Cantate 50 is ons slechts in postume
kopieën van kopieën overgeleverd.
Hoewel zij slechts één deel omvat en ongeveer 4 minuten
duurt, is zij
door de oude Bach Gesellschaft gerangschikt onder de cantates
(definitie: "een meerdelig vocaal muziekstuk") omdat men veronderstelde
dat zij het openingskoor van een volledige - maar verloren gegane -
cantate heeft gevormd; in de overlevering van Bachs
uitvoeringsmateriaal was het niet ongebruikelijk een groot koor af te
zonderen van de rest van de cantate. Dat BWV 50 tot een cantate heeft
behoord is allerminst voor de hand liggend want over een achtstemmig
dubbelkoor kon Bach normaliter niet beschikken. Ook het opvullen van
fuga's met stemmen (zoals hier veelal in Koor II) die niet of
nauwelijks thematisch materiaal inbrengen ("_" in het schema) was niet
Bachs gewoonte. Mogelijk heeft Bach zelf ooit de vijfstemmige koorfuga
geschreven en heeft een latere hand die tot dubbelkoor uitgebreid; met
een reductie tot vijf stemmen zou weinig substantieels verloren
gaan. (Een dergelijke reductie werd door Jan Kleinbussink
vervaardigd en is op Koopmans opname te horen, naast de dubbelkorige
versie.)
De tekst komt uit het laatste bijbelboek, de Openbaringen van Johannes
(12:10), een passage die behoort tot de epistellezing op de feestdag
van de Aartsengel Michael (Sint Michiel, 29 september), een feest
waarvoor we uit Bachs vruchtbare cantatejaren werken kennen uit 1724
(
Herr Gott, dich loben alle wir,
BWV 130) en 1726 (
Es erhub sich ein
Streit, BWV 19), maar niet uit 1723, toen Bach wel erg
gecharmeerd was
van
permutatiefuga's (zie
onder), en wie anders dan Bach zou deze
body van dit torso hebben kunnen schrijven? Ook wijst de bezetting met
drie trompetten en pauken op een Leipziger feestdag.
Aartsengel Michael is in de Openbaringen-passage verwikkeld in een
strijd met de draak; de tekst klinkt wanneer hij die verslagen heeft.
en symboliseert de overwinning van de krachten van het licht over die
der duisternis.
Ook overigens staat Michael bekend om zijn strijdbaar karakter. Hij
wordt vaak afgebeeld met vlammend zwaard en het verbaast dan ook niet
dat Bach het grootste deel van de tekst onderbrengt in een martiaal
fugathema.(
1)
dat vanaf zijn overrompelende inzet vrijwel permanent klinkt, waarvan
tweemaal in de eerste
trompet en éénmaal in de eerste violen. De rest van de
tekst klinkt en
wordt herhaald in vier contrapunten (‘tegenthema's', de nrs
2, 3,
4 en
5 in het schema
hieronder) en
uiteindelijk ook in een vijfde contrapunt dat ik
"
1A"
heb gedoopt omdat het de omkering van het hoofdthema is. Deze
contrapunten worden met het primaire fugathema en met elkaar
gecombineerd op de systematische wijze die het schema in beeld brengt
en de naam
permutatiefuga
heeft gekregen; het is de meest strakke soort fuga, zonder vrije
episoden die voortborduren op thema-fragmenten. De gehele koorfuga
bestaat
uit twee even lange delen van 68 maten, elk bestaande uit acht, resp.
zeven fasen van 7 maten, en ieder afgerond met een niet-fugatisch slot
vol luidruchtige fanfares. Hoogtepunt van dit spectaculaire stuk vormt
de passage (m.83-104) waarin achtereenvolgens alten, tenoren en bassen
het thema (
1,
in koor I) combineren met zijn omkering (
1A,
in koor II). Strijkers en de drie hobo's spelen veelal
colla parte met
koorstemmen.
Nun
ist das Heil und die Kraft
und das Reich und die Macht
unsers Gottes seines Christus worden,
weil der verworfen ist,
der sie verklagete Tag und Nacht vor Gott
|
Nu
is het heil en de kracht
en het rijk en de macht verschenen
van onze God en zijn gezalfde
omdat diegeen (nl de Satan) verslagen is
die hem dag en nacht aanklaagde bij God. |
|
maat:
|
1
|
8
|
15
|
22
|
29
|
36
|
43
|
50
|
57
|
69
|
76
|
83
|
90
|
97
|
104
|
111
|
118
136 |
|
(tr.1)1
|
|
|
|
|
1
|
(ob.1)1A |
(vi.1)1
|
_
|
_
|
|
|
|
_
|
_
|
1
|
_
|
| KOOR
I |
S
|
|
|
|
1
|
2
|
3
|
4
|
2
|
_
|
(1)
|
1
|
2
|
3
|
4
|
5
|
1A
|
_ |
A
|
|
|
1
|
2
|
3
|
4
|
5
|
5
|
_
|
_
|
|
1
|
2
|
3
|
4
|
_
|
_ |
T
|
|
1
|
2
|
3
|
4
|
2
|
3
|
4
|
_
|
_
|
|
|
1
|
2
|
3
|
_
|
_ |
B
|
1
|
2
|
3
|
4
|
5
|
1
|
2
|
3
|
_
|
_
|
|
|
|
1
|
2
|
_
|
_ |
| KOOR
II |
S
|
|
|
|
|
1A
|
|
1
|
|
_
|
1
|
2
|
3
|
4
|
4
|
1
|
2
|
_ |
A
|
|
|
|
|
_
|
|
_
|
|
_
|
_
|
|
1A
|
5
|
3
|
_
|
5
|
_ |
T
|
|
|
|
|
_
|
|
_
|
|
_
|
_
|
|
|
1A
|
2
|
_
|
3
|
_ |
B
|
|
|
|
|
_
|
|
_
|
|
_
|
_
|
|
|
|
1A
|
_
|
4
|
_ |