Dubieuze bondgenoten


De coalitie tegen terrorisme herbergt veel schurkenstaten en de Afghaanse Noordelijke Alliantie kent strijdgroepen die nauwelijks van mensenrechten hebben gehoord. Het Westen kent zijn vrienden.

door Joeri Boom en Aart Brouwer

bron: De Groene Amsterdammer

Krachtens artikel 5 van het Navo-verdrag is ons land sinds zondagavond half zeven in oorlog met Afghanistan. De regering onderschrijft de Amerikaans-Britse luchtaanvallen en premier Kok sluit niet uit dat Nederland «een militaire bijdrage levert». Daarmee tekent Nederland voor een campagne van onbekende duur en opzet. Onder het motto «Wie niet voor ons is, is voor de terroristen» heeft Washington een veelomvattend militair plan ontwikkeld dat herinneringen oproept aan de Koude Oorlog. Door een weinig solide coalitie tegen het internationaal terrorisme te smeden — een werk dat jaren zou vergen — en meteen toe te slaan in Afghanistan, verdelen de VS de wereld in twee kampen, waarbij zich in het westerse, zogenaamd antiterroristische kamp nu reeds evenveel schurkenregimes bevinden als daarbuiten. En het lijkt erop dat plaatselijke krijgsheren het meeste vuile werk voor ons moeten gaan opknappen.
Zoals Ronald Reagan in de jaren tachtig steun zocht bij het apartheidsbewind in Zuid-Afrika en dictators in de Filippijnen, Argen tinië, Turkije, El Salvador en Guatemala, zo omvat de «antiterrorismecoalitie» van Bush c.s. een reeks landen en regimes met een abominabele staat van dienst op het gebied van de mensenrechten en het internationale terrorisme: Saoedi-Arabië, Algerije, China, Rusland, Pakistan, Soedan, Indonesië, Israël en de neostalinistische staten van Centraal-Azië, met name Oezbekistan en Tadzjikistan. En allemaal willen ze boter bij de vis. Het regime in Soedan wil Amerikaanse kredieten voor zijn oorlog tegen de zuidelijke opstandelingen, president Poetin wil de Tsjetsjeense oorlog nog eens overdoen, Turkije wil de vrije hand in de Koerdische gebieden.
In een brief aan de Veiligheidsraad heeft Washington laten weten dat toekomstige acties zich ook zullen uitstrekken tot «andere landen en organisaties». Welke zijn dat? Op grond van de vage en soms tegengestelde verklaringen dienaangaande heeft de Amerikaanse hoogleraar veiligheidsstudies Michael Klare een tentatief scenario ontworpen. In de eerste fase moeten de terroristenkampen in Afghanistan worden opgerold en het Taliban-regime worden vervangen door de Noordelijke Alliantie. Fase twee bestaat uit aanvallen op terroristenbases elders: de Beka'a-vallei in Libanon, Soedan, de Filippijnen en diverse Centraal-Aziatische staten. In de derde fase wordt een eind gemaakt aan regimes die internationale terroristen huisvesten, in de eerste plaats Irak. De campagne heeft een open einde, schrijft Klare. Het is immers onhaalbaar om, zoals Bush claimt, «elke terreurgroep met een wereldwijd bereik te vinden, stoppen en vernietigen».

Intussen worden diverse landen in de coalitie ernstig gedestabiliseerd, hetgeen kan leiden tot ravages waarbij de instorting van de Twin Towers verbleekt. Nergens is dat duidelijker dan in Pakistan, een verscheurde natie met 142 miljoen inwoners, een modaal jaarinkomen van duizend gulden en een «islamitische» atoombom. Door vluchtelingenstromen, godsdienstige verwantschap, etnische banden en drugsbelangen is de Pakistaanse politiek ten nauwste verweven met de Af ghaanse. «De islamistische organisaties in Pakistan kunnen een stad als Karachi 24 uur per dag platleggen», zegt Praful Bidwai, journalist en onderzoeker bij het Transnational Institute, vanuit zijn standplaats New Delhi. «Maar ook in het leger zitten veel sympathisanten van de Taliban en van Bin Ladens al-Qaeda-netwerk, zoals blijkt uit privé-gesprekken. President Musharrafs positie is veel minder zeker dan de westerse media doen voorkomen. Wat mij het meest zorgen baart, is de mogelijkheid dat sympathisanten van de Taliban de hand leggen op kernwapens. Pakistan heeft die wapens gedecentraliseerd, maar niet, zoals je zou verwachten, door de essentiële componenten te verdelen over verschillende legeronderdelen. Men heeft een aantal kernbommen verdeeld over vliegtuigen die klaarstaan op afgelegen air-strips met het oog op een Indiase aanval. Elke plaatselijke commandant of groep kan zich er meester van maken.»
En wat moeten we ons voorstellen bij de wars-by-proxy die we volgens Klare in het Midden-Oosten en Centraal-Azië kunnen verwachten? In Afghanistan trekken de Amerikanen en Britten nu tegen de Taliban ten strijde samen met de Noordelijke Alliantie. «Niet allemaal zulke lekkere jongens», zegt Tom Carew, een voormalige Britse commando die 22 jaar geleden meestreed met enkele van de facties die nu tot de Alliantie horen. Carew werd er door MI6, de Britse inlichtingendienst-buitenland, en de CIA op uit gestuurd om onder meer te bepalen welke factie door de Amerikanen gesteund zou worden in de strijd tegen de sovjets die in 1979 het land waren binnengevallen. Carew: «Vooral de Hezb-i-Islami waren verschrikkelijk fanatiek. Ze waren in de ban van hun islamitische geloof en wierpen zich als dollemannen in de strijd. Dat leidde tot onnodige wreedheden en kostte hen een hoop strijders.»
In 1996, toen de Taliban Kaboel innamen, vormden hun tegenstanders een coalitie: het Nationale Islamitische Verenigde Front ter Redding van Afghanistan — in de volksmond Verenigd Front genoemd. Daarin verenigden zich diverse anti-Talibanfacties in een steeds wisselende samenstelling — het aangaan en verbreken van politieke en militaire coalities is de nationale sport in Afghanistan.
Een van de weinige constante factoren is het presidentschap van Burhanuddin Rabbani. Hij leidt een regering die de Taliban het recht betwist het land te vertegenwoordigen. Toen de Taliban het grootste deel van het land veroverden, werd het Verenigd Front teruggedrongen in het onherbergzame noorden van Afghanistan. Daar, in de Panshir-vallei, bracht generaal Massoed de opmars van de Taliban tot staan. Deze gewezen minister van Defensie in Rabbani's regering leidde de machtigste factie in het Verenigd Front, de Jamiat-i-Islami. In feite had hij de macht in de coalitie. Massoed werd vorige maand vermoord door twee mannen die zich uitgaven voor Arabische tv-journalisten die naar men vermoedt waren getraind door Osama bin Laden.
«Massoed en zijn commandanten waren erg westers georiënteerd», zegt Carew. «Ze keken naar Britse films en vergaapten zich aan de dubbeldeksbussen. Als ik terug was geweest naar Londen nam ik ansichtkaarten mee met plaatjes van bussen. Daar kickten ze op. Ze konden niet geloven dat dubbeldekkers gewoon elke dag in Londen rondreden.»
Volgens Carew stond Massoeds islamitische vroomheid zijn westerse oriëntatie niet in de weg. Hij wilde het beste voor zijn land en zag dat dat alleen te bereiken was dankzij het Westen. Carew: «De Taliban wilden hun land in de vijftiende eeuw terugplaatsen, terwijl Massoed het wilde ontwikkelen.» Als het aan Carew lag, hadden de Amerikanen vooral Massoed gesteund met wapens. In die geest bracht hij steevast rapport uit. Massoeds troepen waren goed getraind en vochten op een manier die hun verliezen beperkte. Carew: «Hij liet zijn mannen niet zomaar op Russische tanks afstormen. Dat zag je in die tijd nergens in Afghanistan.» Tot zijn frustratie besloot de CIA het leeuwendeel van de steun te geven aan de Hezb-i-Islami-factie van Gulbuddin Hekmatyar, die tot 1995 deel uitmaakte van de anti-Talibanalliantie.

De Verenigde Staten mikken er nu op dat het Verenigd Front met Amerikaanse luchtsteun de Taliban op de grond kan verslaan. Het landsbestuur zou dan in handen moeten komen van Rabbani en Mohammed Zahir Shah, de stokoude, in Romeinse ballingschap levende Afghaanse koning.
Er is echter een probleem dat Bush en de zijnen buiten de publiciteit wensen te houden: bijna alle strijdgroepen en commandanten van het Verenigd Front hebben zich schuldig gemaakt aan ernstige schendingen van de mensenrechten, oorlogsmisdaden en dubieuze handelspraktijken. In het gebied van de Noordelijke Alliantie — tien procent van het grondgebied — wordt momenteel meer opium verbouwd dan in Taliban-gebied en er zijn ook laboratoria gevestigd waarin uit de opium heroïne wordt gemaakt. De drugs worden via Tadzjikistan naar het Westen gesmokkeld.
Abdul Rashid Dustum (de Oezbeekse warlord die zich onlangs voor de tweede keer bij de Alliantie aansloot), Hekmatyar en diverse ondercommandanten van wijlen Massoed worden ervan beschuldigd een slachting te hebben aangericht in Kaboel en de stad haast volledig te hebben verwoest. In het Amnesty International-rapport Women in Afghanistan, a Human Rights Catastrophe uit 1996 worden vrijwel alle warlords uit de Noordelijke Alliantie aangeklaagd. «Daarna kwamen de troepen van generaal Dostoem naar de stad», beschrijft een ooggetuige in het rapport. «Ze staan bekend als de Gelim Jam (‹tapijtstelers›). Ze waren slechts op zoek naar Pashtun-mensen en doodden geen niet-Pashtun. Wij waren geen Pashtun, dus onze levens werden gespaard. De volgende dag kwamen bewapende leden van de Hezb-i-Islami naar ons toe. Een aantal jonge vrouwen in onze straat werd door ze verkracht. Een jonge vrouw werd meegenomen en een paar dagen later werd haar lichaam ergens in de stad gevonden.» Ook de troepen van Massoeds Jamiat-i-Islami en die van een andere oppositie-warlord, Rasul Sayyaf, worden in het rapport beschuldigd van moord en verkrachting.
Afgezien van het feit dat Bush er kennelijk niet voor terugdeinst zaken te doen met meervoudige misdadigers en mensenrechtenschenders, loopt hij bovendien het gevaar nieuwe Bin Ladens te kweken. Commandanten als Sayyaf en Hekmatyar staan tamelijk dicht bij de leider van de al-Qaeda-terreurgroep. Ook zij werden getraind door de Pakistaanse geheime dienst ISI en ontvingen bedragen van de Saoedi's voordat die hen verruilden voor de Taliban en Bin Ladens wahabitische strijders. Indertijd liep de Saoedische geldstroom via Sayyaf en Hekmatyar naar de Makhtab al Khidmat, het «dienstencentrum» behorend bij het kantoor van de Moslimbroederschap en de World Moslim League in Peshawar. De Makhtab was opgericht door Abdullah Azam, een Jordaanse Palestijn die door Bin Laden vereerd werd als zijn leider. Azam had hechte banden met Hekmatyar en Sayyaf. Via hem raakten zij rechtstreeks betrokken bij Osama's terreur, want de Makhtab diende als financieel centrum dat het middelpunt bleek van een web van radicale organisaties die onder meer hielpen bij de uitvoering van de bomaanslag op het WTC in 1993 en de aanslagen op de Amerikaanse ambassades in Nairobi en Dar-es Salaam in 1998.
Hekmatyars Hezb-i-Islami verkeert momenteel in onmin met het Verenigd Front. Toch zou de factie een belangrijke rol kunnen vervullen in het naoorlogse Afghanistan, aangezien Hekmatyars groep bestaat uit Pashtun — de grootste etnische groep in Afghanistan. Of het met het fundamentalisme waar de Taliban zo berucht voor zijn dan afgelopen is, is nog maar de vraag. De Hezb-i-Islami is vrijwel net zo streng in de leer als de Taliban. En net zo anti-Amerikaans, ook al ontving de groep flinke Amerikaanse steun tijdens de burgeroorlog. In een recent interview sprak Hekmatyar zeer positief over Bin Laden, die hij goed zei te kennen. Bin Ladens ideeën over het verdrijven van de Amerikaanse troepen uit Saoedi-Arabië en het Midden-Oosten deelde hij volkomen.