikkelingen waar. Ze kunnen in die andere dimensie ook in contact komen met bewustzijnsvelden van overleden dierbaren. Die bewustzijnsvelden zijn dus overal en altijd met de mensen verbonden. Alles is in die andere dimensie aanwezig en je bent onmiddellijk daar waar je je aandacht op richt.
Als die mensen met een BDE twee minuten 'weg' zijn geweest kunnen ze een dag praten over wat ze ervaren hebben. Het boeiende van de BDE's is dat je inzicht kunt krijgen in hoe die bewustzijnsvelden samengesteld zijn. En tevens krijg je enig zicht op de bewustzijnsbeperkingen die het lichaam ons oplegt. Mensen die weer in hun lichaam terug zijn vertellen allemaal dat het absolute gevoel van onvoorwaardelijke liefde waar ze even in verkeerd hebben nu weg is, evenals de absolute kennis die ze even hadden, en de absolute acceptatie waarin alles helder was. Dankzij de BDE heb ik inzicht kunnen krijgen hoe de relatie tussen bewustzijn en lichaam zou kunnen zijn en hoe je hiermee om zou kunnen gaan.

De neurofysiologie heeft gezocht waar je bewustzijn en je herinneringen in je hersenen gelokaliseerd zouden kunnen zijn. Penfield - neurochirurg en Nobelprijswinnaar - heeft proeven gedaan tijdens neurochirurgische ingrepen bij epilepsiepatiënten. Tijdens hersenoperaties heeft hij een bepaald deel van de hersenen geprikkeld waarbij die patiënten soms een gevoel van uittreding kregen en soms ook flitsen uit het verleden. Maar dit bleken niet de klassieke BDE-verhalen: geen levenspanorama vanuit het bewustzijn van anderen, geen absoluut gevoel van onvoorwaardelijke liefde, geen absolute kennis, geen veranderend levensinzicht. Penfield kwam tot de conclusie dat de bewustzijnsherinneringen niet in de hersenen te lokaliseren zijn. Verschillende andere onderzoekers zijn tot dezelfde conclusies gekomen (Pribram, Eccles). Er is een interactie tussen een immaterieel veld, een niet-materiële zijnsorde in het universum en het fysieke deel van de mens.

Het concept in de huidige wetenschap vertelt dat het bewustzijn in de hersenen is gelokaliseerd, maar dat concept is nooit aangetoond, nooit bewezen; men gaat er vanuit. Dit concept, deze hypothese mag je echter niet aanvallen want dan ondergraaf je de ideeën van mensen en dat stellen ze niet op prijs. Mensen als Penfield geven aan dat hun hele levenswerk tot resultaat heeft gehad dat ze deze hypothese niet kunnen bewijzen.

De Nederlandse hersenonderzoeker Herms Romijn - ook adviseur van de Stichting Bezinning Orgaandonatie - lanceert iets nieuws. Hij zegt dat de hersenen binnen een uur vol zitten als ze de informatie opnemen die ze toegediend krijgen. Dit zou betekenen dat het z.g. korte en lange termijn geheugen helemaal niet kunnen bestaan. Ook Romijn ondergraaft nu dus de gehanteerde hypothese dat de hersenen de bewustzijnsherinneringen bevatten.

Dit heeft implicaties voor het hersendoodconcept. De Nederlandse wetgever koppelt persoonlijkheid aan de hersenen en stelt dat een hersendode dus geen persoonlijkheid meer heeft. Hier kun je wel heel grote vraagtekens bij plaatsen. Wat versta je onder persoonlijkheid als je het voorgaande in acht neemt? Persoonlijkheid zou je kunnen definiëren als de combinatie van je totale bewustzijn, je gevoel van identiteit - je zelfbewustzijn - en je herinneringen. Uit de BDE's nu blijkt dat het bewustzijn van je hogere Zelf veel omvattender is dan je kunt ervaren met je dagbewustzijn in je lichaam. Je ego dat je ervaart in je lichaam is wat anders dan je hogere Zelf dat je ervaart buiten je lichaam. Er is wel een onderling verband, maar je hogere Zelf is een veel grotere dimensie dan je ego. Je ego sterft af als je lichaam afsterft. Je hogere Zelf - je hogere bewustzijn waarmee je in contact bent met alle andere bewustzijnsvelden die bestaan, ooit bestaan hebben en nog zullen bestaan - blijft.

Intrigerende vragen.
Enige boeiende vragen. Hoe kan het dat elk lichaam dat voortdurend wordt afgebroken (alle cellen worden constant door nieuwe vervangen) en weer opnieuw wordt aangemaakt toch een continuïteit van functies en van functioneren heeft? Waar komt die continuïteit vandaan? Hoe kan dit opgeslagen zijn in cellen die steeds veranderen en worden afgebroken? Hoe werkt dit? Dit kan nooit als alles in die cellen zou zijn opgeslagen.

Het enige dat niet verandert, is je DNA. Dit is het enige constante in je lichaam. Het DNA zal dus waarschijnlijk een essentiële rol spelen als het contactpunt tussen je cellen en je bewustzijnsvelden. Maar hoe? Na een BDE zijn de functies van de hersenen veranderd: de mensen houden een verhoogde intuïtie. Veel mensen zijn na een BDE helderziend, helderhorend, heldervoelend. Ze hebben waarschijnlijk ook een ander elektrisch en magnetisch veld om zich heen. Hoe komt het dat de functie van je lichaam na een BDE zo verandert? Welke rol speelt de DNA-functie hierin?

Mijn theorie is dat elk mens zijn eigen, persoonsspecifiek DNA heeft in al zijn cellen - en dus ook in zijn hersencellen - en dat elk mens hierdoor contact met zijn eigen bewustzijnsvelden kan maken. Je DNA speelt een essentiële rol in je contactmogelijkheden en je DNA gaat kapot als je cel zich niet meer splitst en definitief afsterft.

Mensen ervaren iets in een BDE en halen hier het wezenlijke inzicht dat dood niet bestaat:
a.. hiermee krijgt leven een totaal andere waarde;
b.. hiermee worden liefde, aandacht en compassie naar jezelf en naar anderen belangrijk;
c.. hiermee neemt het belang van uiterlijk, geld, en verslavende dingen aanzienlijk af;
d.. hiermee wordt levensenergie gegeven aan dingen die te maken hebben met de continuïteit.

Dit botst vreselijk met de heersende opvattingen en dit betekent dat ongeveer 80% van mensen met een BDE in echtscheiding raakt, van baan verandert en anders gaan leven. Dit is een heel moeilijk proces dat jaren en jaren kost.
Als je openstaat voor wat deze mensen te vertellen hebben, kun je die inzichten oppakken. Als je ze niet uit angst afwijst, zijn mensen met BDE's grote leermeesters voor je.

Bijna-dood ervaringen en orgaandonatie.
Tussen BDE's en orgaandonatie ligt een zeker verband. Deze wordt gevormd door medische en ethische problemen. Hoe ga je om met comateuze patiënten? Hoe ga je om met stervende patiënten? Hoe ga je om met euthanasie? Hoe ga je om met abortus? Hoe ga je om met organen die verwijderd worden uit hersendode patiënten met een kloppend hart? Dit zijn voor mij vragen waarbij dezelfde problemen een rol spelen.

Als je beseft dat je bewustzijn en je identiteit niet in je lichaam zitten, maar wel via je lichaam worden ervaren, dan zou dat het volgende kunnen betekenen. Als je de organen bij iemand wegneemt bij wie de hersenen niet voldoende functioneren en die 'hersendood' genoemd wordt , neem je de organen weg bij iemand van wie het organisme niet gestorven is. Dit is een belangrijk inzicht. Hij of zij is dus niet dood. Vanuit dit inzicht mag ieder mens met zichzelf handelen zoals hij zelf wil, als hij het maar bewust doet. Uit liefde mag je een orgaan afstaan, als je maar weet wat dat betekent. Een ander mag zoiets niet voor je beslissen. Dit kán eigenlijk niet. Ik geloof namelijk niet dat je bewustzijn in je lichaam zetelt. Je kunt op allerlei vragen die op dit gebied ontstaan antwoorden krijgen als je ernaar wilt zoeken.
Het verband tussen BDE's en orgaandonatie heeft dus te maken met het inzicht in de relatie tussen je bewustzijn en je lichaam, het inzicht in wat dood betekent en wat leven betekent. Leven betekent dat je cellen dankzij energieën in staat zijn met je bewustzijn te communiceren. Dood betekent dat door het versterven van de cellen de communicatie tussen je lichaam en je bewustzijn onmogelijk is geworden, maar je bewustzijn blijft bestaan. Je kunt het een beetje vergelijken met televisie. Als ik het televisietoestel aanzet kan ik het beeld ontvangen, dan wordt het zichtbaar voor mijn zintuigen. Als ik het toestel uitzet ontvang ik niets meer, maar de uitzending gaat door.

En zo gaat het met alle mogelijke informatie in het universum: deze wordt alsmaar uitgezonden en wij vangen er iets van op als we ons ervoor kunnen en willen openstellen.

Terug naar boven...

 

BEGIN EEN DISCUSSIELIJN
IN HET:

FORUM VAN DEZE SITE

BIJNA DOOD ERVARING VAN DE HEER E.R.M.B.

Op 17 augustus 1978 ben ik, na een nachtdienst in het ziekenhuis gedraaid te hebben, aangereden door een vrachtwagen. De chauffeur heeft mij gelanceerd en in bewusteloze toestand laten liggen. Later bleek het een coma te zijn. Het eerste dat ik me daarvan weet te herinneren, is dat ik een meter of vier, vijf boven mijn lichaam was. Ik zag dat er iemand druk bezig was mijn helm van mijn hoofd te halen. Toen kwam de ambulance eraan, waarin ik naar het ziekenhuis werd gebracht. Maar zelf hing ik dus als het ware boven die ambulance, ik zweefde met de brancard mee. Het leuke was dat er twee mensen bijwaren die ik 's nachts in het ziekenhuis ontvangen had toen ze een kraamvrouw kwamen brengen. Ik ging naar het ziekenhuis in Arnhem. Ik werd op een plaat gelegd, er werden foto's gemaakt. En men probeerde mijn contactlenzen eruit te halen, want dat had ik in mijn agenda staan. Dat lukte niet, dat zag ik. Ik gaf wel steeds aanwijzingen, maar er was niemand die luisterde. Op een gegeven moment is er een vriendin gewaarschuwd die die contactlenzen er uitgehaald heeft. Op dat moment kwam ik in een tunnel. Die tunnel kan ik het best omschrijven als zwart en aan het einde was een bol. Die bol gaf een niet verblindend licht. Om u toch een beetje het gevoel te geven hoe het eruitzag - het is namelijk ontzaglijk moeilijk om uit te leggen - u kunt het vergelijken met een peertje dat je door middel van een dimmer terug kunt draaien. Het was niet verblindend. Ik werd als het ware naar die bol toe getrokken. Toen ik door die bol heen kwam, waren daar de meest schitterende kleuren, die ik ook nooit meer teruggevonden heb. Zo mooi violet, groen, blauw. Het is echt niet uit te leggen. Daarbij was een ontzaglijk mooie muziek.

Toen ik later in Utrecht in een revalidatiecentrum was, ben ik op zoek gegaan naar die muziek. Voor mijn gevoel is het te vergelijken met Jean Michel Jarre of Andreas Vollenweider, hoewel... Ik heb het nog steeds niet teruggevonden. Daarna zag ik een schitterde boom met allerlei mooie bloemen. Ook die bloemen en die kleuren van die bloemen heb ik nooit meer teruggevonden. Het meeste vreemde was dat er op een gegeven moment drie personen aankwamen die mij -zoals achteraf bleek - heel bekend voorkwamen. Het waren mijn opa, mijn schoonvader en een vriend die zich heeft doodgespoten met drugs. Hij zei tegen mij: "Kom maar hier, het is hier erg mooi." Die bol ging overal met me mee. Ik kreeg een rondleiding door de meest schitterende landschappen, met heel mooie bloemen en kleuren. Wat mij daar echt goed van bijgebleven is, is een ontzaglijk gevoel van rust. Er werd onderweg vrijwel niet gecommuniceerd. Ik kwam bij een kanaaltje, waar werd stilgehouden. Als een 8mm- superfilm zag ik heel snel mijn leven voorbijgaan. Een van de eerste dingen die ik daarvan nog weet is dat ik in de wieg werd gelegd door zuster Cunegonde. Het is gek dat ik haar naam nog weet ik herinner me haar gezicht nog. Ze zei tegen mijn moeder: "Hij heeft zo'n schattig klein neusje."

Ik begreep wel dat ik dingen anders, misschien beter had kunnen doen. Ik kreeg een beetje inzicht in mijn eigen persoon. Tot op het moment van het ongeluk. Toen moest ik kiezen, maar er was eigenlijk geen keuze. Ik moest door die bol heen en daarin zat een heel klein kindje. Dat kindje bleek mijn dochter te zijn, die geboren was terwijl ik in coma lag. Ik ging door die bol heen en kwam in een spiraal terecht. Hoe lang die spiraal duurde, weet ik niet. Op het einde was een ontploffing. Het eerste dat ik toen zag, was een groen scherm. Ik had erge pijn in mijn polsen en hoofd. Het bleek dat ik terug was op de intensive care.

Op onverklaarbare wijze ben ik toen het bed uitgegaan en heb ik het infuus eruit getrokken. Ik wilde naar een boom gaan, die midden op het terrein van het ziekenhuis stond, terwijl ik dat niet kon weten, want ik werkte niet in dat ziekenhuis. Ze hebben me bewusteloos gevonden. En me vervolgens zo'n beetje kunstmatig platgehouden. Toen ik na vier weken weer een beetje echt op deze wereld was, heb ik er voor het eerst over gepraat met de behandelend neuroloog. Dat ik zo'n raar gevoel had over daar waar ik geweest was. Of i k dat gedroomd had? De man sloeg heel vriendelijk de arm om mijn schouder en zei: "Je hebt behoorlijk hersenletsel gehad." Hij draaide zich om en ging door met de dagelijkse werkzaamheden. Toen heb ik een fysiotherapeut gevraagd met mij in een rolstoel naar buiten te willen gaan. Dat deed ze en het eerste waar ik heen wilde, was die boom. Daar hebben we even onder gezeten. We zijn weer naar binnen gegaan, ik heb geprobeerd met haar te praten. Zij heeft toen een dominee naar mij toegestuurd. Dat was heel lief. Ik heb het aan die man verteld, een klein beetje, omdat ik niet zeker wist of ik gedroomd had of daar geweest was. Hij vroeg mij wat duidelijker mijn gevoelens weer te geven. Toen heb ik geantwoord dat ik mij opnieuw geboren voelde. Toen kreeg ik bijna een draai om de oren. Dat kon niet, je wordt maar één keer geboren. Daarna kon ik er dus met niemand meer over praten, ik ging mezelf volledig afsluiten.

Toen ik thuiskwam en in afwachting was van het revalidatiecentrum, kon ik er met mijn vrouw en familie ook niet over praten. In de eerste plaats omdat er een kindje geboren was en er geen tijd voor was, en in de tweede plaats omdat ik een stukje geheugenverlies had. Ik moest mijn eigen huis weer leren kennen, mijn eigen gezin terug kennen. Wennen aan een nieuwe baby, ik was nog niet 100%. Ik liep moeilijk en praatte moeilijk.

Ik kon er niet over praten, ging me steeds meer afsluiten. Na drieënhalve maand heb ik er voor het eerst met nufje huisarts over gepraat bij een controleonderzoek. Die had er wel eens iets over gehoord tijdens zijn opleiding en verwees me door naar een hulpverlenende instantie. Daar waren bijzonder vriendelijke mensen, want na achttien intakegesprekken werd ik met slaappilletjes naar huis gestuurd. Ik was losgeslagen en hypomaan, maar dat was allemaal heel normaal voor mensen met hersenletsel. Ondertussen had ik nog steeds mijn verhaal niet kunnen vertellen, want er was niemand die luisterde.Als ik bij de eerste vijf regels was, zeiden ze: "Ja hoor, dat is heel normaal. Tijd voor de volgende afspraak."

Dat heeft erin geresulteerd dat ik op 4 januari 1988 de pillen die ik van de hulpverlenende instantie had meegekregen, heb ingenomen om bij die rust te zijn. Die rust die ik zo prettig had gevonden. Maar het werd uitgelegd als een suïcidepoging en ik werd opgenomen in een crisiscentrum. Daar probeerde ik weer mijn verhaal te vertellen en werd er gepraat over relatietherapie.

Daarvandaan werd ik overgeplaatst naar een klooster, dat was goed voor me. Daar kon ik warempel voor het eerst eens een keer praten. Ik wist toen immers nog steeds niet of ik er nu wel of niet geweest was. Ik vertelde het aan een dominicaan die heel geduldig luisterde. Hij had nog nooit iemand gesproken die er ook geweest was.

Daarvandaan ben ik geopereerd aan mijn gebroken neus. Ik kwam thuis en werd plotseling opgehaald. Het volgende moment lag ik in een isoleercel van een psychiatrisch ziekenhuis, zijnde schizofreen. Ik was een gevaar voor mezelf en een gevaar voor mijn omgeving, had een districtpsychiater vastgesteld.

Toen ik daar eenmaal zat, was er een bijzonder vriendelijke psychiater die mij vroeg mijn verhaal te vertellen. Ik mocht warempel twee minuten praten en toen zei hij: "Jongen, jij kan zo goed toneelspelen, maar ik heb nu geen tijd meer. " Ik werd naar de gesloten afdeling overgebracht, waar drugs- en alcoholverslaafden zaten. Daar moest ik zelfs knokken voor mijn leven, want een gigantische knaap bedreigde me met een groot mes, omdat ik geen drugs voor 'm ging halen. Prompt lag ik weer in de isoleercel, want ik was agressief. Daarna mocht ik met een psycholoog praten die vertelde dat hij vroeger ook problemen met zijn moeder had gehad. Toen werd ik dus weer teruggebracht naar die gesloten afdeling.

Tegen het advies in ben ik uiteindelijk weggegaan via een luik boven in die afdeling. Toen ben ik in een revalidatiecentrum terechtgekomen, waar ik zeer goed ben gerevalideerd. Ik ben er de mensen nog dankbaar om. Alleen geestelijk liet het een beetje te wensen over.

Er was een klinisch psycholoog die me de ene na de andere psychologische test liet maken. Er werd me van alles aangepraat, terwijl ik alleen maar graag wilde weten wat er nou precies gebeurd was. In overleg met mijn vrouw werd besloten dat ik daar maar moest blijven en de WAO moest laten overmaken. Het zou eigenlijk aan onze relatie liggen. Niemand had geluisterd. Na mijn revalidatie ben ik tegen advies in weggegaan. Thuisgekomen kon ik er niet over praten. Niet met mijn vrouw, niet met mijn familie. Dat heeft geresulteerd in een echtscheiding, omdat er allerlei veranderingen hebben plaatsgevonden. Eén van die veranderingen is dat ik niet bang meer ben voor de dood. Voor mijn ongeval zat ik behoorlijk in een yuppiecultuur. Dat is nu duidelijk anders. Geld is helemaal niet belangrijk meer voor me. Er zijn persoonsveranderingen geweest. Ik ben opener en liefdevoller geworden. Begrijpender ook, meer één met het milieu.

Ik heb veel vrienden verloren, mijn vrouw, mijn twee kinderen, omdat ze niet konden accepteren dat ze te maken kregen met een veranderd mens. Pas veel later heb ik mijn verhaal kunnen vertellen in een ziekenhuis waar ik weer eens een psychologische test moest doen. Toen werd me dus duidelijk dat er meer mensen zijn die zo'n ervaring hebben gehad.

Het hele probleem zit 'm erin dat ik niks tastbaars heb meegekregen om mensen als u te bewijzen waar ik geweest ben. Ik heb alleen dat gevoel van rust.

Vandaag is het echt de laatste keer dat ik dit vertel. Gisteren ben ik op de televisie geweest, eerder op de radio en in de krant. Niet omdat ik graag filmster wilde worden, maar omdat ik graag wil dat mensen die zo'n ervaring hebben niet altijd in een vakje gezet worden. Omdat ik wil dat er naar hen geluisterd wordt. Ik hoop dat - door dit symposium en het onderzoek dat is gestart - de hulpverlening mensen de kans geeft om eerst hun verhaal te doen. Gewoon eens luisteren wat er met mensen kan gebeuren. Het leuke is dat er door mij psychologische tests zijn gemaakt, waar ik nog sterker uit naar voren kwam ná mijn BDE dan ervóór. Ik weet niet of het de moeite waard is dat eens te bekijken. Ik hoop dat u na het aanhoren van de verhalen op dit symposium de mensen de kans biedt te vertellen. Mochten mensen ons als abnormaal gaan beschouwen, neem dan maar één ding van de mensen met een BDE aan: als we erover praten, komt het niet uit de dikke duim, maar uit het gevoel. Wij hopen dat we een beetje van dat gevoel aan u over kunnen dragen. Dat er meer is als je ooit een keer je ogen dicht doet. Alleen ik kan het eigenlijk met zeggen, want we hebben nooit iemand gesproken die is teruggekomen.

EINDE GETUIGEVERSLAG

Terug naar boven...

TIEN VAAK GESTELDE VRAGEN OVER BIJNA DOOD ERVARINGEN

1. Komen BDE's algemeen voor?
Ja, onderzoek tot nu toe heeft uitgewezen dat BDE's voorkomen over de gehele wereld, ongeacht leeftijd, geslacht, opleiding, godsdienst, en sociaal-economische klasse. Diverse niet-westerse culturen zijn onderzocht, waarbij bleek dat de daar voorkomende BDE's grote overeenkomsten vertoonden met de BDE's in de westerse samenleving. Ook zijn er historische beschrijvingen van BDE's te vinden, zelfs van meer dan 2000 jaar oud. Deze beschrijvingen bevatten veelal dezelfde kenmerken als de huidige BDE- verhalen. Wel is het zo, dat men mag aannemen dat de BDE tegenwoordig veel vaker voorkomt dan in het verleden. Dit is het gevolg van snelle ontwikkeling en verbreiding van de medische technieken. Dank zij deze technieken kunnen nu veel meer mensen dan vroeger in leven worden gehouden tijdens levensbedreigende situaties. Een duidelijk voorbeeld daarvan is het reanimeren bij een hartstilstand.

2. Zijn BDE's niet slechts hallucinaties?
Nee, het zijn geen hallucinaties, fantasieën of dromen. Elke overeenkomst met een BDE hiermee is oppervlakkig. Er zijn inmiddels verschillende BDE's bekend van mensen die bijvoorbeeld tijdens de reanimatie boven hun lichaam zweefden en na afloop precies konden vertellen hoe alles tijdens dit proces verlopen was. Vooral details zoals woordenwisselingen en proces- en apparatuurbeschrijvingen, die ze niet langs de normale zintuiglijke weg konden weten zijn hierbij belangrijk. Hun verslagen konden vaak aan de hand van operatieverslagen en navraag bij het behandelingsteam worden geverifieerd.

Bovendien stemmen de ervaringen van de meeste BDE'ers met elkaar overeen en dit is moeilijk te verzoenen met de variabiliteit van hallucinaties, fantasieën en dromen. Vervolgens staan de positieve veranderingen die vaak in het leven van iemand met een BDE optreden, waarschijnlijk als gevolg van hun beleving, in schril contrast met de slechte prognose van psychotici. Tenslotte willen we erop wijzen dat de BDE'er vaak aangeeft dat deze ervaring een grotere helderheid en realiteitswaarde had dan onze dagelijkse ervaring en waarneming.

3. Waarom heeft niet iedereen in een kritieke situatie een BDE?
Dit is nog maar de vraag. We kunnen alleen constateren dat volgens onderzoek 10- 60% van de mensen die in levensgevaarlijke toestand hebben verkeerd, zich een ervaring kunnen herinneren. Er zijn nog twee mogelijkheden in geval van niet-herinneren. Men heeft geen ervaring gehad of men heeft wel een BDE gehad maar kan of wil zich deze niet herinneren. Bij de tweede mogelijkheid kunnen herinnerings- en/of verdringingsmechanismen een rol spelen. De bovengenoemde variërende frequentie wordt waarschijnlijk voor een belangrijk deel verklaard door verschillen in onderzoeksmethode en definitie van een BDE: hoe meet je of er sprake was van een ervaring, wanneer is iemand bijna dood?
Er blijven hier vooralsnog een aantal vraagtekens staan die uitnodigen tot verdere studie.

4. Is de BDE een bewijs voor een "leven na de dood"?
Het antwoord van deze vraag hangt af van wat men als bewijs wil aanvaarden. Vooropgesteld dient te worden dat het om bijna-doodervaringen gaat en dus niet om mensen die definitief dood zijn geweest. Daartegenover kun je zeggen dat zulke ervaringen een sterke aanwijzing vormen voor de realiteit van menselijk ervaren buiten en misschien ook los van het fysieke lichaam. Daarmee wordt op z'n minst de mogelijkheid gesuggereerd van het voortbestaan van de mens na de biologische dood. Indirect bewijs wordt gevormd door de verhalen van enkele BDE'ers die tijdens hun beleving een bekende waarnamen van wie ze niet konden weten dat de persoon gestorven was. Indirect bewijs is ook het "waargebeurde" verhaal van iemand die tijdens zijn BDE zijn overleden vader ontmoette die hij tijdens zijn leven nooit heeft gekend. Het bijzondere was dat hij tot dan niets wist van deze biologische vader omdat het bestaan van zijn "echte" vader door zijn moeder en zijn sociale vader verborgen werd gehouden. Zijn beschrijving van zijn echte vader bleek later te kloppen met de verslagen van de moeder die de waarheid niet langer kon achterhouden. Deze verhalen maken het voortleven van de waargenomene aannemelijk. Tenslotte zij opgemerkt dat de bewijskracht van argumenten altijd in het licht gezien moet worden van de levensovertuiging en theorieën van de discussiërende partijen. Tegen verstokte sceptici en blinde gelovigen is nauwelijks enig argument opgewassen.

5. Toont de BDE het gelijk van het christelijk geloof?
Nee, dit zou een veel te simpele voorstelling van zaken zijn. Christelijke theologen discussiëren er nog steeds over of het bijbelse materiaal wijst op een leven na de dood en zo ja, in welke vorm dan. Het hiernamaalsgeloof is wel gemeengoed onder vele christenen maar zeker niet alle. Verder behoort de idee van menselijk voortbestaan voorbij de dood tot het geloofsweten van vele andere religies. Dus in zoverre de BDE dit voortbestaansidee ondersteunt levert zij aanwijzingen op voor een belangrijk ingrediënt van een aantal levens- en wereldbeschouwingen en zeker niet alleen voor de christelijke religie. Bij veel BDE'ers heeft hun beleving geleid tot een positieve(re) waardering van een religieuze levenshouding en soms zelfs tot een spirituele ommekeer. Dit betekende zeker niet dat zij daarmee ondubbelzinnig kozen voor een georganiseerde religie. Voor alle duidelijkheid merken wij op dat het wetenschappelijk onderzoek naar BDE's tot het terrein van de wetenschap hoort en niet tot het terrein van het (levend of dood) geloof.

6. Kan de BDE wetenschappelijk worden onderzocht?
Ja, als menselijke beleving (dus zelfs ongeacht het realiteitsgehalte) kan het onderwerp zijn van rationele overwegingen op basis van wetenschappelijke criteria. Zogenaamd kwantitatief veldonderzoek naar BDE's is heel goed mogelijk en wordt ook op verschillende plaatsen in de wereld uitgevoerd.

Ook de stichting voor Bijna Dood Ervaringen, Merkawah, heeft een grootschalig (prospectief) onderzoek naar BDE's in Nederland gehouden.
Een paar thema's die her en der wetenschappelijk worden aangevat zijn:
Definitiestudies van relevante medische begrippen als "dood", "bijna-dood", "klinisch dood", "hersendood" en "hartdood" enz.
Het vaststellen van de frequentie van de BDE.
Het zoeken naar de (eventueel oorzakelijke) samenhang en het voorkomen en de inhoud van de BDE met tal van persoonsgebonden en medische factoren.
Onderzoek van effecten van de BDE zoals op persoonseigenschappen, waardepatroon en gedrag.
De toetsing van sommige aspecten van de BDE (bijvoorbeeld uittreding) op realiteitsgehalte door checks aan de hand van operatieverslagen en getuigenverklaringen.

7. Verandert er iemand door een BDE?
Ja, meestal wel. Het is bekend dat crisisgebeurtenissen een sterke negatieve, traumatiserende werking kunnen hebben op mensen. De BDE is ook zo'n crisiservaring. In plaats van emotioneel in de knoop te raken door de BDE reageert men er vaak heel positief op en koestert men de ervaring als een waardevolle beleving.
Van de beleving gaat meestal een sterke impact uit op persoonlijke eigenschappen (bijvoorbeeld minder angst voor de dood), waardenoriëntatie (zoals meer betrokken voelen bij anderen) en op houding tegenover religie en leven na de dood (bijvoorbeeld minder dogmatisch over levensbeschouwing).

Personen die een bijna-doodsituatie overleven zonder BDE houden meestal evenveel angst voor de dood als voor de crisis, zodat men de verminderde angst van de BDE'ers aan hun ervaring moet toeschrijven. Ook niet-ervaarders veranderen wel voor wat betreft persoonlijke eigenschappen en waarden maar de gewijzigde houding ten opzichte van religie en leven na de dood is specifiek voor de BDE'ers.
Een zaak waar de BDE'ers telkens weer de nadruk op leggen is het belang van liefde. "Heb je geleerd lief te hebben?" is een vraag die veel BDE'ers in de loop van hun ervaring is gesteld, en liefde wordt zo hun belangrijkste maat om de waarde van hun verdere leven aan af te meten. De conclusie van ons antwoord is dat een BDE als crisiservaring de persoonlijke groei, zeker op de lange termijn, bevordert.

8. Ik ken iemand met een BDE. Hoe kan ik het beste met die persoon omgaan?
Hoewel de veranderingen in het leven van een BDE'er op den duur positief zijn kan hij (of zij) gedurende enige tijd na de crisis door het hele gebeuren van de bijna dood en de ervaring flink in de war zijn. Misschien heeft hij ook een weerzin tegen het gewone leven gekregen of is hij bang om voor gek versleten te worden zodat hij zijn mond houdt over de BDE. Een afwijzende of een negerende reactie vanuit de omgeving kan zijn verwarring verergeren of hem helemaal doen dichtklappen. Een luisterend oor en begrip van anderen is de beste remedie en hoe u zelf ook over de ervaring denkt, bedenk wel dat de persoon zelf het meestal niet als een waanbeeld, droom of fantasie ervaren heeft maar als werkelijker dan de dagelijkse beleving. Neem de BDE'er daarom serieus, verklaar hem niet voor gek en laat hem vrijuit over zijn ervaring praten zonder hem te interrumperen met uw eigen ideeën over leven en dood. Wanneer u er niet zeker van bent dat de persoon een BDE heeft gehad of niet zeker weet hoe hij op uw toenadering zal reageren, is het aan te raden om hem eerst onder vier ogen te spreken omdat het een heel intieme ervaring kan zijn.

9. Welke tips kunt u geven voor hulpverleners?
Wanneer u uit uw professie iemand tegenkomt die een BDE heeft gehad dan kunt u deze persoon het beste helpen door serieus te luisteren naar haar (of hem). Voorts helpt u hen door te vertellen dat ze niet de enigen zijn met zo'n ervaring en kunt u hen zeggen dat zulke belevingen bijna-dood-ervaringen worden genoemd zodat het beter plaatsbaar wordt voor hen. Zeg nooit dat het slechts om een hallucinatie gaat, hoe u er zelf ook over denkt. Geef er gewoon geen of niet te snel een verklaring voor.

Raadzaam is om ook het hele gezin erbij te halen want vooral de andere gezinsleden hebben te maken met alle veranderingen die een BDE'er ondergaat. Laat de BDE'ers eventueel andere BDE'ers ontmoeten (hiervoor kunt u contact met de Stichting Merkawah opnemen) maar beveel ze in ieder geval de lezing van een of meer boeken over dit onderwerp aan. Verdere informatie over deze tips kunt u lezen in het onderdeel: "10 tips voor hulpverleners" op www.merkawah.nl

10. Ik ken iemand die zegt voorspellende dromen te hebben sinds zijn BDE.
Ja, dat kan. Een bevinding van verschillende onderzoeken naar de gevolgen van BDE's is, dat een aanzienlijk aantal onder de BDE'ers zegt sinds de BDE één of meer paranormale ervaringen te hebben gehad of dat zich paranormale capaciteiten hebben ontwikkeld bij hen. We noemen hier een aantal steekwoorden, zonder omschrijving, om de gedachte enige richting te geven: uittredingen, wonderlijke genezingen, magnetiseren, visioenen, voorspellende invallen en dromen, helderziendheid en telepathie.

Het is bekend dat psychotische patiënten ook vaak claimen paranormale gaven te bezitten. Toch raden wij de hulpverleners met klem aan in geval van BDE'ers voorzichtig te zijn en zulke claims niet direct als psychiatrisch te fabelen. In geval van twijfel gelieve het oordeel op te schorten. Verscheidene van hun claims zijn reëel bevonden. Ook al staat de realiteitswaarde van paranormale gaven en ervaringen nog steeds ter discussie, toch dienen we nog steeds de mogelijkheid open te houden dat we inderdaad verschil moeten maken tussen paranormaal en abnormaal in psychiatrische zin.
Bron: www.merkawah.nl


Terug naar boven...

MenS:
JOECHEI ALWEER EEN PARTIJ

column door Wim Heins

De nieuwe (2008) "Partij voor Mens en Spirit" (MenS) is heel vrouwelijk, dus alle reden om de afkorting van 'Pré Menstrueel Syndroom' (PMS) niet te gebruiken voor Mens en Spirit (afkorting: MenS).

Met vrouwelijk bedoel ik de nadruk op zachte krachten, gevoel, intuïtie, creativiteit en sociale verbondenheid boven machtszucht en eer. "Het uitgangspunt van beleid en van handelen moet liggen in liefde en respect voor alles wat er is," aldus de linkse partij.
Zo dames, en hoe gaan jullie dat toepassen op het Spaanse stierenvechten of het Somalische meisjesbesnijden?

Huh, wat zei ik net: links??
Maar MenS acht zich toch nóch links nóch rechts?
Politicologisch dus interessant of zij inderdaad geen positie innemen op het spectrum tussen de extremen: collectieve staatsbemoeienis (DDR, Noord-Korea, Iran) en absolute vrijheid voor particulier initiatief en ieder voor zich (Chili van Pinochet, Argentinië van Máxima's vader). Of dichter bij huis: waar staan ze tussen herverdeling van de macht door collectieve maatregelen (socialisme, links) en maatschappijhervormende vermenselijking (progressief) à la Jaren 60-links, versus maatschappijbevestigende repressieve tolerantie (conservatief) en zelf opdraaien voor je eigen handelwijze en stimulatie van ondernemingszin (kapitalisme, rechts)??

Ik noteer uit het partijprogram:

- Erfelijk koningshuis alle resterende macht ontnemen, puur ceremoniële rol geven, gewoon belasting laten betalen;

- een uniek mens worden dat zich los weet te maken van ideaalbeelden, reclame en machtsstructuren;

- deprivatiseren van nuts- en zorginstellingen en deze collectieve zorgtaken weer oppakken om burgers onafhankelijker te maken van commercie;

- aanhoudende economische groei gaat ten koste van kwetsbaren en dient niet meer de bepalende factor te zijn voor overheidskeuzen;

- een nationaal kabinet naar rato met vertegenwoordigers van alle gekozen partijen, zodat alle kiezers zich vertegenwoordigd voelen (...) en brede consensus (sociocratie);

- alleen de "gemeenschapsdienst" (=de overheid) mag nog geld scheppen (inflatie) want de belangen van de samenleving zijn belangrijker dan die van private banken;

- ‘natuur’-cannabis legaliseren (de huidige productveredeling maakt er een harddrug van);

- werkstraffen voor daders zijn socialer en goedkoper dan gevangenisstraffen;

- medische sector en commerciële farmaceutische industrie ontvlechten, goedkeuring en toetsing wetenschappelijk onderzoek niet meer door farmaceuten maar door onafhankelijke deskundigen;

- voedingssupplementen en alternatieve geneesmiddelen moeten vrij verkrijgbaar blijven;

- tot in de wortel oplossen van criminaliteit kan slechts door een pakket aan inzichten, acties en maatregelen die op liefde en niet op woede en wrok zijn gebaseerd;

- op school brede geestelijke ontplooiing, intuïtieve en sociale vaardigheden, relatiekunde, meditatie en leren ontspannen, maatschappelijke bewustwording, muzikale vorming, drama, kunst, toneel, filosofie, gezondheid, voeding, milieu, natuur, landbouw.

CONCLUSIE: EEN LINKSE PARTIJ.
De partij is een mix van communistische economie, revolutionaire herstructurering van de geldwereld, republikeinse democratiserings-items uit Maagdenhuisbezetting en hippie/provo-cultuur, totaal uitgeprobeerde en mislukte linkse adagiums (werkstraffen en geitenwollensokken-dogma's), het geloof in de wonderwerking van het hart, en een oorlogsverklaring aan de farmaceutische maffia (gaan ze daar ook vanuit hun hart hulpverlenen?)

Sommige dingen op hun site stonden in een krantje dat ik uitdeelde in onze kerk (1968) toen ik links was geworden door mijn geestdodende kantoorbaan. De dominee sprak me ineens met "u" aan: "Wilt u zich verwijderen?!"

Soms moet ik denken aan de Amsterdamse Kabouterbeweging met hun nieuwe samenleving "Oranje Vrijstaat" (1968) onder Roel van Duijn (1943), en hoe die gemangeld werd met zijn idealen in de stedelijke politiek als PPR-wethouder voordat hij naar Groningen uitweek (is tegenwoordig dokter voor
liefdesverdriet).

Op hun website mensenspirit.nl heerst een geest van vrijgemaakt wondergeloof zo vanzelfsprekend als alleen gegeven aan een Verlichte, of aan iemand die een Verlichte nadoet.
MenS is duidelijk een 'confessionele' partij (zouden ze een theocratie wensen?) en die confessie valt in één term te typeren: New Age.

- Samen met alle mensen, wezens en krachten vormen wij een geheel, dat voortkomt uit De Bron;

- er is een collectieve leegte door het wegvallen van religie, normen en waarden, idealen en gemeenschapszin waardoor slechts materie en uiterlijkheden lijken te tellen;

- we wenden ons steeds tot Spirit, dat voor sommigen hun innerlijke bron, hun hoger zelf is en voor anderen De Bron;

- beslissen en handelen dienen te geschieden vanuit helder bewustzijn uit (zelf)inzicht, compassie en wijsheid en door het afstemmen op Spirit.

CONCLUSIE:
"Ach waren alle mensen wijs en wilden daarbij wel!
Dan was de aarde een paradijs, nu is zij meest een hel."

Als PVV-stemmer heb ik er een fijne neus voor of men zich een (politiek correcte) antiracist voelt of een (politiek INcorrecte) criticus van de multicul. Je merkt dit vlot aan de vakterminologie. Zo zal een Wildershater nooit schrijven "bij ons in de Linkse Kerk zeggen we..." maar wel spreken van "xenofobie" of "onderbuikgevoelens".

MenS belijdt in een
tekst vol verpakte lucht over het hart, de liefde en leren van elkaar: "Strijd, angst en racisme (...) komen voort uit ‘de onderbuik’, uit de dierlijke overlevingsmechanismen van de mens."
Erg dubbel merkt men dan op: "Overlevingsmechanismen zijn er overigens niet voor niets."
Dan denk ik: ófwel je voelt je moreel verfijnder en edelmoediger en dan scoor je nog maar weer eens makkelijk met het racisme uit de Tweede Wereldoorlog, óf je trekt als spirituele struisvogel je kop uit het zand en dan zie je dat je omgeving in verregaande staat van islamisering verkeert. En dat je je geestelijke vrijheden gaat verliezen, maar dan gaan je overlevingsmechanismen ook werken.

Want je denkt dan toch niet dat er nog kans is voor politiek vanuit het hart:
"...allen kunnen en mogen leven conform hun gevoel en vermogens, dragen van verantwoordelijkheid voor het geheel."

Dames, gaan jullie vertellen aan de haat-imam en de jihad-sheik dat die zichzelf bewust moeten worden van hun Bron en dat homo's, joden en hindoe's mogen leven volgens hun gevoel? Dat is een brug te ver. Want die mensen hebben in hun nerven dat ze de vrouwelijke pool minachten en daardoor zijn ze ongeneeslijk pervers.

"Het opleggen van westerse normen en vormen van democratie is niet wenselijk. Het westerse gedachtegoed past niet standaard op elk land en bij elke cultuur."

Maar dames, gaan jullie dat binnen Nederland toepassen op immigranten uit de middeleeuwen? Ik dacht dat we nu toch wel wisten als je kut-marokkanen hun eigen identiteit laat houden dat het dan kut-marokkanen worden.

Dus daar komt dan eindelijk de trap onder de gordel:

"Een politicus of leider die bepaalde groeperingen bedreigt, raakt hen in hun overlevingsaspecten, in de onderbuik. Hierdoor kunnen bijvoorbeeld gewelddadige groepen jongeren opstaan, die de angst en woede van hun groep uitdrukken in de samenleving door gewelddadig gedrag."

Wilders bedreigt straattirannen, islamisten en jihadisten.

Laten we MenS, de partij van het hart, aldus typeren:

"Als je jong bent en niet links stemt, dan heb je geen hart, maar als je oud bent en nog steeds links stemt dan heb je geen verstand."

CONCLUSIE: Gun de partij MenS svp. freedom of speech!

STEMADVIES 2010:
Partij voor de Vrijheieieid (PVV) lijst vijijijijf!

Wim Heins

 

 

 WEBLINKS TRANSVITALITEIT 

 

 


Voortleven van ons individuele bewustzijn in een andere wereld na de (grof)stoffelijke dood:

  Bestaat wel
  Bestaat niet
                                         

 

 

BEGIN EEN DISCUSSIELIJN
IN HET:

FORUM VAN DEZE SITE