Charles Baudelaire

De dandy(1)

Vertaald door Serge Helfrich

De man die rijk en ledig is, en die zich zelfs in geblaseerde toestand enkel bezighoudt met het najagen van het geluk, de man die in weelde is grootgebracht en vanaf zijn jeugd gewend is aan de gehoorzaamheid van anderen, kortom degene die van zijn bevalligheid zijn beroep heeft kunnen maken, beschikt steevast over een kenmerkend voorkomen dat hem altijd onderscheidt. Het dandyisme is een onduidelijke instelling en even merkwaardig als het duel. Het is al zeer oud, aangezien er met Caesar, Catilina(2) en Alcibiades schitterende voorbeelden van worden gegeven, en wijdverbreid, daar Chateaubriand er voorbeelden van heeft aangetroffen in de bossen en rond de meren van de Nieuwe Wereld. Het dandyisme is een instelling die buiten de wet staat, de ijzeren wet die de onderworpenen is opgelegd, hoe onstuimig en onafhankelijk van aard ze verder ook zijn. Engelse schrijvers hebben meer dan anderen de high life-roman gecultiveerd, en Fransen als De Custine(3) die een bijzondere voorkeur hebben voor het schrijven van liefdesromans, hebben er allereerst nauwlettend zorg voor gedragen dat hun personages voldoende voorspoed toebedeeld kregen om zonder aarzeling al hun fantasieën te kunnen betalen, waarna iedere professie ze kon worden ontnomen. Deze wezens verkeren voortdurend in een toestand waarin ze de Idee van het Schone in hun eigen persoon cultiveren, hun hartstochten bevredigen, een toestand van voelen en denken. Aldus beschikken ze over tijd en geld naar behoefte, in zeer ruime mate, omdat anders de fantasie niet meer zou kunnen zijn dan wat dromerij van voorbijgaande aard en zich nauwelijks zou kunnen verwezenlijken in handelingen. Het is jammer genoeg waar dat zonder vrije tijd en geld de liefde niet meer kan zijn dan een burgerlijke gril of de vervulling van een huwelijkse plicht. In plaats van een brandende of dromerige verliefdheid, wordt de liefde een afstotelijk gebruiksartikel.

Als ik met betrekking tot het dandyisme over de liefde spreek, is dat omdat liefhebben de natuurlijke bezigheid van de ledigen is. Maar de dandy beschouwt de liefde niet als een bijzonder doel. Als ik over geld heb gesproken, is dat omdat geld onmisbaar is voor mensen die hun hartstochten tot een cultus maken, maar de dandy haakt niet naar geld als iets noodzakelijks - een onbepaald krediet kan voor hem voldoende zijn - die grove hartstocht laat hij over aan de gewone stervelingen. Het dandyisme is zelfs niet, zoals veel onnadenkende figuren schijnen te geloven, een ongebreidelde lust tot persoonlijke verzorging en materiële opsmuk. Dergelijke zaken zijn voor de volmaakte dandy enkel een symbool voor de aristocratische voortreffelijkheid van zijn geest. Daar komt bij dat in zijn ogen, verzot op distinctie als hij is, de persoonlijke verzorging bestaat in de volmaakte eenvoud, die bij uitstek de manier is om zich te onderscheiden. Wat is dus eigenlijk deze tot leer verheven hartstocht die zulke voorname volgelingen kent, deze ongeschreven instelling die zo'n hooghartige kaste heeft voortgebracht? Voor alles is het de vurige behoefte om oorspronkelijk te zijn, juist binnen de uiterste grenzen van het toelaatbare. Het is een soort cultus van het Zelf, die de zoektocht naar het geluk in de ander, de vrouw bijvoorbeeld, kan overleven; die zelfs alles wat we illusie noemen kan overleven. Het is het genoegen om te verbazen en het trotse welbehagen zelf nooit ergens versteld van te staan. Een dandy kan een geblaseerd man zijn, mogelijk een lijdend man, maar in het laatste geval blijft hij glimlachen als de Lakedaimonier onder de beten van de vos.(4)

We zien dat het dandyisme op bepaalde punten raakt aan het spiritualisme en het stoïcisme. Maar een dandy kan nooit een alledaags persoon zijn. Als hij een misdaad zou begaan, zou dat niet zijn ondergang hoeven in te luiden, maar als deze misdaad zijn oorsprong zou vinden in een alledaagse bron, zou zijn eer onherstelbaar verloren zijn. De lezer moet geen aanstoot nemen aan een dergelijke gewichtige kwestie binnen de luchthartigheid, en dient zich te realiseren dat in elke waanzin een grootheid schuilt, in elke buitensporigheid een kracht. Wat een raar spiritualisme! Voor hen die zowel priester als slachtoffer zijn geldt dat de gecompliceerde materiële omstandigheden waaraan ze zich onderwerpen, van het onberispelijke voorkomen op ieder moment van de dag en de nacht tot de gevaarlijkste sportieve inspanningen, slechts een geschikte gymnastiek zijn om de wil te sterken en de ziel te disciplineren. Ik heb inderdaad niet geheel ongelijk als ik het dandyisme met een soort religie vergelijk. De strengste kloosterregel en de onweerstaanbare Orde van de Oude Man uit de Bergen(5) die dronken volgelingen beval om zelfmoord te plegen, waren noch despotischer, noch dwongen ze meer gehoorzaamheid af, dan die doctrine van elegantie en oosronkelijkheid die op haar beurt aan haar eerzuchtige en nederige aanhangers, mannen vol van onstuimigheid, hartstocht, moed en opgekropte energie, de leefregel oplegt: Perinde ac cadaver!(6)

Of die mannen zich nu verfijnd, ongelooflijk, schoon, leeuwen of dandy's laten noemen, ze hebben allen dezelfde oorsprong. Allen delen dezelfde eigenschappen van verzet en opstand. Allen zijn vertegenwoordigers van het allerbeste in de menselijke trots en van de onder onze tijdgenoten zo schaarse behoefte om de alledaagsheid te bestrijden en te vernietigen. Daar komt bij dandy's de hooghartige houding van de uitdagende kaste vandaan, in alle koelheid zelfs: het dandyisme verschijnt juist tijdens perioden van overgang waarin de democratie nog niet almachtig is en de aristocratie slechts voor een deel aan het wankelen is gebracht en vernederd. In dergelijke onrustige perioden kan bij sommige gezonken, verveelde en ledige lieden het idee post vatten een nieuw soort aristocratie op te richten, die des te moeilijker te vellen is, daar zij is gebaseerd op de edelste onverwoestbare bekwaamheden en op de hemelse gaven waarin werk en geld nooit kunnen voorzien. Het dandyisme is een laatste schittering van heldendom temidden van de decadentie. En het voorbeeld van de dandy waar onze reiziger in Noord-Amerika tegenaan liep doet die opvatting geenszins geweld aan, want niets weerhoudt ons ervan te veronderstellen dat de stammen die we nu wild noemen de overblijfselen zijn van verdwenen grote beschavingen. Het dandyisme is een ondergaande zon; zoals het dalende hemellichaam is het schitterend, zonder warmte en vol melancholie. Maar helaas! De groeiende democratische massa die alles overspoelt, alles binnendringt en alles gelijk wil maken, tracht dag na dag de laatste vertegenwoordigers van de menselijke trots te verdrinken en giet stromen van vergetelheid over de sporen die deze wonderlijke onderkruipsels nalaten. De dandy's worden bij ons steeds zeldzamer, terwijl bij onze buren, de Engelsen, de maatschappij en de grondwet (de echte grondwet, die tot uitdrukking komt in de zeden) nog lange tijd plaats zullen bieden aan de erfgenamen van Sheridan(7), Brummell(8) en Byron, indien evenwel blijkt dat ze dat waard zijn.

Wat de lezer mogelijk toeschijnt als een uitweiding, is dat eigenlijk helemaal niet. De zedelijke overwegingen en dromerijen die worden opgeroepen door de tekeningen van een kunstenaar, zijn in veel gevallen de beste weergave die de kunstkritiek van de werken kan geven. Door de ingevingen achtereenvolgens te presenteren kan de grondgedachte waar ze deel van uitmaken zich laten raden. Is het nodig dat ik vertel dat Monsieur G.(9) aan de dandy's die hij op papier schetst altijd een historisch karakter meegeeft - ik zou zelfs durven zeggen legendarisch -, als er geen sprake was van de huidige tijd en de dingen die in het algemeen als al te dartel worden beschouwd? Wel degelijk herkennen we dat gemak van doen en laten, die zekerheid van handelen, die eenvoud in het voorname uiterlijk, die manier van kleden en van paardrijden, kortom die altijd bedaarde houding waaruit echter de kracht blijkt die ons doet denken, wanneer ons oog op een van die bevoorrechte wezens valt waarin het bekoorlijke en het vreeswekkende zo geheimzinnig zijn vermengd: "Dat is wellicht een rijk man, maar welzeker een werkloze Hercules."

De kenmerkende schoonheid van de dandy is vooral gelegen in zijn koele uitstraling die voortkomt uit de onwankelbare vastberadenheid om onaangedaan te blijven. Laten we zeggen dat een verborgen vuur zich laat raden, dat wel kan maar niet wil oplaaien. En dat is wat in die afbeeldingen volmaakt wordt uitgedrukt.


1. Le dandy is een hoofdstuk uit Le peintre de la vie moderne. Deze schilder van het moderne leven is Constantin Guys (Vlissingen 1802 - Parijs 1892), aquarellist en illustrator voor Britse en Franse kranten. Baudelaire duidt hem in zijn teksten dikwijls aan met M. G. (Monsieur Guys).

2. Lucius Sergius Catilina (108 - 62 v. Chr.), Romeins staatsman. Cicero en Sallustius zetten zijn samenzwering tegen de senaat uiteen. Catilina sloot zich aan bij de rebellen en sneuvelde in de slag bij Pistoia. Aan zijn bekendheid heeft het dramatische gedicht Catilina van Prosper Jolyot Crébillon uit 1749 bijgedragen. Daarvan is overigens een Nederlandse bewerking gemaakt door Van Elvervelt: Cicero en Catilina (1775).

3. Astolphe, markies van Custine (1790 - 1857).

4. Lakedaimonië of Lakonië is het deel van de Peloponnesos waarin de stad Sparta is gelegen. Reeds Herodotos spreekt over de Spartanen als 'Lakedaimoniërs'. De anekdote over de vos is afkomstig van de historicus en stoïcijn Plutarchus: een jonge Spartaan wil niet toegeven dat hij een vosje gestolen heeft en houdt het dier onder zijn kleding verborgen terwijl het in zijn ingewanden wroet.

5. De Oude Man uit de Bergen is een bijnaam voor Hasan al-Sabah, oprichter van de ismaëlitische Orde der Assassijnen die in Europa voor het eerst is beschreven door Marco Polo. De Oude Man figureert tevens in de 'Histoire de Saint Louis' (1309) van Jean de Joinville. Hoewel Baudelaire wijst op een verbod op dronkenschap, speelt verdoving een prominente rol in de verhalen over de Assassijnen: Hasan zou zijn volgelingen hasjies toedienen om ze een blik in het paradijselijke hiernamaals te gunnen en ze aldus te motiveren tot de deelname aan oorlogen en het plegen van aanslagen. 'Assassijn' wordt wel verondersteld een verbastering te zijn van "hashshashin" ("hasj-eter"). De Orde zou overigens een inspiratiebron zijn voor Osama Bin Laden.

6. "Zoals een lijk." Aldus schreef Ignatius van Loyola gehoorzaamheid aan de orde der jezuïeten voor.

7. Richard Brinsley Sheridan (1751 - 1816), Brits schrijver en politicus.

8. George "le Beau" Brummell (1778 - 1840), Brits dandy die de koning van de mode werd genoemd.

9. "M. G." Zie noot 1.