2005-10-17
Uitersten
Het ene moment zit ik met twee vrouwelijke collegaatjes te praten over het project waar één van hen aan werkt: Een apparaat voor voor borstonderzoek. (De technische details zullen wel geheim zijn, maar ik kan je verzekeren dat dat onderzoek een stuk prettiger zal zijn dan de huidige methode, waarbij je borst tussen twee platen ingeklemd wordt...)
Ik voel me helemaal geaccepteerd tussen deze vrouwen.
Het volgende moment loop ik over het terrein tussen onze bedrijfsgebouwen en vang ik een opmerking op van een stel mannen die zich lopen te vervelen. Op een aanstellerig, quasi-homo toontje zegt er eentje: "Eéénig meid!" Het is wel duidelijk dat hij doelt op mijn roze mantelpakje en roze handtas.
Ben ik tè roze misschien? Ach, waarschijnlijk kenden ze me nog van vroeger; iedereen hier op het terrein kent me, daar heeft het roddelcircuit wel voor gezorgd. Maar waarom kunnen mannen toch nooit eens normaal doen!
Weer even later ga ik naar de rookruimte. Ik schrik even als ik daar binnenkom: Ik zit daar meestal alleen of met mijn collega M., maar nu zitten er opeens vier mij onbekende mannen. Werkvolk, verhuizers, denk ik. Gelukkig is er nog één stoel vrij, dus ik neem plaats en ik rook, zoals ik me had voorgenomen. Ik raak zelfs met die mannen in gesprek. Het zijn rasechte Amsterdammers, dat kun je horen. Ze gedragen zich volkomen normaal en als ze de ruimte weer verlaten zegt de aanvoerder van het stel: "Nauw mefrauw, een hele faane dag nog!"
Ik heb niet zo'n hele fijne dag vrees ik, maar het doet me goed dat er toch mannen zijn die wèl normaal kunnen doen!
<< Home
Ik voel me helemaal geaccepteerd tussen deze vrouwen.
Het volgende moment loop ik over het terrein tussen onze bedrijfsgebouwen en vang ik een opmerking op van een stel mannen die zich lopen te vervelen. Op een aanstellerig, quasi-homo toontje zegt er eentje: "Eéénig meid!" Het is wel duidelijk dat hij doelt op mijn roze mantelpakje en roze handtas.
Ben ik tè roze misschien? Ach, waarschijnlijk kenden ze me nog van vroeger; iedereen hier op het terrein kent me, daar heeft het roddelcircuit wel voor gezorgd. Maar waarom kunnen mannen toch nooit eens normaal doen!
Weer even later ga ik naar de rookruimte. Ik schrik even als ik daar binnenkom: Ik zit daar meestal alleen of met mijn collega M., maar nu zitten er opeens vier mij onbekende mannen. Werkvolk, verhuizers, denk ik. Gelukkig is er nog één stoel vrij, dus ik neem plaats en ik rook, zoals ik me had voorgenomen. Ik raak zelfs met die mannen in gesprek. Het zijn rasechte Amsterdammers, dat kun je horen. Ze gedragen zich volkomen normaal en als ze de ruimte weer verlaten zegt de aanvoerder van het stel: "Nauw mefrauw, een hele faane dag nog!"
Ik heb niet zo'n hele fijne dag vrees ik, maar het doet me goed dat er toch mannen zijn die wèl normaal kunnen doen!
<< Home

English
Nederlands
© 1985-2006 E.G. Snel