Dagje Keukenhof voor doofblinden


'Het is hier prachtig'

Een eerste vereiste om volop te kunnen genieten van wat de Keukenhof in Lisse aan lentepracht te bieden heeft is een goed gezichtsvermogen, zou men denken. Niets is minder waar. Ook voor bezoekers met een visuele handicap en zelfs voor mensen die daarbij nog doof zijn op de koop toe is een 'dagje Keukenhof' een heel speciale ervaring.

Zaterdag waren er van heinde en verre 150 doofblinden in het gezelschap van evenzoveel begeleiders op uitnodiging van de Rotary naar de Keukenhof gekomen. Geen opvallende groep tussen de bonte mengeling van toeristen, zo op het eerste gezicht.

Hier en daar zijn weliswaar wat gehoorapparaten zichtbaar, een enkeling baant zich aarzelend een weg met een blindenstok en een paar blindengeleidehonden besnuffelen het onbekende terrein.

De uit Nijmegen afkomstige Marian Miedema van de 'Nederlandse Stichting Doofblinden' tussen de bloeiende bloemperken: 'Ieder jaar gaan we een dagje uit, dat is inmiddels traditie. Eigenlijk is het ook een beetje een reünie', concludeert ze, terwijl ze links en rechts een knuffel uitdeelt en joviaal de arm om de schouder staat van een oude bekende.

Wijzend op de bijzondere bezoekers legt ze uit: 'Niet iedereen die hier vandaag aanwezig is, is stekeblind of stokdoof. Er zijn gradaties, zowel in slecht zien als slecht horen. Sommige zien wat flauwe contouren en kleuren en horen hoegenaamd niets. Het is heel verschillend.’ Ook zijn er volgens Miedema deelnemers die als kind wel over voldoende gezichtsvermogen beschikten. ‘Voor hen is er niet veel nodig om zich de prachtige bloemen weer voor de geest te halen. De extra ontwikkelde tastzin en het reukvermogen helpen daar bovendien een handje bij.’

Maar als de gasten van de Rotary na een eerste wandeling door het park behoedzaam wat bloemen ‘gevoeld’ hebben en de geur diep hebben ingesnoven komen de reacties los. Terwijl de buitenlandse toeristen luidkeels in alle toonaarden de pracht van Keukenhof kenbaar maken in termen van ‘lovely en ‘magnificent’, komen er bij de doofblinden weinig woorden aan te pas. Het enthousiasme is er echter niet minder om. Er volgt een voor buitenstaanders onbegrijpelijke wirwar van druk bewegende handen, gebaren die kennelijk aan duidelijkheid niets te wensen over laten en letters die in de handpalm ‘geschreven’ worden. Ook de gezichtsuitdrukkingen laten er geen twijfel over bestaan: ‘De Keukenhof is prachtig!’

In het Oranje Nassau Paviljoen laat Hans Dirksen uit Zoetermeer aan zijn begeleidster weten dat hij de dag van zijn leven heeft. Even zag het er deze week naar uit dat het bezoekje aan Keukenhof aan zijn neus voorbij zou gaan. Zijn vaste begeleidster moest het wegens ziekte af laten weten. Een medewerkster van de Stichting doofblinden heeft zich zijn lot aangetrokken en heeft nu behalve haar eigen ‘maatje’ ook Hans onder haar hoede genomen. Een brede grijns onder de groene baseballpet met het vignet van een vaderlandse brouwerij er op bewijst dat dit bezoekje voor Hans een schot in de roos is, ‘Geweldig’, glundert hij met z’n hand een kleurig bloemenarrangement aftastend om vervolgens met een vies gezicht te constateren: ‘D’r zit te veel water in die vaas.’

Tegen vier uur komt de Hillegomse Harmoniekapel de Keukenhof in. Verbazing op de gezichten van de toeristen. Wat moeten doofblinden nou met een feestelijke potpourri lijkt men te denken. Lang hoeven ze niet te wachten op een plausibele verklaring. Er worden ballonnen uitgedeeld die, wanneer men ze opgeblazen tegen het lichaam houdt, precies de trillingen van de schetterende klanken laten resoneren.

‘Dove mensen houden van dat ritme en dansen graag’, verklaart Miedema. En inderdaad, hier en daar gaan de beentjes van de vloer. Na een diner met op tafel wijn- en menukaarten in braille zit het er om acht uur definitief op, met een laatste handdruk en een hyacint en narcis op pot om mee naar huis te nemen.

Tekst: Margrit Tibboel. Bron: Haarlems Dagblad (9 april 2001)

Terug naar Artikelen