Inleiding.
Deze lader is in eerste instantie
ontworpen voor het laden van kleine accu's, met name voor motoren.
In principe kan hij ook gebruikt worden voor het laden van autoaccu's,
alleen duurt het wat langer. Omgekeerd zijn laders voor autoaccu's
minder geschikt voor het laden van kleine accu's vanwege de te
grote laadstroom hetgeen beschadiging van de accu op kan leveren,
kromme platen b.v. Algemeen geldt dat een accu ofwel batterij
met een laadstroom die gelijk is aan eentiende (0.1C)van zijn
capaciteit geladen dient te worden, dan loopt men geen risico
de accu voortijdig te doen sneuvelen.
Acculaders zijn te kust en te keur te koop, vaak voor een paar
tientjes.
Aan deze laders kleeft echter een groot bezwaar, het laden gebeurt
niet met een constante stroom. Zolang de accu vrijwel leeg is
loopt er tengevolge van het spanningsverschil tussen lader en
accu een redelijke stroom. Echter, zodra de accuspanning hoger
wordt loopt de laadstroom snel terug. Hierdoor duurt het vrij
lang om de accu geheel te laden.
De hieronder beschreven lader laadt de accu met een constante
stroom tot een bepaalde klemspanning. Zodra deze bereikt is loopt
de laadstroom automatisch terug en wanneer deze onder een bepaalde
waarde daalt schakelt de lader over op een constante uitgangsspanning.
Zodra dit gebeurt gaat er een groene LED branden, ten teken dat
de accu vol is.
Hieronder staat het schema van een lader die met 3 Ampère de accu laadt tot 14.1 Volt en vervolgens overschakelt naar een uitgangsspanning van 13.6 Volt. (Zie ook schakeling verder naar onderen !!)

De schakeling werkt als volgt. Het
IC LM350 is een instelbare spanningsregelaar. Deze houdt de spanning
tussen de punten C en B op 1.25 Volt. Door nu een weerstand tussen
punt B en de nul te plaatsen kan men hiermee de uitgangsspanning
als het ware optillen. Om de uitgangsspanning nauwkeurig in te
kunnen stellen voeren we deze uit door een serieschakeling van
een vaste en een regelbare weerstand (potentiometer). In de figuur
zijn dit de weerstand van 1K en de potmeter van 2K. Zodra men
de accu aansluit gaat er een stroom lopen, deze wordt begrensd
door de schakeling opgebouwd rondom de helft van het IC LM1458
(rechts in de figuur). De stroom door de weerstand van 0.1 Ohm
veroorzaakt hierover een spanningsval. Deze wordt vergeleken met
de spanning op de loper van de 100 Ohm potentiometer. Zodra deze
groter wordt dan die ingesteld op de potmeter wordt de uitgang
van het IC laag en begint er een stroom (nou stroom, meer een
stroompje) te lopen door de diode en hierdoor gaat er minder stroom
lopen door de serieschakeling van de 2k potmeter en 1K weerstand.
Hierdoor wordt de spanning over deze weerstanden lager en dus
de uitgangsspanning. De stroom kan daardoor niet groter worden.
De tak tussen C en B is opgesplitst in drie weerstanden, 2.2 Ohm,
potmeter van 100 Ohm en 150 Ohm. Het knooppunt van 2.2Ohm en 100Ohm
potmeter is verbonden met de niet-inverterende ingang (+) van
de andere helft van het IC LM1458. De inverterende ingang van
dit IC is verbonden met de weerstand 0.1 Ohm die in serie staat
met de uitgang. Zolang de spanningsval tengevolge van de laadstroom
over deze weerstand groter is dan de spanningsval over de weerstand
van 2.2 Ohm blijft de uitgang van het IC hoog en daardoor de transistor
aangeduidt met BC558 gesperd. Zodra echter de laadstroom beneden
een bepaalde waarde komt, ca. 100 mA dan wordt de uitgang van
het IC laag, de basisspanning van de transistor wordt dan ca.
2.8 Volt. De transistor komt in geleiding en de LED gaat branden.
Tevens gaat er een stroompje lopen door Rx. Dit heeft tot gevolg
dat de uitgangsspanning van de lader lager wordt, is hier ingesteld
op 13.6 Volt. Dit is een veilige uitgangsspanning, de accu wordt
hiermee niet overladen en blijft vol. Rx moet experimenteel bepaald
worden, zoals hieronder zal blijken is de grootte orde wel te
berekenen,maar de exacte waarde kan daarvan iets afwijken door
toleranties van de componenten.
Omdat door het IC LM350 veel vermogen gedissipeert wordt moet
deze wel op een flinke koelvin gemonteerd worden, b.v. 4Y (3.3°C/Watt).
De diode over het IC is noodzakelijk omdat anders wanneer de voedingsspanning
uitvalt of men de accu aansluit voor de netspanning aan te sluiten
het IC naar het IC Walhalla gaat.
De afregeling van de schakeling is
zeer eenvoudig en daarvoor is alleen een digitale Voltmeter nodig.
IC LM1458 moet nog niet geplaatst zijn omdat wanneer geen accu
aangesloten is daardoor geen spanningsval over de 0.1Ohm weerstand
plaats vind de uitgangsspanning ervan laag zou worden. Men sluit
de voltmeter op de uitgang aan en regelt met de potmeter van 2K
de uitgangsspanning af op 14.1 Volt. Vervolgens het IC erin plaatsen
en dan Rx zodanig groot maken dat de uitgangsspanning 13.6 Volt
wordt. De potmeter van 100Ohm zover mogelijk in de richting van
de 2.2Ohm weerstand draaien. Nu de accu aansluiten en deze potmeter
zover terug draaien totdat de laadstroom 0.1 maal die van de accucapaciteit
is (max 3A)
B.V. een accu met een capaciteit van 16Ah instellen op 1.6Ampère.
De voltmeter kan dienst doen als Ampèremeter door deze
op het 2 Volt bereik over de weerstand van 0.1 Ohm aan te sluiten.
De stroom is de spanning hierover gedeeld door 0.1 , voor 3A dus
0.3V.
De diode 1N4148 op de uitgang van het linker IC gedeelte dient
om te voorkomen dat wanneer de uitgangsspanning van de LM1458
hoog is deze de instelling van de spanningsregelaar verstoort.
Voor diegenen die geïnteresseerd
zijn in de bepaling van de componenten waarde volgt hieronder
de berekening van de essentieele componenten. Aan de hand hiervan
kan men zelf een lader op bovenstaand principe berekenen voor
andere laadstromen of batterijspanningen (6 Volt accu's worden
ook nog veel gebruikt). Voor de doorgewinterde elektronica hobbyist
zal dit wel gesneden koek zijn.
Uitgangspunt is de spanning tussen de punten C en B van het IC
LM350. Wanneer hiertussen een weerstand wordt aangesloten gaat
daardoor zoveel stroom lopen dat de spanning erover 1.25 Volt
wordt. In dit geval is de weerstand totaal 2.2 + 100 + 150 = 252.2
Ohm. Omdat het om erg kleine stromen gaat voeren we de berekening
maar in milliAmpères uit, daarvan moeten we de weerstandswaarden
in kiloOhm nemen.De stroom erdoor is dus 1.25 / 0.2522 = 4.9564
mA. Deze stroom loopt ook door de serieschakeling van de 1K en
2K weerstand. We willen de uitgangsspanning op 14.1 V hebben,
dwz, de spanningsval over deze weerstanden moet 14.1 - 1.25 =
12.85 V bedragen. De totale weerstandswaarde van de serieschakeling
moet dus 12.85 / 4.9564 = 2.5926 kOhm zijn. Om dit in te kunnen
stellen is een van de weerstanden als potmeter uitgevoerd. Met
een vaste weerstand van 1kOhm en daarmee een potmeter van 2k in
serie kunnen we deze waarde instellen. De weerstand Rx bepalen
we als volgt. We willen in die toestand een uitgangsspanning van
13.6 Volt, dwz. de spanning op de serietak van 1k en 2k moet dan
13.6 - 1.25 = 12.35 V zijn. Dat betekent dat de stroom door deze
spanningsdeler 12.35 / 2.5926 = 4.7635 mA moet zijn en dus de
resterende stroom 4.9564 - 4.7635 = 0.1929 mA door Rx moet vloeien
en daarbij een spanningsval veroorzaken van 12.35 - 2.78 = 9.57
V. Meting in deze schakeling gaf dat de spanning op de basis van
de transistor BC558 2.78 V bedroeg nadat de uitgang van het IC
LM1458 laag geworden was. Met de stroom van 0.1929 mA resulteert
dit in een weerstand van 9.57 / 0.1929 = 49.611 kOhm. Een vaste
weerstand van 47kOhm zou goed in de buurt komen. Natuurlijk kan
men hier ook een 50kOhm potmeter zetten om de waarde exact in
te stellen. De weerstand van 1K5 in serie met de LED dient om
de stroom door de LED te begrenzen, deze moet beneden 20mA blijven.
Nu moet nog de waarde van de serieweerstand
bepaald worden waarmee de schakeling van laden op float moet overgaan.
Dat gebeurt wanneer de spanningsval over de weerstand van 0.1Ohm
in de positieve poot kleiner is dan die over de weerstand van
2.2 Ohm. Deze bedraagt 2.2 x 4.9564 = 10.9 mV. De weerstand is
0.1 Ohm, om hierover een spanningsval van 10.9 mV te krijgen is
de stroom 10.9 / 0.1 = 109 mA. Zodra de laadstroom lager wordt
dan deze waarde schakelt het IC om naar de floattoestand (constante
uitgangsspanning).
De instelling van de 100Ohm potmeter bepaalt de maximale stroom.
De spanning op de loper varieert van 10.9 mV tot 506.54mV. De
stroom is hierdoor in te stellen van 0.1A tot 5A, zover mogen
we echter niet gaan omdat het IC LM350 dit niet aan kan. Nemen
we echter een potmeter van 50Ohm dan kunnen we de 3A weer niet
halen. Gewoon zorgvuldig instellen is de remedie.
Met deze gegevens is eenvoudig te berekenen wat de weerstanden
te dissiperen hebben. Dwz. product van weerstand maal de stroom
in het kwadraat ( I²xR ).
De enige weerstand die het enigszins voor zijn kiezen krijgt is
die van 0.1Ohm, maar ook dit is niet zoveel. 3 x 3 x 0.1 = 0.9
Watt.
Rest ons nog de voeding te berekenen. Daartoe moeten we wat spanningen
bij elkaar optellen. We hebben de accuspanning van 14.1V, verder
de spanningsval over de weerstand, 0.1 x 3 = 0.33V, over het IC
moet minimaal 3V staan voor een goede werking, totaal 17.43 Volt.
De transformator levert 18Veff. Bij ideale gelijkrichting zou
dit 18 x 1.41 =25.38 V zijn. Er treden echter verliezen op in
de dioden van de brugcel zodat we ca 23.88V overhouden. Veel speling
hebben we dus niet, maar teveel betekent alleen maar extra warmteproductie
die we vervolgens af moeten voeren. De spanning op de buffercondensator
mag niet lager worden dan 17.43V, dwz. de rimpelspanning mag 23.88
- 17.43 = 6.45V bedragen. Bij dubbelfasige gelijkrichting is de
rimpelspanning gelijk aan I/(2xfxC) waarin I de ontlaadstroom
is, f de netfrequentie en C de capaciteit van de buffercondensator
in Farad. Verwisseling van plaats levert dat
C = 3/(2x50x6.45) =0.004651 Farad =4651 µF. Een standaardwaarde
is 4700 µF.
Deze moet minimaal een werkspanning van 35 - 40 V hebben.
De andere condensator is niet erg kritisch en alleen bedoeld om
spanningspiekjes te onderdrukken welke de schakeling zouden kunnen
beïnvloeden.
De brugcel krijgt het ook wel aardig te verduren en het is daarom
verstandig niet een te krap bemeten exemplaar te nemen. Een 5A
type is vaak aan de krappe kant, neem liever een 8A of 10A type.
Deze zijn te kust en te keur verkrijgbaar.
Als laatste de transformator. Op de
buffercondensator staat een spanning van ongeveer 25 V. De stroom
is 3 A. Dit wil zeggen een vermogen van 25 x 3 = 75 Watt.
De trafo heeft ook nog wat verliezen, dus een keuze van 80Watt
is acceptabel. Het beste is hiervoor een ringkerntrafo te nemen,
alhoewel zonder problemen ook een meer gebruikelijk type bruikbaar
is.
Probeer nooit met een 12V lader een
6V accu te laden. Wel is het mogelijk deze schakeling uit te breiden
voor andere accuspanningen door met een schakelaar een andere
weerstandstak in te zetten i.p.v. de serieschakeling 1K en 2K.
Aan de hand van het bovenstaande moet iedereen dat nu uit kunnen
rekenen. De weerstand Rx zal ook aangepast moeten worden, wordt
kleiner. Hou echter wel de warmteproducties in het oog, het IC
LM350 krijgt veel meer vermogen te verwerken door de grotere spanningsval
erover, ruim 6V meer.
Ik hou me graag aanbevolen voor op- en aanmerkingen.
Omdat ik ook vragen kreeg om een acculader voor 6V batterijen volgt hier een schakeling waarmee zowel 6V als 12V batterijen opgeladen kunnen worden.

De afregeling van deze schakeling is wederom erg eenvoudig.
Plaats de schakelaar in de stand 6V en regel (met open uitgang)
met de potmeter van 1K de uitgangsspanning af op 7.05V ( Digitale
voltmeter gebruiken, analoog is te onnauwkeurig)
Vervolgens herhaal je dit in stand 12V van de schakelaar en regel
je de uitgangsspanning af met de potmeter van 2K2 af op 14.1V.
Sluit vervolgens de gedeeltelijk ontladen accu (batterij) aan
bij de juiste schakelaarstand en dan hoort de rode Led te gaan
branden om aan te geven dat de accu aan het laden is. Zodra de
accuspanning een bepaalde waarde heeft bereikt neemt de spanningsval
over de weerstanden van 0.22 Ohm zover af dat deze kleiner wordt
dan de referentiespanning Vref. Zodra dit gebeurt gaat de rode
Led uit en de groen Led branden. De batterij komt dan in de float-toestand,
dwz. de uitgangsspanning van de lader neemt zover af dat de accu
niet overladen wordt of gaat koken.
De BC548 transistor heeft het doel de stroom te begrenzen. Omdat de parameters van transistoren nogal eens afwijken kan het zijn dat je hiermee iets moet experimenteren. Overschrijdt de laadstroom de 3A dan moet je de weerstand van 0.22 Ohm groter maken, wordt de stroom van 3 A niet bereikt, kleiner maken. Zodra de transistor gaat geleiden daalt de uitgangsspanning van de lader.