Een verslag van tien jaar strijd tegen slakken

 

                   

                              Arion ater rufus

Ook ervaren moestuinders komen zo nu en dan voor problemen
te staan waarvoor ze geen kant-en-klare oplossing hebben.

Zo worden de oogsten al heel lang bedreigd door slakkenvraat.

Wat men ook probeerde, steeds waren de glibbers hen te slim af.

Nu lijkt het er echter op dat zij aan de winnende hand zijn.

Een verslag van tien jaar strijd tegen slakken.

Toen ik in het voorjaar van 1979 verhuisde en de beschikking kreeg over
een grote moestuin, ging ik enthousiast aan de slag. Nog voordat het nieuwe
huis was ingericht, waren de groentebedjes bemest, gespit en ingezaaid. Het stond voor mij vast dat de groenteman in mijn nieuwe woonplaats weinig aan mij zou verdienen.
Het pakte echter totaal anders uit.

Een week of twee na het zaaien kwamen de eerste kiemplantjes, zoals het hoort, boven de grond, maar vanaf dat moment ging het mis.

Een dag later ontdekte ik dat het merendeel weer verdwenen was en weer
een paar dagen later bleek er op sommige bedjes geen plantje meer te vinden te zijn.

Ik was genoodzaakt om opnieuw te zaaien.

Dit keer leek alles goed te gaan. De zaden kiemden, in het warme voorjaarszonnetje, groeiden de plantjes voorspoedig op, maar toen volgde er een natte periode.

Opnieuw werden veel van mijn groenten tot op de grond opgevreten.

Ik was de wanhoop nabij en mijn plezier in het tuinieren was behoorlijk vergald. Dagenlang heb ik me niet in mijn tuin laten zien.

Anti-slakkenmuur

De dagen verstreken en mijn gevoel van teleurstelling ebde weg.

Ik besloot om naar mijn moestuin te gaan en er zo lang te blijven, dat ik precies wist wat er mis was gegaan. Tegen de avond ontdekte ik dat honderden zwarte slakken met een lengte van circa 10 centimeter uit het hoge gras rond
mijn tuin tevoorschijn kropen en op zoek gingen naar een mals hapje.

Als zij eenmaal op de zwarte tuingrond waren aangekomen, bewogen zij hun kopjes van links naar rechts en weer terug en kropen verder.

Dit deden zij net zo lang tot hun beweeglijke koppen een mals groenteplantje hadden

gevonden en daarna begon de maaltijd.

De oorzaak van mijn tuinellende waren naaktslakken, dat stond vast.

Maar wat kun je er tegen doen?

In boeken las ik dat de glibbers zich overdag op koele, beschaduwde en vochtige plekjes ophouden en bij voorkeur 's nachts in de tuin op zoek gaan naar een gevarieerd menu.

De oplossing lag dus voor de hand.

Door het gras rond mijn tuin te maaien, zorgde ik er voor dat het dagverblijf van de slakken verdween. Het hielp.

Doordat de dieren een koele, beschaduwde en vochtige plek moesten ontberen, nam hun aantal af. Helaas bleven er nog genoeg over om flinke schade in mijn tuin aan te richten.

Het was duidelijk, er moest meer gebeuren.

Toen ik op een avond de slakken weer aan het werk zag, vond ik een aanvullende
oplossing voor mijn tuinprobleem. Een slak die mijn tuin was ingekropen en druk met de kop bewegend op zoek was naar een mals hapje, versperde ik de weg met een plankje.
Het dier dacht kennelijk: „Hier valt niets te halen," draaide zich om en kroop mijn tuin weer uit. De volgende dag ben ik naar het tuincentrum gegaan, heb er plastic strips gekocht die worden gebruikt om gazons op te sluiten en heb die strips als een muur rond mijn tuin geplaatst.

Deze anti-slakkenmuur was een succes.

Het aantal zwarte naaktslakken nam drastisch af. Helaas, het succes was
van korte duur. Na verloop van tijd kropen er toch weer 10 centimeter lange glibbers door mijn tuin. Ik ontdekte dat ze via grassprieten over de plastic muur kropen. Daarna heb ik het gras in de omgeving van de
barricade steeds kort gehouden en was het probleem opgelost.

Nu wil dit niet zeggen dat er nooit meer zo' n grote glibber in mijn tuin
te vinden is, maar het probleem kan door middel van vangen in de hand worden gehouden. Bij het vangen maak ik gebruik van slakkenvallen die met bier gevuld moeten worden. Ze werken uitstekend.

                                      

                                         

Inwonende slakken

Van de grote, zwarte aardslakken (Arion ater rufus) was ik vrijwel verlost, maar al snel ontdekte ik dat er ook nog kleine, grauwe veldslakken (Deroceras reticulatum) in mijn tuin huisden. De anti-slakkenmuur had op
hun aanwezigheid geen effect. Dat is ook begrijpelijk, want deze soort houdt zich overdag niet buiten de tuin verborgen, maar in de tuin.

Je vindt het diertje onder aardkluitjes,tussen onkruiden en tussen groenten.

Ik ving honderden van deze slakken in mijn biervalletjes, maar dat was niet voldoende. Er bleven er nog genoeg over om flinke schade
aan te richten.

De strijd tegen de grauwe veldslakken heeft mij jaren gekost.

De enige manier om hen aan te pakken, zo is mijn ervaring, is het
creëren van een slak-onvriendelijk tuinmilieu.

Dit betekent datje koele, vochtige en donkere plekjes in je tuin tot

een minimum moet beperken. De slakken hebben dan nauwelijks kans om zich overdag schuil te houden en zullen vertrekken.

Deze oplossing klinkt simpel, maar er is heel wat voor nodig om een slak-onvriendelijk milieu te creëren.

 

Ik heb de volgende maatregelen genomen:

— Het onkruid heb ik klein gehouden, zodat de tuingrond snel opdroogt en minder aantrekkelijk voor de veldslakken wordt.

- Om dezelfde reden heb ik de groenten wat ruimer uitgeplant en -gezaaid

  dan ik gewend was.

- Het in de wintermaanden bedekt houden van de grond met compost

  en tuinafval heb ik achterwege gelaten. U zult begrijpen dat er

  onder zo'n deklaag een uitstekend milieu voor slakken ontstaat.

- Jarenlang heb ik mijn tuin wekelijks geschoffeld. Door deze grondbewerking
vallen de grovere aardkluiten waaronder veldslakken zich overdag schuilhouden,
uiteen.

- Het gebruik van groenbemesters heb ik afgezworen.

- Tenslotte heb ik de grond nog met goed uitgerijpte compost opgehoogd,

   zodat er in mijn tuin een droger en dus slak-on-vriendelijker milieu is ontstaan.

 

                                   

                                                      Deroceras reticulatum

Natuurlijke vijanden

Padden, kikkers, egels, mollen, spitsmuizen, kippen, eenden, lijsters en

Spreeuwen zijn natuurlijke vijanden van de diverse slakkensoorten.

Ook van hun anti-slakcapaciteiten heb ik gebruik gemaakt.

Zo heb ik spreeuwepotten opgehangen en heb ik in de
directe omgeving van mijn moestuin een ondiepe vijver gegraven.

Daarin zetten padden ieder voorjaar hun eitjes af. Na verloop
van tijd trekken de jonge padjes mijn tuin in en doen zich tegoed aan

slakken en hun eieren. Het in de wintermaanden loslaten
van kippen in mijn moestuin was geen succes.

Zonder twijfel hebben de dieren veel slakken verslonden, maar daar staat tegenover dat ze de structuur van de grond met

hun gescharrel behoorlijk hebben benadeeld.

Het heeft me heel wat tijd en denkwerk gekost om het slakkenprobleem

in mijn tuin op te lossen. Maar nu, na een tien jaar lange strijd, is het me gelukt De anti-slakkenmuur houdt de meeste zware aardslakken buiten
de tuin en de specifieke teeltmaatregelen maken mijn tuin zo langzamerhand onaantrekkelijk voor grauwe veldslakken.

Padden en spreeuwen zijn ook nu nog in mijn tuin te vinden, maar ze zullen het met een vrijwel slakloos menu moeten stellen

 

Nog meer anti-slakmaatregelen:

Andere tuinders hebben andere manieren gevonden om
slakkenoverlast tegen te gaan. Dit zijn de voornaamste:

   - Leg rond de tuin een pad aan dat met schelpen of dennennaalden

   is verhard. Slakken zouden deze barrière niet kunnen nemen.

- Bestrooi om dezelfde reden rond de tuin een strookje grond met
gesteentemeel, scherp zand, houtas, zaagsel of kalk.

- Bestuif de kwetsbare gewassen met basaltmeel.

- Bespuit het gewas en de grond met slakkengier. Slakkengier kunt u
maken door 60 dode slakken te laten trekken in een emmer water.

  Laat het geheel 3 a 4 dagen staan en roer regelmatig.

  - Zaai zo veel mogelijk groentesoorten voor in huis, bak of kas,

    zodat de kwetsbare periode wordt bekort.

- Leg slakkenkorrels uit. Deze korrels bevatten methaldehyde of
mercaptodimethur,

  beide stoffen zijn ook dodelijk voor zoogdieren en vogels.