2006-08-25
Kutná Hora
Zo'n 70 km ten oosten van Praag ligt het stadje Kutná Hora. Met zijn 22.000 inwoners lijkt het onbelangrijk vergeleken met Praag, maar in het verleden was dat wel anders. Kutná Hora heeft grote rijkdom gekend. Die rijkdom kwam uit de grond: Er werd erg veel zilvererts gevonden bij de stad. In de tweede helft van de 13e begon een competitiestrijd tussen Praag en Kutná Hora over wie wel de belangrijkste stad was, niet alleen op economisch, maar ook op politiek en cultureel gebied. De stad heeft vel beroemdheden voortgebracht, zoals bijvoorbeeld de journalist en toneelschrijver J. K. Tyl, waarnaar ons hotel vernoemd is!
Men wist dit vol te houden tot in de 16e eeuw, toen de zilvermijnen uitgeput begonnen te raken. De stad is nu niet meer zo belangrijk, maar aan deze periode uit het verleden danken we wel meer dan 300 erkende historische monumenten uit de Middeleeuwen en de barok. Kutná Hora ontbreekt dan ook niet op de lijst van wereldwijd cultureel erfgoed van de UNESCO.
Redenen genoeg om te gaan kijken dus. Het is ook altijd een leuk avontuur om in het buitenland een treinreis te maken en we hadden gisteren al uitgebreid geoefend om het staion te vinden.
De treinreis verliep dan ook voorspoedig, tot aan het centraal station van Kutná Hora. Daar had ik willen overstappen op een lokaalspoortje dat ons naar het oude stadscentrum zou brengen, maar onze trein was tien minuten te laat. Het lokale treintje was dus al weg.

"En de volgende?"
"Die gaat over twee uur!"
Ja zeg! Daar gaat ons dagje uit! Dan maar een taxi naar het centrum. We overlegden met de chauffeur over de prijs en hij wilde ons wel brengen voor 100 kronen. Dat is iets meer dan drie Euro. Voor dat bedrag mag je in Nederland alleen naar een taxi kijken, maar niet te lang!
We wilden als eerste naar de St. Barbara-Kathedraal. Daar kom je langs een lange, rechte weg met aan je rechterhand de Jezuïtenschool en links een stenen muurtje. Over dat muurtje heen heb je een wijds uitzicht over het dal van de rivier de Vrchlice. Alles wordt op het ogenblik gerestaureerd: De school, de beelden op het muurtje en de kathedraal zelf.
Gelukkig stond niet alles in de steigers, dus er was genoeg moois te zien. De kathedraal is echt indrukwekkend. Er werd met de bouw begonnen in 1388 door Petr Parléř, dezelfde architect die in Praag de St. Vitus-kathedraal schiep. Kutná Hora wilde immers in niets onderdoen voor Praag! Maar eigenlijk was deze kathedraal pas in 1905 helemaal af. Er zijn in de kerk dan ook verschillende stijlen te ontdekken, zoals Gotiek en Barok.
Ook in de kerk is te zien dat alles in Kutná Hora om de mijnwerkers draaide, vandaar dit standbeeld. De mijnwerker is in de originele klederdracht. In zijn rechterhand houdt hij een stuk gereedschap, in de linker een mijnlamp. Om zijn middel draagt hij een speciaal leren schort dat de mijnwerkers gebruikten om zich naar beneden te laten glijden.
Toen we uit de kathedraal kwamen hadden we honger en we vonden een Mexicaans restaurant, waar we enchilada's bestelden. Ze smaakten ons uitstekend, maar wat we nog niet wisten, was dat het vlees waarschijnlijk niet meer helemaal vers was. Daar zouden we nog snel genoeg achter komen.
De eerste bezienswaardigheid die we nu tegen kwamen was het Hrádek, het kleine kasteel, een oorspronkelijk laatgotisch kasteel uit de 14de eeuw dat vroeger ook deel uitmaakte van de fortificaties van de stad. Tegenwoordig is er een museum voor mijnbouw in gevestigd.
Er werden ook rondleidingen gegeven en daar hadden we wel zin in. Maar voordat de rondleiding begon, hadden we nog tijd om wat zilver te kopen: Julia en ik hebben allebei een nieuwe ring gekocht.
De rondleiding begon met een hoop uitleg over hoe de mijnbouw in zijn werk ging in de Middeleeuwen en we bezochten een rosmolen die gebruikt werd om zware lasten mee uit de mijn te takelen. Het hoogtepunt van de rondleiding was een bezoek aan een echte mijn. Dat werd echter afgeraden voor mensen met claustrofobie, hartpatiënten en voor iedereen die zich vandaag niet helemaal lekker voelde.
Nou, ik voelde me inderdaad niet lekker. Ik had onder normale omstandigheden mijn claustrofobie wel voor een tweede keer willen trotseren, maar eigenlijk wilde ik alleen nog maar naar het toilet. De enchilada's lagen me erg zwaar op de maag. Dus ik zei tegen onze gids dat ik afzag van het bezoek aan de mijn. Julia ging wel en ik vond het een beetje eng om haar te laten gaan, maar ze wilde per se en er waren natuurlijk genoeg mensen bij om haar op te vangen als er iets mis ging. De avonturiers kregen allemaal een witte jas aan, een helm op en een eigen zaklantaarn en ze vertrokken naar de ingang van de mijn.
Ik bleef achter bij de ingang van het museum en ging op zoek naar een toilet. Nou, dat was gemakkelijk te vinden: Aan de overkant van de straat was een soort VVV-kantoor waar ook de kaartjes voor het museum verkocht werden. Daar waren toiletten die voor museumbezoekers gratis te gebruiken waren. Je moest alleen even bij de kassa de sleutel ophalen. Ik kreeg een sleutel en zette koers naar het damestoilet.
"Wacht even, wacht even", riep de man bij de kassa en hij zwaaide met een andere sleutel. Blijkbaar had hij me voor een man aangezien en de verkeerde sleutel gegeven. Gelukkig had hij er helemaal geen moeite mee om me gebruik te laten maken van het toilet waar ik thuishoor.
Ik voelde al snel weer een stuk beter en ik vond een leuk plekje om te gaan zitten in afwachting van de terugkomst van de helden die de mijn bezocht hadden. Ik ging zitten op een muurtje een meter of tien boven het pad waarlangs ze terug zouden komen. Veel mensen zouden dat misschien wel een eng plekje vinden, maar van hoogtevrees heb ik geen last. Ik liet mijn benen lekker over de rand bungelen en ik zag dat ik van hier een heel mooi zicht had op de St. Barbara-kathedraal. De foto van de kathedraal heb ik vanaf dit punt gemaakt.
Het wachten duurde lang en maakte me zenuwachtig. Ik heb meerdere sigaretten gerookt, voordat ze eindelijk weer in zicht kwamen. Ja, ik moet het toegeven: Ik ben deze vakantie weer helemaal in de fout gegaan met roken, ik zal het opnieuw moeten afleren
Eindelijk, daar waren ze. Als een soort van processie kwamen ze de berg weer opgeklommen. Julia kwam achteraan en hoewel de tocht erg vermoeiend voor haar was, kun je aan haar gezicht wel zien dat ze het een geweldige ervaring vond.
We gingen terug naar het centrale plein en namen nog een drankje. Het werd tijd om te denken over de terugreis naar Praag. De taxi was ons zo goed bevallen dat we er niet eens over dachten om met de trein naar het centraal station te gaan. Vanuit een telefooncel belde ik een taxi en die pikte ons binnen vijf minuten op. We onderhandelden niet over de prijs, maar lieten ons gewoon meevoeren. Toen we aankwamen bij het station, stond de meter op 87 kronen, dus we hebben 13 kronen fooi gegeven. Blijkbaar was dat onderhandelen vanmorgen nergens voor nodig geweest.
Onze treinkaartjes hadden maar 118 kronen gekost en dat leek me zelfs voor Tsjechische begrippen wel erg goedkoop (4 Euro) voor een retour over een afstand van 75 km, dus voor de zekerheid vroeg ik nog aan het loket of deze kaartjes ook geldig waren voor de terugreis.
"Jazeker", zei de man achter het loket.
De trein bracht ons dit keer tot Kolín en daar moesten we overstappen, maar eerst moest ik weer naar het toilet. Ik ga niet graag op een station naar het toilet, maar het moest gewoon. Ik ging naar het damestoilet en betaalde het daarvoor verschuldigde bedrag aan de meneer bij de ingang. Toen ik daarna doorliep riep hij:
"Wacht even, wacht even!"
Verbaasd keerde ik me om, om te kijken wat er aan de hand was en hij overhandigde me een stuk toiletpapier: Op de toiletten was geen papier en dat kreeg je bij de ingang als je netjes betaalde. Weer wat geleerd!
We hadden de snelste verbinding naar Praag gemist en we kwamen terecht in een trein die via een omweg reed. Maar wat een trein! Dit was echt super-modern materieel, waar de Nederlandse Spoorwegen jaloers op kunnen zijn! We reisden 2e klasse, maar we zaten gewoon heerlijk zacht in een brandschone, gloednieuwe coupé.
Buiten ging de zon onder en het landschap zag er sprookjesachtig uit in dit vreemde licht. Foto's maken lukte natuurlijk niet, want recht tegen de zon in fotograferen is de dood voor je camera en onder een hoek fotograferen levert storende spiegelingen op in het raam van de trein. Er zat niets anders op dan gewoon te kijken en te genieten.
Uiteindelijk kwamen we in Praag aan op een ander station dan waar we vertrokken waren. We wandelden vanaf het station naar het Westen, op zoek naar een plaats om te dineren, toen we achter ons een groep voetbalfans hoorden. Ze naderden met vrij grote snelheid en dat vond ik toch wel onprettig.
Ik dacht de laatste tijd dat ik redelijk passabel was, maar in Tsjechië ben ik er achter gekomen dat dat een stuk minder is dan ik dacht. Ik werd daar voortdurend nagestaard en bekeken alsof ik een wezen van een andere planeet was. Gelukkig is het niet tot agressie gekomen, hoewel er een moment op een metrostation was dat ik me toch wel wat bedreigd voelde.
Blijkbaar zijn de Tsjechen wat dit betreft nog niks gewend en gaan Nederlanders er een stuk soepeler mee om. En blijkbaar is "het" aan mij nog steeds duidelijk te zien. Ik ben hier wel van geschrokken, ik hoop maar dat ik in Nederland toch mijn normale zelfvertrouwen kan blijven uitstralen...
Het laatste wat ik wilde was een confrontatie met een grote groep voetbalfans, dus we gingen snel een restaurant binnen, we hadden opeens helemaal geen moeite om er eentje uit te kiezen 
Het bleek trouwens een uitstekend restaurant, we waren gelukkig goed terecht gekomen.
Maar voordat we gingen eten moesten we allebei naar het toilet, ook Julia's darmen begonnen op te spelen. Het was nu wel duidelijk dat er echt iets mis was geweest met die enchilada's van vanmiddag, alleen had ik er eerder last van gekregen dan Julia. Gelukkig hadden we nog wel trek in een diner en we namen een maaltijdsalade met spek en gebakken ei. Een verrassende combinatie, maar erg lekker!
<< Home
Men wist dit vol te houden tot in de 16e eeuw, toen de zilvermijnen uitgeput begonnen te raken. De stad is nu niet meer zo belangrijk, maar aan deze periode uit het verleden danken we wel meer dan 300 erkende historische monumenten uit de Middeleeuwen en de barok. Kutná Hora ontbreekt dan ook niet op de lijst van wereldwijd cultureel erfgoed van de UNESCO.
Redenen genoeg om te gaan kijken dus. Het is ook altijd een leuk avontuur om in het buitenland een treinreis te maken en we hadden gisteren al uitgebreid geoefend om het staion te vinden.

"Die gaat over twee uur!"
Ja zeg! Daar gaat ons dagje uit! Dan maar een taxi naar het centrum. We overlegden met de chauffeur over de prijs en hij wilde ons wel brengen voor 100 kronen. Dat is iets meer dan drie Euro. Voor dat bedrag mag je in Nederland alleen naar een taxi kijken, maar niet te lang!
We wilden als eerste naar de St. Barbara-Kathedraal. Daar kom je langs een lange, rechte weg met aan je rechterhand de Jezuïtenschool en links een stenen muurtje. Over dat muurtje heen heb je een wijds uitzicht over het dal van de rivier de Vrchlice. Alles wordt op het ogenblik gerestaureerd: De school, de beelden op het muurtje en de kathedraal zelf.
Gelukkig stond niet alles in de steigers, dus er was genoeg moois te zien. De kathedraal is echt indrukwekkend. Er werd met de bouw begonnen in 1388 door Petr Parléř, dezelfde architect die in Praag de St. Vitus-kathedraal schiep. Kutná Hora wilde immers in niets onderdoen voor Praag! Maar eigenlijk was deze kathedraal pas in 1905 helemaal af. Er zijn in de kerk dan ook verschillende stijlen te ontdekken, zoals Gotiek en Barok.
Ook in de kerk is te zien dat alles in Kutná Hora om de mijnwerkers draaide, vandaar dit standbeeld. De mijnwerker is in de originele klederdracht. In zijn rechterhand houdt hij een stuk gereedschap, in de linker een mijnlamp. Om zijn middel draagt hij een speciaal leren schort dat de mijnwerkers gebruikten om zich naar beneden te laten glijden.Toen we uit de kathedraal kwamen hadden we honger en we vonden een Mexicaans restaurant, waar we enchilada's bestelden. Ze smaakten ons uitstekend, maar wat we nog niet wisten, was dat het vlees waarschijnlijk niet meer helemaal vers was. Daar zouden we nog snel genoeg achter komen.
De eerste bezienswaardigheid die we nu tegen kwamen was het Hrádek, het kleine kasteel, een oorspronkelijk laatgotisch kasteel uit de 14de eeuw dat vroeger ook deel uitmaakte van de fortificaties van de stad. Tegenwoordig is er een museum voor mijnbouw in gevestigd.
Er werden ook rondleidingen gegeven en daar hadden we wel zin in. Maar voordat de rondleiding begon, hadden we nog tijd om wat zilver te kopen: Julia en ik hebben allebei een nieuwe ring gekocht.
De rondleiding begon met een hoop uitleg over hoe de mijnbouw in zijn werk ging in de Middeleeuwen en we bezochten een rosmolen die gebruikt werd om zware lasten mee uit de mijn te takelen. Het hoogtepunt van de rondleiding was een bezoek aan een echte mijn. Dat werd echter afgeraden voor mensen met claustrofobie, hartpatiënten en voor iedereen die zich vandaag niet helemaal lekker voelde.Nou, ik voelde me inderdaad niet lekker. Ik had onder normale omstandigheden mijn claustrofobie wel voor een tweede keer willen trotseren, maar eigenlijk wilde ik alleen nog maar naar het toilet. De enchilada's lagen me erg zwaar op de maag. Dus ik zei tegen onze gids dat ik afzag van het bezoek aan de mijn. Julia ging wel en ik vond het een beetje eng om haar te laten gaan, maar ze wilde per se en er waren natuurlijk genoeg mensen bij om haar op te vangen als er iets mis ging. De avonturiers kregen allemaal een witte jas aan, een helm op en een eigen zaklantaarn en ze vertrokken naar de ingang van de mijn.
Ik bleef achter bij de ingang van het museum en ging op zoek naar een toilet. Nou, dat was gemakkelijk te vinden: Aan de overkant van de straat was een soort VVV-kantoor waar ook de kaartjes voor het museum verkocht werden. Daar waren toiletten die voor museumbezoekers gratis te gebruiken waren. Je moest alleen even bij de kassa de sleutel ophalen. Ik kreeg een sleutel en zette koers naar het damestoilet.
"Wacht even, wacht even", riep de man bij de kassa en hij zwaaide met een andere sleutel. Blijkbaar had hij me voor een man aangezien en de verkeerde sleutel gegeven. Gelukkig had hij er helemaal geen moeite mee om me gebruik te laten maken van het toilet waar ik thuishoor.
Ik voelde al snel weer een stuk beter en ik vond een leuk plekje om te gaan zitten in afwachting van de terugkomst van de helden die de mijn bezocht hadden. Ik ging zitten op een muurtje een meter of tien boven het pad waarlangs ze terug zouden komen. Veel mensen zouden dat misschien wel een eng plekje vinden, maar van hoogtevrees heb ik geen last. Ik liet mijn benen lekker over de rand bungelen en ik zag dat ik van hier een heel mooi zicht had op de St. Barbara-kathedraal. De foto van de kathedraal heb ik vanaf dit punt gemaakt.
Het wachten duurde lang en maakte me zenuwachtig. Ik heb meerdere sigaretten gerookt, voordat ze eindelijk weer in zicht kwamen. Ja, ik moet het toegeven: Ik ben deze vakantie weer helemaal in de fout gegaan met roken, ik zal het opnieuw moeten afleren
Eindelijk, daar waren ze. Als een soort van processie kwamen ze de berg weer opgeklommen. Julia kwam achteraan en hoewel de tocht erg vermoeiend voor haar was, kun je aan haar gezicht wel zien dat ze het een geweldige ervaring vond.We gingen terug naar het centrale plein en namen nog een drankje. Het werd tijd om te denken over de terugreis naar Praag. De taxi was ons zo goed bevallen dat we er niet eens over dachten om met de trein naar het centraal station te gaan. Vanuit een telefooncel belde ik een taxi en die pikte ons binnen vijf minuten op. We onderhandelden niet over de prijs, maar lieten ons gewoon meevoeren. Toen we aankwamen bij het station, stond de meter op 87 kronen, dus we hebben 13 kronen fooi gegeven. Blijkbaar was dat onderhandelen vanmorgen nergens voor nodig geweest.
Onze treinkaartjes hadden maar 118 kronen gekost en dat leek me zelfs voor Tsjechische begrippen wel erg goedkoop (4 Euro) voor een retour over een afstand van 75 km, dus voor de zekerheid vroeg ik nog aan het loket of deze kaartjes ook geldig waren voor de terugreis."Jazeker", zei de man achter het loket.
De trein bracht ons dit keer tot Kolín en daar moesten we overstappen, maar eerst moest ik weer naar het toilet. Ik ga niet graag op een station naar het toilet, maar het moest gewoon. Ik ging naar het damestoilet en betaalde het daarvoor verschuldigde bedrag aan de meneer bij de ingang. Toen ik daarna doorliep riep hij:
"Wacht even, wacht even!"
Verbaasd keerde ik me om, om te kijken wat er aan de hand was en hij overhandigde me een stuk toiletpapier: Op de toiletten was geen papier en dat kreeg je bij de ingang als je netjes betaalde. Weer wat geleerd!
We hadden de snelste verbinding naar Praag gemist en we kwamen terecht in een trein die via een omweg reed. Maar wat een trein! Dit was echt super-modern materieel, waar de Nederlandse Spoorwegen jaloers op kunnen zijn! We reisden 2e klasse, maar we zaten gewoon heerlijk zacht in een brandschone, gloednieuwe coupé.
Buiten ging de zon onder en het landschap zag er sprookjesachtig uit in dit vreemde licht. Foto's maken lukte natuurlijk niet, want recht tegen de zon in fotograferen is de dood voor je camera en onder een hoek fotograferen levert storende spiegelingen op in het raam van de trein. Er zat niets anders op dan gewoon te kijken en te genieten.
Uiteindelijk kwamen we in Praag aan op een ander station dan waar we vertrokken waren. We wandelden vanaf het station naar het Westen, op zoek naar een plaats om te dineren, toen we achter ons een groep voetbalfans hoorden. Ze naderden met vrij grote snelheid en dat vond ik toch wel onprettig.
Ik dacht de laatste tijd dat ik redelijk passabel was, maar in Tsjechië ben ik er achter gekomen dat dat een stuk minder is dan ik dacht. Ik werd daar voortdurend nagestaard en bekeken alsof ik een wezen van een andere planeet was. Gelukkig is het niet tot agressie gekomen, hoewel er een moment op een metrostation was dat ik me toch wel wat bedreigd voelde.
Blijkbaar zijn de Tsjechen wat dit betreft nog niks gewend en gaan Nederlanders er een stuk soepeler mee om. En blijkbaar is "het" aan mij nog steeds duidelijk te zien. Ik ben hier wel van geschrokken, ik hoop maar dat ik in Nederland toch mijn normale zelfvertrouwen kan blijven uitstralen...
Het laatste wat ik wilde was een confrontatie met een grote groep voetbalfans, dus we gingen snel een restaurant binnen, we hadden opeens helemaal geen moeite om er eentje uit te kiezen Het bleek trouwens een uitstekend restaurant, we waren gelukkig goed terecht gekomen.
Maar voordat we gingen eten moesten we allebei naar het toilet, ook Julia's darmen begonnen op te spelen. Het was nu wel duidelijk dat er echt iets mis was geweest met die enchilada's van vanmiddag, alleen had ik er eerder last van gekregen dan Julia. Gelukkig hadden we nog wel trek in een diner en we namen een maaltijdsalade met spek en gebakken ei. Een verrassende combinatie, maar erg lekker!
Labels: treinen
<< Home

English
Nederlands
© 1985-2006 E.G. Snel