| 1.
Waar komt de naam Grijzenhout vandaan?
Hierover
kunnen wij alleen maar speculeren.
De
eerste vermelding van de naam Grijsenhout vinden we in 1721 in het gemeentearchief
van Schiedam, als Hendrik Grijsenhout een jonge man uit Munsterland trouwt
met Aegje Willems.
Pas
in 1811, onder Napoleon, wordt het gebruik van een vaste achternaam verplicht,
de Grijzenhouten gebruiken echter al vanaf hun aankomst in Nederland hun
achternaam, afhankelijk van de ambtenaar gespeld als:
Grisenhout,
Grisenhaudt, Grijsenhout en nu dus Grijzenhout.
Omdat
men vasthield aan de achternaam is het te verwachten dat deze naam voor
hen een bepaalde betekenis of waarde gehad moet hebben.
-
In publicaties met Nederlandse familienamen, wordt er meestal vanuit gegaan
dat de naam te maken heeft met de Nederlandse bosbouw met de Duitse herkomst
in gedachten is dit niet waarschijnlijk.
-
Als we in het gebied rond Munster op zoek gaan naar achternamen die lijken
op de naam Grijzenhout, dan valt de naam Grieseholt op, die voorkomt in
het gebied tussen Dortmund en Munster.
De
uitgang "holt" zien we in deze streek vaker en komt van "holtz" wat hout
betekent.
Het
woord "griese" is oud-duits voor "kriese" of "kirsche", wat kers betekent.
Vertaald
zouden wij dan op de familienaam Kersenhout uitkomen.
-
Gaan wij vooral van de klanken in de naam Grijzenhout uit, dan gaan we
naar de Duitse leerlooierij, waar men het woord "greisenhaut" gebruikt
voor een oude, verslapte huid.
Vertaald
zouden wij dan op de, niet aantrekkelijke, familienaam Oudvel uitkomen.
-
Als minder serieuze optie is er nog het volgende verhaal:
De
broers kwamen bij de burgerlijke stand waar men vroeg: "Wie is uw vader?",
de mannen die nog maar gebrekkig Nederlands spraken begrepen hieruit "Hoe
gaat het met uw vader?", waarop zij antwoordden: "Grijs en oud."
|