2008-11-26
Audio
Dit is het vijfde artikel in een serie over het Elektorlive-event.
Elektuur (ik moet nog steeds wennen aan de nieuwe naam, Elektor) heeft in de loop der jaren heel veel audioversterkers gepubliceerd. Zelf ben ik begonnen dit blad te lezen in 1974, maar hier staat een "Edwin-versterker" uit 1971. Harry Baggen had die geleend uit de collectie van Jan Buiting om te laten zien "hoe het allemaal begon".
Als zelfbouw-project heeft de Edwin-versterker enkele belangrijke voordelen: Er hoeft niets afgeregeld te worden en er worden geen hoge eisen gesteld aan de gelijkheid van de beide eindtransistoren. Bij kleine vermogens wordt de stuurtrap van de versterker (met een klasse-A instelling) gebruikt om de luidspreker aan te sturen, bij grote vermogens gaan de echte eindtransistoren pas meedoen... Een heel slim ontwerp!
Zelf ben ik niet zo'n versterker-bouwer. En eindversterkers bouwen heb ik zelfs nog nooit gedaan. Ik ben heel blij dat er tegenwoordig geïntegreerde eindversterkers verkrijgbaar zijn: Een flinke chip of module die je op een koelplaat schroeft, een paar condensatoren er omheen en klaar is je eindversterker!
Voorversterkers heb ik wel gebouwd. Er zijn in de winkel gewoon geen voorversterkers te koop die aan al mijn wensen voldoen. Ze schieten bijna altijd te kort op het punt van de beschikbare ingangen: Ik wil kunnen kiezen uit heel veel signaalbronnen: Tuner, TV, CD-speler, pick-up, cassettedeck(s), MP3-speler, computer(s) enzovoort. En ik wil het gekozen signaal ook doorsturen naar andere kamers, zodat je, als je door het huis loopt, overal hetzelfde programma kunt blijven volgen. Tja, mijn huizen liggen altijd vol met kabels, waarmee alles aan elkaar geknoopt is.
Mijn belangstelling ging bij deze stand dan ook niet uit naar de versterkers, maar naar de man die er achter stond: Harry Baggen, hoofdredacteur van Elektor en al sinds acht jaar mijn tweede werkgever (of mijn belangrijkste klant) voor mijn free-lance vertaalwerk. Dit was de eerste keer dat we elkaar in levenden lijve ontmoetten! Voor mij persoonlijk was dit één van de hoogtepunten van deze dag...
Elektuur (ik moet nog steeds wennen aan de nieuwe naam, Elektor) heeft in de loop der jaren heel veel audioversterkers gepubliceerd. Zelf ben ik begonnen dit blad te lezen in 1974, maar hier staat een "Edwin-versterker" uit 1971. Harry Baggen had die geleend uit de collectie van Jan Buiting om te laten zien "hoe het allemaal begon".Als zelfbouw-project heeft de Edwin-versterker enkele belangrijke voordelen: Er hoeft niets afgeregeld te worden en er worden geen hoge eisen gesteld aan de gelijkheid van de beide eindtransistoren. Bij kleine vermogens wordt de stuurtrap van de versterker (met een klasse-A instelling) gebruikt om de luidspreker aan te sturen, bij grote vermogens gaan de echte eindtransistoren pas meedoen... Een heel slim ontwerp!
Zelf ben ik niet zo'n versterker-bouwer. En eindversterkers bouwen heb ik zelfs nog nooit gedaan. Ik ben heel blij dat er tegenwoordig geïntegreerde eindversterkers verkrijgbaar zijn: Een flinke chip of module die je op een koelplaat schroeft, een paar condensatoren er omheen en klaar is je eindversterker!
Voorversterkers heb ik wel gebouwd. Er zijn in de winkel gewoon geen voorversterkers te koop die aan al mijn wensen voldoen. Ze schieten bijna altijd te kort op het punt van de beschikbare ingangen: Ik wil kunnen kiezen uit heel veel signaalbronnen: Tuner, TV, CD-speler, pick-up, cassettedeck(s), MP3-speler, computer(s) enzovoort. En ik wil het gekozen signaal ook doorsturen naar andere kamers, zodat je, als je door het huis loopt, overal hetzelfde programma kunt blijven volgen. Tja, mijn huizen liggen altijd vol met kabels, waarmee alles aan elkaar geknoopt is.
Mijn belangstelling ging bij deze stand dan ook niet uit naar de versterkers, maar naar de man die er achter stond: Harry Baggen, hoofdredacteur van Elektor en al sinds acht jaar mijn tweede werkgever (of mijn belangrijkste klant) voor mijn free-lance vertaalwerk. Dit was de eerste keer dat we elkaar in levenden lijve ontmoetten! Voor mij persoonlijk was dit één van de hoogtepunten van deze dag...
Labels: Elektorlive, elektronica
2008-11-25
Retrotronica
Dit is het vierde artikel in een serie over het Elektorlive-event.Natuurlijk ging ik kijken bij Jan Buiting, die sprak over "retrotronica": Dat is ouderwetse elektronica. Hij had een soort museum uitgestald van elektronische apparatuur van de laatste zestig jaar en het publiek mocht apparaten aanwijzen, waar hij dan uitleg over gaf. Dat waren echt heel boeiende verhalen, met ook veel anekdotes over het werk bij Philips waar veel van die apparaten gemaakt werden.
Zo had hij bijvoorbeeld een semafoon staan. In onze tijd van SMS'jes en draadloos Internet kun je het misschien niet meer geloven, maar destijds was de semafoon een heel modern apparaat! Het was ongeveer 30 x 30 x 10 cm groot en woog meer dan vijf kilo. Gelukkig was het voorzien van een stevige draagreim, zodat je het redelijk goed met je mee kon sjouwen.
En wat kon je daar dan mee? Je kon draadloos "berichten" ontvangen! Zo'n bericht bestond uit één cijfer: 1, 2, 3, 4, 5 of 6. Dat was alles. Je moest dan van te voren afspreken (met je baas bijvoorbeeld) wat die cijfers betekenden...
Bij de officiele presentatie van het systeem werkten de ontvangers eigenlijk nog niet, daarom hadden de mannen van Philips stiekem een voetschakelaar onder de tafel gemonteerd, waarmee ze de lampjes konden bedienen tijdens de demonstratie...
Zo ging Jan maar door met het ene apparaat na het andere. Sommige voorwerpen mochten ook doorgegeven worden in het publiek om ze van dichtbij te bekijken en om er aan te ruiken. Jazeker: Oude elektronica heeft een heel speciale geur, die je tegenwoordig niet meer tegenkomt.Het publiek hing aan zijn lippen! Echt een succes.
Na de lezing ben ik de uitgestalde apparatuur van dichtbij gaan bekijken. Eén tafel stond helemaal vol met oude Elektuur-projecten. En daar vond ik de SC/MP, mijn eerste computer, die ik bouwde in 1978.Dit systeem (gepubliceerd in Elektuur in mei 1977) had maar liefst 256 bytes geheugen (nee, geen kilobytes, geen Megabytes, gewoon bytes)! Programmeren ging bit voor bit met de schakelaars die je onderin de foto ziet.
Nog een prachtstuk uit de collectie is deze buizentester van Heathkit:

Als je van dit soort foto's houdt, moet je maar eens gaan kijken bij de Vintage Electronics groep op Flickr. Daar vond ik ook een link naar dit filmpje. Zoals ik al zei: Al deze apparatuur was ooit nieuw en modern!
Labels: Elektorlive, elektronica
2008-11-23
Elektor Internet Radio
Dit is het tweede artikel in een serie over het Elektorlive-event.
Om te beginnen bezocht ik een lezing over de Elektor Internet Radio (EIR) door Antoine Authier. Het grootste deel werd trouwens gepresenteerd door Harald Kipp, die de hardware en software ontwikkelde. De hardware is de Ethernut 3 kaart, die is uitgerust met een ARM7-processor, 256 kbyte RAM geheugen, een Ethernet-interface en hardware voor het coderen en decoderen van MP3-data. Verder is er een slot voor MMC-/SD-kaarten, zodat de geheugenruimte enorm kan worden uitgebreid.
Jammer genoeg was er geen Internet-verbinding beschikbaar, dus ze moesten zich voor de demonstratie behelpen met een Southcast-server die ze zelf hadden meegebracht. De demonstratie viel dus een beetje in het water, maar het blijft een heel leuk apparaat, die Internet radio.
Natuurlijk kun je Internet radio ontvangen op je PC, maar dat heeft wel een aantal nadelen. Een PC gebruikt flink wat stroom, veel meer dan nodig is voor deze toepassing. Bovendien zijn er toepassingen waar een PC helemaal niet zo handig voor is. Denk bijvoorbeeld aan het aansluiten op een stereo-installatie.
Dit is echt een leuke basis voor nieuwe projecten. Een zelfgebouwde radio op open-source-basis kun je zelf uitbreiden en aanpassen aan je eigen toepassing. Het is met de Ethernut-kaart heel goed mogelijk om een stand-alone radio te bouwen. Alleen wat druktoetsen en een display aansluiten en de software maken...
In deze foto is de kaart uitgebreid met een grafisch kleurendisplay.
Later op de dag trof ik Harald Kipp buiten aan, bij de rokers. En weer bleek dat de rookruimte een plaats bij uitstek is om te netwerken... Harald bleek een heel inspirerende persoon en hij zag wel iets in mijn ideeën voor toepassingen van de Ethernut-kaart. Ik had ook het idee om de kaart te gebruiken als een SouthCast server (voor het uitzenden van Ethernet-radio in plaats van het ontvangen er van). Dat zou er heel goed mee kunnen...
Om te beginnen bezocht ik een lezing over de Elektor Internet Radio (EIR) door Antoine Authier. Het grootste deel werd trouwens gepresenteerd door Harald Kipp, die de hardware en software ontwikkelde. De hardware is de Ethernut 3 kaart, die is uitgerust met een ARM7-processor, 256 kbyte RAM geheugen, een Ethernet-interface en hardware voor het coderen en decoderen van MP3-data. Verder is er een slot voor MMC-/SD-kaarten, zodat de geheugenruimte enorm kan worden uitgebreid.Jammer genoeg was er geen Internet-verbinding beschikbaar, dus ze moesten zich voor de demonstratie behelpen met een Southcast-server die ze zelf hadden meegebracht. De demonstratie viel dus een beetje in het water, maar het blijft een heel leuk apparaat, die Internet radio.
Natuurlijk kun je Internet radio ontvangen op je PC, maar dat heeft wel een aantal nadelen. Een PC gebruikt flink wat stroom, veel meer dan nodig is voor deze toepassing. Bovendien zijn er toepassingen waar een PC helemaal niet zo handig voor is. Denk bijvoorbeeld aan het aansluiten op een stereo-installatie.
Dit is echt een leuke basis voor nieuwe projecten. Een zelfgebouwde radio op open-source-basis kun je zelf uitbreiden en aanpassen aan je eigen toepassing. Het is met de Ethernut-kaart heel goed mogelijk om een stand-alone radio te bouwen. Alleen wat druktoetsen en een display aansluiten en de software maken...In deze foto is de kaart uitgebreid met een grafisch kleurendisplay.
Later op de dag trof ik Harald Kipp buiten aan, bij de rokers. En weer bleek dat de rookruimte een plaats bij uitstek is om te netwerken... Harald bleek een heel inspirerende persoon en hij zag wel iets in mijn ideeën voor toepassingen van de Ethernut-kaart. Ik had ook het idee om de kaart te gebruiken als een SouthCast server (voor het uitzenden van Ethernet-radio in plaats van het ontvangen er van). Dat zou er heel goed mee kunnen...
Labels: Elektorlive, elektronica
2008-09-05
Fornuis
Mijn moeder kookte al precies 50 jaar op hetzelfde fornuis. Een ETNA. Jazeker, die dingen zijn bijna onverwoestbaar. Maar toch begon het de laatste jaren wat kleine gebreken te vertonen... We hebben als kinderen de koppen bij elkaar gestoken en besloten dat het zo niet langer kon. Er moest een nieuwe komen! En er was een goede aanleiding voor een cadeautje want, je raadt het al: Ze waren vandaag 50 jaar getrouwd. Ze hadden eigenlijk om een magnetron gevraagd, maar het fornuis hebben we er bij gedaan...

Mijn ouders houden niet zo van moderne apparaten (die magnetron is echt een doorbraak
) en ook van koken op gas moeten ze niks hebben. Gelukkig zijn we er in geslaagd om een goede vervanger voor ze te vinden: Een modern fornuis dat bijna even eenvoudig te bedienen is als het oude.

Het apparaat werd geleverd zonder netsnoer. Volgens de verkoper konden we het oude snoer wel even even overzetten op het nieuwe fornuis. Een beetje een vreemde vorm van zuinigheid, als je het mij vraagt: Bij een apparaat van vele honderden Euro's ga je toch niet bezuinigen op een snoertje?!?
We kwamen dus zonder netsnoer aan en begonnen met het snoer van het oude apparaat af te halen. Dat was een stuk nieuwer dan de rest van het apparaat: het was 39 jaar geleden nog vervangen.
Natuurlijk brokkelde de isolatie meteen af als je het aanraakte. Dus we moesten naar de bouwmarkt om eerst een snoertje te halen. In Alblasserdam is dat Hornbach. Eerlijk gezegd had ik daar nog nooit van gehoord, maar het bleek een hele grote, goed gesorteerde winkel te zijn. En ze hadden alles wat we nodig hadden: Een vijf-aderige kabel en een vijfpolige stekker, speciaal voor het aansluiten van elektrische fornuizen.
Zo hadden mijn zwager Gert en ik ook nog wat te knutselen op deze middag. En toen het allemaal klaar was hebben we het fornuis en de magnetron ook nog gedemonstreerd door er een maaltijd in te bereiden. Mijn ouders kunnen nu weer 50 jaar vooruit... En het oude fornuis kan rechtstreeks naar een museum!

Mijn ouders houden niet zo van moderne apparaten (die magnetron is echt een doorbraak

Het apparaat werd geleverd zonder netsnoer. Volgens de verkoper konden we het oude snoer wel even even overzetten op het nieuwe fornuis. Een beetje een vreemde vorm van zuinigheid, als je het mij vraagt: Bij een apparaat van vele honderden Euro's ga je toch niet bezuinigen op een snoertje?!?
We kwamen dus zonder netsnoer aan en begonnen met het snoer van het oude apparaat af te halen. Dat was een stuk nieuwer dan de rest van het apparaat: het was 39 jaar geleden nog vervangen.
Zo hadden mijn zwager Gert en ik ook nog wat te knutselen op deze middag. En toen het allemaal klaar was hebben we het fornuis en de magnetron ook nog gedemonstreerd door er een maaltijd in te bereiden. Mijn ouders kunnen nu weer 50 jaar vooruit... En het oude fornuis kan rechtstreeks naar een museum!
Labels: elektronica
2006-11-07
Plastisch Chirurg
Vandaag begon de dag met het wekelijkse bezoek aan mijn huidtherapeute. Ze heeft me trouwens niet aangeraakt, de hele behandeling werd weer gedaan door haar stagiaire. Volgens mij krijgt die het werk al wat beter in de vingers, het was minder pijnlijk dan de vorige keer. Maar toch heb ik liever Eefje.
Toen ging ik langs bij Brigatti, mijn favoriete elektronicacomponentenwinkel, op zoek naar een PTC-Unit voor mijn TV. Nou, daar kan hij me wel aan helpen, maar die moet wel besteld worden. Kosten: 8 Euro. Tja, voor een werkende TV is dat niet duur natuurlijk.
Thuis zat Julia al op me te wachten met de koffie en dat was maar goed ook, want we hadden maar een half uur, voordat we naar Amsterdam moeten vertrekken voor mijn zoveelste bezoek aan de VU.
We hadden daar een heel vol programma deze keer, te beginnen met een bezoek aan de psycholoog. Nou, die konden we gerust stellen: Het gaat heel goed met ons. En ik kijk verlangend uit naar het moment dat mijn behandeling kan worden afgerond.
En dat moment komt nu snel dichterbij, want ik had vandaag voor het eerst een gesprek met de plastisch chirurg, dokter Bouwman. Die heeft nou eindelijk eens in detail uitgelegd hoe een vaginoplastie nu precies gedaan wordt en wat daarbij zoal mis kan gaan. Ik maakte me nogal zorgen over de operatie die ik twee jaar geleden heb ondergaan: Zou dat geen probleem vormen voor deze nieuwe operatie?
Nou, dat risico blijkt er wel in te zitten: Mogelijk zijn er bij die vorige operatie zwakke plekken ontstaan in mijn dikke darm en de vagina komt daar vlak langs te liggen. Maar het risico is nou ook weer niet zo groot dat je daarom niet geopereerd zou kunnen worden.
De dokter heeft ook eens gekeken naar het materiaal dat hij als uitgangspunt zal moeten gebruiken en dat zag er goed genoeg uit naar zijn idee: Er is voldoende materiaal om een diepe vagina mee te maken. Gelukkig maar: Stel je voor dat je al drie jaar bij de VU loopt en je krijgt dan te horen: "Sorry hoor, maar van dat schuimpje kan ik geen vagina maken."
Het is heel interessant om te horen hoe hij de clitoris maakt en het "hoedje" er overheen: Dat bestaat dus uit een stukje van de rand van de eikel en een stukje voorhuid dat daar nu al bij hoort. Ook kleine schaamlippen staan op het programma. Als het allemaal lukt wordt het heel mooi.
Over mooi gesproken: Ik kan er ook voor kiezen om deze operatie te laten combineren met een borstvergroting. Maar ik vraag me sterk af of ik die wel nodig heb: Ik ben al aardig tevreden met de borsten die ik nu heb en volgens mij zit er nog wel een beetje groei in. Aan zo'n slank lichaam als het mijne horen nou eenmaal geen cup-D-tieten, dat staat helemaal niet. En dan heb ik het nog niet eens over de risco's en de beperkte levensduur van borstproteses.
Met die levenduur blijk het trouwens wel mee te vallen tegenwoordig: Ouderwetse proteses bestonden echt uit een zakje met daarin een vloeibare gel, die kapot konden gaan, maar een moderne protese is gemaakt uit 1 stuk siliconen in de vorm van een soort pudding. Die kan dus niet lekraken, net zo min als een pudding kan leeglopen als je er in prikt.
En hoe lang gaat het nog duren voor ik aan de beurt ben? "Meestal duurt het na dit gesprek nog zes maanden voordat de operatie plaatsvindt."
Ook moest er natuurlijk weer bloed geprikt worden en ik moest langs bij de hormonendokter voor mijn vaste receptje: Calcium, vitamine D, Androcur en Estradiol.
De hormonendokter was wel heel teleurgesteld dat ik weer rookte. We hebben nu afgesproken dat ik het aantal sigaretten per dag tot 5 zal beperken. Dat is toch een hoop redelijker dan helemaal moeten stoppen!
Bij het verlaten van het ziekenhuis zag ik een bordje:
En toen stonden we eindelijk weer buiten. Julia en ik zijn eerst gaan eten bij de vaste stek waar iedereen die bij de VU moet wezen terechtkomt: Het restaurantje voor de deur. Gewoon lekker eten voor een redelijke prijs.
Julia moest naar Rotterdam voor een toneelrepetitie en ik moest terug naar huis, dus ze bracht me even naar station WTC, waar ik dit keer zo slim was om te wachten op een rechtstreekse Intercity naar Eindhoven, hij stopte maar twee keer: In Utrecht en in Den Bosch. Heerlijk toch? Je hoeft niks te doen en je wordt keurig naar je bestemming gereden. Laptopje op schoot en meteen een verslagje van deze dag ingevoerd.
Als je dit stukje vergelijkt met dat van drie maanden geleden, valt je misschien iets op... Juist: Er zijn drie maanden verstreken en de operatiedatum is maar twee maanden dichterbij gekomen! Het verbaast me niet eens meer.
Toen ging ik langs bij Brigatti, mijn favoriete elektronicacomponentenwinkel, op zoek naar een PTC-Unit voor mijn TV. Nou, daar kan hij me wel aan helpen, maar die moet wel besteld worden. Kosten: 8 Euro. Tja, voor een werkende TV is dat niet duur natuurlijk.
Thuis zat Julia al op me te wachten met de koffie en dat was maar goed ook, want we hadden maar een half uur, voordat we naar Amsterdam moeten vertrekken voor mijn zoveelste bezoek aan de VU.
We hadden daar een heel vol programma deze keer, te beginnen met een bezoek aan de psycholoog. Nou, die konden we gerust stellen: Het gaat heel goed met ons. En ik kijk verlangend uit naar het moment dat mijn behandeling kan worden afgerond.
En dat moment komt nu snel dichterbij, want ik had vandaag voor het eerst een gesprek met de plastisch chirurg, dokter Bouwman. Die heeft nou eindelijk eens in detail uitgelegd hoe een vaginoplastie nu precies gedaan wordt en wat daarbij zoal mis kan gaan. Ik maakte me nogal zorgen over de operatie die ik twee jaar geleden heb ondergaan: Zou dat geen probleem vormen voor deze nieuwe operatie?
Nou, dat risico blijkt er wel in te zitten: Mogelijk zijn er bij die vorige operatie zwakke plekken ontstaan in mijn dikke darm en de vagina komt daar vlak langs te liggen. Maar het risico is nou ook weer niet zo groot dat je daarom niet geopereerd zou kunnen worden.
De dokter heeft ook eens gekeken naar het materiaal dat hij als uitgangspunt zal moeten gebruiken en dat zag er goed genoeg uit naar zijn idee: Er is voldoende materiaal om een diepe vagina mee te maken. Gelukkig maar: Stel je voor dat je al drie jaar bij de VU loopt en je krijgt dan te horen: "Sorry hoor, maar van dat schuimpje kan ik geen vagina maken."
Het is heel interessant om te horen hoe hij de clitoris maakt en het "hoedje" er overheen: Dat bestaat dus uit een stukje van de rand van de eikel en een stukje voorhuid dat daar nu al bij hoort. Ook kleine schaamlippen staan op het programma. Als het allemaal lukt wordt het heel mooi.
Over mooi gesproken: Ik kan er ook voor kiezen om deze operatie te laten combineren met een borstvergroting. Maar ik vraag me sterk af of ik die wel nodig heb: Ik ben al aardig tevreden met de borsten die ik nu heb en volgens mij zit er nog wel een beetje groei in. Aan zo'n slank lichaam als het mijne horen nou eenmaal geen cup-D-tieten, dat staat helemaal niet. En dan heb ik het nog niet eens over de risco's en de beperkte levensduur van borstproteses.
Met die levenduur blijk het trouwens wel mee te vallen tegenwoordig: Ouderwetse proteses bestonden echt uit een zakje met daarin een vloeibare gel, die kapot konden gaan, maar een moderne protese is gemaakt uit 1 stuk siliconen in de vorm van een soort pudding. Die kan dus niet lekraken, net zo min als een pudding kan leeglopen als je er in prikt.
En hoe lang gaat het nog duren voor ik aan de beurt ben? "Meestal duurt het na dit gesprek nog zes maanden voordat de operatie plaatsvindt."
Ook moest er natuurlijk weer bloed geprikt worden en ik moest langs bij de hormonendokter voor mijn vaste receptje: Calcium, vitamine D, Androcur en Estradiol.
De hormonendokter was wel heel teleurgesteld dat ik weer rookte. We hebben nu afgesproken dat ik het aantal sigaretten per dag tot 5 zal beperken. Dat is toch een hoop redelijker dan helemaal moeten stoppen!
Bij het verlaten van het ziekenhuis zag ik een bordje:
Wachttijd vanaf hier ongeveer
zes
maanden
En toen stonden we eindelijk weer buiten. Julia en ik zijn eerst gaan eten bij de vaste stek waar iedereen die bij de VU moet wezen terechtkomt: Het restaurantje voor de deur. Gewoon lekker eten voor een redelijke prijs.
Julia moest naar Rotterdam voor een toneelrepetitie en ik moest terug naar huis, dus ze bracht me even naar station WTC, waar ik dit keer zo slim was om te wachten op een rechtstreekse Intercity naar Eindhoven, hij stopte maar twee keer: In Utrecht en in Den Bosch. Heerlijk toch? Je hoeft niks te doen en je wordt keurig naar je bestemming gereden. Laptopje op schoot en meteen een verslagje van deze dag ingevoerd.
Als je dit stukje vergelijkt met dat van drie maanden geleden, valt je misschien iets op... Juist: Er zijn drie maanden verstreken en de operatiedatum is maar twee maanden dichterbij gekomen! Het verbaast me niet eens meer.
Labels: elektronica, medisch

English
Nederlands
© 1985-2006 E.G. Snel