Gamers opgelet: de CIA kijkt mee
De Pers berichtte vandaag over een rapport van het Amerikaanse Office of the Director of National Intelligence aan het US Congress over datamining. In het rapport wordt beschreven wat de mogelijkheden en voordelen van datamining zijn. Er staan twee interessante ontwikkelingen in te lezen: de inlichtingendiensten automatiseren het bekijken van beelden van beveiligingscamera’s en ze doen in grote online games en virtuele werelden onderzoek naar ’sociale patronen’, op zoek naar terroristen.
“The Video Analysis and Content Extraction (VACE) project seeks to automate what is now a very tedious, generally human-powered process of reviewing video for content that is potentially of intelligence value”
“Reynard is a seedling effort to study the emerging phenomenon of social (particularly terrorist) dynamics in virtual worlds and large-scale online games and their implications for the Intelligence Community“.
Voortaan zullen dus computers beoordelen of mensen op videobeelden zich verdacht gedragen. En in World of Warcraft kun je maar beter geen zelfmoordaanslagen meer plegen.
XS4ALL sponsort DROPSTUFF.nl - een museale hangplek, plakzuil en klankbord voor e-culture
DROPSTUFF.nl is een kunstproject dat zichzelf omschrijft als “een museale hangplek, plakzuil en klankbord voor e-culture”. In feite is het een mobiel internetcafé, uitgerust met een LED-scherm van 15 bij 4 meter. Kunstenaars ontwikkelen speciale kunstwerken, gebaseerd op het thema de grenzen van de vrijheid van meningsuiting. De kunstwerken zijn interactief, zodat bezoekers invloed hebben op het eindresultaat. Ook worden op het LED-scherm elke dag stellingen geplaatst die te maken hebben met actuele onderwerpen. Het publiek kan hierop reageren door het sturen van teksten, plaatjes of video’s via SMS. DROPSTUFF.nl maakt een tournee langs verschillende locaties in heel Nederland. Op 29 februari vindt de landelijke aftrap van DROPSTUFF.nl plaats in Tilburg. XS4ALL sponsort hosting en internetverbindingen van Dropstuff. Lees verder: http://www.dropstuff.nl/
Nieuwe media en het democratisch tekort
De Balie organiseert woensdagavond 12 maart een rondetafelgesprek op internet met experts en crowds:
Leiden de mogelijkheden van nieuwe media vanzelf tot een volwaardige dialoog tussen burger en overheid, tussen consument en bedrijfsleven?
Bedrijven en overheden zijn naarstig op zoek naar mogelijkheden om met burgers in gesprek te raken en hun kennis en ervaring te betrekken in de besluitvorming. Nieuwe media bieden daartoe mogelijkheden. Verwachtingsvolle stellingen over het democratiserende vermogen van nieuwe media vullen al enkele jaren opiniepagina’s, weblogs en bestsellers (trefwoorden: Web 2.0, wikinomics, wisdom of crowds, crowdsourcing, co-creatie, e-participatie, collective intelligence, enz).
Het salongesprek wordt rechtstreeks via internet uitgezonden. Via de chat van De Balie kan iedereen deelnemen aan de discussie.
Beargumenteerde stellingen voor het debat kunnen nu al worden aangedragen op de website www.democratiseringvandewaarheid.nl.
Het gesprek wordt geleid door Menno van der Veen, jurist, filosoof en programmamaker bij De Balie, en Albert Cath, doorgewinterde organisatieadviseur en een van de initiatiefnemers van Democratisering van de Waarheid. Op de chat aanwezig zijn Balienezen Richard de Boer en David Glas.
De Balie maakt onder de noemer infopolitics programma’s waarin de politieke betekenis van informatie en van de mondiale informatiesamenleving wordt onderzocht, i.s.m. geëngageerde partijen zoals XS4ALL Internet en Hivos. Democratisering van de Waarheid wordt gesponsord door XS4ALL Internet.
Nieuwe media en het democratisch tekort
Datum: woensdag 12 maart 2008
Tijd: 20.30-22.30 uur (uiterlijk tot 23.00 uur)
Voertaal: Nederlands
Live internet: www.debalie.nl/live
Chatruimte: www.debalie.nl/chat (de chatruimte kan ook met IRC-programma’s bereikt worden. IRC server: irc.dds.nl , kanaal: #balie)
Burgerrecht voor computers in Duitsland
De hoogste rechter in Duitsland heeft bepaald dat in Duitsland het grondrecht bestaat op eerbiediging van de vertrouwelijkheid en integriteit van informatiesystemen van burgers. De rechter vindt dat dat volgt uit het Duitse grondrecht op het telecommunicatiegeheim, het grondrecht op onaantastbaarheid van de woning door de staat en het grondrecht op zelfbeschikking over persoonlijke informatie.
In april vorig jaar schreef ik over de Duitse overheid die via trojans op computers van burgers spioneert. De rechter vond toen dat de politie deze methode van elektronische huiszoeking niet mocht gebruiken, maar dat het wel geoorloofd was voor geheime diensten.
Een groep juristen en journalisten was het met die uitspraak niet eens omdat het niet in een democratische rechtsstaat past dat geheime diensten zomaar stiekem op de computers van alle burgers kunnen kijken. Zij verzochten daarom het Constitutionele Hof zich over de zaak te buigen. Het Hof oordeelde dat de deze methode inderdaad niet in overeenstemming is met de Duitse grondwet, de privésfeer van de computers van burgers moet worden gerespecteerd door de overheid. Wel vond het Hof dat dat recht niet absoluut is: het inzetten van de methode van elektronische huiszoeking moet wel mogelijk zijn voor preventieve doeleinden en strafrechtelijke vervolging, maar alleen wanneer er duidelijke aanwijzingen zijn dat er sprake is van gevaar voor bijvoorbeeld mensenlevens of voor de staat.
De uitspraak is van groot belang voor de online privacy in Duitsland omdat nu duidelijk is dat het burgerrecht op privacy ook geldt voor de computers van burgers.
Persoonlijke informatie op een Online Sociaal Netwerk: niet zo veilig als het lijkt
Je krijgt een mailtje van Hyves: ‘Let’s Hyve! X wil je toevoegen als vriend op Hyves. Klik hier om de uitnodiging te accepteren of te weigeren’. Je klikt op de link en accepteert de uitnodiging. Ook al ken je deze persoon niet zo goed in het echte leven, je vertrouwt hem of haar, want jouw persoonlijke informatie blijft binnen de muren van jouw persoonlijke profiel. Toch?
Mis. Jouw informatie op een Social Networking Site (SNS) blijft niet zo makkelijk binnen de muren van jouw profiel als je denkt. Deze muren zijn niet zo waterdicht als ze lijken: informatie kan via je vrienden binnen zes stappen bij iedereen in het netwerk terecht komen. Dat heeft te maken met de structuur van de website, ofwel de topologie.
Social Networking Sites
Wat zijn eigenlijk Social Networking Sites? We hebben allemaal gehoord van of zijn lid van Hyves, Facebook, Linkedin en Myspace. Wat hebben deze websites gemeen?
Social Networking Sites zijn websites met als primaire functie het onderhouden van sociale contacten tussen leden op basis van gedeelde interesses en activiteiten. Een verbinding tussen de leden is altijd bilateraal: dat wil zeggen:de ander moet er mee instemmen. Mede door de normen en waarden van een SNS heeft ieder netwerk een aparte structuur of topologie. Zie dit filmpje voor een goede en leuke uitleg over SNS.
Als je de topologie van een SNS bestudeert blijkt deze twee belangrijke eigenschappen te hebben:
- Je kunt van ieder persoon naar ieder willekeurig ander persoon binnen een bepaald aantal (6) stappen.
- Er zijn heel veel mensen met weinig vrienden en een paar met heel veel vrienden.
Ben je geïnteresseerd in de topologie van netwerken, dan kan ik dit boek aanraden.
Binnen zes stappen overal
Mijn onderzoek (paper ‘Do social networking sites have smallworld effects’) toont aan dat je in gemiddeld zes stappen van een gebruiker naar iedere andere gebruiker in een SNS kunt. Veel mensen hebben daar geen idee van. Voorwaarde is wel dat er een pad tussen de gebruikers is. Jouw informatie kan in principe niet bij mensen komen die helemaal geen vrienden hebben.
Dit betekent dat jouw persoonlijke informatie in zes stappen bij een ieder in het netwerk kan zijn! Opeens blijkt de ‘virtuele muur’ om jouw profiel van papier maché te zijn. Is dat de bedoeling?
Een simpel voorbeeld van hoe dit verkeerd kan gaan: je hangt een impopulair politiek (zeg ultrarechts of ultralinks) gedachtegoed aan waarvan al je vrienden op de hoogte zijn. Maar je hebt dit nog niet verteld aan de mensen van jouw nieuwe sportclub. Je denkt hiervoor rustig de tijd te nemen. Maar dat heb je niet zelf in de hand. Via een SNS kunnen deze mensen relatief makkelijk bij jouw informatie komen, ondanks dat deze mensen niet lid zijn van jouw persoonlijke netwerk. Deze grote toegankelijkheid zorgt ervoor dat anderen bij jouw informatie kunnen en oordelen over jou krijgen zonder dat je dat zelf in de gaten hebt of er invloed op uit kunt oefenen.
Het is duidelijk dat een op vooroordelen gebaseerd imago voor geen enkele persoon verdienstelijk is. Plaats dus niets op jouw online profiel waarvan je in het gewone niet-digitale leven ook niet zou willen dat anderen het te weten komen!
Populaire vrienden
Daarnaast blijkt dat bepaalde mensen heel veel vrienden hebben en velen heel weinig vrienden. Dat komt omdat SNS groeien (Lees dit artikel, alhoewel minder wordt er nog steeds wel een groei van gebruikers van 12% genoemd) en mensen het liefst vrienden worden met populaire mensen (die dus al veel vrienden hebben). Hierdoor worden ‘de rijken nog rijker’ en de mensen met minder vrienden relatief armer omdat zij er minder vrienden bij krijgen
Dit betekent dat een aantal ‘hubs’ zeer veel informatie verspreidt en zelf kleine netwerken vormt. De informatie tussen deze mensen verspreidt zich heel snel. Let dus goed op als je mensen met veel vrienden toevoegt aan jouw netwerk. Gaan we even terug naar de echte wereld: je vertelt toch liever niet je diepste geheimen aan diegene in de klas die bekend staat als een roddeltante?
Nu zullen kritische lezers zeggen: maar David, in het echt gaat informatie ook binnen zes stappen van een ieder naar iemand anders op deze wereld (de beroemde ‘six degrees of seperation‘ van Stanley Milgram’). En dat slaat precies de spijker op de kop! Als informatie even snel of sneller door SNS gaat dan in de echte wereld, dan moet je niet meer op jouw profiel zetten dan dat je mensen in het echt zou vertellen. De beslotenheid van jouw profiel op een SNS is al gauw de ‘beslotenheid’ van de hele wereld. Als je kijkt naar de grote hoeveelheid persoonlijke informatie op SNS, lijken veel mensen dat te zijn vergeten.
Hyves wordt in deze weblog als voorbeeld gebruikt, maar de genoemde kenmerken gelden ook voor andere Social Networking Sites, zoals LinkedIn, MySpace of Facebook.
Een bijdrage van David Riphagen
David Riphagen is student Technische Bestuurskunde aan de TU Delft en werkt aan zijn onderzoek 'Privacy Harms for users of Social Networking Sites by using their Identity Relevant Information' bij het Electronic Privacy Information Center in Washington DC, USA.
Handen af van mijn pc!
Wat zou je ervan vinden als je Internet Service Provider (lSP) steeds precies zou bijhouden wat je allemaal aan het doen bent op internet? Bijvoorbeeld welke sites jij en je huisgenoten bezoeken en met wie je allemaal via internet belt of chat. Hoe zou je het vinden als je ISP bepaalde toepassingen zoals Skype, KaZaa, Bittorrent en noem maar op stevig zou vertragen of zelfs helemaal zou blokkeren? Hoe zou je het vinden als je ISP vastlegt welke mp3-tjes en films je via het internet uitwisselt? Dat die dus niet alleen bijhoudt dát je up- en downloadt, maar ook wát je up- en downloadt? En wat vind je ervan dat die dat alles op verzoek doorgeeft aan de rechthebbenden?
Daarbij blijft het niet, want wat zou je ervan vinden wanneer je provider volautomatisch detecteert
dat er malware op je computer zit, je een seintje geeft en dan de internetverbinding afsluit? Of dat hij steeds een extra bedrag van je rekening afschrijft nadat je een filmpje van Youtube hebt gedownload of naar uitzendinggemist.nl hebt gekeken? Want je denkt toch niet echt dat het streamen van al die video’s kostendekkend is voor de provider, als je maar 9,95 euro per maand voor je internetabonnement betaalt? En hoe zou je je voelen als de provider je automatisch direct aangeeft bij de politie zodra je een plaatje bekijkt dat strafbaar gesteld is of wanneer je een ‘haatzaaiende’ site uit Jemen bezoekt en daarop een berichtje achterlaat?
Onmogelijk? Ondenkbaar? Steeds minder. De techniek die dit mogelijk maakt heet ‘Deep Packet Inspection’, kortweg DPI. Zs wordt al volop toegepast in bedrijfsnetwerken. De verdere ontwikkeling voor de grootschaliger netwerken van ISP’s gaat razendsnel. Die wordt aangejaagd door economische motieven, met name vanuit de industrie, en bekrachtigd door gerechtelijke uitspraken. Maar zo mogelijk nog harder door overheden en politiek. De makers van DPI-apparatuur zien volop kansen en anticiperen daarop.
Deze technieken worden heus niet aileen geperfectioneerd in landen met een stringente internetcensuur, zoals China. Ook politici en overheden dichterbij, nationaal en Europees, pleiten steeds vaker voor verdergaand ingrijpen in je gedrag op internet, zelfs als dat op gespannen voet staat met internationale verdragen op het gebied van burgerrechten. Op zijn best laveren ze daar net langs door de publieke opinie te mobiliseren en door providers aan de schandpaal te nagelen en hen daarmee te bewegen tot eigenmachtig ingrijpen, onder het mom van zelfregulering.
Hou me ten goede: natuurlijk zijn er nuttige en gewenste toepassingen van DPI. Sterker nog: je kunt prima beargumenteren, dat er gezichtspunten zijn van waaruit dat voor elk van bovengenoemde voorbeelden geldt. Maar of daarbij altijd je belangen als internettende burger, adequaat en zorgvuldig gediend worden, valt zeer te betwijfelen. Daar wringt de schoen: de ontwikkeling van de mogelijkheden gaat zo razendsnel en de drang ze toe te passen is zo groot, dat het risico bestaat dat allerlei vormen van in potentie verregaande DPI-mogelijkheden op dit moment al in de publieke netwerken gesleuteld wordt. Voorlopig wordt de techniek vast nog wel beperkt ingezet. Maar DPI is een zo’n krachtige techniek geworden dat de toepassing ervan tijdig beteugeld dient te worden. Via onderzoek, discussie en waar nodig met regeleving. Openbaar, transparant en controleerbaar. En tot die tijd: handen af!
Deze column is in druk verschenen in het maandblad Chip nummer 3, 2008
Een bijdrage van Simon Hania
Politie laat kinderpornowebsites ongemoeid
Vandaag in het Parool een uitgebreid artikel over het onderzoek dat Karin Spaink deed naar het kinderpornofilter van het KLPD.
Dat filter blokkeert websites die de politie op geen enkele andere manier kan aanpakken, omdat ze in verre buitenlanden staan waar de Nederlandse politie geen invloed op heeft. Internetprovider UPC maakt gebruik van dit filter en blokkeert dus bepaalde websites op verzoek van de politie.
Uit het onderzoek van Spaink blijkt dat op die lijst ook websites staan die gewoon bij Nederlandse providers Leaseweb en Webazilla staan. Websites die al lang bestaan maar waar de politie dus kennelijk niets tegen doet. “Volgens de KLPD huisvesten Leaseweb en Webazilla kinderporno. In dat geval dient justitie in te grijpen: die sites uit de lucht te halen en de eigenaars te vervolgen. In geen geval horen ze UPC in te zetten om de sporen van hun onmacht weg te poetsen.”
“Critici van het kinderpornofilter hebben het al eerder gezegd: de inspanning van de KLPD zou er niet op gericht moeten zijn om zulke sites uit het zicht te halen, maar om ze te sluiten. Een kinderpornofilter voeren is etalagepolitiek. Dat je troep niet langer kunt zien betekent niet dat-ie weg is, en het blokkeren van sites helpt geen zier tegen kindermisbruik.
De werkelijkheid blijkt helaas een graadje erger. Het Nederlandse kinderpornofilter bevat Nederlandse kinderpornosites. Anders gesteld: de KLPD en de minister van Justitie willen de ISPs in Nederland verplichten de onmacht van de KLPD en justitie te maskeren.”
De stuiptrekkingen van een industrie
In Europa is in de eerste week van dit jaar een voorstel afgeweerd om alle internetverkeer te controleren op auteursrechtinbreuk. De week erop begon de IFPI, de wereldwijde vertegenwoordiger van de muziekindustrie, een nieuw offensief om een vergelijkbaar voorstel alsnog door te duwen.
De muziekindustrie dondert momenteel in elkaar. De verkoop van cd’s zakt in en de ene na de andere grote platenmaatschappij kondigt massa-ontslagen aan. De oorzaak? Online piraterij, beweert de muziekindustrie: niemand koopt nog een cd, iedereen kopieert muziek. Platenlabels gaan eraan tenonder, zodat de industrie zich wel tot de politiek móet wenden om in leven te kunnen blijven.
Hun verhaal is vals. Wat er in werkelijkheid gebeurt is dat zowel muzikanten als muziekliefhebbers zich van de industrie afkeren en via internet nieuwe wegen vinden om elkaar te bereiken. De muziekindustrie, die decennia achtereen uitsluitend muziek uitbracht wanneer ze alle rechten erop kreeg, ziet de ene na de andere grote artiest vertrekken: van Madonna tot Trent Reznor, ze willen geen platenmaatschappij meer die hen de wet voorschrijft en die intussen zelf het leeuwendeel van de winst opstrijkt. Steeds meer artiesten beginnen voor zichzelf en verkopen hun muziek via internet. Of ze sluiten, zoals Madonna, contracten met toerorganisators: aan optredens verdienen ze aanzienlijk meer dan aan de plaatverkoop.
De muziekindustrie werkt via een inmiddels hopeloos verouderd systeem. De distributie van muziek is fundamenteel veranderd sinds er geen drager meer nodig is en hits niet meer worden gemaakt via ouderwetse pluggers of top-40’s. Jarenlang weigerde de muziekindustrie zich te oriënteren op nieuwe modellen van distributie. En nu is het te laat. Artiesten verspreiden hun werk gratis via Myspace, worden bekend via Last FM, Sellaband en YouTube, en verkopen cd’s en losse nummers via hun eigen website en bij optredens. Zelfs op de website van MTV verschijnen lange artikelen waarin het failliet van de platenindustrie wordt aangekondigd en waarin artiesten uitleggen hoe je je rechten in eigen hand kunt houden.
Intussen klagen de platenmaatschappijen: het zijn de fans die het hebben gedaan, het is internet dat ze kapot maakt. Dat laatste klopt: maar alleen omdat de industrie jaren achtereen heeft geweigerd te snappen wat er gaande is en nieuwe technologieën hebben genegeerd. Je kunt niet meer eisen dat fans een hele cd kopen als ze alleen dat ene nummer willen, je kunt niet eisen dat fans voor elke afspeelmethode opnieuw braaf geld neerleggen, je kunt niet eisen dat artiesten in ruil voor verspreiding al hun rechten afstaan wanneer er een nieuw en makkelijk medium ontstaat waar de distributiekosten bijna nihil zijn geworden.
Wat we nu zien, is de finale kramp van de platenindustrie. Hun stuip is krachtig en hun lobby sterk. Er zijn politici die serieus luisteren naar hun plannen om alle internetverkeer aan de bron te controleren: alles wat gebruikers versturen, zou bit voor bit moeten worden gecontroleerd. Is een mogelijke auteursrechtinbreuk werkelijk een dergelijke afluisterstaat waard? Er zijn voorstellen om gebruikers die iemands auteursrecht schenden, permanent van internet af te sluiten - een draconische maatregel in een tijd waarin alles, van bellen, tv kijken en belastingaangiftes doen, via datzelfde internet loopt.
‘In het Westen maken we ons druk om landen als China, waar de staat internet censureert en controleert,’ zei een criticus deze week. ‘Maar hier bepaalt de muziekindustrie kennelijk wat mensen wel en niet mogen.’
links:
MTV, 17 dec. 2007: The Year The Music Industry Broke
MTV, 18 dec. 2007: What Makes A Star?
EFF, 18 jan. 2008: Copyright Extensions and ISP Filtering: Breaking EU Culture, One Amendment at a Time
The Hollywood Reporter, 29 jan. 2008: Sides chosen in royalty tussle
The Register, 29 jan. 2008: IPFI chief says it’s time to hose down the networks
The Register, 31 jan. 2008: Why the big record labels failed at digital
Torrentfreak, 4 feb. 2008: IFPI Forces Danish ISP to Block The Pirate Bay
Dit artikel verscheen eerder in Het Parool en is met toestemming van de auteur overgenomen.
Een bijdrage van Karin Spaink
Karin Spaink is schrijver. Zij publiceert regelmatig, onder andere in Het Parool en op haar eigen site. Ze is bovendien hoofdredacteur van The Next Ten Years
Electoral Compass USA: Hillary’s chances
US presidential elections go on for an eternity. The Americans spend almost a year choosing their new president. Actually there are three elections, not just one. In the first phase there are two separate elections: one in the Democratic party and another in the Republican party. The Democrats’ focus is not the Republicans. Hillary and her husband Bill attack Obama, and Obama – with somewhat more refined methods – fights back.
The various presidential candidates try to win as many ‘delegates’ as possible in each state in a ‘primary’ or ‘caucus’. These delegates will be sent to the party conventions in August and September 2008, which will elect the two candidates who will ultimately fight it out. The actual election only begins in the second phase. It is only then that the entire American population will choose either a Democratic candidate or a Republican candidate to be their 44th president.
Electoral Compass USA – sponsored by XS4ALL – has developed a website specially for these American presidential elections. Electoral Compass USA does not give voting advice; it gives Dutch and American people a more detailed view of their position in the political landscape. By responding to 36 statements on the major issues in the US elections, you can clearly see your position in the American political spectrum, along with the positions of the ten main candidates. That means you can compare your personal position in the spectrum to those of the candidates, on the issues you consider most important. Keep in mind that the US political landscape looks very different from the situation in the Netherlands.
The political spectrum in the United States can also be accurately represented by means of two key dividing lines: one on which Americans, like the Dutch, are placed from left to right. This axis relates to tangible, economic issues. These include income, tax, government intervention in the economy and the welfare state. The other dividing line relates to intangible issues and runs from socially progressive to socially conservative. Whereas in the Netherlands it is generally the left-right relationships that are more important, the dominant dimension in the US is the more moral one. The contrast is still between a progressive section of the population – mainly living on the east and west coasts, and the socially conservative Christian population of the centre and south of the United States.
The political landscape of the Electoral Compass clearly reflects the US two-party system. The two American political parties – Democrats and Republicans – are diametrically opposed. The Democratic candidates are mainly moderately left-wing progressive; the Republican candidates are generally right-wing conservative. The only exception is Ron Paul, who actually occupies the centre ground, even though he is to the right. He certainly has very divergent political views! For example, he is the only Republican in favour of withdrawal from Iraq. But he will not be involved in the final contest.
The contest among the Democrats is focused on two candidates: Hillary Clinton and Barack Obama. All the other candidates have now dropped out of the race. As can be seen in the spectrum, Clinton is somewhat to the left of Obama. However, despite her position as the most left-wing candidate, Clinton’s programme can also be characterised as conservative. She is simultaneously the most conservative Democrat. This position is mainly due to her conservative stance on Iran, the fight against terrorism, the death penalty and gay marriage. Obama is more progressive on all these subjects.
The Republican nomination contest is more open. There are still three candidates fully in the race. Huckabee (Iowa), McCain (New Hampshire) and Romney (Michigan) have all won previous primaries. Rudy Giuliani remained much too aloof in the first round and was punished for it. He has now dropped out of the race for the White House, so will not take part in the second round.
Giuliani initially scored very highly in the national polls, but he was unable to cash in on his popularity. The further he fell back, the greater was the support for McCain. The former Mayor of New York has now expressed his preference for McCain. Giuliani had a fairly progressive programme compared to the three remaining Republican candidates. The question is whether he would have been able to win over the important Christian South: his opinions on firearms possession (potential firearm owners should be vetted) and stem cell research are seen as fairly liberal in Republican circles. On ethical matters too, Giuliani was a progressive outsider compared to his fellow party members: he is opposed to a ban on gay marriage and against the complete outlawing of abortion. McCain is also often seen as an outsider in ‘The Grand Old Party’ (the Republican party). That is due to his somewhat more left-wing views: people who earn more should also pay more towards their own medical expenses and the government should exercise greater control of the granting of mortgages. The veteran McCain has also been tortured himself and, probably for that reason, is categorically opposed to torture. He is also in favour of legalising illegal immigrants, although he has recently rowed back somewhat from that position. Despite these divergent opinions, McCain does not emerge as much more progressive in the spectrum than Mitt Romney, because on firearms possession (he is against any tighter control) and ethical issues (he opposes gay marriage and abortion) McCain is a conventional conservative candidate. Although all Republican candidates, except Ron Paul, frequently invoke religion, it is Huckabee who plays the religious card most. His religious-right programme gives him the most conservative position in the spectrum, after Fred Thompson, who has now withdrawn.
More than 1.5 million people have already visited Electoral Compass USA, over 1.2 million of them Americans. The analyses of their answers point to three different underlying causes for voting behaviour in the US.
The main explanation for Americans’ voting behaviour can be found in religiously inspired nationalism. Americans believe they are living in God’s Own Country, and that is reflected in the results. A right-wing nationalist dimension dominates. The main features of this world view are a preference for a strong US army, American interventionism in the world and a firm fight against terrorism. Another important explanatory factor lies in opinions on immigration. Many Americans favour a tougher approach to immigrants (no scheme to legalise illegals) and the erection of a fence along the border with Mexico. The only hope for a progressive America is the fact that a large group of voters believe the government should do something to combat poverty, redistribute wealth and make healthcare and education cheaper and more accessible.
Our analysis shows the strength of Hillary Clinton. Despite all the attention focused on the possibility of electing the first black president, Clinton simply has the best credentials to become the first female president of the United States. She has positioned herself – very strategically – as a left- conservative candidate. In this way she can beat Obama in the Democratic primary because she is intrinsically better able to secure the loyalty of the white working class and middle class and elderly voters. But her more conservative views compared to Obama also mean she is better able to win over the many Catholic Latinos – a crucial group of voters in the Southern States. An important point is that white voters in the South never vote for a black candidate who receives wide support among Afro-Americans. That is why Obama does everything he can to be as ‘white’ as possible and not to be seen as a black candidate!
But in the second round - if Hillary has to take on McCain or Romney – she will also have a strong position. On important issues she closely reflects dominant opinions among the US electorate. Clinton is the conservative ‘hawk’ in the Democrats’ midst; she promises the toughest policy against terrorism and never rules out an interventionist strategy (even on Iran). Her conservative programme sometimes makes it slightly difficult for her with progressive Democrats in the coastal states, but she makes up for that with a somewhat more left-wing policy than her main competitor Obama.
The result was evident in New Hampshire and Florida. Clinton won the most votes from the ‘traditional Democrats’, people with lower average incomes and members of labour unions. The progressive Obama won far more votes from other groups: young people, highly educated and first-time voters. Unregistered voters cannot usually vote in the first phase of the elections. Only people who are registered as Democrat or Republican are allowed to vote. That means the contest among the Democrats will involve the traditional Democrats, which will ultimately be to Clinton’s advantage.
Hillary is therefore already engaged in the second round – the real election. That is why she becomes so irritated when Obama occasionally scores well in opinion polls or a primary. As soon as Obama has finally been beaten, Clinton will therefore be able to show her true face: a fairly conservative, nationalist Democrat who for decades has wanted to build a bigger welfare state in the US. It is this combination that makes it possible for her to beat her Republican rival. However, she will have to pull in the floating voters from the – mostly Republican – central states. Of course, voting behaviour can never be predicted with certainty. But, as BBC reporter Steve Schifferes has written: ‘If the US economy continues to slide towards recession, then Mrs Clinton’s ability to revive the traditional Democratic coalition may help smooth her path to the White House.’ Hillary simply has the best credentials for the presidency.
Kieskompas USA: De kansen van Hillary
De Amerikaanse presidentsverkiezingen duren een eeuwigheid. Bijna een jaar zijn Amerikanen bezig hun nieuwe president te kiezen. Eigenlijk zijn er ook drie verkiezingen, niet één. In de eerste fase is er sprake van twee aparte verkiezingen: één binnen de Democratische partij en een andere binnen de Republikeinse partij. Democraten hoor je niet over de Republikeinen. Hillary en haar man Bill vallen Obama aan en Obama vecht – met iets beschaafder methoden – terug.
De verschillende presidentskandidaten proberen zoveel mogelijk ‘gedelegeerden’ in iedere staat binnen te halen via een ‘primary’ dan wel ‘caucus’. Deze gedelegeerden worden afgevaardigd naar de partijconventies, in augustus en september 2008 waar de twee kandidaten worden gekozen die de uiteindelijke strijd met elkaar aangaan. Pas in de twee fase begint de echte verkiezing. Dan pas kiest het hele Amerikaanse volk uit een Democratische kandidaat en Republikeinse kandidaat haar 44e president.
Speciaal voor deze Amerikaanse presidentsverkiezingen heeft Kieskompas – met sponsoring van XS4ALL – een website ontwikkeld. Kieskompas USA geeft geen plat stemadvies. In plaats daarvan biedt het Nederlanders en Amerikanen de kans hun positie in het politieke landschap nader te onderzoeken. Na het doorlopen van 36 stellingen over de belangrijkste issues in de Amerikaanse verkiezingen wordt je plaats in het Amerikaans politieke spectrum duidelijk, net als de plaats van de tien belangrijkste kandidaten. Het is op deze manier mogelijk je persoonlijke plaats in het spectrum te vergelijken met de kandidaten, op de issues die je het belangrijkst vindt. Overigens ziet het politieke landschap er heel anders uit dan in ons land.
Weliswaar is het politieke spectrum van de Verenigde Staten ook goed weer te geven met twee belangrijke scheidslijnen: één waarop Amerikanen net als Nederlanders worden geplaatst van links naar rechts. Deze as heeft betrekking op economische, materiële issues. Het betreft hier inkomen, belastingen, overheidsingrijpen in de economie en de verzorgingsstaat. De andere scheidslijn heeft betrekking op immateriële issues en loopt van sociaal progressief tot sociaal conservatief. Terwijl in Nederland doorgaans de links-rechts verhoudingen belangrijker is, lijkt in de VS de meer morele dimensie dominant. Nog steeds staat een progressief volksdeel – voornamelijk vertoevend aan de beide kusten – tegenover een sociaal conservatief christelijk midden en zuiden van de Verenigde Staten.
In het politieke landschap van het Electoral Compass wordt het tweepartijenstelsel van de VS duidelijk weerspiegeld. De twee Amerikaanse politieke partijen– Democraten en Republikeinen – staan diametraal tegenovergesteld aan elkaar. De Democratische kandidaten zijn vooral gematigd links-progressief, de Republikeinse kandidaten over het algemeen rechts-conservatief. De enige uitzondering hierop is eigenlijk Ron Paul – hij staat eigenlijk in het politieke midden, zij het wel op de rechterflank. Ron Paul heeft wel heel afwijkende politieke opvattingen! Zo is hij de enige Republikein die voor terugtrekking uit Irak is. Maar voor de eindstrijd is hij niet relevant.
De strijd tussen de democraten spitst zich toe op twee kandidaten: Hillary Clinton en Barack Obama. Alle andere kandidaten zijn inmiddels al uit de race gestapt. Clinton is, zoals te zien is in het spectrum, iets linkser dan Obama. Naast haar positie als meest linkse kandidaat laat het programma van Clinton zich echter ook kenmerken als conservatief, ze is tegelijktertijd de meest conservatieve democraat. Clinton heeft deze positie vooral te danken aan haar conservatieve houding ten opzichte van Iran, terrorismebestrijding, de doodstraf en het homohuwelijk. Op al deze onderwerpen blijkt Obama progressiever.
De Republikeinse strijd om de nominatie is meer open. Hier zijn nog drie kandidaten volop in de race. Huckabee (Iowa), McCain (New Hampshire) en Romney (Michigan) hebben alle drie al voorverkiezingen gewonnen. Rudy Giuliani heeft zich in de eerste ronde veel te afzijdig gehouden. Daar is hij voor afgestraft. Hij is inmiddels uit de race om het Witte Huis gestapt en zal dus aan de tweede ronde niet meedoen. Giuliani scoorde aanvankelijk zeer hoog in de nationale polls, maar hij kon zijn populariteit niet verzilveren. Hoe verder hij terugzakte, des te groter werd de aanhang van McCain. De oud-burgemeester van New York heeft zijn voorkeur nu uitgesproken voor McCain. Giuliani had een vrij progressief programma in vergelijking met de drie overgebleven Repulikeinse kandidaten. Het is maar de vraag of hij het belangrijke christelijke Zuiden voor zich had kunnen winnen: zijn opinie over wapenbezit (potentiële wapenbezitters moeten worden doorgelicht) en stamcelonderzoek zijn vrij liberaal voor Republikeinse kringen. Ook op ethisch gebied was Giulani een progressief buitenbeentje in vergelijking met zijn partijgenoten: hij is tegen het verbieden van het homohuwelijk en tegen het volledig illegaal maken van abortus. Ook McCain wordt vaak gezien als een buitenbeentje in The Grand Old Party (Republikeinse partij). Dit imago dankt hij aan zijn wat linksere opvattingen: mensen die meer verdienen moet ook meer ziektekosten zelf betalen, en de overheid moet meer controle uitoefenen op de verstrekking van hypotheken. De veteraan McCain is zelf ooit gemarteld en waarschijnlijk daarom pertinent tegen martelen. Ook is hij voor het legaliseren van illegale immigranten, hoewel hij recentelijk terugtrekkende bewegingen maakte op dit punt. Ondanks deze afwijkende meningen komt McCain niet veel progressiever uit in het spectrum dan Mitt Romney, want op het gebied van wapenbezit (hij is tegen iedere vorm van verscherpte controle) en op ethisch vlak (hij is tegen homohuwelijk en tegen abortus) blijkt McCain een klassieke conservatieve kandidaat. Hoewel alle Republikeinse kandidaten, met uitzondering van Ron Paul, zich veelvuldig beroepen op religie, speelt Huckabee de religieuze kaart het meest uit. Zijn rechts-religieuze programma levert hem de meest conservatieve plaats in het spectrum op, na Fred Thompson die zich inmiddels heeft teruggetrokken.
Al meer dan 1.5 miljoen mensen hebben het Kieskompas USA bezocht, waarvan meer dan 1.2 miljoen Amerikanen. Uit de analyses van hun antwoorden blijkt dat er drie verschillende dieperliggende oorzaken zijn bij het stemgedrag in de VS.
De belangrijkste verklaring van het kiesgedrag van Amerikanen is te vinden in een religieus geïnspireerd nationalisme. Amerikanen denken dan zij in Gods Own Country wonen en dat zie je terug in de resultaten. Een Rechts-Nationalistische dimensie domineert. De belangrijkste elementen van dit wereldbeeld is een voorkeur voor een sterk Amerikaans leger, Amerikaans interventionisme in de wereld en een harde bestrijding van terrorisme. Een tweede belangrijke verklarende factor is te vinden in de meningen rond immigratie. Veel Amerikanen zijn voor een strengere aanpak van immigranten (geen regeling die illegalen legaliseert) en het bouwen van een hek op de grens met Mexico. Enige hoop voor progressief Amerika is het feit dat we ook kunnen zien dat een grote groep kiezers ook van mening is dat de overheid iets moet doen aan armoedebestrijding, herverdeling van welvaart en het toegankelijker en goedkoper maken van de gezondheidszorg en het onderwijs.
Uit onze analyse blijkt de kracht van Hillary Clinton. Alle aandacht voor de mogelijkheid van een eerste zwarte president ten spijt heeft Clinton gewoon de beste papieren om de eerste vrouwelijke president van de VS te worden. Zij heeft zich – heel strategisch – gepositioneerd als links-conservatieve kandidaat. Hierdoor kan zij de voorverkiezing bij de Democraten winnen van Obama omdat zij de blanke onderklasse en middenklasse en de ouderen inhoudelijk beter aan zich weet te binden. Maar door haar meer conservatieve standpunten in vergelijking met Obama is zij ook beter in staat de veel Katholieke Latino’s – een cruciale kiezersgroep in de Zuidelijke Staten – voor zich te winnen. Niet onbelangrijk is dat blanke kiezers in het Zuiden nooit op een zwarte kandidaat stemmen die brede steun krijgt onder Afro-Amarikanen. Vandaar dat Obama er alles aan doet om zo ‘wit’ mogelijk te zijn en niet te worden gezien als een zwarte kandidaat!
Maar in de tweede ronde – als Hillary het op moet nemen tegen McCain of Romney – heeft zij ook een sterke positie. Op belangrijke aspecten sluit zij goed aan bij dominante opinies binnen het Amerikaanse electoraat. Clinton is de conservatieve ‘havik’ binnen de Democraten, ze belooft het hardste beleid ten opzichte van terrorisme en sluit een interventionistische strategie (ook ten opzichte van Iran) nooit uit. Door haar conservatieve programma heeft ze het soms wat moeilijk met progressieve Democraten in de kuststaten, maar zij compenseert dat met een wat linkser beleid dan haar belangrijkste concurrent Obama.
Het gevolg was te zien in New Hampshire en ook in Florida. Clinton trok de meeste stemmen uit de ‘traditionele democraten’, mensen met gemiddeld lagere inkomens en leden van vakbonden. De progressieve Obama trok veel meer stemmen uit andere groepen: jongeren, hoogopgeleiden en ‘first-time voters’. In de eerste fase van de verkiezingen kan meestal niet worden gestemd door ongeregistreerde kiezers, dat wil zeggen alleen mensen die zich laten registreren als Democraat of Republikein mogen stemmen. Dit zal betekenen dat de strijd tussen de democraten zal gaan om de traditionele democraten, wat uiteindelijk in het voordeel van Clinton zal zijn.
Hillary is dan ook eigenlijk al bezig met de tweede ronde. De echte verkiezingen. Vandaar dat ze zo geïrriteerd doet als Obama het af en toe goed doet in peilingen of een voorverkiezing. We zullen dan ook zien dat zodra Obama dan eindelijk verslagen is, Clinton eindelijk haar echte gezicht kan laten zien: een vrij conservatieve, nationalistische Democraat die al decennia lang een grotere verzorgingsstaat wil opbouwen in de VS. Het is deze combinatie die het mogelijk maakt dat zij haar republikeinse rivaal zal verslaan. Zij zal echter wel de twijfelende kiezers uit het – veelal Republikeinse – midden moeten binnenhalen. Natuurlijk kun je kiesgedrag nooit helemaal voorspellen. Maar, zoals BBC-verslaggever Steve Schifferes al schreef: “if the US economy continues to slide towards recession, then Mrs. Clinton ability to revive the traditional Democratic coalition may help smooth her path to the White House”. Hillary heeft simpelweg de beste papieren voor het presidentsschap!
Een bijdrage van André Krouwel
André Krouwel is universitair docent Politicologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam en bedenker van het Kieskompas.
Buma op Bloggerjacht
Buma/Stemra schijnt de jacht op bloggers geopend te hebben. Muziekblogs MOMI en Araglin kregen boze mailtjes van Buma waarin staat dat ze moeten betalen omdat ze filmpjes van Youtube op hun weblogs gebruiken. Linken naar filmpjes op Youtube mag wel, maar de filmpjes embedden is verboden, zegt Buma.
Marco Raaphorst heeft het niet zo op Buma: Buma doet alsof het belangen van artiesten behartigt maar “De BUMA is een beleggingsclub die door het niet uitbetalen van royalty’s van musici op een enorme berg geld zit“. “De BUMA is geen overheid. KNOOP DAT NU EENS IN JE OREN! Maak er een mantra van: de BUMA is geen overheid, de BUMA is geen overheid. De BUMA is een beleggingsclub die door het niet uitbetalen van royalty’s van musici op een enorme berg geld zit.”
Bjorn Wijers: “Buma/Stemra zal eens laten zien wie de belangen van de muzikanten vertegenwoordigd. Neen, laat er geen twijfel over bestaan; het delen van muziek is fout. Muziek moet en zal ten alle tijde enkel in eenzame isolatie middels een koptelefoon op de hei beluisterd mogen worden in het gezelschap van een door de Buma/Stemra goedgekeurde manager”
Buma zelf licht toe: “Elke website van Nederlandse bodem wordt dit jaar gecontroleerd op het gebruik van beschermde muziekwerken. Websites die geen licentie hebben voor het openbaar maken van deze muziekwerken krijgen de kans om deze alsnog aan te gaan. Wanneer dit ook hierna niet gebeurd zullen er maatregelingen genomen worden.” “Omdat deze filmpjes te zien zijn onder jouw eigen url betreft dit een nieuwe openbaarmaking en dien je hiervoor een regeling aan te gaan. Echter, wanneer er gelinkt wordt naar de bron (in dit geval youtube) is deze verantwoordelijk voor het muziekgebruik en kun jij de filmpjes gewoon blijven aanbieden.”
Arnoud Engelfriet denkt er heel anders over: “Dat dacht ik even niet. Embedden is een vorm van inline linken. Linken is geen openbaarmaken in de zin van de Auteurswet”
We zijn benieuwd naar Buma’s maatregelingen.
DIY Video Summit
Liefhebbers van ¡Viva la Creación! opgelet: Dit weekeinde in Los Angeles vindt de Do It Yourself Video Summit plaats, een conferentie voor, met en over amateurvideo, onder andere op internet. Als je er (net als ik) niet bij kan zijn, is het toch interessant om hun website in de gaten te houden; veel onderwerpen worden gestreamd.
Aan de orde komen bijvoorbeeld live action remix, anime music videos, videoblogging, machinima, youth media, activist media, political remix, video blogging, en independent arts video.
Golf van kabelbreuken
Wat is er aan de hand?! Anderhalve week geleden werd bekend dat een kabelbreuk in de Middellandse Zee het internetverkeer in India en Egypte ernstig hinderde. De oorzaak was onbekend, er werd gedacht dat een schip, door zwaar weer in problemen geraakt met z’n anker de kabel had beschadigd. Kort daarna werden een tweede en derde kabelbreuk gemeld. Ditmaal in de Perzische Golf, met ernstige gevolgen voor het netwerkverkeer in Egypte, Dubai, Bahrein, Saudi-Arabië en India.
Nu de vierde en zelfs vijfde kabelbreuk in hetzelfde gebied bekend zijn geworden, wordt enigszins paniekerig gereageerd. “These are owned by private operators, and there are no governments or armies protecting these cables”, wordt iemand in de International Herald Tribune geciteerd.
Dat klopt inderdaad, de onderzeese kabels liggen gewoon op de bodem van de zee, zonder soldaten om ze in de gaten te houden. Zou dat moeten? Simon Hania legde vorig jaar uit hoe het zat met kabelbreuken en vertelde dat de kans op uitval in Nederland klein is. Maar dat was in de context van kabelbreuk door natuurgeweld. Deze nieuwe golf van kabelbreuk doet velen vermoeden dat er sprake is van sabotage. Tijd voor actie of laten we ons bangmaken?
Opmars ICT kan tegenstellingen verscherpen
Het grote belang en de vergaande integratie van ICT in het dagelijkse bestaan is niet alleen herkenbaar in de westerse wereld. Ook in de landen waar Hivos werkt is de invloed op vele manieren zichtbaar. In Nairobi wordt er door jongeren intensief ge-smst. In Bangalore zitten de internetcafés vol met mailende jongeren. In Iran zijn weblogs één van de weinige mogelijkheden die resteren om je mening vrijelijk te uiten. Toen de ICT-revolutie van start ging waren de verwachtingen voor ontwikkelingslanden groot en ten dele zijn die al ingevuld. ICT wordt nog vooral gebruikt als communicatie hulpmiddel. Maar steeds meer is het gebruik ook ´strategischer´: om mensen een stem te geven, organisaties beter te laten functioneren en om informatie en kennis te delen.
De overeenkomsten wereldwijd in ICT gebruik laten zien dat spreken van een ‘digital divide’ – tussen noord en zuid, man en vrouw, stad en platteland – steeds minder de lading dekt. De ICT revolutie heeft de wereld tot een dorp gemaakt zoals vaak gesteld wordt. Tegelijkertijd versterkt het bestaande kwetsbaarheden in de samenleving – en creëert het nieuwe – door de intensivering van informatieprocessen.
Wat opvalt, is dat iedereen de effecten voelt van ICT, ongeacht of zij persoonlijk toegang tot deze technologieën hebben of niet. De belangrijkste variabelen hierbij zijn de ongelijkheden die reeds bestaan in de maatschappij, het hebben en gebruiken van ‘checks and balances’, de aanwezigheid van kritische burgers en maatschappelijke organisaties en de mate van kennis (en voorlichting) over hoe ICT wordt gebruikt, door wie, en voor welk doel. De intensieve integratie van ICT in het dagelijkse leven vraagt om formeel beleid (en handhaving) van de zijde van de overheid op het raakvlak van mensenrechten en ICT. Tegelijkertijd vraagt het om een brede discussie over wat een aanvaardbaar offer is in de jacht op nationale veiligheid, verbeterde efficiëntie, optimalere dienstverlening of hogere winsten.
Op een aantal aan die mensenrechten rakende aspecten ga ik iets dieper in:
- Informatie sporen en ‘data mining’
Internet geeft gebruikers de kans om intensief informatie te delen en te ruilen. De meeste van hen – vooral jongeren – gebruiken die mogelijkheden vol overgave en zonder kritiek. Wat zij zich niet realiseren – en zeker niet in zuidelijke contexten – zijn de gevaren die dit met zich meebrengt. Het spoor van informatie die zij achterlaten online kan gebruikt en hergebruikt worden door anderen. Gebruikers kunnen zonder het door te hebben informatie onthullen over voorkeuren, routines en meningen die door anderen verzameld en gebruikt worden. Het onderscheid tussen commercieel en niet commerciële informatie wordt steeds vager, aangezien gegevens die onder het ene voorwendsel worden verzameld later kunnen worden doorverkocht of bijvoorbeeld opgeëist worden voor veiligheidsbelangen, censuur of politieke doeleinden. Weten wat er met je informatie gebeurd en recht op privacy is binnen de Nederlandse context misschien nog slechts een intellectuele discussie, maar is zeker in repressieve samenlevingen uiterst relevant.
- Digitalisering en decontextualisering van persoonlijke gegevens
Een bijeffect van het digitaal opslaan van gegevens is dat het gemakkelijker is om gegevens te delen en diverse gegevensbronnen te verbinden met elkaar. Deze mogelijkheden kunnen tot vervormde beelden van informatie of mensen leiden, en daarmee tot problemen voor het individu. Een recent Nederlands voorbeeld is het gebruiken van Google en Hyves door personeelsmanagers die meer over sollicitanten willen weten. Een zuidelijk voorbeeld is het op straat komen te liggen van de medische gegevens van mensen die met hiv besmet zijn. Dit creëert vervolgens nieuwe kwetsbaarheden zoals discriminatie bij het vinden van werk of het huren van een huis. Net als in het echte leven gedragen mensen zich ook in de virtuele wereld anders in verschillende contexten. Alleen is het scheiden van die verschillende werelden lastiger.
- Digitalisering van burgerschap
De ICT revolutie heeft in bepaalde aspecten de ongelijkheden in de samenleving versterkt. Sommige groepen in de maatschappij zijn uitgesloten van de nieuwe e-maatschappij (`als je digitaal niet bestaat, besta je niet’). De groeiende tendens om burgerschap gelijk te stellen aan (virtuele en papieren) documentatie is problematisch. Het potentieel voor uitsluiting is groot als overheden veranderen in digitale overheden. Een voorbeeld is het plan om digitale identiteitskaarten in India en Indonesië te introduceren. De onderkant van deze samenlevingen bestaan nu – in het papieren tijdperk – al vaak nauwelijks in het bureaucratische web, wat problemen met betrekking tot zorg, onderwijs en andere overheidsdiensten met zich meebrengt. Het digitaliseren van burgerschap brengt voor de armen nog grotere uitsluiting en discriminatie met zich mee.
- Democratische ‘checks & balances in ICT gebruik
Het delen en opslaan van al die informatie zou op zich niet riskant zijn, als er effectieve regels en controlemechanismen waren met betrekking tot het gebruik en hergebruik van informatie en de toegang ertoe. Dan gaat het om afspraken over wie data mag gebruiken, over beroepsmechanismen, over de soorten gebruik, over bewaartermijnen. In werkelijkheid, bestaan deze structuren nog niet of zijn ze niet voldoende aangepast aan het digitale tijdperk. Dit is relevant voor rijpere democratieën zoals Nederland, die schijnbaar de verzamelde informatie evenals de rechten van de mens beschermen, maar meer nog voor ontwikkelingslanden. In Europa is de situatie sinds 11 september duidelijk verslechterd. Het intrinsieke internationale karakter van ICT maakt het probleem nog complexer en vergt een internationale benadering, een uitdaging op zich.
Er is een langzame erosie van rechten van de mens gaande, voortvloeiend uit de introductie van ICT, de commercialisering van gegevens en de extreme fixatie op veiligheid. Er is een reëel gevaar dat wanneer angst en onzekerheid het gebruik van technologie bepalen het eindresultaat zal bestaan uit grotere kwetsbaarheden en uitsluiting van de zwakkeren in de samenleving. De mogelijkheden van ICT worden terecht toegejuicht waar het hun bijdrage aan democratisering van informatie en vrijheid van meningsuiting betreft. Maar een inclusieve informatiesamenleving moet gebaseerd zijn op de rechten van de mens. En zelfs dan kan zo´n informatiesamenleving niet gerealiseerd worden zonder kritische betrokkenheid van diezelfde samenleving bij technologie en erkenning van de negatieve effecten die het kan hebben op de rechten en positie van individuen, met name de zwaksten.
Een bijdrage van Paul Maassen
Paul Maassen is Programme manager ICT & Media bij Hivos, Humanistisch Instituut voor Ontwikkelingssamenwerking.
Britse regering wil ID-kaart onder dwang invoeren
De Britse overheid wil dolgraag een nationale ID-kaart invoeren. De kaart wordt gekoppeld aan het National Identity Register, een database met een groot aantal persoonlijke gegevens van elke burger, die via de kaart op elk moment kunnen worden uitgelezen en gebruikt door de overheid, maar bijvoorbeeld ook door bedrijven. In de database moeten behalve naam en huidig adres ook vingerafdrukken, gezichts- en irisscans en alle verblijfplaatsen en adressen gedurende iemands hele leven worden opgeslagen.
Het Verenigd Koninkrijk wordt door velen als surveillance state gezien waar de overheid haar burgers wantrouwt en ze overal en altijd in de gaten probeert te houden. De invoering van de kaart draagt daar sterk aan bij. Velen protesteerden tegen de invoering van de kaart, waarop de Britse prime minister beloofde dat burgers niet verplicht worden gesteld, de kaart te gebruiken. Dat was gelogen, blijkt uit een uitgelekt overheidsdocument.
“Various forms of coercion, such as designation of the application process for identity documents issued by UK ministers (e.g. passports) are an option to stimulate applications in a manageable way”, staat in het document. Coercion betekent iemand tegen zijn wil overreden. Het is dus de bedoeling dat iedereen wel een ID-kaart moet aanvragen, omdat je anders geen paspoort of rijbewijs kunt krijgen. Het lijkt er sterk op dat de Britse bevolking erin geluisd wordt: ondanks hevige protesten door het volk (dat in theorie toch de baas is in een democratie) tegen de ID-kaart, verzint de regering truukjes om het volk de kaart door de strot de duwen.
De Britse actiegroep No2ID heeft het overheidsdocument geannoteerd online gezet, het is door honderden blogs en andere sites overgenomen. Het document geeft een mooi kijkje in de keuken van de spin doctors, het staat vol met gelikte marketingtaal. De kaart maakt GB veiliger en maakt uw leven prettiger: de kaart voorkomt terrorisme, en het witwassen van geld, beschermt u tegen fraude, hij voorkomt misbruik van alcohol en drugs, en het prettigst van allemaal: het geeft de burger de mogelijkheid te bewijzen wie hij/zij is. I want to be able to prove who I AM, staat met vette letters in het document. Want dat is het nieuwe paradigma: een brave burger bewijst graag elke dag wie hij is.

