Privacy Matters

Door Bob Overbeeke, 03 December 2008

Op www.privacymatters.nl is de film Privacy Matters over privacy verschenen. De website vermeldt: “Met de film PrivacyMatters willen we het bewustzijn vergroten over alle aspecten van privacybeperkende maatregelen, van datamining tot beveiligingscamera’s, van loyalty cards tot identiteitsdiefstal. Maar vooral willen we iedereen uitdagen de dialoog aan te gaan om op zoek te gaan naar de balans tussen privacy en veiligheid.”

Een bijdrage van Bob Overbeeke

Bob Overbeeke is business developer bij XS4ALL. Hij adviseert en spreekt over web 2.0 en sociale media, schrijft voor de opinieweblog van XS4ALL en voor http://www.netr.nl een weblog over internetstrategie.

Elektronisch patiëntendossier

Door Niels Huijbregts, 12 November 2008

Een uitstekend stuk over het EPD op Sargasso, van Arjen Kamphuis.

…Laten we eens aannemen dat de door VWS en andere partijen al jaren en bij herhaling gebruikte cijfers in orde van grootte kloppen. Dat er in Nederland al jaren per jaar 900-1700 mensen onnodig dood gaan mede doordat de informatievoorziening in de zorg niet goed geregeld is. (…) Dat is dus met afstand de grootste nationale ramp sinds de tweede wereld oorlog. Elke 20-26 maanden een watersnoodramp, elke 30-40 maanden een elf september.

Kan iemand mij dan uitleggen waarom dit probleem in handen is gegeven van een stichting (Nictiz) zonder formele macht, op grote afstand van de minister en met een jaarbudget van slechts 10 miljoen euro?

Waarom is dit niet het allerbelangrijkste onderwerp van VWS, met de top van het Ministerie dagelijks met de hand aan het stuur, met wekelijkse updates aan het kabinet en parlement? Als de veel gebruikte cijfers niet kloppen worden wij (en ons parlement) al jaren ‘verkeerd geïnformeerd’ zoal dat netjes heet. Als de cijfers wel kloppen is er iemand ergens wel extreem nalatig geweest in het oplossen van een nationale ramp met behulp van opgewarmde, met fake-chroom overgespoten, IT-legacy.

Ik ben uw postbode

Door John Piek, 03 November 2008

“Dag, ik ben uw postbode. En ik praat regelmatig namens minister Klink in de reclame op de radio tegen u alsof u een ongeïnteresseerd kind van vijf bent. Ik kom u het Elektronisch Patiëntendossier door de strot drukken, waarvan u tot uiterlijk 15 december bezwaar kunt maken tegen de uitwisseling van uw strikt persoonlijke gegevens tussen heel veel hulpverleners.”

Je vraagt je af hoe iemand het in zijn botte kop haalt om mij op zodanige manier toe te spreken. Ik voel me daardoor zeer geraakt, elke keer opnieuw als ik het spotje hoor. Beledigd ben ik bijna.

Je vraagt je ook af hoe een overheid die mij nu op een zo kleinerende manier toespreekt in de toekomst met mijn belang, en vooral al mijn medische gegevens om zal gaan. Betutteling is de norm tegenwoordig. Dat soort bevoogdende bedilzucht zie je ook terug in een Elektronisch Kinddossier, waarmee in feite iedere ouder verdacht gemaakt wordt, tenzij uit het dossier blijkt dat het allemaal wel mee valt. Maar ook dan moet de overheid natuurlijk op zijn hoede blijven. Het dossier dat wordt in zo’n geval niet weggegooid. Je weet tenslotte nooit.

In tegenstelling tot het Elektronisch Patiëntendossier waar je zelf de uitwisseling van gegevens kunt blokkeren is het Kinddossier verplicht. Niettemin meldt het informatiepunt van de overheid over het onverplichte Patiëntendossier vrij dreigende teksten als je van je recht gebruik wilt maken om jouw gegevens niet aan iedereen in de zorg beschikbaar te maken. Zo wordt bijvoorbeeld dringend geadviseerd om voordat je dat doet eerst met huisarts en apotheek contact op te nemen zodat die je op de ‘consequenties’ van zo’n onverhoedse actie kunnen wijzen. Klaarblijkelijk in de veronderstelling dat die je wel van dat onzalige plan zullen afhelpen.

Big Brother in plaats van de ouderwetse sociale controle. Dat laatste ontbreekt inderdaad meer en meer, maar dat heb ik zelf juist vaak als een zegen ervaren. Als persoon die regelmatig zijn kop boven het maaiveld uit steekt krijg je anders namelijk maar al te vaak te maken met pogingen om je terug in het gareel te trekken. Al te gemakkelijk worden excentrieke ouders bijvoorbeeld als je oppervlakkig kijkt onterecht aangezien voor gevaarlijke ouders. Net als mensen met een ongebruikelijke levensstijl. Ervaringen die ik in mijn directe omgeving heb opgedaan met sociale hulpverlening stellen wat dat betreft allerminst gerust. In tegendeel. Die ervaringen beschouw ik achteraf als alarmerend. Deels uit tijdgebrek, deels uit onbegrip, deels uit oninteresse en deels uit onkunde was daarbij regelmatig sprake van verkeerde aannames en kokerdenken. En voor een individu heel belangrijke dingen moesten dan met zachte dwang maar beter niet. Dat was alleen maar lastig.

Wat ik wil zeggen. Al deze ontwikkelingen ontstaan vaak vanuit oprechte goede bedoelingen om bijvoorbeeld risico te verminderen. Dat is op zich niet negatief. Maar omdat het zo trendmatig is en zo vreselijk veel lopen we het risico dat we al op korte termijn leven in een heel benauwde samenleving, waarin iedereen die niet heel precies en nauwgezet over de lijntjes loopt direct als verdacht en potentieel gevaarlijk wordt behandeld. Dat zal als de trend zich doorzet uiteindelijk leiden tot het verdwijnen van alle vormen van plezier en creativiteit.

Maar goed, ik moet ook nog iets anders melden. Namelijk dat Ab Klink er ook wat mijn postbode betreft niet verder naast had kunnen zitten. Die vaste postbode hier is namelijk een mooie, en zo te zien ook heel verstandige vrouw met blond krulletjeshaar, die bijvoorbeeld breekbare pakketjes die eigenlijk in de brievenbus horen hoewel dat niet hoeft toch gewoon bij de mensen aan de deur komt afgeven.

Een bijdrage van John Piek

John Piek is freelance schrijvend journalist/fotograaf en vertaler. Hij publiceert op www.shorties.nl.

Nike en de vrijheid van meningsuiting

Door Niels Huijbregts, 26 August 2008

Niet alleen gastland van de afgelopen Olympics China heeft een aparte kijk op de vrijheid van meningsuiting. Ook sportmerk Nike, dat toch bekend staat als vrijheidslievend lijkt niet zo zwaar te tillen aan het recht op uitingsvrijheid op internet.

Al voordat hordenloper Liu Xiang zich terugtrok uit de Spelen wegens een blessure, deden op weblogs geruchten de ronde dat hij zich terug zou trekken onder druk van zijn sponsor Nike. Liu zou niet kunnen winnen en omdat Nike de blamage zou willen voorkomen dat hun steratleet zou verliezen, zouden ze hem opdracht hebben gegeven zich terug te trekken.

Of dat waar is of niet weet ik niet. En het maakt me ook niet zoveel uit. Wat me wel uitmaakt is de reactie van Nike op het gerucht. Je zou verwachten dat zo’n beroemd groot merk zich niks aan zou trekken van complottheorieën op internet. Of wellicht met een gelikte PR-campagne zou komen om de geruchten te ontkrachten. In plaats daarvan laat Nike zich van een heel andere kant zien: “We have immediately asked relevant government departments to investigate those that started the rumour,” verklaarde het bedrijf. Pardon? Overheidsdiensten worden ingeschakeld om uit te zoeken wie het gerucht de wereld in gebracht heeft? Zou Nike uit beleefdheid voor het gastland zich de lokale gebruiken hebben aangemeten?

Natuurlijk kwamen bloggers overal ter wereld direct in protest Nike’s poging de vrije meningsuiting in te perken. Maar het gaat helemaal niet om de vrijheid van meningsuiting, zegt Nike: “This isn’t about a debate on freedom of speech. It’s simply helping us to identify the person who posted it.

Nog een reden om geen Nike spullen meer te kopen, vind ik.

Nederlandse regering negeert morele basis van eigendom

Door Daniël Schut, 20 August 2008

In de afgelopen jaren heeft de ‘contentindustrie’ er van langs gekregen. Ze zouden zich niet willen aanpassen aan de nieuwe tijd en vasthouden aan oude bedrijfsmodellen. Met dank aan internettechnologie kan de consument haar eigen content maken en distribueren, en rechthebbenden zouden niets anders doen dan diezelfde consument suf procederen wegens piraterij, zo denkt men.

De realiteit laat zien dat de contentindustrie wel degelijk nieuwe businessmodellen lanceert. iTunes is een heel goed voorbeeld, maar initiatieven als hulu.com (vooralsnog alleen in de VS), en de recent bekend gemaakt samenwerking tussen CBS en Youtube, zijn ook interessant. Maar deze businessmodellen kunnen alleen tot volle wasdom komen als er géén illegtieme, parallelle markt van gepirateerde, gratis content bestaat. Want waarom zou de consument nu ook maar een heel klein beetje betalen voor een film die over een maand in premiere gaat, als ze vandaag al een gestolen kopie kan downloaden via een torrentsite of nieuwsgroep?

Maar wacht even - hoe zit het dan met de ontwikkeling naar een participatieve economie, bijvoorbeeld via creative commons licenses? Een CCL is een alternatief bedrijfsmodel. Maar een dergelijke licentie gaat uit van hetzelfde morele idee waar het ‘oude’ auteursrechtregime deels op rust: het morele recht dat de producent van een werk zelf bepaalt door wie, en onder welke omstandigheden dat werk geconsumeerd wordt. Reden hiervoor is de morele basis van eigendom: iets wordt jouw eigendom als het de vrucht van jouw arbeid is – voor geen enkel ander werk geldt dat meer dan voor creatief werk.

Creatieven kiezen zelf hoe ze hun werk beschermen: onder een CCL of onder het klassieke auteursrecht. Welk model beter is, bepaalt de consument – hoewel het te denken geeft dat er geen bioscoophit onder een CCL geproduceerd is. Die concurrentie tussen modellen moet wel eerlijk gebeuren: kiest een producent van een creatief werk voor de bescherming van het klassieke auteursrecht, dan dient die keus gerespecteerd te worden. En dus hoort niet een dag later hetzelfde werk via piraterij vrij downloadbaar te zijn.

De overheid dient die eerlijke concurrentie tussen verschillende bedrijfsmodellen mogelijk te maken. Buiten Nederland gebeurt dat: Het Franse parlement stemt binnenkort over de “Creatie en Internet-Wet”, die rechthebbenden helpt hun werk te beschermen én innovatie voor de consument stimuleert, en volgens richtlijnen van de Europese Commissie dient downloaden van volledig beschermde content een zeldzame uitzondering te zijn –terwijl CCL gezien wordt als een gewoon, legitiem alternatief.

Maar de Nederlandse overheid lijkt er op uit te zijn het klassieke model eigenhandig om zeep te helpen, bijvoorbeeld door de recente rechterlijke uitspraak te negeren dat downloaden uit kennelijk illegale bron illegaal is, en door “User Generated Content” tot de heilige graal te verklaren, zoals gebeurde in net uitgebrachte Beleidsbrief Convergentie van het Ministerie van Economische Zaken. Door zelf die keus te maken houdt ze de parallelle markt voor gepirateerde content in stand, en hindert de overheid eerlijke concurrentie tussen bedrijfsmodellen. Maar erger nog, ze legitimeert een wijdverspreide schending van het morele principe van eigendom – dat de vrucht van onze arbeid van ons is. Een slechte zaak voor een regering die normen en waarden hoog in het vaandel claimt te hebben.

Dit artikel is gepubliceerd onder een Creative Commons licentie.

Een bijdrage van Daniël Schut

Daniël Schut is Public Affairs Consultant bij Fleishman-Hillard en werkt momenteel voor NBC Universal. Hij schrijft dit artikel op persoonlijke titel, en de meningen geuit in dit artikel komen alleen voor rekening van de auteur.

Kantelen

Door John Piek, 14 July 2008

De politie Haaglanden heeft een aantal agenten op de fiets uitgerust met camera’s op hun (fiets)helm. Vol optimisme laat het korps in de Volkskrant weten, dat gebaseerd op onderzoek uit Groot-Brittannië wordt verwacht dat er vanuit de bevolking op die manier minder agressie tegen de agenten zal worden gebruikt. En dat ook het aantal klachten over politie-optreden zal verminderen.

Het verhaal meldt verder dat de camera vanzelfsprekend uit zal staan wanneer de permanent van elektronische waarneming voorziene agent het toilet bezoekt. Ook zal de persoon die wordt opgenomen van tevoren worden gewaarschuwd. Het artikel meldt verder dat de camera’s sowieso niet altijd aan staan. De diender zet hem pas aan als hij moeilijkheden verwacht. Je moet natuurlijk niet van het ergste geval uitgaan, maar in theorie zou een agent de camera op het moment dat hij zelf een tik wil uitdelen natuurlijk ook even uit kunnen schakelen.

Ik zou als ik bij de Nederlandse politie was trouwens maar voorzichtig zijn met al te hijgerig naar de ontwikkelingen in Groot-Brittannië te verwijzen. Daar is de situatie namelijk in de afgelopen anderhalf jaar volstrekt gekanteld. De ene digitale rel na de andere heeft daar in die periode het nieuws gedomineerd. Van verzekeringsgegevens tot aan de belastinggegevens van letterlijk meer dan de helft van de bevolking bleken daar bij een meer dan tiental incidenten zoekgeraakt te zijn. Althans ze lagen te grabbel voor wie er maar een snee brood in zag. Grotendeels door stommiteiten als in de trein achtergelaten aktentassen met daarin de onbeveiligde datadragers, tot aan het ongecodeerd versturen van DVD’s met dergelijke gevoelige gegevens, gewoon door er een envelop omheen te doen, een postzegel op te plakken en het ding in de dichtstbijzijnde brievenbus te werpen. Ja soms raken die dingen daarbij zoek. De afgelopen week nog lagen gegevens van een aantal geheime diensten over onder andere Al Qaïda te grabbel doordat een medewerker zijn laptop in de trein had laten slingeren.

Het Verenigd Koninkrijk was ooit nog trots op haar voorsprong in het aantal camera’s op andere landen maar ondertussen krabt de ene na de andere parlementariër zich er achter de oren en worden openlijk de vele camera’s in het land ter discussie gesteld. Vandaag nog stelden parlementariërs voor om het DNA van mensen van wie nooit hun schuld was aangetoond te vernietigen. Net na 9/11 was namelijk een wet aangenomen die bepaalde dat het DNA van iedereen die ooit verdacht was geweest, verplicht in een landelijke database terecht zou komen, en dat dit tot zijn/haar dood nooit zou worden gewist, of iemand nou achteraf onschuldig was of niet.

Hoe schril steekt dat af tegen de situatie in Nederland, dat lange tijd bij Engeland achterop heeft gelopen in de race om bijvoorbeeld welke gemeente het snelst de meeste camera’s zou hebben geplaatst. Laten we in Nederland nou eens echt wijsheid tonen, en leren van de meest recente ervaringen bij de buren, en niet varen op oud onderzoek toen in dat land nog gedacht werd dat met in alle uithoeken camera’s, DNA-banken met ruim 60 miljoen verdachten (zoveel mensen als er in het land dus wonen), het met alle misdaad en andere wantoestanden wel snel gedaan zou zijn. Mensen voelen zich uiteindelijk juist minder prettig wanneer er te pas en te onpas door een overheid over hun schouders wordt meegekeken.

Een bijdrage van John Piek

John Piek is freelance schrijvend journalist/fotograaf en vertaler. Hij publiceert op www.shorties.nl.

Nog een keurmerk?!

Door Niels Huijbregts, 08 July 2008

Je kunt geen probleem bedenken of het is op te lossen met een keurmerk! Vorige maand nog was er een hoop gedoe om OPTA, die een keurmerk voor brave providers wilde afdwingen. Nu weer wees Sargasso op een opmerkelijk voorstel in het Europees Parlement: de Estse socialiste Marianne Mikko vindt dat bloggers nu nog wel redelijk te vertrouwen zijn. Maar om dat zo te houden moet de overheid ingrijpen. U raad het al: door een keurmerk in te voeren!

I think the public is still very trusting towards blogs, it is still seen as sincere. And it should remain sincere. For that we need a quality mark, a disclosure of who is really writing and why,” zo zegt Mikko. Ze diende daarom deze motie in.

Verder is die motie helemaal niet zo gek, jammer dat de keurmerkmanie daar de aandacht van afleidt. Ze pleit namelijk verder voor Europa-wijd mediapluralisme en -vrijheid, journalistieke onafhankelijkheid, bevordering van mediawijsheid en, opmerkelijk, voor vergoedingen voor user generated content.

Drie waarschuwingen en dan afsluiten? Het moet niet gekker worden!

Door Margreth Verhulst, 07 July 2008

Naar aanleiding van de uitspraak van de rechtbank in Den Haag van 25 juni 2008 inzake de thuiskopieervergoeding, heeft bij XS4ALL de perstelefoon roodgloeiend gestaan. In de inmiddels beruchte overweging 4.4.3 stelt de rechtbank dat het maken van een privé-kopie van illegaal materiaal een illegale handeling is.

Stichting Brein greep deze uitspraak meteen aan om internet providers via de media opnieuw aan tafel te krijgen. Brein wil dat internet providers naar Engels en Frans model klanten die veel auteursrechtelijk beschermd materiaal up- en downloaden waarschuwen en afsluiten.

XS4ALL is niet van plan om hier aan mee te doen. De uitspraak is namelijk innerlijk tegenstrijdig. De rechtbank stelt dat kopieren uit illegale bron onrechtmatig is, maar stelt in hetzelfde vonnis dat het kopieren uit illegale bron wel verdisconteerd mag worden in de thuiskopieervergoeding. Dat kan niet. Óf downloaden mag, en worden rechthebbenden gecompenseerd via de vergoedingsregeling, óf het mag niet, maar dan kan er dus ook geen vergoedingsregeling worden toegepast. Je kunt geen vergoedingen laten betalen voor een bepaalde activiteit en tegelijkertijd zeggen dat die activiteit illegaal is. Het moet van tweeën een zijn.

Hoger beroep tegen deze uitspraak door partijen is nog mogelijk en daarmee is deze uitspraak nog niet definitief. Daarnaast heeft de rechtbank Haarlem in de zogenaamde Zoek MP3-zaak eerder gesteld dat kopieren uit illegale bron niet illegaal is. Ook onze Minster van Justitie heeft dat meerdere keren gezegd.

Los daarvan: XS4ALL vindt het niet haar taak om haar klanten in de gaten te houden. Als er in de gaten gehouden moet worden, dan is dat de taak van een opsporingsinstantie en dat zijn wij niet. Op grond van artikel 15 van de E-commerce richtlijn mag het niet eens: daarin staat dat de Europese lidstaten ISP’s niet een algemene verplichting mogen opleggen om toe te zien op de informatie die zij voor hun klanten doorgeven of opslaan, noch om actief te zoeken naar feiten of omstandigheden die op onrechtmatige activiteiten duiden. Waarschuwen mag wel.

Als XS4ALL een klacht ontvangt over het downloadgedrag van een klant, zal ze een melding doorzetten aan die klant. XS4ALL zal echter niet over gaan tot afsluiting van de internetverbinding. We hebben een contract met onze klanten waarin we beloven dat we een internetverbinding leveren. Het zou direct ingaan tegen het belang van onze klant en tegen ons eigen belang, om die levering zomaar te staken. Bovendien is internet voor de meeste mensen inmiddels zo belangrijk in het dagelijks leven, dat afsluiting volkomen disproportioneel zou zijn.

Een internetverbinding wordt voor zoveel meer gebruikt dan voor het eventueel downloaden van beschermd materiaal: veel mensen bellen via internet, ze ontvangen nieuws en doen bijvoorbeeld belastingaangifte via hun verbinding. Daarom is het nog de vraag of iemand de toegang tot het internet ontnomen mag worden. XS4ALL en Brinkhof advocaten reikten dit jaar de Internet Scriptieprijs uit aan de rechtenstudent Marcel van Kuijk die een scriptie schreef over de vraag of de burger een recht op toegang tot internet heeft. Zijn advies is juist om die reden internettoegang tot een universele dienst te maken in Nederland, een dienst die zo belangrijk is dat iedereen er recht op heeft.

Vandaag stemmen twee commissies, namelijk de ITRE (Industry, Research and Energy Committee) en de IMCO (Committee on Internal market and Consumer Protection) van het Europees Parlement in Straatsburg over het zogenaamde Telecompakket, een inititatief van de EU-commissie, waarmee de telecommunicatiemarkt in de Europese Unie opnieuw geordend moet worden. Er ligt een groot aantal vergaande amendementen op tafel. Ondanks dat in april van dit jaar het zogenaamde “Graduated Response”- plan van de Fransen het niet heeft gehaald in het Europees Parlement, ligt er vandaag een soortgelijk voorstel in de vorm van een amendement op tafel waarin de zogenaamde “Three strikes-wetgeving” wordt voorgesteld. Naar de spelregel uit het Amerikaanse honkbal “three strikes and you’re out”. Drie waarschuwingen en dan afsluiten! Maar dan zonder tussenkomst van een (scheids-)rechter.

Onze reactie: NO WAY! XS4ALL heeft zich altijd al verzet tegen het afsluiten van internetverbindingen. Dat zal zij ook blijven doen. We hebben een goed werkende klachtenprocedure waarbij onder andere anoniem contact tussen klager en beklaagde wordt gefaciliteerd. Afsluiten van internet als straf is disproportioneel en onwenselijk en mocht het werkelijk nodig zijn, dan alleen als het door een rechter wordt opgelegd.

Een bijdrage van Margreth Verhulst

Vrijheidsbeperking met nieuwe middelen

Door Laurens Mommers, 30 June 2008

Controleneurose overheid schept virtuele dwangbuizen

Een greep uit de thema’s waarover dezer dagen wetgevingsinitiatieven in de Tweede Kamer aan de orde zijn: het elektronisch patiëntendossier, gokken op internet, doorverkoop van concertkaarten, en het vastleggen van gegevens over internet- en telefoongebruik. Ze hebben gemeen dat ze te maken hebben met ons ‘digitale leven’, en dat de overheid er meer greep op probeert te krijgen. Dat laatste is natuurlijk niet uniek te noemen, maar brengt wel grote risico’s met zich mee voor onze vrijheid. De overheid past terughoudendheid bij de regulering van bepaalde aspecten van de informatiemaatschappij, omdat die regulering vaak veel directer ingrijpt in het leven van mensen dan ‘gewone’ regulering.

In enkele van de bovengenoemde initiatieven is het risico van symboolwetgeving reëel. Zo is het erg onwaarschijnlijk dat straks concertkaarten werkelijk niet meer worden verkocht voor meer dan de nominale waarde. Daarnaast is er een serieuzer consequentie, namelijk overregulering. Dat fenomeen leidt in een digitale context tot virtuele dwangbuizen. Zo levert het elektronisch patiëntendossier via een koppeling aan het Burger Service Nummer een risico op van uitsluiting van zorg. En de vastlegging van gegevens over surf- en belgedrag kan leiden tot gedragsverandering uit angst voor een verdacht profiel.

Virtuele dwangbuizen moeten we vrezen, want ze belemmeren ons in onze vrijheid – en bovendien beperken ze zich in hun uitwerking niet tot de digitale wereld. We zien ze bijvoorbeeld bij de invoering van de OV-chipkaart. Voor die invoering is het noodzakelijk de analoge werkelijkheid vertalen naar ‘digitale voorwaarden’. Dat is een lastig proces vol voetangels en klemmen. Wie heeft recht op welke korting? Hoeveel kilometer heeft iemand gereden? Mag hij nog overstappen op een ander vervoermiddel? Meer dan de gehackte chip maken een complex tariefsysteem, een gebrek aan pragmatisme en minachting voor de privacy van de reiziger het systeem kwetsbaar.

Bovendien is het systeem gekoppeld aan fysieke belemmeringen, zoals de toegangspoortjes in de metro. Op het raakvlak van de virtuele en de fysieke werkelijkheid treden nieuwe risico’s op. Als uw navigatiesysteem zegt dat u moet omkeren, terwijl u recht naar uw bestemming rijdt, kunt u dat systeem negeren. Het bestuurt uw auto namelijk niet. Dat geldt niet voor de poortjes die u straks op stations overal in het land tegenkomt. Die vormen een fysieke barrière. Als u ’s avonds moederziel alleen voor station Schiedam staat, en uw OV-chipkaart is defect of bevat geen saldo, probeer dan nog maar eens een trein in te komen.

Telefonische menu’s die u niet doorlaten naar een echte medewerker, en spamfilters die spam wél doorlaten maar valide e-mail niet, zijn andere voorbeelden van virtuele dwangbuizen. Ze worden vaak veroorzaakt door een vorm van ‘eigenrichting’. Als er veel spam wordt verstuurd vanaf een bepaalde computer, dan wordt vaak alle e-mail vanaf die computer ‘geboycot’, waardoor de geadresseerden hun berichten niet ontvangen. In feite gaat het om een ernstige inbreuk op vrijheden van individuen, die ongesanctioneerd blijft.

In de echte wereld hebben we een wetgevende, uitvoerende en een rechterlijke macht. De virtuele werkelijkheid is vooralsnog vooral een speeltuin voor mensen die zich zonder wettelijke basis bevoegdheden uit al deze drie categorieën willen aanmeten. Waar de virtuele en de echte werkelijkheid samenkomen, grijpt virtuele regulering bovendien rechtstreeks in op de wereld om ons heen. De wetgever zou zich daar meer rekenschap van moeten geven. Bescherming van onze vrijheden moet in een rechtsstaat zwaarder wegen dan de controleneurose van de overheid.

Een bijdrage van Laurens Mommers

Dr. Laurens Mommers is verbonden aan eLaw@Leiden, Centrum voor Recht in de Informatiemaatschappij, Universiteit Leiden. Hij is daarnaast werkzaam bij Legal Intelligence in Rotterdam.

In het informatietijdperk hebben we allemaal een digitale schaduw

Door Jeroen van der Ham, 23 June 2008

Overal waar we komen, laten we informatie achter. Niet alleen onze bankrekeningnummers, de bankafschriften, je gespecificieerde telefoonrekening, of je aandelenportoflio. Maar ook de cameras in de stad, de toegangshekjes, je bonuskaart, geldautomaten, enzovoort.

Ook onze levens bestaan steeds meer uit digitale informatie. Persoonlijke emails en SMS’jes. Bedrijfsplannen, strategiën, en vergaderingsnotulen. En dat is alleen de data waar we zelf mee te maken hebben. We hebben allemaal schaduwen van onszelf die leven in gegevensbestanden van honderden bedrijven — informatie over ons die heel persoonlijk en erg compleet kan zijn — behalve de fouten die je niet kunt zien of verbeteren.

Wat er met onze data gebeurt, gebeurt ook met ons.

Onze digitiale schaduw zit niet stil. Hij wordt constant geobserveerd en beoordeeld. Wanneer we een lening of hypotheek aanvragen wordt je digitale schaduw getoetst. Als je een vliegtuig in gaat, wordt aan de hand van je data bepaald hoe goed je onderzocht wordt, en of je zelfs wel aan boord mag. En als de overheid je wil onderzoeken, dan zullen ze eerst door je data zoeken, voordat ze in je huis gaan zoeken. Voor het opvragen van je data bij bedrijven is weliswaar gerechtelijke toestemming nodig, maar het is voor bedrijven lastig om tegen de politie “nee” te zeggen. Zeker als het om kinderporno of ontvoering gaat, wordt de druk al snel hoog opgevoerd. Daarnaast heeft de overheid al heel veel gegevens van je, wie zegt dat ze die niet gewoon combineren?

Wie onze data beheert, beheert onze levens.

Wie onze data beheert, bepaalt of je een banklening kunt krijgen, in een vliegtuig mag stappen, of zelfs een land in mag komen. Of wat voor korting je krijgt, hoe je behandeld wordt door de klantenservice. Een toekomstig werkgever kan heel veel over je opzoeken op het web en besluiten of hij je een baan aanbiedt. Wat nu als een toekomstige baas ziet dat je net gisteren op een forum voor zwangere vrouwen berichten schrijft?

De politie kan onze data doorzoeken en besluiten of je een terroristische dreiging bent of niet. Als een crimineel genoeg data van je kan verzamelen, kan hij bankrekeningen openen, geld uit je investeringsrekeningen halen, of zelfs je eigendommen verkopen. Identiteitsdiefstal is het ultieme bewijs dat het controle over je data controle over je leven is.

We moeten onze data terugnemen.

In Nederland zijn er de laatste tijd heel veel maatregelen bijgekomen die de privacy van de burger verder inperken. Binnen korte tijd heeft iedereen een nummer gekregen, dat overal bij de overheid gebruikt moet worden. Sinds een tijdje wordt aan dit nummer ook alle zorginformatie van nieuwgeboren kinderen gekoppeld. En binnenkort wordt ook het patiëntendossier van de rest van Nederland eraan gekoppeld.

Zo’n beetje iedereen wordt nu op openbare plaatsen in de gaten gehouden door camera’s. Over een tijdje zal de overheid ook weten waar iedereen heen rijdt met de auto in het kader van het rekeningrijden. En ook via het openbaar vervoer zal elke beweging nauwlettend in de gaten gehouden worden door middel van de OV-chipkaart en de camera’s in de treinen.

Maar onze data is een onderdeel van onszelf. Het is intiem en persoonlijk en we hebben er recht op. Het zou beschermd moeten blijven van ongewenste pottekijkers. Gelukkig hebben we in Nederland een uitgebreide privacywet. Deze wet beschermt de burger en consument, en geeft hem het recht gegevens op te vragen van overheden en bedrijven. Maak gebruik van dat recht, en protesteer tegen de toename van het pottekijken! En wees bewust van wat voor informatie je uitgeeft. Je kunt ongemerkt heel veel privacy opgeven door bonuskaarten te nemen en op “ik accepteer de voorwaarden”-buttons te klikken. Bedrijven zijn maar al te blij om onze data te verzamelen, en daar gebruik van te maken. Maar op de lange termijn heeft dit een giftige uitwerking op onze maatschappij; we geven de controle over onszelf op.

Dit artikel is een bewerking (met toestemming) van een essay in Wired door Bruce Schneier

Een bijdrage van Jeroen van der Ham

Jeroen is een bezorgde burger die in actie wil komen tegen de afbreuk van de privacy. Hij is initiatiefnemer van nomen-nescio.org

Betonnen meningparadijs

Door Sjoerd Jurkovich, 16 June 2008

Verdwaalde tijd, vermengt met geestelijke behoefte en sluimerende inspiratie. Ik schrijf; een stukje op mijn weblog over meningeconomie. Stroperige cafeïne uit een goedkope bedrijfsautomaat, ontblote schouders in de stralende zon, altijd behoefte te begrijpen, te vatten en te zien.
Eergisteren, een vriend belt of ik mee wil doen aan een debat in de Balie. Iets over democratie en nieuwe media. Aangeschoten, met een half verbrande kippenbout tussen mijn tanden, stem ik toe. Het vlijt, dat moet gezegd, ik ken hem van andere debatten, hij kent mij. De volgende dag krab ik zachtjes achter mijn oren.

Op mijn balkon, ik staar naar een overbuurvrouw, ze kibbelt met haar buurman. Iets over katten, geluidsoverlast en een onbekend verleden. Een normale Amsterdamse discussie, plaatselijk, bekend en vertrouwd.
‘Takkewijf.’
‘Asociale koleretokkie.’
‘Ik draai dat kutbeest zijn nek om als hij nog eens mijn tuin onderschijt.’
Het komt nergens vandaan, het gaat nergens heen, maar het is levendig theater.

‘Op internet is iedereen hoorbaar, dwars door elkaar heen. Mensen vinden elkaar, hun mening versterkt, beïnvloed, of gepolijst. Of ze haten elkaar, net als mijn buren. Ze hacken, maken elkaar belachelijk of misbruiken. Allemaal emoties, feiten, voorkeuren, gedachtes, beelden. Niet gefilterd door een pastoor, een politieke partij of de media, het is direct en ongecensureerd.’

Welkom in het derde moderne tijdperk, welkom in het tijdperk van de mening. In de jaren ’60 werden de muren van de verzuiling geslecht, de media nam het over. Nu is het de mening die de klok slaat.
De mening; een gereedschap om ons te onderscheiden van een ander. Het maakt ons uniek, maar geeft ons ook een plek in een groep. Sociologische paradox. En al die meningen worden verzameld en gemeten in marktonderzoeken, websites, reviews, polls, blogs, klantpanels en weet ik veel waar. Op basis daarvan wordt weer politiek bedreven, nieuws gemaakt en bedrijfskundige strategieën ontworpen. De kijker bepaalt, de kiezer stemt, de klant is koning.

Het gekrijs aan de overkant zwelt aan.
‘En die sloerie van een dochter van je wil ik ook niet meer zien!’
‘Nee, die zoon van jou, die moet met zijn gore tengels van haar afblijven! Als hij haar zwanger maakt begraaf ik die hele Fritzl familie van je levend in jullie kelder.’
Een weinig verheffend liefdesdrama. Ik zie hem, de ongelukkig minaar, ’s nachts via het balkon naar beneden klimmen. Romeo en Julia in omgekeerde zwaartekracht. Val gebroken in de begonia’s van de edelachtbare mejuffrouw Tijdteveel.

Onze mening krijgt een steeds grotere economische waarde. ‘Uw mening is belangrijk voor ons.’ Kwaliteit, correctheid, ethica, het wordt allemaal langs de grillige meetlat van het volksgericht gelegd. De gevolgen hiervan zijn merkbaar in ons dagelijks leven. De politiek, de media, bedrijven, ze vechten als dronken bedrogen hoeren om de heilige graal van de 21ste eeuw; de gunst van de massa, de bewondering van de enkeling. Hoe het verstand ten grave werd gedragen ten faveure van wat statistiekjes en de waan van de dag.

Het is echter, nu bij uitstek, de tijd om ons te laten horen. Als immers de mening en de waan regeert, dan wordt óók onze mening gehoord. De mening van de mensen die willen creëren, niet afbreken. De mensen die willen zien, voelen, dromen, begrijpen én leven. Anders dan in het betonnen meningparadijs van de buren, moeten we vooruit. Streven naar een systeem van verbetering, beargumenteerde idealen, en onderling begrip. Anders wacht ons, vrees ik, een houellebecqiaanse toekomst. Een verwarde wereld, klaar voor een grote leider, failliet door onze eigen onmacht te structureren, te begrijpen en te bouwen.

Ik ben klaar voor het debat.

Een bijdrage van Sjoerd Jurkovich

Soerd is medeoprichter van theatergezelschap Vrienden van de Dansmuziek en werkzaam als projectmanager bij XS4ALL

Franse ISP’s gaan narigheid blokkeren

Door Niels Huijbregts, 11 June 2008

De Franse minister van Binnenlandse Zaken Michèle Alliot-Marie heeft gisteren bekendgemaakt dat de Franse internetproviders websites gaan blokkeren waarop narigheid staat.

Er komt een systeem waarmee alle Franse internetters websites kunnen melden waarop kinderporno, haat, racisme, oplichterij, terrorisme en andere narigheid staat. De melding wordt door de staat bekeken en wanneer dat nodig geacht wordt, wordt de website toegevoegd aan een zwarte lijst, die de providers gebruiken om websites onzichtbaar te maken.

Dit idee bestaat ook in veel andere landen: in Nederland is al tijden een discussie aan de gang over het blokkeren van websites waar kindermisbruik op te zien is. In die discussie is iedereen het erover eens dat kinderporno verwerpelijk is, maar velen zijn bang dat het blokkeringssysteem ook gebruikt gaat worden voor het onzichtbaar maken van allerlei andere websites die de overheid ongewenst vindt. Die angst was niet geheel onterecht, blijkt nu dus.

De Franse minister heeft aangegeven dat het systeem niet alleen voor het blokkeren van kinderporno gebruikt zal worden, maar ook ingezet zal worden tegen andere gevaren op internet, zoals sites over terrorisme. Ze zei bovendien dat Frankrijk zijn voorzitterschap van de Europese Unie, dat 1 juli aanvangt, zal gebruiken om het systeem ook in andere Europese landen aan te prijzen.

Link.

UEFA houdt niet van Oranje op YouTube

Door Niels Huijbregts, 10 June 2008

Doede schrijft hoe UEFA de voetbalfeestvreugde bederft: Hij keek de voetbalwedstrijd van gisteren in een café met groot scherm, filmde met zijn telefoon wat sfeerbeelden en zette die op YouTube. Veel gehos, gejuich en gejoel, en inderdaad is op de filmpjes ook het scherm te zien met daarop kleine stukjes van de voetbalwedstrijd.

Vanmorgen kreeg hij een email van YouTube: de filmpjes waren verwijderd omdat ze inbreuk maken op het auteursrecht van de UEFA. Wat een onvriendelijke actie van UEFA! Het ging Doede er toch duidelijk niet om, de voetbalwedstrijd onrechtmatig openbaar te maken. De filmpjes zijn van matige kwaliteit, de camera beweegt mee op het feestgedruis, dus het lijkt me sterk dat UEFA inkomsten mist doordat mensen liever naar Doede’s video kijken dan naar de officiële uitzending.

De beelden lijken mij duidelijk tot doel te hebben, de gezellige sfeer vast te leggen, om ze via internet met andere oranjefans te delen. Wat is daar mis mee? Misschien weet Arnoud raad.

Zorgen om de zorgplicht

Door Niels Huijbregts, 10 June 2008

Internetveiligheid blijft een lastig onderwerp. Een tijd geleden kondigde OPTA aan zich op dat onderwerp te gaan richten, door verplichtingen aan providers te gaan opleggen. Ze vroegen de internetproviders hoe ze dat het beste aan konden pakken. De providers zagen die regels en verplichtingen niet zo zitten, waarna OPTA besloot toch maar niet te gaan reguleren.

Sindsdien is OPTA met een aantal internetproviders in overleg over hoe het probleem dan het beste aangepakt kan worden. OPTA wil graag een keurmerk. Voor een keurmerk zou precies moeten worden vastgelegd aan welke eisen een provider moet voldoen. Dat klinkt misschien goed, maar dat is het niet. Computerveiligheid en -beveiliging zijn namelijk zeer beweeglijk: elke week is er wel weer een nieuw beveiligingsprobleem, risico of bedreiging. Als je gaat vastleggen welke veiligheidsmaatregelen providers moeten nemen, dan zijn de regels die je vastlegt dus na een week al weer verouderd.

De providers legden hun alternatief aan OPTA voor: betere informatie aan klanten en gebruikers over veiligheidsrisico’s op internet en hoe ermee om te gaan. Als je mensen duidelijk uitlegt wat het risico is, kunnen ze er beter mee omgaan en wordt de kans op een probleem kleiner. De providers stelden voor, op een prominente plek op hun websites een pagina in te richten met goede informatie over het onderwerp, met de mogelijkheid contact op te nemen met de providers in geval van een internetveiligheidsprobleem. Zo dus.

En toen opeens, midden in het overleg, stuurde OPTA een boze brief aan de providers en deed men in de pers voorkomen alsof de providers laks met internetveiligheid omspringen. Een vreemde gang van zaken, aangezien de providers juist een goed voorstel aan OPTA hadden gedaan.

Vandaag hebben we een brief teruggestuurd. Ik roep OPTA daarin op, het probleem breder aan te pakken dan alleen alle hoop op de providers te vestigen. Veiligheid en beveiliging op internet is een breed probleem dat zo dicht mogelijk bij de bron moet worden aangepakt. Luchtvervuiling los je immers ook niet op door iedereen verplicht een mondkapje te laten dragen, dat doe je door roetfilters te installeren op de uitlaat van de vervuiler.

Bij onveiligheid op internet valt het niet mee de precieze bron te bepalen. Dat komt doordat er niet één precieze bron is. Onveiligheid op internet komt door spammers, virusmakers en leveranciers van gebrekkige software en hardware, door slordige gebruikers, onzichtbare spyware en authentiek ogende phisingsites, etc. Al die bedreigingen kunnen we best het hoofd bieden, als we maar inzien dat het een complex probleem is, waar geen simpele oplossing voor bestaat. Veiligheid bereik je niet door ergens een keurmerk op te plakken en een boze brief te schrijven. Veiligheid bereik je vooral door samen te werken.

Een bijdrage van Niels Huijbregts

Niels werkt op de afdeling Public Affairs van XS4ALL als woordvoerder.

NVPI: internettoegang piraten beperken

Door Niels Huijbregts, 04 June 2008

NVPI, de branchevereniging van de entertainmentindustrie, pleitte er vandaag bij de presentatie van haar jaarverslag voor dat internetproviders de internettoegang van ‘piraten’ moeten beperken.

Het meest voor de hand liggend is een systeem van ‘graduate response’: internetabonnees die op grote schaal en herhaaldelijk inbreuk op het recht van een ander plegen worden daar eerst op attent gemaakt. Als ze er dan voor kiezen om door te gaan met het plegen van inbreuk is het niet gek dat dat op een gegeven moment gevolgen heeft. De ISP kan dan bijvoorbeeld tijdelijk de toegang tot het web gedeeltelijk beperken tot dagelijkse behoeften zoals mail, bankieren en de belastingdienst.

Ik ben het daar niet mee eens. Het meest voor de hand liggende systeem is dat de entertainmentindustrie gebruik maakt van de zogenaamde notice & takedown-procedure van internetproviders. Die procedure zorgt ervoor dat klachten over onrechtmatig handelen op internet, zorgvuldig worden behandeld.

Dat klinkt toch logischer dan in opdracht van de entertainmentindustrie, internet te beperken tot mail, bankieren en de belastingdienst?

Gamen goed voor carrière

Door Niels Huijbregts, 04 June 2008

Een mooi artikel van Marie-José Klaver, vandaag in NRC Next. Gamers, dat zijn de leiders van de toekomst. Uit onderzoek van MIT en IBM blijkt dat gamen goed is voor je carrière: complexe multi player games zoals WoW leren gamers samen te werken, complexe situaties te doorzien, elkaar te motiveren, en allerlei andere nuttige vaardigheden die in de echte wereld ook van pas komen.

Gamers zijn de leiders van de toekomst. “Ze leren dat openheid resultaat heeft. Wie zijn strategische inzichten en plannen niet deelt, komt er al snel alleen voor te staan. Gamers leren ook dat hard werken beloond wordt.” Wel blijkt dat deze gamer-vaardigheden meer door jongens dan door meisjes worden opgedaan, waardoor een nieuwe digitale kloof ontstaat. Dus hup meiden, gamen!

Opinieweblog t-shirt

Door Niels Huijbregts, 02 June 2008

De jonge, veelzijdige Tilburgse grafisch vormgever Joep van Gassel ontwierp op ons verzoek speciaal voor de Opinieweblog een shirt. Hij verbeeldde de Opinieblog’s kritische blik op de wereld door uit de toetsen van zijn laptop een wereldkaart op te bouwen. De print staat in ultracool glow-in-the-dark op zware kwaliteit zwarte shirts.


Op Joep’s ontwerp is een Creative Commons licentie van toepassing. Dat betekent dat je het mag hergebruiken en aanpassen voor niet-commerciele doeleinden, zolang je zijn naam vermeldt.

Het shirt is niet te koop in de winkel, en niet te krijgen door te bedelen. Wil je zo’n exclusief shirt, schrijf een opinie! Gastschrijvers die een artikel inzenden voor publicatie op de Opinieweblog, worden vanaf nu beloond met een XS4ALL Opinieweblog t-shirt in een maat naar keuze!

Mits het artikel goed genoeg is om geplaatst te worden, natuurlijk.

Creative Commons License
Opinieweblog t-shirt van Joep van Gassel is in licentie gegeven volgens een Creative Commons Naamsvermelding-Niet-commercieel-Gelijk delen 3.0 Nederland licentie.
Gebaseerd op een werk op www.xs4all.nl.

Een bijdrage van Niels Huijbregts

Niels werkt op de afdeling Public Affairs van XS4ALL als woordvoerder.

Nederland afluisterland

Door Niels Huijbregts, 30 May 2008

De Minister van Justitie heeft per brief aan de Tweede Kamer laten weten dat in 2007 gemiddeld 1681 telefoons per dag werden afgetapt. Daarmee lijkt Nederland kampioen burgers afluisteren, want zelfs in Amerika, waar de opsporingsdiensten ook graag alles in de gaten houden, werden in heel 2007 maar 2208 telefoons getapt.

De kans dat je als Nederlandse burger getapt wordt is daarmee 117 keer zo groot als voor een Amerikaanse burger, berekent Webwereld. Hoe zit dat? In Amerika wonen 18 keer zoveel mensen als in Nederland. Waarom wordt hier dan 11 keer zoveel getapt? Wonen hier veel meer boeven dan daar? Wantrouwt de Nederlandse overheid haar burgers sterker dan de Amerikaanse? Of kloppen de cijfers niet?

Wat de oorzaak ook is: 1681 getapte telefoons per dag is erg veel, we mogen gerust concluderen dat Nederland haar burgers graag afluistert.

BarcampNLGovWeb 2008 7 juni 2008, Volkskrant gebouw, Amsterdam

Door Mieke van Heesewijk, 27 May 2008

De benadering die de overheid kiest voor alles wat met het web of met digitalisering te maken heeft is aan het veranderen. Veranderende focus t.a.v. gekozen on-line kanalen, de impact en de mogelijkheden van web2.0 die tot veel mensen beginnen door te dringen, on-line interactie en het betrekken van doelgroepen. Rondom Den Haag hoor je dit soort dingen nu vaker genoemd worden.

      Wat is de betekenis ervan?
      Hoe passen alle bewegingen en afwegingen in elkaar?
      Welke vaardigheden en middelen hebben (overheids)organisaties nodig voor de (nabije) toekomst?
      Wie heeft hier al ervaring mee?
      Hoe werk je eigenlijk met dit soort dingen?

http://barcamp.pbwiki.com/BarcampNLGovweb

De toekomst van het Internet: iedereen dezelfde informatie via hetzelfde kastje

Door David Riphagen, 26 May 2008

In de toekomst zal het Internet op slot gaan en geen ruimte meer laten voor innovatie of experimenten. Iedereen zal via hetzelfde kastje dezelfde informatie kunnen bekijken, omdat we denken dat dit de enige manier is om virussen, spam en hackers buiten de deur te houden. De toekomst van het Internet is niet rooskleurig, volgens professor Jonathan Zittrain. Een paar weken geleden was ik bij de presentatie van zijn boek ‘The future of the Internet and how to stop it’ bij het Google kantoor hier in Washington DC.

Zoals mijn collega bij EPIC Guilherme Roschke al schreef: Zittrain laat goed zien dat dezelfde kenmerken die het Internet zo succesvol maken er nu voor zorgen dat het Internet bedreigd wordt. Het Internet is ‘generative’, oftewel iedereen kan met zijn eigen code op het Internet websites of services laten draaien. Het Internet voedt daarmee innovatie en creativiteit. Dit betekent dat studenten op hun zolderkamer een innovatieve Social Network Site (SNS) kunnen beginnen, maar ook dat mensen met slechte bedoelingen hun badware makkelijk op het Internet kunnen loslaten. Een belangrijke rol op het Internet is weggelegd voor het ‘procrastination principle’: de aanname dat problemen met nieuwe services later of door anderen zullen worden opgelost. Alsof je een pindakaas introduceert zonder voldoende te weten of die op lange termijn schadelijk is voor de gezondheid. Dit is ondenkbaar in de voedingsmiddelensector, vanwege de directe gevolgen voor de gezondheid, maar op Internet kan dit gewoon. We zien dit duidelijk terugkomen bij de introductie van nieuwe services op Social Network Sites als Hyves of Facebook. Een nieuwe service als Hyves’ Buzz, gebaseerd op Facebooks Newsfeed, wordt geïntroduceerd zonder dat er goed is nagedacht over de gevolgen of het aanpakken van deze gevolgen. De gebruiker is hier de dupe van omdat er vaak nog lekken in de beveiliging zitten of omdat gebruikers de nieuwe service niet verwachten . Op TROS Radio-Online zei ik dat als websites als Hyves hun gebruikers en hun privacy echt serieus nemen, ze van tevoren aan de gebruikers vragen of deze een nieuwe service willen, in plaats van achteraf. Zittrains probleem is dat gebruikers het op den duur zat zijn om met services geconfronteerd te worden die nog niet af zijn. Gebruikers zullen op zoek gaan naar services die meer controle en veiligheid bieden, zogenaamde ‘contingently generative’ services. Je bent vrij om binnen het kader van de service te doen en laten wat je wilt, maar dat kan makkelijk ongedaan gemaakt worden door de eigenaar. De berichtenservice van Hyves is een goed voorbeeld: je ontvangt er geen spam, maar Hyves kan met een druk op de knop al jouw berichten verwijderen, bepaalde berichten niet doorsturen of jouw toegang afsluiten. Dat gaat een stuk moeilijker als je je e-mail via POP of IMAP bij XS4all van de server haalt. Wanneer XS4all dan jouw e-mail blokkeert, ga je gewoon met al je oude berichten die nog op je PC staan naar een nieuwe provider. Dus hoewel er voordelen zijn aan meer controle over jouw e-mail (geen spam), wordt je opeens afhankelijk van de provider voor wat betreft je privacy of het filteren van berichten.

De andere pilaar van het Internet is volgens Zittrain het ‘trust-your-neighbor’ principe. Internetgebruikers vertrouwen blindelings andere gebruikers en de mensen die toegang tot het Internet verlenen. Sommige Internet Service Providers houden hier rekening mee door bijvoorbeeld certificaten te gebruiken voor toegang tot gevoelige services als e-mail (XS4all Secure Webmail). Maar moeten we alle verschaffers van services vertrouwen? Gebruikers van Social Network Sites voegen Third party applications toe aan hun profiel zonder dat ze weten wie precies deze applicaties maken. Google werkt aan het Open Social Initiative, een standaard set interfaces (APIs) voor Social Network Sites die ontwikkelaars de mogelijkheid geeft informatie van de SNS te gebruiken. Hyves maakt ook gebruik van deze API en heeft zelf ook functies toegevoegd. Wist je dat als jij een applicatie toevoegt, de ontwikkelaar ook toegang heeft tot gegevens van jouw vrienden, ook al geven ze hier geen toestemming voor? En wie zegt dat degene die jouw applicatie gemaakt heeft wel te vertrouwen is en niet alle informatie die hij krijgt opslaat en verkoopt? Het trust-your-neighbor principe is essentieel voor de werking van het Internet, maar helaas kunnen we niet iedereen en alle services vertrouwen. Zorg dat je eerst de website bekijkt van een Third party application voordat je deze toevoegt. Ik raad je aan om te kijken naar de privacy policy en misschien nog wat verder onderzoek te doen door wat rond te surfen op de website. Je gaat straks jouw informatie geven aan iemand waar je helemaal niets van weet (voor gevorderden: doe een whois of reverse IP). Is er geen privacy policy of vertrouw je de website niet? Voeg de applicatie dan niet toe aan Hyves. Wat zijn de gevolgen van het feit dat iedereen zijn code mag draaien op het Internet en je niet anders kunt dan jouw buren op het Internet vertrouwen? Spam, virussen, spyware, phishing en illegaal downloaden. Mensen willen geen spam of virussen meer en daarom gebruiken ze hun TiVo of Apple TV om films te downloaden, gebruiken jongeren de berichtenservice van MySpace om geen spam te ontvangen en willen we een iPhone die wel op het Internet kan, maar volgens Steve Jobs niet alle nadelen van een PC heeft. Al deze voorbeelden hebben gemeen dat de ontwikkelaar (Apple, MySpace, TiVo) veel meer controle heeft over het product dat je gebruikt en onopgemerkt informatie over jou kan verzamelen. Zo kan MySpace met een druk op de knop jouw profiel verwijderen en kun je geen eigen software zonder de toestemming van Apple op je iPhone draaien. Social Network Sites kunnen informatie over je verzamelen zonder dat je het doorhebt, omdat buitenstaanders geen idee hebben van de processen die op hun servers draaien. Doordat er meer controle en monitoring is, is er minder ruimte voor innovatie en creativiteit. En dat zal uiteindelijk het Internet de das om doen, zo is de gedachte van Zittrain. Ik denk dat daar veel waarheid in schuilt. We staan in feite op een tweesprong: netwerken die ruimte bieden, mensen serieus nemen en dus innoveren, maar die de nadelen hebben van virussen en spam. Of netwerken die afschermen,meer controle hebben over wat jij doet en mag doen en de unieke vooruitgang van het Internet dreigen aan te tasten. Vergelijk het vrije Internet in Nederland met het door de regering gecontroleerde Internet in China, wat met alle onzedelijke sites die zij blokkeert ook een groot deel badware buiten de deur houdt.

De geslotenheid van een systeem geeft een indicatie van de hoeveelheid controle en vrijheid die gebruikers inruilen voor een veiliger en beter gecontroleerd Internet. Hier ligt de sleutel voor de toekomst van het internet en het innovatieve karakter ervan. Volgens Zitttrain kunnen we deze geslotenheid van een systeem beoordelen door te kijken naar in hoeverre het systeem

  1. bepaalde taken makkelijker maakt,
  2. aangepast kan worden aan andere taken,
  3. makkelijk te leren is door nieuwe gebruikers,
  4. bijdragen van anderen accepteert en
  5. veranderingen kan exporteren naar andere systemen.

Hoe scoort een Social Network Site als Facebook op deze criteria en wat kunnen we hiervan leren? 1. Een SNS maakt het zeker makkelijker om andere mensen te ontmoeten, op te hoogte te blijven van wat je vrienden doen en in contact te komen met vrienden die je al lang geleden uit het oog bent verloren. In dat opzicht kun je met een SNS makkelijker sociale contacten onderhouden. 2. Een SNS kan gebruikt worden voor andere zaken dan sociale contacten. Zo worden er op Facebook spullen verkocht, evenementen gepland en spelletjes gespeeld. Echter, je kunt je profiel niet helemaal inrichten zoals je zelf wilt en je kunt niet zelf functies toevoegen. Je bent dus beperkt in je doen en laten op de website tot wat Facebook toelaat. De beperkte openheid beperkt dus ook je creativiteit. 3. Nieuwe gebruikers kunnen makkelijk overweg met een Social Network Site. Het is zeer simpel om een profiel toe te voegen en je informatie online te zetten. Ik heb eerder betoogd (zie TROS Radio Online) dat SNS het wel erg makkelijk maken om informatie te delen en zelf niet transparant zijn over wat ze werkelijk met jouw gegevens doen. Het is onduidelijk of er zonder dat je het door hebt informatie over jouw gedrag wordt verzameld. 4. SNS laten nu via eigen standaarden of het Open Social Initiative andere ontwikkelaars toe tot hun platform. Zoals ik al eerder schreef kunnen anderen dus nu services aanbieden voor een SNS. Dat lijkt open, maar de SNS eigenaar heeft nog steeds alle controle over wie wel en wie geen toegang krijgt tot zijn website. Zie het als Microsoft die voor iedere applicatie die voor Windows geschreven wordt precies wil weten wat de code is en alle rechten behoudt om de toegang af te sluiten. Dat is niet bepaald open, althans: je hebt er als gebruiker geen zicht op of controle over. 5. Zijn veranderingen op Facebook makkelijk over te dragen naar andere websites? Kan je bijvoorbeeld jouw aangepaste profiel downloaden op je laptop en uploaden naar een andere SNS of naar jouw bank als jouw adres verandert? Nee, zo makkelijk is dat niet. Social Network Sites hebben een economisch belang bij dat je zoveel mogelijk informatie op hun websites plaatst, dat deze informatie zoveel mogelijk openbaar is en dat die informatie alleen op hun site blijft. Daarom kun je op Facebook je profiel niet verwijderen en geeft Hyves je minder rechten als je je profiel afschermt. Een initiatief dat hier misschien verandering in brengt is het al eerder genoemde Open Social Iniative. Voor zover ik dat systeem nu ken (zie Google Friend Connect) dient dat met name als een paspoort, een login waarmee je informatie en je vriendennetwerk kunt delen met andere sites. Van echte controle over de import en export van data door de gebruiker is nog geen sprake.

Wat kunnen we leren over het Internet en Social Network Sites als we de visie van Zittrain toepassen? Het Internet is een geweldig medium, maar soms worden we als gebruikers geconfronteerd met services die nog niet af zijn. En we vertrouwen ontwikkelaars die wellicht kwade bedoelingen hebben. Dit betekent dat we te maken krijgen met spyware, virussen en trojan horses.

En Social Network Sites borduren op deze trend voort. Ook op een SNS zijn niet alle services perfect getest en zijn mensen met kwade bedoelingen te vinden. Dit betekent – zoals ik al eerder zei - specifiek dat je goed moet oppassen als je applicaties van derden op je profiel toevoegt, je er van bewust moet zijn dat een SNS alle controle heeft over de informatie die jij online zet en dat je moet bedenken dat SNS meer informatie over jouw verzamelen dan jij aanbiedt. Een SNS werkt als een kastje dat toegang geeft tot het Internet: de eigenaar kan bepalen wat je wel en niet mag zien, welke informatie over jou verzameld wordt en wat er verwijderd wordt. Zolang Social Network Sites niet transparant zijn over welke informatie ze verzamelen naast de informatie die je zelf aanbiedt, zal het Internet langzaam de kant op gaan die Zittrain voorspelt: iedereen dezelfde informatie via hetzelfde kastje of website, maar dan wel gecontroleerd door een Social Network Site. Die als een commercieel bedrijf andere belangen heeft dan jij als gebruiker. Is dat wat we willen?

Een bijdrage van David Riphagen

David Riphagen is student Technische Bestuurskunde aan de TU Delft en werkt aan zijn onderzoek 'Privacy Harms for users of Social Networking Sites by using their Identity Relevant Information' bij het Electronic Privacy Information Center in Washington DC, USA.

Tweede Kamer stemt in met 12 maanden Bewaarplicht

Door Niels Huijbregts, 23 May 2008

Gisteren is in de Tweede Kamer gestemd over de Bewaarplicht Telecommunicatiegegevens. De Kamer debatteerde vorige week uitgebreid met de Minister van Justitie en de Staatssecretaris van Economische Zaken over het onderwerp, voornamelijk over hoe lang de gegevens bewaard moeten worden, wanneer de evaluatie plaatsvindt en hoe geregeld wordt welke gegevens moeten worden opgeslagen.

VVD en CDA toonden zich groot voorstander van het wetsvoorstel. D66, Pvda, Groen Links en SP hadden ernstige bedenkingen bij de plannen en pleitten er daarom voor, de bewaartermijn op het door Europa gestelde minimum van 6 maanden te zetten. Dat voorstel haalde echter geen meerderheid.

Het amendement van Ed Anker (CU) kreeg wel een meerderheid, waardoor de bewaartermijn op 12 maanden is komen te staan. Bovendien moet de wet al na drie jaar worden geëvalueerd (en niet na vijf jaar, zoals de minister wilde) en moet de Kamer eerst instemmen voordat de te bewaren gegevens kunnen worden uitgebreid. De minister wilde dat regelen in een algemene maatregel van bestuur, waardoor uitbreiding zonder parlementaire controle mogelijk zou zijn.

Nu de Tweede Kamer heeft ingestemd, moet het wetsvoorstel door de Eerste Kamer worden bekeken. Senator Hans Franken (CDA) heeft al vaak laten weten dat hij fel tegenstander is, omdat de enorme berg gegevens die bewaard moet gaan worden, slecht te beveiligen is en bovendien weinig nut zal hebben. Zie ook Webwereld.

Met open vizier op internet

Door Dirk Kloosterboer, 19 May 2008

De politie wil dat bezoekers van internetcafés en bibliotheken zich gaan legitimeren, zodat niemand meer anoniem het internet op kan. Het excuus is dit keer eens niet de dreiging van terrorisme, maar Nigeriaanse oplichters die op grote schaal spam versturen.

Min of meer tegelijk met het voorstel om het anoniem surfen aan te pakken werd bekend dat de politie de kentekens gaat registreren van auto’s in de buurt van Zwolle. Dit gaat zelfs Elsevier te ver. Het moet maar eens afgelopen zijn met de inbreuken op onze privacy, zo waarschuwt het blad.
Je zou ook anders kunnen reageren. Denk aan de Amerikaanse kunstenaar Hasan Elahi, die na 9/11 opeens in beeld kwam bij de FBI vanwege zijn Arabisch-klinkende naam.

Om problemen te voorkomen vertelde Elahi de FBI keurig wanneer hij het vliegtuig nam. Maar hij ging nog een stap verder. Hij maakte een website waar je de meest gedetailleerde informatie over hem kan vinden: de lokatie waar hij zich bevindt, telefoonrekeningen, bankafschriften en foto’s van zijn maaltijden.
Anonimiteit bestaat niet meer, en maximale openheid is wat Elahi betreft een zinnige strategie om daarop te reageren. Het is geen passieve strategie: hij gaat ervan uit dat mensen zelf hun digitale identiteit of identiteiten vormgeven.

Elahi laat zien dat het einde van de anonimiteit verschillende vormen aan kan nemen. Aan de ene kant is er het big brother-model: overheid en bedrijven weten van alles over ons, vaak in het geniep en zonder dat we ons ervan bewust zijn.

Het alternatief is de strategie van de totale openheid. Voor Elahi is dat een vrijwillige strategie, maar je zou openheid ook op kunnen leggen. Als de politie bijhoudt wie er op internet actief is, dan zou je die identiteit ook voor iedereen zichtbaar kunnen maken. Een soort internetvariant van het verbod op gezichtsbedekking.

Tegenstanders zullen wellicht aanvoeren dat we het laatste restje digitale anonimiteit juist moeten koesteren, al was het maar om vrijheid van meningsuiting te garanderen voor onderdrukte groepen.

Daar valt iets voor te zeggen, maar er zijn ook weer argumenten tegenin te brengen. Ten eerste is de anonimiteit op internet grotendeels illusoir gezien de mogelijkheden die overheidsinstanties al hebben om je identiteit te achterhalen: als zij die informatie al hebben, waarom dan niet iedereen?

Ten tweede kan je je afvragen wat de waarde is van vrijheid van meningsuiting als meningen anoniem blijven: een standpunt ontleent zijn betekenis gedeeltelijk aan degene die zijn of haar naam eraan wil verbinden.

En ten derde hebben we aan die anonimiteit ook een hoop botte en racistische commentaren te danken van mensen die waarschijnlijk een stuk terughoudender zouden zijn als ze aangesproken zouden kunnen worden op hun uitspraken.

Misschien is dit nog geen waterdichte argumentatie om anonimiteit op internet maar op te heffen. Maar op zijn minst is het zinvol om na te denken over openheid als antwoord op de ongebreidelde nieuwsgierigheid van overheid en bedrijfsleven.

Een bijdrage van Dirk Kloosterboer

Dirk schrijft voor de website Nieuws uit Amsterdam. www.nieuwsuitamsterdam.nl

Webby Award voor ¡Viva la Creación!

Door Niels Huijbregts, 07 May 2008

Het videoproject ¡Viva la Creación! van Eboman en XS4ALL heeft een Webby Award gewonnen in de categorie Best Editing. Op de website kon iedereen video’s uploaden en remixen. De beste mix kreeg op 27 september 2007 tijdens PICNIC een prijs uitgereikt.

VPRO’s 3 voor 12 schreef een stukje over de Webby Award voor Eboman.

Cameratoezicht opnieuw nutteloos bewezen

Door Niels Huijbregts, 07 May 2008

We wisten het al een tijd, maar het is opnieuw bewezen: enorme investeringen in politiecamera’s op straat hebben geen enkel effect op misdaadcijfers. Cameratoezicht maakt de boel niet veiliger.

De Britse krant The Guardian citeert het hoofd van de afdeling Visual Images, Identifications and Detections Office van Scotland Yard:

Massive investment in CCTV cameras to prevent crime in the UK has failed to have a significant impact, despite billions of pounds spent on the new technology (…) Only 3% of street robberies in London were solved using CCTV images, despite the fact that Britain has more security cameras than any other country in Europe.

Maar helaas trekt Scotland Yard hieruit niet de conclusie dat ze hun geld beter ergens anders aan kunnen besteden, maar roept ze juist op tot nog verregaander bevoegdheden en maatregelen. Om het effect van de camera’s te vergroten, zullen beelden van verdachten voortaan op internet openbaar gemaakt worden en zal worden geïnvesteerd in software die personen kan herkennen.

Zoals zo vaak hebben mensen veel te hoge verwachtingen van technologie, zodat dit soort investeringen steevast tot teleurstellingen leidt. Hoewel technologie op veel vlakken heel nuttig kan worden ingezet, is het geen wondermiddel dat alle problemen in een klap oplost. De inzet van technologische middelen om probelemen te bestrijden is prima, zolang je je maar realiseert dat technologie niet alleen problemen oplost, maar ook nieuwe problemen met zich meebrengt. Detective Chief Inspector Mick Neville slaat de spijker op z’n kop:

CCTV was originally seen as a preventative measure. Billions of pounds has been spent on kit, but no thought has gone into how the police are going to use the images.

Politiecamera’s op straat vormen een inbreuk op het privéleven van burgers, die daarmee immers constant in de gaten worden gehouden. Om de nutteloze camera’s nuttiger te maken, wil de politie de privacy van burgers nog verder schenden. Helaas durft niemand te zeggen “helaas, de camera’s hebben niet het gewenste resultaat opgeleverd, laten we iets anders proberen”. Sterker nog: ondanks het feit dat keer op keer wordt aangetoond dat de camera’s criminaliteit niet helpen bestrijden, blijft iedereen toch nog steeds overtuigd van hun nut. Information Commissioner Richard Thomas, die de taak heeft de privacy van burgers te beschermen, zegt

CCTV can play an important role in helping to prevent and detect crime.

Een Britse slachtofferhulporganisatie zegt

Our view is that anything that helps get criminals off the street and prevents crime is good. If handled properly it can be a superb preventative tool.

Waar ze die stellige uitspraken op baseren is helaas volstrekt onduidelijk.

Microsoft en open standaarden

Door Jan-Pieter Cornet, 06 May 2008

Mensen vragen me wel eens waarom ik geen Microsoft produkten gebruik. Het makkelijke antwoord is dan “X is veel beter” (X = mac/linux/…)

Maar dat is niet het complete verhaal. Microsoft heeft een jarenlange geschiedenis om met behulp van alle mogelijke middelen, legaal en illegaal, zijn machts-imperium te bewaken, zelfs als dat ten koste gaat van de industrie waar ze zelf in werkzaam zijn: de IT. Ons vak.

*Dat* is de belangrijkste reden dat ik zo min mogelijk met MS te maken wil hebben: ik steun geen bedrijven die de industrie waar ik zelf in werk, bewust schade toebrengen alleen om er zelf beter van te worden.

De meest recente tragedie heet OOXML “Open Office XML”, oftewel ISO/IEC DIS 29500. Een ISO standaard die “open” heet, en gemaakt door Microsoft, is er iets mooiers op de wereld?

Helaas… de werkelijkheid is een stuk grimmiger. De “open” standaard is helemaal niet “open”, ISO is z’n geloofwaardigheid kwijt, en is nu in z’n functioneren zelfs ernstig aangetast.

Een heel kort stukje geschiedenis. Een uitgebreider verhaal, nog steeds een samenvatting, staat op tideway.com.

In 2007 is het documentformaat ‘ODF’, een documentformaat gemaakt door verschillende bedrijven, waaronder Microsoft, een ISO standaard geworden. Dit formaat wordt gebruikt onder andere door open office vanaf versie 2.x, en door Google docs.

Op sommige plekken, met name regeringen, beginnen aanbevelingen te komen om alleen ODF-formaat documenten te gebruiken en te publiceren. Aangezien Microsoft programma’s niet standaard dit formaat aankunnen, is dat lastig voor veel mensen.

Het is echter rampzalig voor Microsoft, die de controle over het document formaat dreigt te verliezen. Daarom maakt Microsoft ‘OOXML’, eerst tot een ECMA-standaard (dat zegt heel weinig, en de baas van ECMA is een Microsoft werknemer), en vervolgens is deze standaard in rap tempo door het ISO standarisatie proces geduwd.

En toen begon de ellende pas echt. Met behulp van leugens, omkoping en intimidatie werd ervoor gezorgd dat alle landen die op deze ISO standaard konden stemmen, zoveel mogelijk gecontroleerd werden door Microsoft. Waar nodig zijn er zelfs “spontaan” extra landen naar voren gestapt om deel te nemen aan het ISO proces, in feite alleen om OOXML tot standaard te verheffen.

In september 2007 is de eerste stemronde mislukt, maar begin april is het helaas wel gelukt: OOXML is verkozen tot een “ISO standaard”.

In Nederland hadden we ons in september 2007 al buitengesloten door “abstain without comments” te stemmen: iedereen in de ISO commissie in Nederland was het eens met een “Nee” stem, behalve, hoe verrassend, de afgevaardige van Microsoft. Zie isoc.nl.

In andere landen, onder andere Engeland, Frankrijk, Noorwegen en Maleisië zijn er flinke ruzies ontstaan, of wordt er gesproken over corruptie tot het hoogste niveau.

En het is niet alleen dat OOXML een hele slechte standaard is (zie bijvoorbeeld hier), maar ondertussen is de ISO commissie letterlijk kapot. De landen die alleen naar voren gestapt zijn om op OOXML te stemmen, stemmen niet op andere standaarden, die ook in het ISO standaardisatie process zitten. Waardoor het ISO proces nu goeddeels stil ligt.

De oud-voorzitter van de verantwoordelijke ISO werkgroep zegt het zelf:

This year WG1 have had another major development that has made it almost impossible to continue with our work within ISO. The influx of P members whose only interest is the fast-tracking of [OOXML] as ISO 29500 has led to the failure of a number of key ballots. Though P members are required to vote, 50% of our current members, and some 66% of our new members, blatantly ignore this rule despite weekly email reminders and reminders on our website. As ISO require at least 50% of P members to vote before they start to count the votes we have had to reballot standards that should have been passed and completed their publication stages at Kyoto. This delay will mean that these standards will appear on the list of WG1 standards that have not been produced within the time limits set by ISO, despite our best efforts.

En dit schrijft een getuige van het proces in Maleisië:

What is the point is that we have collectively, globally, bore witness to an awesome display of power by a single corporation. Awesome. Ruthless, even. That Microsoft would fight in every nook and cranny, every possible avenue, every committee, sub-committee, sub-sub-committee, upwards, downwards and sideways to the committees, is simply astounding.

That Microsoft can and did encourage the final decision makers to ignore the wishes of their own standards bodies, majorities be damned, is further affirmation of this awesome display.

However, it was awesome. One company, Microsoft, against all comers, all over the world.

Simply, awfully, awesome.

Deze issue loopt nog, maar Microsoft claimt alvast de overwinning, uiteraard. Volg ‘t op boycottnovell.com.

Zullen we allemaal alsjeblieft heel snel overstappen op ODF?

Een bijdrage van Jan-Pieter Cornet

Jan-Pieter is systeembeheerder bij XS4ALL.

Andrew Keen: ‘Experts, daar gaat het om in onze cultuur’

Door Maurits Martijn en Boris Nihom, 24 April 2008

Vorige week hield Andrew Keen de Globaliseringslezing. Sinds zijn boek The Cult of the Amateur: How the Internet is Killing our Culture uitkwam, vinden zijn pessimistische toekomstbeelden over de destruc tieve gevolgen van internet een gewillig oor. Maar hoewel hij prikkelend schrijft en spreekt, is er wel wat af te dingen op zijn retorische redeneringen. Een gesprek.

Een vermakelijke stelling voor aan de bar: als een gigantische hoeveelheid apen achter een even zo grote hoeveelheid typemachines zit, tikt een van die apen ooit Hamlet van Shakespeare uit. Statistici denken dat dit klopt, internet filosoof Andrew Keen denkt van niet.

Volgens Keen proberen wel honderden miljoenen apen dagelijks zulke meesterwerken te creëren. Heeft u een breedbandverbinding en schrijft u wel eens op uw weblog? Voegt u wel eens wat informatie toe op Wikipedia of zet u het filmpje van de eerste stapjes van uw dochter op YouTube? Dan bent u de aap en uw computer is de typemachine. Maar in plaats van meesterwerken, produceren u en uw medeprimaten een digitaal oerwoud van middelmatigheid. De ongebreidelde productiedrang van de digitale aap haalt volgens Keen het fundament onder onze beschaving vandaan: hoogwaardige kennis en cultuur gecreëerd door mensen die daartoe gerechtigd zijn: professionele journalisten, muzikanten en filmmakers.

Sinds ongeveer een jaar geleden zijn boek The Cult of the Amateur: How the Internet is Killing our Culture uitkwam, vindt Andrew Keens pessimistische toekomstbeeld een gewillig oor. En hij verspreidt zijn boodschap met verve: hij is eloquent, polemisch, geestig en zijn Brits-Amerikaanse accent geeft hem de nodige gezaghebbende charme. De ‘Antichrist van het internet’ vliegt de wereld over en schrijft in de tussentijd columns en artikelen voor bladen als de Independent en Prospect Magazine. Vorige week maandag speelde hij een voorname rol in de Tegenlicht-documentaire Wiki’s Waarheid. De dag daarna hield hij de prestigieuze Globaliseringslezing in het Amsterdamse Felix Meritis. Woensdag en donderdag waren gereserveerd voor interviews, met als tussendoortje een debat aan de UvA.

De belangrijkste reden voor zijn korte tour in Nederland was om de Nederlandse uitgave van The Cult of the Amateur te promoten. En hoewel de vertaling van de titel en ondertitel De @cultuur: hoe internet de beschaving ondermijnt, minder radicaal klinkt dan het Engelse origineel, blijven de felle polemische toon en inhoud van het boek in de vertaling overeind. Het boek is een frontale aanval op de cultuur en economie van het internet.

Hypocriete ideologie

Een groot deel van Keens kritiek betreft Silicon Valley, het epicentrum van de internetindustrie aan de westkust van de Verenigde Staten. Volgens Keen is dit de broedplaats van het kwaad, want hier wonen de bolbuikige ex-hippies die miljoenen verdienden tijdens de eerste internethype. Nu prediken ze de hypocriete ideologie van de democratisering van de media. Saillant aan de boodschap van Keen is dat hij weet waar hij het over heeft: hij was een van de eerste entrepreneurs op het World Wide Web. In 1983 vestigde Keen, een Brit van oorsprong, zich in Californië. Hij had zich aan de universiteiten van Londen en Sarajevo geschoold in Oost-Europese studies, waarna hij aan de universiteit van Berkeley zijn master in de politicologie behaalde. Na aan de North eastern University in Boston te hebben gewerkt, keerde hij in 1994 terug naar San Francisco.

Daar vond de Big Bang van het internettijdperk plaats. Keen was erbij toen in Silicon Valley de eerste generatie internet ontstond, aangevoerd door bedrijven als Yahoo en Netscape. ‘Ik wist helemaal niets van internet. In San Francisco kon ik geen aanstelling krijgen aan de universiteit en ik ging werken bij Fi: The Magazine of Music and Sound. Een ambitieus tijdschrift, gespecialiseerd in jazz en klassieke muziek. Het waren ontzettend opwindende tijden en ik raakte steeds meer geïntrigeerd door de mogelijkheden van internet. Ik begon mijn eigen bedrijf Audiocafe, een online verzamelplaats voor informatie over muziek en hifi-apparatuur.’

U werd door Audiocafe een beroemdheid in Silicon Valley; een insider. Waar is het misgegaan?
‘Ik ben een Web 1.0-entrepreneur. Ik geloof nog steeds in de filosofie van de begindagen: hoge kwaliteit content op een digitaal platform. Voor mij is dat wat het internet moet zijn. Maar dat is het niet meer. Dat inzicht kreeg ik vier jaar geleden, tijdens een kampeertrip met een paar honderd hot shots uit Silicon Valley. Deze mensen hebben twee dingen gemeen: ze zijn allemaal miljonair en ze hebben allen een utopistisch geloof in technologie. Hun ideologie is een mengeling van de tegencultuur van de jaren zestig, het vrijemarktdenken van de jaren tachtig en de technofilie van de jaren negentig. Vergis je niet, deze grijze hippies en technologiefreaks zijn de CEO’s van een paar van de machtigste bedrijven ter wereld.

Internet was na de crash van eind jaren negentig helemaal terug, zo droomden ze aan het kampvuur. Door nieuwe technologieën als ‘wiki’ en het weblog kon de gebruiker van internet de producent van content worden. De macht aan het volk. Web 2.0. werd deze nieuwe, verbeterde versie van het internet genoemd. Niemand kon over iets anders praten dan over de democratisering van informatie en kennis. Deze loze term heeft inmiddels een forse lijst bestsellers voortgebracht. In die boeken wordt een volstrekt egalitaire wereld gepredikt, waarin iedereen toegang heeft tot gratis content en deze zelf kan publiceren; of het nou gaat om kennis op Wikipedia of entertainment op YouTube. Toen ik die onzin hoorde, ben ik aan mijn kruistocht begonnen.’

Gratis toegang tot informatie en kennis klinkt als een mooi ideaal.
‘De gedachte van volledig egalitarisme is absurd. De technologie van Web 2.0 geeft iedereen de mogelijkheid om heel makkelijk eigen content te publiceren. Hierdoor vult het internet zich met de nonsens van amateurs; mensen die dénken dat zij muzikant, journalist of wetenschapper zijn. Bovendien zijn er geen poortwachters meer die het goede van het slechte onderscheiden. De enige poortwachter op internet is de zogenaamde wijsheid van de massa. Zie Google, dat alleen onderscheid kan maken tussen wat populair is en wat niet. Het feit dat de content van amateurs op sites als Wikipedia en YouTube gratis beschikbaar is, verergert dit probleem. Mensen raken gewend aan gratis informatie. Hierdoor worden de experts die moeten leven van hun werk nog verder in het nauw gedreven. Kijk maar naar de muziekindustrie, de filmindustrie en de journalistiek. De traditionele media gaan kapot door het werk van amateurs.’

Web 2.0 wordt volgens u gekenmerkt door ‘digitaal darwinisme’.

‘Als iedereen kan zeggen wat hij wil en daar ook de middelen toe heeft, dan zijn de mensen die het hardst kunnen schreeuwen degenen die je boven de massa uit hoort. Dat zie je heel duidelijk bij bijvoorbeeld weblogs of Wiki pedia; daar geldt het recht van de luidste.’
De Nederlandse politica Rita Verdonk is onlangs een politieke partij begonnen naar Wikipedia-model. Haar volgelingen kunnen meeschrijven aan haar politieke programma.

‘Dit soort initiatieven is logisch, onvermijdelijk en volgens mij een perfect voorbeeld om te laten zien hoe absurd het argument voor democratisering is. Het kan interessant worden als er echt een half miljoen mensen oprecht hun suggesties online zetten, zich beschaafd gedragen, niet anoniem zijn en actief over de onderwerpen debatteren. Het probleem is dat er waarschijnlijk een kleine, anonieme minderheid zal zijn die de boel overneemt. Het is een verleidelijke theorie, maar het werkt niet. We hebben poortwachters nodig om een kakofonie van meningen te voorkomen. Zelfs in een debatpanel vol slimme mensen gaat het mis als er niemand is om het gesprek te begeleiden. Experts, daar gaat het om in onze cultuur.’

Hoe onderscheidt de expert zich van de amateur?
‘Een expert is iemand die zijn geld verdient met zijn werk, een professional. Het grote verschil met amateurs is dat professionals de tijd hebben zich fulltime te ontwikkelen. De kwaliteit van het werk van bijvoorbeeld een betaalde journalist is daarom per definitie beter dan dat van een amateur. Iemand die voor niets op het internet schrijft moet acht uur per dag in de bediening werken om zijn of haar verslaving te betalen. Het is geen kwestie van vaardigheden of instelling, maar van tijd.’

In uw boek lijkt u een meer moreel oordeel te vellen over dit onderscheid.

‘Kijk, iedereen wordt geboren als amateur. Niemand komt als expert te wereld en je moet het recht verdienen om jezelf zo te mogen noemen. Elke carrière behelst een ontwikkeling van amateur naar student, naar professional. Waar ik tegen ben, is de verheerlijking van de amateur. Dat iemand omdát hij of zij geen professional is puurder, slimmer en meer erudiet zou zijn. Ik erken de complexe relatie tussen amateurs en experts. Ik erken dat er slechte professionals zijn. En ik erken dat er soms amateurs zijn die heel erg goed zijn in wat ze doen. Maar dat zijn de uitzonderingen die de regel bevestigen.’

Dat maakt het onderscheid niet duidelijker.

Een van de grote problemen van mijn boek is dat de Engelse titel The Cult of the Amateur luidt, maar dat ik het onderscheid tussen experts en amateurs onvoldoende analyseer. Als ik het boek mocht herschrijven, dan zou ik beginnen met een meer analytisch hoofdstuk over wat een expert is, en waarom alleen experts de rol van poortwachter kunnen vervullen. Het boek, zoals het nu verschenen is, is vooral een polemiek.’

Sekte

Keen zet zich sinds de publicatie van zijn boek af tegen de gemeenschap waar hij ooit deel van uitmaakte. Zijn vroegere vrienden noemen hem schertsend de Antichrist van Silicon Valley, een titel die hij trots op zijn visitekaartje heeft afgedrukt. Hij was de juiste man op het juiste moment: het ongebreidelde optimisme dat het internetdebat in de greep hield, had blijkbaar een tegenreactie nodig. En die rol is Keen op het lijf geschreven. Op hoge toon jaagt hij zijn voormalige collega’s en de internetgemeenschap tegen zich in het harnas. Belangrijke internetgoeroes als Kevin Kelly, de oprichter van Wired, het grootste technologiemagazine van Amerika, Lawrence Lessig, hoogleraar auteursrecht aan Stanford, en Chris An der son, de auteur van de wereldwijde bestseller The Long Tail en thans hoofdredacteur van Wired, zijn Keens zelfverklaarde vijanden.

In heftige polemieken ontsnapt Keen als een Houdini aan hun punten van kritiek. Hij zet deze ‘sekte’ steevast weg als utopisten die niet slimmer zijn dan de apen die zij ophemelen. Retorisch geweld gelardeerd met de nodige academische wetenswaardigheden zijn de wapens van de polemicus en hij zet die wapens in tijdens goedbetaalde debatten en conferenties, in kranten en op televisie en, jawel, op zijn eigen weblog. ‘Ik heb een blog, omdat dat moet van mijn uitgever. Sommige mensen vinden dat hypocriet. Ach, het vergroot de waarde van Andrew Keen als merk. De echt goede stukken schrijf ik niet op mijn blog. Dat zou zinloos zijn. Wat hou ik er aan over als ambitieuze schrijver, die wil dat mensen zijn boek lezen? Geld verdienen is uiteindelijk de bottom line. Ik hoef niet onmetelijk rijk te worden, maar ik heb wel geld nodig om mijn hypotheek te kunnen betalen.’

Dat wordt moeilijker in het Web 2.0.-tijdperk?
‘Mijn grootste kritiek op die Web 2.0.-nonsens is dat professionals niet meer voor hun werk worden betaald en amateurs denken dat het nobel is om de inhoud gratis weg te geven. Dat trivialiseert en devalueert de vruchten van intellectuele arbeid, waardoor gevestigde instituties het steeds moeilijker krijgen. De grote uitdaging voor een schrijver, kunstenaar of muzikant is hoe je geld kunt verdienen aan je talent en van je passie je werk kunt maken. Ik ben ervan overtuigd, en dat is de kern van mijn boek, dat je beter de traditionele route kunt volgen omdat de nieuwe manier niet werkt. Zonder redacteuren en talentenscouts komt talent niet bovendrijven. Iedereen kent het voorbeeld van de Arctic Monkeys, maar zij zijn eerder de uitzondering dan de regel. Er zijn oneindig veel bandjes op You Tube en Myspace die nooit ontdekt zullen worden.’

Er zijn toch ook duizenden bandjes die nooit ontdekt worden door een talentenscout?
‘Ik weet niet precies wat de verhouding is, maar weet wel dat ik liever een John Hammond (de talentenscout die zowel Bob Dylan als Bruce Springsteen ontdekte, red.) een oordeel laat vellen over wie de nieuwe Dylan wordt, dan een publiek van anonieme gekken. Er zullen altijd genieën zijn; de nieuwe Stones of de nieuwe Hitchcock. Het idee dat het publiek hen zal vinden, zal ervoor zorgen dat elke cultuurindustrie een grote Idols-competitie wordt. Weg Shakespeare, weg Stones.

De winnaar van Idols verkoopt vervolgens alsnog niets, simpelweg omdat het niet goed genoeg is. Mijn generatie is opgegroeid met goede muziek, maar ik vrees voor toekomstige generaties. Niet omdat er geen talent meer is, maar omdat de muziekindustrie aan het instorten is. En dat, terwijl een aantal grote Web 2.0-bedrijven onmetelijk rijk wordt aan het werk van amateurs.’

Toch zegt u dat Google een van de meest briljante businessmodellen in de geschiedenis is.

‘Google is een opmerkelijke economische motor en heeft een revolutie teweeggebracht in de online media. Ik heb geen bezwaar tegen zijn succes en tegen het feit dat de markt dat succes waardeert. Google is een bedrijf dat winst maakt met een briljant businessmodel: de waarde van Google is ons intellectueel kapitaal, en die waarde neemt toe elke keer dat wij een zoekactie verrichten. Maar Google is, net als alle andere Web 2.0-bedrijven, niet in staat gebleken om genoeg alternatieve banen te creëren voor alle creatieve sectoren die zij ruïneert.’

Zijn er nieuwe businessmodellen denkbaar voor de traditionele creatieve sector?
‘Ik zie een ontwikkeling naar het Prince-model en dat baart me zorgen. Prince geeft zijn muziek gratis weg via het web en verdient zijn geld met een wekelijkse show in Las Vegas, waar de happy few honderden dollars voor betaalt. Dat betekent minder democratisering en egalitarisme. Dylan verkocht Blood on the Tracks voor vijftien dollar. Zo kon iedereen ervan genieten.’

Dat is een drogredenering. De inkomsten van die exclusieve concerten gebruikt Prince juist om muziek te kunnen blijven maken.
‘Muzikanten gaan vooral moeite stoppen in hun live werk, want daar zit het geld. Bruce Springsteen sliep een jaar niet om Born to Run te maken. Ik denk niet dat Prince diezelfde mate van bezieling in zijn gratis album legt. En datzelfde geldt voor het laatste album van Radiohead, waarvan de kopers zelf de prijs mochten bepalen. Als ik mijn geld zou verdienen met het geven van speeches en het boek alleen ter promotie daarvan zou dienen, dan zou ik er niet zo hard aan gewerkt hebben.’

Narcistische nonsens

De apostelen van Silicon Valley mogen Keen dan verachten, serieuze podia omarmen hem. Hij was te gast bij de BBC en CNN en sprak de Verenigde Naties toe. Vorige week mocht hij in Felix Meritis de Globalizeringslezing houden, waar vooraanstaande internationale denkers hun visie op de steeds meer verbonden wereld geven. Onder andere Pulitzer Prize-winnaar Thomas Friedman, Nobelprijs laureaat Joseph Stiglitz en de filosofen Peter Singer en Benjamin Barber gingen Keen voor.

Tijdens de lezing werd duidelijk dat Keens polemische toon ook in intellectuele kringen felle tegenreacties uitlokt. Die hard-optimisten blijven daarbij vaak steken in het opsommen van voordelen van Web 2.0 en het ontkrachten van diverse voorbeelden en statistieken uit het boek, die inderdaad niet allemaal even secuur opgesteld zijn. Keen: ‘Wij Engelsen zijn beter in polemiek dan in nuance.’

Meer fundamentele kritiek was te horen in het commentaar van Karin Spaink, columniste van Het Parool en voorzitter van digitale-burgerrechtenbeweging Bits Of Freedom. Zij beargumenteerde dat Keen de ‘narcistische nonsens’ van amateurs op internet op de verkeerde merites beoordeelt: ‘een tekening van je kinderen beoordeel je ook niet op zijn esthetische waarde’. Daarnaast is zelfexpressie volgens haar van alle tijden en vergelijkbaar met het verplicht kijken naar de vakantiefoto’s van de buren. Keen: ‘Spaink is welbespraakt. Maar met deze kritiek mist ze het punt van mijn boek. Het gaat mij om de onbedoelde effecten van deze nieuwe toepassingen als Wikipedia en You Tube: de cultivering van de amateur, de devaluering van de expert en als gevolg daarvan de ineenstorting van de creatieve sector. Haar punt van zelfexpressie is pure retoriek, dat ik altijd krijg te horen. Web 2.0 legt juist de crisis van het private bloot. Deze generatie heeft een vulgaire drang tot zelfexpressie en het is gevaarlijk dat anderen steeds meer over ons privéleven weten, zonder dat wij ons afvragen of wij dat wel willen.’

Een ander punt van kritiek van Spaink ging over de passage uit zijn boek waarin hij zegt dat professionele journalisten, in tegenstelling tot anonieme amateurs, bereid zijn hun artikelen in de rechtszaal te verdedigen. Amateurs hebben zichzelf op hun beurt het recht gegeven onwaarheden te publiceren, waarop niemand ze kan aanspreken. Karin Spaink meent dat het in landen met repressieve regimes vaak juist de amateurs zijn die de moed tonen om aan censuur te ontsnappen. En weblogs en communitysites geven hun een podium hun mening te ventileren, in tegenstelling tot de door de staat gecontroleerde media.

Keen is het daarmee eens, maar kaart liever een ander fundamenteel verschil tussen het Westen en de Derde Wereld aan. ‘We moeten niet vergeten dat wij in het Westen met de media hebben leren omgaan, juist omdat de media zo goed georganiseerd zijn. Wij hebben geleerd onderscheid te maken tussen betrouwbare en onbetrouwbare journalistiek. In ontwikkelingslanden is het publiek extra kwetsbaar, omdat het dat onderscheid niet kan maken. En als we nu al zien wat bedrijven als Facebook met onze privégegevens doen, vrees ik het ergste als mensen als Mugabe zich met Web 2.0-technologie gaan bemoeien.’ Keen zegt dat hij echt boos werd toen Spaink begon over de negatieve invloed die de commercie heeft op de media. ‘Hoe denkt zij dat hogekwaliteitsmedia gemaakt wordt? Met geld toch? Activisten zoals Spaink hoeven niet over geld na te denken.’

Dat was niet wat Spaink bedoelde: haar punt was dat nieuwe technologieën de consument de mogelijkheid geven aan reclame te ontsnappen. Als we dit Keen hebben uitgelegd, zegt hij: ‘Ik ben het wel eens met Spaink dat de traditionele media steeds meer vervuild raken, maar niet zozeer door reclame, als wel door pulp als soaps in plaats van goed drama, en realityshows in plaats van kwalitatief hoogstaand nieuws.’ Dan doet hij een bekentenis: ‘Ik heb een pessimistisch boek geschreven. De zwakte van mijn boek is dat een duidelijke kritiek op de traditionele media ontbreekt. Van real life tv en Idols naar Web 2.0 is een kleine stap. En bovendien ben ik er eigenlijk van overtuigd dat mensen uiteindelijk genoeg van de onzin krijgen en natuurlijk willen betalen voor goede kwaliteit. Op een gegeven moment wil niemand meer naar poepende honden kijken op YouTube. Het mag dan misschien wel gratis zijn; het blijft tijdverspilling.’

Elitist

Het is opvallend hoe Keen tijdens het interview de standpunten van zijn boek nuanceert of zelfs teniet doet. Zijn polemische toon zwakt af als de dikke laag recalcitrantie is afgestoft. In zijn boek, optredens en interviews verwart hij nog wel de traditionele media met het veel grotere begrip ‘cultuur’ en hij blijft een elitist, iets waar hij zich allerminst voor schaamt. Maar hem beschuldigen van cultuurconservatisme slaat nergens op, zo zegt hij. ‘Ik ben juist heel progressief. De utopistische hang naar het gelijkheidsideaal van de jaren zestig, dat is pas conservatief.’ Toch zien slechts weinigen deze kant van de criticus. ‘Ik weet dat veel mensen mijn boek halverwege al zo ongeveer verbrand hebben. Maar ik moest het zo schrijven omdat ik niet meer tegen al die kritiekloze toekomstscenario’s kon. Er is op zich niets mis met de optimisten. Ze doen eigenlijk hetzelfde als ik. Maar zij hebben van hun radicaal libertaire vrijemarkt-utopisme een soort orthodoxie over de toekomst van de media weten te maken en beweren een onvermijdelijke en volstrekt logische toekomst te beschrijven.’

Hoe verhoudt zich dat tot het radicale standpunt in uw boek?

‘Wat ik doe, is enkel zeggen: “Nee, deze orthodoxie is verkeerd!” Mijn argumentatie is niet perfect, maar ze is niet meer of minder polemisch dan die van de utopisten.’

Wat is het uiteindelijke doel van uw boek?
‘Ik wil een tegengeluid geven op al die optimistische geluiden over het internet. De utopisten van Silicon Valley doen alsof het allemaal onvermijdelijk is, en dat zij weten hoe de toekomst eruit zal zien. Ik vind zulk technologisch determinisme eng, omdat het discussie bij voorbaat doodslaat.’

Bent u zelf niet ook technologisch determinist?
‘Het boek suggereert dat inderdaad, maar in werkelijkheid ben ik het niet. De ondertitel van het boek is verkeerd, die geeft een foutieve beschrijving van het boek. Internet vernietigt onze cultuur niet. Wij doen het zelf en internet houdt ons slechts een spiegel voor.’

Wat zien wij in die spiegel?

‘We zien onszelf, en de meesten van ons zijn niet zo mooi. Als we onszelf mooier gaan maken dan we zijn, dan gaat het de verkeerde kant op, dat gaat de amateur nog meer verheerlijkt worden. We moeten geen technologieën gaan verbieden, maar we moeten wel serieus nadenken over de implicaties en onbedoelde effecten ervan. En het is niet onvermijdelijk dat onze cultuur door internet wordt ondermijnd. Wat ik wel zeg, is dat wij de technologie moeten controleren en niet andersom. En in die zin ben ik het tegenovergestelde van een technologisch determinist. Als ik dacht dat dit alles onvermijdelijk was, waarom zou ik er dan nog een boek over schrijven?’

Dit artikel verscheen eerder in Vrij Nederland en is met toestemming van de auteurs overgenomen.

Een bijdrage van Maurits Martijn en Boris Nihom

Maurits is redacteur van weekblad Vrij Nederland. Boris is strategy manager bij THEY.nl

Douane doorzoekt mobiele telefoons

Door Niels Huijbregts, 23 April 2008

De Telegraaf schrijft over een pilot van de douane op Schiphol, die fototoestellen en mobiele telefoons ‘leegzuigt’ op zoek naar afbeeldingen van kindermisbruik. De actie richt zich op alleenreizende mannen die in landen zijn geweest waar sekstoerisme plaatsvindt.

Het juridische fundament daarvoor is “een redelijk vermoeden van schuld. De douane mag iemands bezittingen doorzoeken. Dat is helemaal legitiem.”, staat in het artikel. Ik kan niet beoordelen of dat juridisch klopt, maar een zeer onbehaaglijk gevoel bekruipt mij als ik hoor dat alleen naar Thailand reizen je tot verdachte van kindermisbruik maakt, waardoor de douane je vakantiefoto’s mag bekijken om te zien of hun verdenking klopt. Wat nu als je op het strand per ongeluk een foto van kind hebt gemaakt?

Lunch 2.0 bij XS4ALL

Door Mieke van Heesewijk, 21 April 2008

Hoe werkt internet eigenlijk? Een rondleiding door en een presentatie over DC2, het datacenter van XS4ALL dat sinds 2003 het centrale knooppunt van het XS4ALL-netwerk. In het datacenter is alles gericht op veiligheid, betrouwbaarheid en snelheid. Verder een presentatie over de grondbeginselen van XS4ALL, over online recht en de juridische aspecten van internet door Margreth Verhulst, Public Affairs & regelgeving XS4ALL.

Leaseweb gaat preventief afbeeldingen verwijderen

Door Niels Huijbregts, 17 April 2008

Webwereld bericht dat hostingprovider Leaseweb preventief afbeeldingen van websites gaat verwijderen, na een golf van kritiek over kinderporno naar aanleiding van een uitzending van NOVA.

“Een interne commissie van directieleden zal afbeeldingen identificeren die op zich niet verboden zijn, maar wel twijfelachtig. Deze worden tijdelijk verwijderd, totdat justitie een helder kinderpornobeleid invoert.”

Dat is kwalijk. Behalve dat het onmogelijk is, met een commissie van een aantal directieleden alle miljoenen sites die door Leaseweb gehost worden in de gaten te houden, is het bovendien zeer onwenselijk. Je kunt van medewerkers van een provider niet verlangen dat ze zelf beoordelen welke plaatjes wel en niet door de beugel kunnen. Het beoordelen of een foto kinderporno is of niet is een afschuwelijke taak - je zult maar de hele dag naar dat soort afbeeldingen moeten kijken - die bij politie en justitie thuishoort.

In de uitzending van NOVA bleek dat de politie een onduidelijk beleid voert: een website werd door de politie als legaal bestempeld, terwijl de site wel geblokkeerd moest worden omdat die kinderporno zou bevatten. Ik begrijp goed dat die beoordeling ook voor de politie in het geheel niet eenvoudig is, maar dat betekent niet dat de directie van Leaseweb die taak dan maar moet overnemen.

Filter opnieuw in het nieuws

Door Niels Huijbregts, 16 April 2008

Gisteren verschenen opeens weer allerlei berichten over het kinderpornofilter van het KLPD. “Grote providers gaan kinderporno weren” kopte nu.nl. Dat bericht bleek gebaseerd op een brief van de Minister van Justitie aan de Tweede Kamer over cybercrime. Een hoofdstuk daarin is gewijd aan het blokkeren van websites met kinderporno en het overleg daarover tussen KLPD en een aantal providers. De minister gaf aan dat dat overleg positief verloopt en dat dus verwacht mag worden dat binnenkort overeenstemming wordt bereikt.

Het bericht werd overgenomen door andere media. De boodschap veranderde naar “Isp’s stemmen in met blokkeren kinderporno“, waardoor het leek alsof alles al rond is.

Dat is nog niet helemaal zo; de onderhandelingen tussen KLPD en ons zijn nog niet afgerond. Wel waren technisch directeur Simon Hania van XS4ALL en minister Hirsch Ballin vorige week in NOVA aan het woord over het onderwerp. Beiden vertelden ze aan welke voorwaarden zo’n filtersysteem zou moeten voldoen. De visies van Hania en Hirsch Ballin kwamen behoorlijk overeen, dus mag je verwachten dat er inderdaad een overeenkomst uit zal komen. Webwereld was de enige die navraag deed en schreef dus uiteindelijk het meest accurate verhaal.

Nieuw uiterlijk XS4ALL homepage

Door Victor Onrust, 15 April 2008

Mag ik als klant mijn openlijke opluchting verklaren over de verdwijning van de verschrikkelijke stekker !!

Europees Parlement tegen het afsluiten van filesharers

Door Niels Huijbregts, 11 April 2008

Het Europees Parlement heeft gisteren een amendement aangenomen waarin het de Europese lidstaten oproept geen maatregelen te nemen die “strijdig zijn met de mensenrechten, de burgerrechten en de beginselen van evenredigheid, doelmatigheid en ontradende werking, zoals onderbreking van de internettoegang.”

Er was de laatste tijd een sterke lobby actief in Brussel, die het EP wilde laten instemmen met plannen van Engeland en Frankrijk om filesharers (’internetpiraten‘) die na waarschuwing doorgaan met het downloaden en delen van auteursrechtelijk beschermd materiaal, volledig af te sluiten van internet. Daarbij wilde Engeland zelfs zo ver gaan dat internetproviders wettelijk verplicht moesten worden, te helpen bij de bestrijding van ‘piraterij‘.

Het amendement dat nu is aangenomen voorkomt dat: “22 bis. roept de Commissie en de lidstaten op te erkennen dat het internet een breed platform is voor culturele expressie, toegang tot kennis en democratische participatie in de Europese creativiteit, dat generaties samenbrengt in de informatiemaatschappij, en daarom geen maatregelen te nemen die strijdig zijn met de mensenrechten, de burgerrechten en de beginselen van evenredigheid, doelmatigheid en ontradende werking, zoals onderbreking van de internettoegang.

Daarmee erkent het EP gelukkig dat internet niet slechts een kwaadaardig kopieerapparaat is. Internet is steeds meer een essentieel onderdeel van het dagelijks leven van miljoenen mensen, dat niet zomaar uitgezet kan worden om de entertainmentindustrie een plezier te doen. Tegelijkertijd heeft die entertainmentindustrie natuurlijk wel een punt wanneer ze zegt dat haar rechten via internet op grote schaal geschonden worden. Het laatste woord over de kwestie zal dan ook nog lang niet gezegd zijn.

8 april: 21e Globaliseringslezing met Andrew Keen: Wisdom of the Crowd

Door Mieke van Heesewijk, 01 April 2008

Ontwikkelt internet zich tot kennis middel van de armen of tot een nieuwe vorm van cultuurimperialisme? Als iedereen maar naar believen knipt, plakt en kopieert, wie ziet er dan nog toe op bescherming van het auteursrecht of op het principe van hoor en wederhoor? Wat moeten we met al die amateurs die hun meningen verkondigen in blogs? Volgens internet ondernemer en journalist Andrew Keen verdringt de amateurverslaggeving de professionele journalistiek.

De vraag is of men daar in andere delen van de wereld ook zo over denkt. Wat kan het Web 2.0 (user generated content) betekenen voor mensen in ontwikkkelingslanden? En biedt Web 2.0 ons niet juist toegang tot ongecensureerde berichtgeving uit oorlogsgebieden of landen onder die zuchten onder staatscensuur?

Lees verder

Burgerinitiatief ikbeslis.nu gestart

Door Mieke van Heesewijk, 01 April 2008

Ikbeslis.nu is een onafhankelijk internet platform dat de mogelijkheid biedt om structureel en direct invloed uit te oefenen op een specifiek politiek of maatschappelijk issue.

Ikbeslis.nu biedt mensen een makkelijk en effectief online middel om politieke invloed uit te oefenen op een onderwerp dat hen raakt. De initiatiefnemers van ikbeslis.nu zijn niet automatisch ook ondersteunders van de acties die worden gevoerd. Ikbeslis.nu bundelt meningen en maakt zo van individuele meningen een krachtige beweging, zonder dat je het gedachtegoed van een hele politieke partij of organisatie erbij krijgt. Ikbeslis.nu biedt - in tegenstelling tot andere burgerinitiatieven die veel overleggen en praten - directe invloed op de Nederlandse politiek en is voor iedereen die internettoegang heeft beschikbaar.

Bewaarplicht telecommunicatiegegevens

Door Niels Huijbregts, 31 March 2008

Deze week wordt het wetsvoorstel Bewaarplicht Telecommunicatiegegevens plenair behandeld in de Tweede Kamer. Met het wetsvoorstel moet de Europese Richtlijn Dataretentie in het Nederlandse recht worden overgenomen. Kort gezegd komt de wet erop neer dat van alle telecommunicatie tussen alle burgers, gedetailleerde gegevens moeten worden opgeslagen door de telecombedrijven, voor opsporingsdoeleinden.

Dat idee is vanaf het eerste begin zeer omstreden geweest: veel burgers vinden het geen fijn idee dat al hun telefoongesprekken, sms’jes en e-mails worden geregistreerd. Volgens privacy-experts is de bewaarplicht in strijd met het Europese Verdrag van de Rechten van de Mens. Rechtsgeleerden vinden dat het in de gaten houden van miljoenen onschuldige burgers, in strijd is met de Europese rechtsbeginselen. Computerexperts maken zich zorgen over beveiligingsrisico’s van de opslag van zoveel persoonlijke gegevens. En velen vragen zich af of de miljoeneninvesteringen die nodig zijn voor de bewaarplicht, wel iets op zullen leveren.

Ondanks alle bezwaren en protesten werd de Europese richtlijn aangenomen, en moeten de EU-lidstaten die dus overnemen in hun nationale wetten. In onze buurlanden is dat al gebeurd, in Nederland moet de Kamer daar nu dus over beslissen. Om ze te helpen bij die beslissing heeft XS4ALL in een brief aan de kamerleden nog eenmaal zeven belangrijke argumenten op een rij gezet. De gehele brief is hier te downloaden, hieronder zet ik de argumenten kort uiteen:

  1. Ondemocratisch
    In het wetsvoorstel staat dat gegevens moeten worden opgeslagen, maar er staat niet welke gegevens moeten worden opgeslagen. Dat zal later door ambtenaren, buiten de Tweede Kamer om, bepaald worden. De volksvertegenwoordigers mogen dus niks zeggen over welke gegevens worden opgeslagen. Dat is ondemocratisch.
  2. Nut en noodzaak
    Geen enkel onderzoek heeft aangetoond dat de bewaarplicht zal helpen bij het voorkomen van terroristische aanslagen, of op andere wijze nut zal hebben. Daarom zou Nederland zeer terughoudend moeten zijn bij het implementeren van de Europese richtlijn en de gegevens dus zo kort mogelijk op moeten slaan. Maar in plaats van de door Europa bepaalde minimale bewaartermijn van 6 maanden, wil de wetgever de gegevens in Nederland drie keer zo lang bewaren. Dat betekent hogere kosten en risico’s, zonder dat iemand kan vertellen waar dat goed voor is.
  3. Spam
    Van alle e-mails zullen gegevens moeten worden opgeslagen. Aangezien zo’n 95% van al het e-mailverkeer spam is (zie onze spamteller) zal dus de overgrote meerderheid van de opgeslagen gegevens nutteloze troep zijn. Dat maakt de gegevens slecht bruikbaar voor opsporingsdoeleinden omdat zoeken naar nuttige gegevens in al die troep heel lastig zal zijn. Het opslaan van troep is bovendien zonde van het geld.
  4. Harmonisatie
    Een belangrijk doel van de Europese richtlijn is het harmoniseren van de opslag van gegevens door alle lidstaten. Maar de lidstaten hebben bij implementatie van de richtlijn gekozen voor opslag van zeer verschillende gegevens, op zeer verschillende manieren en voor zeer verschillende opslagtermijnen. Die harmonisatie is dus mislukt.
  5. Kosten
    Omdat in het wetsvoorstel niet staat welke gegevens moeten worden opgeslagen (zie punt 1), is niet te voorspellen wat de kosten zullen zijn van de investeringen die moeten worden gedaan om de wet uit te voeren. De Kamer wordt dus gevraagd in te stemmen met een soort carte-blanche wet. Wat wel duidelijk is, is dat de providers die kosten moeten betalen, niet de overheid. En dat is raar, want opsporing is strikt een overheidstaak. De kosten van opsporingsmiddelen zouden dus niet door particuliere partijen moeten worden gedragen.
  6. Oneerlijke concurrentie
    In onze buurlanden betaalt de overheid de kosten die nodig zijn voor de bewaarplicht. Als die kosten in Nederland door de providers moeten worden betaald, onstaat oneerlijke concurrentie met buitenlandse providers. Internet trekt zich immers weinig aan van grenzen, buitenlandse bedrijven kunnen gemakkelijk hun diensten aanbieden op de Nederlandse markt.
  7. Evaluatie
    Omdat volstrekt onduidelijk is of de bewaarplicht wel zin heeft, is het noodzakelijk dat wordt afgesproken dat de wet na een bepaalde tijd wordt geevalueerd. Die afspraak mist in het huidige wetsvoorstel. Wanneer bij evaluatie zal blijken dat de wet niet voldoende bijdraagt aan de bestrijding van criminaliteit, dan moet de wet weer worden afgeschaft.

Het wetsvoorstel staat voor donderdag 3 april op de agenda van de Tweede Kamer.

Een bijdrage van Niels Huijbregts

Niels werkt op de afdeling Public Affairs van XS4ALL als woordvoerder.

Pechtold stelt kamervragen over bewaarplicht

Door Niels Huijbregts, 20 March 2008

D66-fractieleider Pechtold heeft de Minister van Justitie kamervragen gesteld over de uitspraak van het Constitutionele Hof in Duitsland over de bewaarplicht. Op de website van D66 geeft hij zijn visie op de bewaarplicht in Nederland:

“… De sociaal-liberaal benadrukt het belang van de rechten en vrijheden van burgers: `Het is een glijdende schaal. Als we alle overheidsbemoeienis toe blijven staan onder het mom van terrorismebestrijding, kunnen we straks geen stap meer maken zonder dat de overheid je in de gaten heeft en tal van gegevens over je bezit. Daarom moeten we zeer zorgvuldig zijn met het openbaar stellen van privégegevens’.”

Update: de kamervragen zijn nu ook als pdf beschikbaar.

Democraten kwetsbaar door ‘friendly fire’

Door André Krouwel, 20 March 2008

De overwinningen van Hillary Clinton in de Democratische voorverkiezingen Ohio en Texas luiden een nieuwe ronde in van het gevecht om de nominatie voor presidentskandidaat. Terwijl de Republikeinen steeds meer de rijen sluiten en zich scharen achter hun kandidaat John McCain, blijven Clinton en Obama verwikkeld in een strijd om de gedelegeerden. Nu geen van de beide Democraten een meerderheid aan gedelegeerden zal winnen, zal de strijd pas echt losbarsten op de Democratische Conventie, de partijvergadering in augustus waarop de uiteindelijke kandidaat zal worden gekozen.

Dat de beslissing op de Conventie valt, lijkt onvermijdelijk. Barack Obama heeft - de schattingen lopen ietwat uiteen - ongeveer 90 gedelegeerden meer voor zich gewonnen dan Hillary Clinton. Dit gat kan Clinton alleen dichten als zij de komende voorverkiezingen met grote verschillen gaat winnen, een scenario dat gezien de laatste polls en het verloop van de campagne hoogst onwaarschijnlijk is. Dat betekent dat de Democraten genoodzaakt worden hun kandidaat te laten aanwijzen door de zogenaamde ‘superdelegates’. Dit zijn Democratische leden van het Congres, Gouverneurs, en partijleiders zoals voormalige presidenten. De partijbonzen kortom, gaan uitmaken wie het in november gaat opnemen tegen John McCain.

De verwachting is dat de supergedelegeerden een voorkeur hebben voor Hillary Clinton. Zij vertegenwoordigt namelijk het establishment van de partij. Hillary en haar man domineren al ruim een decennium in de partij en als voormalige First Lady is Hillary natuurlijk een goede bekende binnen de partijgelederen. Veel partijbonzen hebben hun baantjes en positie te danken aan Bill Clinton en nu verwachten de Clintons daar iets voor terug. It’s payback-time! Bovendien zullen de supergedelegeerden waarschijnlijk liever de ‘veilige’ keuze maken voor de ervaren Hillary, in plaats van de jonge en relatief onervaren Obama in het diepe te gooien. Obama is 25 jaar jonger dan McCain en vrij onervaren in de nationale en zeker in de internationale politiek. Dat zullen de Republikeinen genadeloos uitbuiten in hun televisiespots! Dennis Cardoza, supergedelegeerde uit California verdedigt zijn steun aan Hillary Clinton op de website van The New York Times als volgt:

Hillary Clinton has the strength and experience to bring about the change that our country so desperately needs. Her time as first lady and as a two term U.S. Senator uniquely prepares her to be president from Day 1.

Naast haar evaring spreken nog enkele omstandigheden in het voordeel van Clinton. Hillary heeft enkele grote staten gewonnen, zoals California en Texas en is Obama ook in Michigan en Florida voor gebleven. Weliswaar tellen de uitslagen van die laatste twee staten niet mee omdat beide staten de verkiezingsdatum naar voren haalden, wat in strijd was met de voorschriften van de Democratische partij. Hillary heeft simpelweg de meeste zuidelijke staten gewonnen, wat betekent dat zij in deze Republikeinse bolwerken beter met McCain kan wedijveren dan Obama dat zal kunnen. Ook heeft Clinton een cruciale groep kiezers achter zich weten te scharen, namelijk de ‘Hispanics’. Ook vrouwen, een niet onbelangrijke kiezersgroep, scharen zich in meerderheid achter Hillary. Al met al lijken de kansen van Hillary nog lang niet uitgespeeld, ze heeft enkele goede argumenten waarmee ze de partijbonzen op de conventie zal kunnen overtuigen om haar te nomineren, ondanks het verschil in stemmen met Obama.

Een eventuele keuze voor Hillary Clinton is niet onverstandige, zo blijkt uit een analyse van de gegevens van het Kieskompas. Bijna twee miljoen Amerikanen bezochten de website en 650.000 vulden de vragenlijst volledig in. Uit de gegevens van deze respondenten blijkt dat de standpunten van Clinton goed scoren bij de middengroepen van het Amerikaanse electoraat. Op de belangrijkste issues in deze campagne - terrorisme, gezondheidszorg, immigratie en de economie – scoort zij beter bij kiezers dan Obama. De standpunten van Clinton op deze cruciale onderwerpen sluiten eenvoudigweg beter aan bij de standpunten van de kiezers in het politieke midden. En in het verdeelde Amerika is het uiterst belangrijk de middengroepen aan te spreken. Immers, in de links-progressieve hoek valt niets extra’s te winnen voor de Democraten, net zo min als in de rechts-conservatieve hoek. De twijfelende kiezer in het midden zal de doorslag geven. Het programma van Hillary heeft meer inhoudelijke overeenkomst met deze middenkiezers dan het progressievere verkiezingsprogramma van Obama. Zo is Hillary conservatiever over terrorismebestrijding en Iran; iets waarmee ze veel kiezers kan binnenhalen. De standpunten van Obama zijn veel progressiever op deze punten, zo ziet hij de oorlog in Irak niet als een front in een bredere oorlog tegen het terrorisme. Obama is nu eenmaal veel te progressief om de middengroepen aan te spreken, en dus zal hij een minder goede kans maken in een verkiezingsstrijd tegen McCain. Een keuze van de supergedelegeerden voor Hillary lijkt uit programmatisch oogpunt dan ook een logische.

De voortdurende strijd tussen Hillary en Obama kan uitlopen op een regelrechte ramp. Een nominatie van Hillary zal betekenen dat de partij de wensen van een groot deel van haar achterban negeert; Obama zal waarschijnlijk ten tijde van de Conventie nog steeds op het grootste aantal gedelegeerden rekenen. Deze dolenthousiaste aanhangers van Obama zullen mogelijk, diep teleurgesteld in de ‘oude politiek’, afhaken. De ‘change, hope and believe’ kreten zullen verstommen en de groepen Democraten die Obama kan aanspreken (jongeren, hoogopgeleiden en ‘first-time-voters’) zullen gedesillusioneerd thuis blijven. Of erger, ze gaan op McCain stemmen. In ieder geval zal een groot deel van het enthousiasme en vuur dat nu in de Democratische campagne zit verstommen. Daarnaast zal een niet-democratische nominatie van Hillary als schietschijf dienen voor de Republikeinen. Hoe kan iemand die niet eens op democratische wijze nominatie van haar eigen partij binnen toch serieus meedoen om het presidentschap. Amerika is toch een democratische natie?

De supergedelegeerden kunnen echter ook besluiten toch in te stemmen met de ‘popular vote’ en Obama nomineren. Maar ook dit scenario zal McCain niet erg verontrusten. Hillary heeft in de campagne tot nu toe vooral gewezen op Obama’s gebrek aan ervaring. Obama zou internationale kennis en ervaring ontberen en daarom niet in staat zijn Amerika te leiden. Treffend hierbij is het bekende spotje van de Clinton-campagne waarin slapende kinderen te zien zijn en er een telefoon rinkelt.


Hillary Clinton - Children

Een dreigende stem vraagt zich af wie dit telefoontje in het Witte Huis moet opnemen: “someone who already knows the world’s leaders, knows the military — someone tested and ready to lead in a dangerous world.” De boodschap is duidelijk. Obama is niet ervaren genoeg om Amerika in deze gevaarlijke tijden te leiden. Dit soort spotjes zijn natuurlijk koren op de Republikeinse molen. Blijkbaar wordt er zelfs binnen de Democratische partij getwijfeld aan het leiderschap van Obama. McCain hoeft dan slechts te herhalen wat Hillary al over Obama heeft gezegd.

De voorverkiezingen binnen de Democratische partij hebben, hoe spannend ook, veel weg van een politieke vorm van ‘friendly fire’, en het lijkt onvermijdelijk dat de uiteindelijke presidentskandidaat straks zwaar gehavend aan de start van de presidentsrace zal verschijnen. Het moddergooien tussen Clinton en Obama beheerst tegelijkertijd wel het (Amerikaanse) nieuws wat ongetwijfeld op de korte termijn in het voordeel van de Democraten kan werken, tenminste voor wat betreft media-aandacht. McCain heeft ook zo zijn eigen problemen. Hij heeft duidelijke moeite om het belangrijke conservatief-reilgieuze blok achter zich te verenigen. Een deel van ‘religious right’ twijfelt aan zijn conservatieve aard, mede door zijn liberale opvattingen over bijvoorbeeld immigratie. Ook heeft hij al een paar keer in het openbaar gevloekt, hetgeen leidde tot negatieve reacties religieus rechtse leiders. Uit de analyse van McCain’s standpunten voor het politieke spectrum van Kieskompas blijkt ook dat hij voor Republikeinen een relatief progressieve positie inneemt. Hij zou dit probleem kunnen oplossen door een religieuze conservatief te benoemen als ‘running-mate’. Als de Democraten niet oppassen, wandelt John McCain straks over een rode loper het Witte Huis binnen.

www.kieskompas-usa.nl

Een bijdrage van André Krouwel

André Krouwel is universitair docent Politicologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam en bedenker van het Kieskompas.

Duitse bewaarplicht ingeperkt

Door Niels Huijbregts, 19 March 2008

Naar aanleiding van een petitie van zo’n 30.000 Duitsers heeft het Duitse Constitutioneel Hof - de hoogste rechtbank in Duitsland - de wet op de bewaarplicht alvast wat ingeperkt.

In de petitie vroegen burgers het Hof te oordelen over de grondwettelijkheid van het opslaan van telecommunicatiegegevens en van het opvragen en gebruiken van die gegevens. Over dat laatste punt heeft het Hof nu een uitspraak gedaan: de gegevens mogen alleen worden opgevraagd in verband met onderzoek naar zware criminaliteit. Opsporingsdiensten willen de gegevens ook gebruiken voor analyse naar patronen in de communicatiegegevens van niet-verdachten, en voor de opsporing van ‘middels telecommunicatie begane strafbare feiten’. Dat mag dus niet van het Hof.

Over het eerste deel van de petitie heeft het Hof nog geen uitspraak gedaan. Volgens de indieners is het opslaan van de gegevens op zich al een inbreuk op de rechten van alle burgers. Door communicatiegegevens van alle burgers op te slaan pleegt de overheid een grove inbreuk op de privacy van burgers en behandelt ze die burgers als verdachten terwijl ze dat niet zijn. Voordat de rechters over die vraag uitspraak kan doen, moet de rijksoverheid eerst meer informatie verstrekken aan het Hof, over hoe de bewaarplicht in de praktijk precies werkt. De overheid heeft tot 1 september de tijd om daarover te rapporteren, dus een uitspraak op dat punt zal nog even op zich laten wachten.

Via Heise.

Bouwer e-voting-machine bedreigt onderzoeker

Door Albert Keizer, 19 March 2008

In de voortgaande strijd voor open democratische verkiezingen nu het nogal ‘enge’ bericht over het Amerikaanse Sequoia, bouwer van elektronische stemmachines, die een dreigende email stuurt naar Ed Felten, professor aan de universiteit van Princeton.

Felten, bekend van oa. het onderzoeken van stemmachines en het publiceren van problemen daarmee, was ook de naam waar enkele ‘election officials’ uit New Jersey aan dachten om hun keuze te bepalen in het wel of niet aanschaffen van stemmachines van Sequoia. Het bedrijf ziet dit niet zitten en neemt alvast maatregelen om kritiek op haar apparaten voor te zijn. Dit deed men door het sturen van de volgende email:

====

Sender: Smith, Ed [address redacted]@sequoiavote.com
To: felten@cs.princeton.edu, appel@princeton.edu
Subject: Sequoia Advantage voting machines from New Jersey
Date: Fri, Mar 14, 2008 at 6:16 PM

Dear Professors Felten and Appel:

As you have likely read in the news media, certain New Jersey election officials have stated that they plan to send to you one or more Sequoia Advantage voting machines for analysis. I want to make you aware that if the County does so, it violates their established Sequoia licensing Agreement for use of the voting system. Sequoia has also retained counsel to stop any infringement of our intellectual properties, including any non-compliant analysis. We will also take appropriate steps to protect against any publication of Sequoia software, its behavior, reports regarding same or any other infringement of our intellectual property.

Very truly yours,
Edwin Smith
VP, Compliance/Quality/Certification
Sequoia Voting Systems

[contact information and boilerplate redacted by Ed Felten]

Links:
Ed Feltens ‘Freedom To Tinker’ Blog

Artikel van TechDirt over deze zaak

Petitie: alle stemmen tellen

Door ReindeR Rustema, 17 March 2008

Voor het goed functioneren van onze democratie is het van groot belang dat wij als burgers goed geïnformeerd zijn. Dat kan tegenwoordig ook, alleen werkt de Tweede Kamer niet mee. Zo is het wonderlijk genoeg niet mogelijk om op te vragen wat welke volksvertegenwoordiger exact heeft gestemd. Er zijn actiegroepen die dat voor hun eigen onderwerp bijhouden, maar daarvoor moeten ze de Handelingen napluizen en die vergelijken met de presentielijsten van de Tweede Kamer. Zoiets kost veel manuren, het is niet compleet en die gegevens worden meestal niet openbaar, afhankelijk van het belang van de actiegroep.

De gegevens zijn nu zelfs niet eens direct beschikbaar. Als je zelf een enkele stemming wilt analyseren, dan moet je soms weken wachten voordat de benodigde informatie openbaar op het web verschijnt.

Dat kan zo niet langer. We willen dat al het stemgedrag van onze volksvertegenwoordigers live op internet wordt doorgegeven in een handzaam formaat. Deze gegevens moeten ook direct goed inzichtelijk worden gemaakt via de website van het parlement, behalve dat ze aan iedereen die er wat mee wil gaan doen in een onbewerkt formaat wordt aangeleverd.

Teken daarom de petitie op allestemmentellen.petities.nl.
Dat kan ook anoniem en de CBP-eisen aan persoonlijke gegevens worden gerespecteerd.
Vergeet niet anderen hier persoonlijk op te wijzen en links te leggen naar de petitie.

De petitie komt voort uit de frustraties hierover van Stephan Okhuijsen (o.a. Sargasso.nl), Josta de Hoog (Politix.nl) en ReindeR Rustema (Petities.nl) omdat zij deze gegevens praktisch dagelijks missen. Een kamerlid en twee ex-kamerleden hebben deze petitie al ondertekend.

Een bijdrage van ReindeR Rustema

ReindeR Rustema is communicatiedeskundige verbonden aan de Universiteit van Amsterdam, webmaster van de website Petities.nl, initiator van de Derde Kamer en opiniemaker.

Amerikaanse democratie sterker dan ooit

Door Bob Overbeeke, 07 March 2008

Dankzij de inzet van internet staat de Amerikaanse democratie er beter voor dan ooit. Barack, Hillary en hun verkiezingsonderwerpen worden in detail besproken in internetfora en massaal bekeken op YouTube. De betrokkenheid van de kiezer is groot. Maar wie neemt eigenlijk het voortouw in deze vernieuwing van de democratie? Er staat veel op het spel: de interesse van de burger was jarenlang minimaal terwijl elke overheid weet dat een sterke democratie is gebaat bij een sterke betrokkenheid van de burger. Vreemd genoeg heeft de burger kennelijk meer geloof in zijn eigen inmenging dan de overheid, want het initiatief tot innovatie van de democratie komt vaak van de burger en de commercie.

Directere democratie

Het internet kan de democratie versterken en dat is eigenlijk niet verwonderlijk. Internet is van nature een netwerk van gedeelde macht. Het heeft een netwerkstructuur met een open en transparant karakter waarbij de gewone mens veel voor het zeggen heeft. En dat past bij de oorspronkelijke betekenis van de Griekse woorden demos en krateo, regeren door het volk. Voor velen is dat ook meteen een schrikbeeld. Ze vrezen de inzet van internet voor een zogeheten directe democratie, waarbij iedere kiezer over elk onderwerp meebeslist, en wijzen dat af.

Maar ook binnen de huidige, hiërarchischer ingestelde, parlementaire democratie waarbij afgevaardigden de wil van het volk representeren, kan met internet op veel fronten veel worden verbeterd:

Campagnes

De kiezer weet vaak niet welke sponsors politieke partijen steunen. Politieke partijen kunnen deze informatie volledig transparant maken en fondswerving doen via internet. In de VS worden politieke partijen hierdoor minder afhankelijk van grote sponsors. Congreslid Ron Paul gaf volledige openheid van zaken over de geldstromen op zijn site www.ronpaul2008.com en ontving via grassroot campagnes en via ‘geldbommen’ miljoenen dollars van duizenden internetters.

Verkiezingen

Sommige politieke partijen zijn niet oprecht in de ingenomen standpunten in hun partijprogramma. De standpunten worden dan uit voorgecalculeerde strategische overwegingen aangepast. Voor de kiezer is bovendien het historische stemgedrag van partijen en politici onduidelijk. Websites als www.kieskompas.nl proberen meer inzicht en openheid te geven en vergelijken standpunten met stemgedrag van politici.

Overbrengen van standpunten

De massamedia hebben geen tijd om het publiek goed te informeren over de standpunten van politici. Volgens Micah Sifry van www.personaldemocracy.com en keynote-spreker op de Emerging technology conference 2008 verkortten tv-stations de politieke soundbites de afgelopen jaren van 42 seconden naar 7 seconden, net genoeg voor een ‘soundblast‘. Online video’s van Barack Obama zijn beduidend informatiever met gemiddeld 10 minuten speeltijd.

Informatie

De schat aan overheidsinformatie kan op internet inzichtelijk en aantrekkelijk worden weergegeven. Omdat de overheid verzaakt, maken programmeurs en actievoerders op Google maps verbluffend inzichtelijke presentaties van gecombineerde overheidsdata. Op www.whatdotheyknow.com - lift the lid on the UK public sector! - kunnen Engelsen informatieverzoeken richten aan de overheid en de antwoorden vrijelijk delen.

De politieke partij

Omdat we een representatieve democratie hebben, moeten politieke partijen en politici enorme hoeveelheden informatie verwerken. Ze zijn daarmee zelfuitgeroepen bottlenecks geworden. Niche-onderwerpen ontsnappen zo aan hun aandacht, minderheden krijgen onvoldoende tijd en de besluitvorming over mainstream onderwerpen slibt dicht. Op internet is ruimte om ontelbare belangengroepen en interessegroepen van burgers voorwerk te laten verrichten en te laten participeren opdat de politicus niet wordt ondergesneeuwd door stapels papier.

Besluitvorming en beleid

Aan besluiten en beleid gaat vaak maandenlang stevig ambtenarenwerk vooraf. Maar zoals iedere expert weet slaan journalisten en ambtenaren geregeld de plank mis in hun werk omdat ze detailkennis missen. Nieuwe internettechnieken, zoals de wiki en web 2.0 diesten, maken het heel makkelijk om voortdurend de vinger aan de pols van de kiezer te houden en met vele experts van gedachten te wisselen zodat elk argument en detail op het juiste moment gehoord kan worden.

Verantwoordelijkheid

Door openbaarmaking van stemgedrag van politici en de prestaties van overheden en publieke diensten kunnen burgers beter controle uitoefenen en waar nodig bijsturen. De door vrijwilligers opgezette brutale Engelse website www.theyworkforyou.com probeert naar eigen zeggen zo de democratische disconnectie te herstellen.

Regionaal en lokaal

De lokale politiek kan internet perfect inzetten voor meer cohesie en zelforganiserend vermogen in de buurten, een beter begrip van de lokale belangen en direct contact met en betere dienstverlening aan individuele burgers. Het initiatief www.upmystreet.com publiceert de criminaliteitscijfers en andere nuttige informatie over elke buurt in de UK.

Hoewel enorme belangen op het spel staan, lijkt het erop dat met de overheid hetzelfde gebeurt als eerder met de muziekindustrie gebeurde: de luisteraar en de muzikant namen het heft in eigen hand. Is de overheid de volgende industrie die gaat vallen? Beste overheid, volg het voorbeeld van je eigen burger, benut het internet ten volle, en het komt wel goed met die democratie.

De Balie organiseert woensdagavond 12 maart een rondetafelgesprek op internet met experts en crowds: Nieuwe media en het democratisch tekort

Personal democracy forum, rebooting the system


Emerging technology conference 2008

Open government working group

Democratisering van de waarheid

Inzet sociale media in de Obama campagne

Een bijdrage van Bob Overbeeke

Bob Overbeeke is business developer bij XS4ALL. Hij adviseert en spreekt over web 2.0 en sociale media, schrijft voor de opinieweblog van XS4ALL en voor http://www.netr.nl een weblog over internetstrategie.

Meer kan, minder mag

Door René van Engelenburg, 04 March 2008

Jongerencultuur en de wereld van nieuwe mediatechnieken en communicatiemiddelen hebben elkaar enorm beïnvloed. De democratisering van communicatiemiddelen zorgen ervoor dat de jeugd van tegenwoordig zich vooral identificeert met de wijze ván communiceren. Jongeren hebben een eigen verbale en visuele woordenschat ontwikkeld die een grote verscheidenheid aan fysieke en digitale identiteiten mogelijk maakt.

Tegelijkertijd worden oude en bevochten vrijheden ter discussie gesteld en brokkelen af. Het gaat hierbij met name om de vrijheid van meningsuiting. Een deel van de Nederlandse (politieke) elite roept steeds vaker en harder dat niet alles uitgesproken of afgebeeld zou moeten (mogen) worden. Zowel op internet als in de publieke ruimte en zelfs niet in musea. Vrijheden waarvoor tot kort geleden hard is gevochten worden opzij gezet vanwege een vermeende ‘tolerantie’ of maatschappelijk correcte waarden. Nederland en andere ‘vrijdenkende’ landen lijken op zoek naar een nieuwe balans.

Beide ontwikkelingen hebben een grote invloed op de hedendaagse beeldcultuur en beeldmakers, de kunstenaars. Echter, het grootste deel van de Nederlandse kunst scene is druk bezig met de commerciële en inhoudelijk nauwelijks geëngageerde internationale kunstmarkt. Als een kunstenaar maatschappelijke engagement toont, dan is de boodschap vrijwel altijd een politiek gewenste – met als dieptepunt kunstenaars die als maatschappelijk werkers de wijken in trekken. Degenen met een afwijkende mening houden zich liever stil, uit angst. Dit terwijl juist de wereld van de vrije expressie zoveel te verliezen heeft.

Ik denk dat een vergroting van maatschappelijke weerbaarheid en het kweken van een voedingsbodem voor het recht om ‘anders’ te zijn, iets anders te vinden én te uiten – als moslim, christen of niet-gelovige, hetero of homo, zwart of wit, etc.- een beter doel is om na te streven, dan uit te wijken naar steeds verdergaande beperkingen van vrijheden. Dit schept een vruchtbaarder, gedifferentieerder en cultureel interessanter maatschappelijk klimaat dan enkel een dogmatisch beroep op zelfcensuur.

Een bijdrage van René van Engelenburg

René van Engelenburg is de kunstenaar achter Dropstuff.nl en Pleinmuseum, een mobiel museum dat o.a. was te zien tijdens de museumnacht van Parijs en de Biënnale van Venetië. René van Engelenburg studeerde af aan de Rietveld Academie en het Sandberg Instituut. DROPSTUFF.NL is een groot multimediaal kunstproject over kunst en vrijheid van meningsuiting waarbij jongeren worden uitgedaagd hun mening te geven over zaken als geloof, sex, politiek en censuur. Kijk op http://www.dropstuff.nl

Spamverbod tegen vrijheid van meningsuiting?

Door Niels Huijbregts, 03 March 2008

In Virginia, USA is spammer Jeremy Jaynes in hoger beroep veroordeeld wegens het sturen van spam. In Virginia is het wettelijk verboden spam te versturen, dus je zou verwachten dat het een eenvoudige zaak was.

Jaynes’ advocaat betoogde echter dat het spamverbod in strijd is met de grondwet omdat het verbod een inperking van de vrijheid van meningsuiting zou inhouden. Daarmee overtuigde hij drie van de zeven rechters. Rechter Elizabeth Lacy: “(the law is) unconstitutionally overbroad on its face because it prohibits the anonymous transmission of all unsolicited bulk e-mail including those containing political, religious or other speech protected by the First Amendment to the United States Constitution“. In strijd met de grondwet dus, omdat het spamverbod het anoniem versturen van ongevraagde bulkmail verbiedt, daarbij inbegrepen mail over politiek en godsdienst.

De overige vier rechters dachten daar anders over. Rechter Steven Agee schrijft namens de meerderheid van het hof: “misleading commercial speech is entitled to no First Amendment protection“. Grondwettelijke bescherming geldt dus niet misleidende commerciële boodschappen. Jammer genoeg geeft hij daarmee geen reactie op de stelling van Jaynes’ advocaat dat spammen voor politieke en religieuze doeleinden ten onrechte verboden is. Dat drie van de zeven rechters het met die stelling eens zijn, geeft toch te denken.

Hoe zit dat bij ons? Spam is ongevraagde (en daardoor ongewenste) bulkmail. Het feit dat het ongevraagd is verstuurd, maakt het tot spam. Niet de inhoud van het bericht. Dat is tenminste de definitie die XS4ALL hanteert. Het sturen van spam is in Nederland verboden in artikel 11.7 van de Telecomwet: “(…) het overbrengen van ongevraagde communicatie voor commerciële, ideële of charitatieve doeleinden aan abonnees is uitsluitend toegestaan, mits de verzender kan aantonen dat de desbetreffende abonnee daarvoor voorafgaand toestemming heeft verleend (…)“. Ook hier mag je dus niet spammen voor een goed doel of om een politieke of religieuze zaak te bepleiten. Maar de vrijheid van meningsuiting dan?

De vrijheid van meningsuiting is in Nederland geregeld in artikel 7 van de grondwet en in artikel 10 van het EVRM. Dat stelt dat iedereen vrij is om inlichtingen of denkbeelden te ontvangen of te verstrekken, zonder inmenging van enig openbaar gezag. Daar mag van worden afgeweken wanneer dat noodzakelijk is ter bescherming van de staat tegen terreur en andere onveiligheden of bijvoorbeeld ter voorkoming van wanordelijkheden. De Nederlandse grondwet zegt dat niemand vooraf toestemming hoeft te vragen voor het uitdragen van gedachten of gevoelens. Er staat (in 7.4) echter expliciet bij dat dat niet geldt voor handelsreclame.

Zou dat inhouden dat het wel geldt voor politieke- of religieuze reclame? Zou Jaynes’ verweer hier hout snijden? Misschien weet u het antwoord.

Gamers opgelet: de CIA kijkt mee

Door Niels Huijbregts, 29 February 2008

De Pers berichtte vandaag over een rapport van het Amerikaanse Office of the Director of National Intelligence aan het US Congress over datamining. In het rapport wordt beschreven wat de mogelijkheden en voordelen van datamining zijn. Er staan twee interessante ontwikkelingen in te lezen: de inlichtingendiensten automatiseren het bekijken van beelden van beveiligingscamera’s en ze doen in grote online games en virtuele werelden onderzoek naar ’sociale patronen’, op zoek naar terroristen.

The Video Analysis and Content Extraction (VACE) project seeks to automate what is now a very tedious, generally human-powered process of reviewing video for content that is potentially of intelligence value

Reynard is a seedling effort to study the emerging phenomenon of social (particularly terrorist) dynamics in virtual worlds and large-scale online games and their implications for the Intelligence Community“.

Voortaan zullen dus computers beoordelen of mensen op videobeelden zich verdacht gedragen. En in World of Warcraft kun je maar beter geen zelfmoordaanslagen meer plegen.

XS4ALL sponsort DROPSTUFF.nl - een museale hangplek, plakzuil en klankbord voor e-culture

Door Mieke van Heesewijk, 29 February 2008

DROPSTUFF.nl is een kunstproject dat zichzelf omschrijft als “een museale hangplek, plakzuil en klankbord voor e-culture”. In feite is het een mobiel internetcafé, uitgerust met een LED-scherm van 15 bij 4 meter. Kunstenaars ontwikkelen speciale kunstwerken, gebaseerd op het thema de grenzen van de vrijheid van meningsuiting. De kunstwerken zijn interactief, zodat bezoekers invloed hebben op het eindresultaat. Ook worden op het LED-scherm elke dag stellingen geplaatst die te maken hebben met actuele onderwerpen. Het publiek kan hierop reageren door het sturen van teksten, plaatjes of video’s via SMS. DROPSTUFF.nl maakt een tournee langs verschillende locaties in heel Nederland. Op 29 februari vindt de landelijke aftrap van DROPSTUFF.nl plaats in Tilburg. XS4ALL sponsort hosting en internetverbindingen van Dropstuff. Lees verder: http://www.dropstuff.nl/

Nieuwe media en het democratisch tekort

Door Mieke van Heesewijk, 29 February 2008

De Balie organiseert woensdagavond 12 maart een rondetafelgesprek op internet met experts en crowds:

Leiden de mogelijkheden van nieuwe media vanzelf tot een volwaardige dialoog tussen burger en overheid, tussen consument en bedrijfsleven?

Bedrijven en overheden zijn naarstig op zoek naar mogelijkheden om met burgers in gesprek te raken en hun kennis en ervaring te betrekken in de besluitvorming. Nieuwe media bieden daartoe mogelijkheden. Verwachtingsvolle stellingen over het democratiserende vermogen van nieuwe media vullen al enkele jaren opiniepagina’s, weblogs en bestsellers (trefwoorden: Web 2.0, wikinomics, wisdom of crowds, crowdsourcing, co-creatie, e-participatie, collective intelligence, enz).

Het salongesprek wordt rechtstreeks via internet uitgezonden. Via de chat van De Balie kan iedereen deelnemen aan de discussie.

Beargumenteerde stellingen voor het debat kunnen nu al worden aangedragen op de website www.democratiseringvandewaarheid.nl.

Het gesprek wordt geleid door Menno van der Veen, jurist, filosoof en programmamaker bij De Balie, en Albert Cath, doorgewinterde organisatieadviseur en een van de initiatiefnemers van Democratisering van de Waarheid. Op de chat aanwezig zijn Balienezen Richard de Boer en David Glas.

De Balie maakt onder de noemer infopolitics programma’s waarin de politieke betekenis van informatie en van de mondiale informatiesamenleving wordt onderzocht, i.s.m. geëngageerde partijen zoals XS4ALL Internet en Hivos. Democratisering van de Waarheid wordt gesponsord door XS4ALL Internet.

Nieuwe media en het democratisch tekort
Datum: woensdag 12 maart 2008
Tijd: 20.30-22.30 uur (uiterlijk tot 23.00 uur)
Voertaal: Nederlands
Live internet: www.debalie.nl/live
Chatruimte: www.debalie.nl/chat (de chatruimte kan ook met IRC-programma’s bereikt worden. IRC server: irc.dds.nl , kanaal: #balie)

Burgerrecht voor computers in Duitsland

Door Niels Huijbregts, 28 February 2008

De hoogste rechter in Duitsland heeft bepaald dat in Duitsland het grondrecht bestaat op eerbiediging van de vertrouwelijkheid en integriteit van informatiesystemen van burgers. De rechter vindt dat dat volgt uit het Duitse grondrecht op het telecommunicatiegeheim, het grondrecht op onaantastbaarheid van de woning door de staat en het grondrecht op zelfbeschikking over persoonlijke informatie.

In april vorig jaar schreef ik over de Duitse overheid die via trojans op computers van burgers spioneert. De rechter vond toen dat de politie deze methode van elektronische huiszoeking niet mocht gebruiken, maar dat het wel geoorloofd was voor geheime diensten.

Een groep juristen en journalisten was het met die uitspraak niet eens omdat het niet in een democratische rechtsstaat past dat geheime diensten zomaar stiekem op de computers van alle burgers kunnen kijken. Zij verzochten daarom het Constitutionele Hof zich over de zaak te buigen. Het Hof oordeelde dat de deze methode inderdaad niet in overeenstemming is met de Duitse grondwet, de privésfeer van de computers van burgers moet worden gerespecteerd door de overheid. Wel vond het Hof dat dat recht niet absoluut is: het inzetten van de methode van elektronische huiszoeking moet wel mogelijk zijn voor preventieve doeleinden en strafrechtelijke vervolging, maar alleen wanneer er duidelijke aanwijzingen zijn dat er sprake is van gevaar voor bijvoorbeeld mensenlevens of voor de staat.

De uitspraak is van groot belang voor de online privacy in Duitsland omdat nu duidelijk is dat het burgerrecht op privacy ook geldt voor de computers van burgers.

Persoonlijke informatie op een Online Sociaal Netwerk: niet zo veilig als het lijkt

Door David Riphagen, 27 February 2008

Je krijgt een mailtje van Hyves: ‘Let’s Hyve! X wil je toevoegen als vriend op Hyves. Klik hier om de uitnodiging te accepteren of te weigeren’. Je klikt op de link en accepteert de uitnodiging. Ook al ken je deze persoon niet zo goed in het echte leven, je vertrouwt hem of haar, want jouw persoonlijke informatie blijft binnen de muren van jouw persoonlijke profiel. Toch?
Mis. Jouw informatie op een Social Networking Site (SNS) blijft niet zo makkelijk binnen de muren van jouw profiel als je denkt. Deze muren zijn niet zo waterdicht als ze lijken: informatie kan via je vrienden binnen zes stappen bij iedereen in het netwerk terecht komen. Dat heeft te maken met de structuur van de website, ofwel de topologie.

Social Networking Sites

Wat zijn eigenlijk Social Networking Sites? We hebben allemaal gehoord van of zijn lid van Hyves, Facebook, Linkedin en Myspace. Wat hebben deze websites gemeen?
Social Networking Sites zijn websites met als primaire functie het onderhouden van sociale contacten tussen leden op basis van gedeelde interesses en activiteiten. Een verbinding tussen de leden is altijd bilateraal: dat wil zeggen:de ander moet er mee instemmen. Mede door de normen en waarden van een SNS heeft ieder netwerk een aparte structuur of topologie. Zie dit filmpje voor een goede en leuke uitleg over SNS.

Als je de topologie van een SNS bestudeert blijkt deze twee belangrijke eigenschappen te hebben:

  1. Je kunt van ieder persoon naar ieder willekeurig ander persoon binnen een bepaald aantal (6) stappen.
  2. Er zijn heel veel mensen met weinig vrienden en een paar met heel veel vrienden.

Ben je geïnteresseerd in de topologie van netwerken, dan kan ik dit boek aanraden.

Binnen zes stappen overal

Mijn onderzoek (paper ‘Do social networking sites have smallworld effects’) toont aan dat je in gemiddeld zes stappen van een gebruiker naar iedere andere gebruiker in een SNS kunt. Veel mensen hebben daar geen idee van. Voorwaarde is wel dat er een pad tussen de gebruikers is. Jouw informatie kan in principe niet bij mensen komen die helemaal geen vrienden hebben.
Dit betekent dat jouw persoonlijke informatie in zes stappen bij een ieder in het netwerk kan zijn! Opeens blijkt de ‘virtuele muur’ om jouw profiel van papier maché te zijn. Is dat de bedoeling?

Een simpel voorbeeld van hoe dit verkeerd kan gaan: je hangt een impopulair politiek (zeg ultrarechts of ultralinks) gedachtegoed aan waarvan al je vrienden op de hoogte zijn. Maar je hebt dit nog niet verteld aan de mensen van jouw nieuwe sportclub. Je denkt hiervoor rustig de tijd te nemen. Maar dat heb je niet zelf in de hand. Via een SNS kunnen deze mensen relatief makkelijk bij jouw informatie komen, ondanks dat deze mensen niet lid zijn van jouw persoonlijke netwerk. Deze grote toegankelijkheid zorgt ervoor dat anderen bij jouw informatie kunnen en oordelen over jou krijgen zonder dat je dat zelf in de gaten hebt of er invloed op uit kunt oefenen.

Het is duidelijk dat een op vooroordelen gebaseerd imago voor geen enkele persoon verdienstelijk is. Plaats dus niets op jouw online profiel waarvan je in het gewone niet-digitale leven ook niet zou willen dat anderen het te weten komen!

Populaire vrienden

Daarnaast blijkt dat bepaalde mensen heel veel vrienden hebben en velen heel weinig vrienden. Dat komt omdat SNS groeien (Lees dit artikel, alhoewel minder wordt er nog steeds wel een groei van gebruikers van 12% genoemd) en mensen het liefst vrienden worden met populaire mensen (die dus al veel vrienden hebben). Hierdoor worden ‘de rijken nog rijker’ en de mensen met minder vrienden relatief armer omdat zij er minder vrienden bij krijgen
Dit betekent dat een aantal ‘hubs’ zeer veel informatie verspreidt en zelf kleine netwerken vormt. De informatie tussen deze mensen verspreidt zich heel snel. Let dus goed op als je mensen met veel vrienden toevoegt aan jouw netwerk. Gaan we even terug naar de echte wereld: je vertelt toch liever niet je diepste geheimen aan diegene in de klas die bekend staat als een roddeltante?
Nu zullen kritische lezers zeggen: maar David, in het echt gaat informatie ook binnen zes stappen van een ieder naar iemand anders op deze wereld (de beroemde ‘six degrees of seperation‘ van Stanley Milgram’). En dat slaat precies de spijker op de kop! Als informatie even snel of sneller door SNS gaat dan in de echte wereld, dan moet je niet meer op jouw profiel zetten dan dat je mensen in het echt zou vertellen. De beslotenheid van jouw profiel op een SNS is al gauw de ‘beslotenheid’ van de hele wereld. Als je kijkt naar de grote hoeveelheid persoonlijke informatie op SNS, lijken veel mensen dat te zijn vergeten.

Hyves wordt in deze weblog als voorbeeld gebruikt, maar de genoemde kenmerken gelden ook voor andere Social Networking Sites, zoals LinkedIn, MySpace of Facebook.

Een bijdrage van David Riphagen

David Riphagen is student Technische Bestuurskunde aan de TU Delft en werkt aan zijn onderzoek 'Privacy Harms for users of Social Networking Sites by using their Identity Relevant Information' bij het Electronic Privacy Information Center in Washington DC, USA.

Handen af van mijn pc!

Door Simon Hania, 19 February 2008

Wat zou je ervan vinden als je Internet Service Provider (lSP) steeds precies zou bijhouden wat je allemaal aan het doen bent op internet? Bijvoorbeeld welke sites jij en je huisgenoten bezoeken en met wie je allemaal via internet belt of chat. Hoe zou je het vinden als je ISP bepaalde toepassingen zoals Skype, KaZaa, Bittorrent en noem maar op stevig zou vertragen of zelfs helemaal zou blokkeren? Hoe zou je het vinden als je ISP vastlegt welke mp3-tjes en films je via het internet uitwisselt? Dat die dus niet alleen bijhoudt dát je up- en downloadt, maar ook wát je up- en downloadt? En wat vind je ervan dat die dat alles op verzoek doorgeeft aan de rechthebbenden?

Daarbij blijft het niet, want wat zou je ervan vinden wanneer je provider volautomatisch detecteert
dat er malware op je computer zit, je een seintje geeft en dan de internetverbinding afsluit? Of dat hij steeds een extra bedrag van je rekening afschrijft nadat je een filmpje van Youtube hebt gedownload of naar uitzendinggemist.nl hebt gekeken? Want je denkt toch niet echt dat het streamen van al die video’s kostendekkend is voor de provider, als je maar 9,95 euro per maand voor je internetabonnement betaalt? En hoe zou je je voelen als de provider je automatisch direct aangeeft bij de politie zodra je een plaatje bekijkt dat strafbaar gesteld is of wanneer je een ‘haatzaaiende’ site uit Jemen bezoekt en daarop een berichtje achterlaat?

Onmogelijk? Ondenkbaar? Steeds minder. De techniek die dit mogelijk maakt heet ‘Deep Packet Inspection’, kortweg DPI. Zs wordt al volop toegepast in bedrijfsnetwerken. De verdere ontwikkeling voor de grootschaliger netwerken van ISP’s gaat razendsnel. Die wordt aangejaagd door economische motieven, met name vanuit de industrie, en bekrachtigd door gerechtelijke uitspraken. Maar zo mogelijk nog harder door overheden en politiek. De makers van DPI-apparatuur zien volop kansen en anticiperen daarop.
Deze technieken worden heus niet aileen geperfectioneerd in landen met een stringente internetcensuur, zoals China. Ook politici en overheden dichterbij, nationaal en Europees, pleiten steeds vaker voor verdergaand ingrijpen in je gedrag op internet, zelfs als dat op gespannen voet staat met internationale verdragen op het gebied van burgerrechten. Op zijn best laveren ze daar net langs door de publieke opinie te mobiliseren en door providers aan de schandpaal te nagelen en hen daarmee te bewegen tot eigenmachtig ingrijpen, onder het mom van zelfregulering.

Hou me ten goede: natuurlijk zijn er nuttige en gewenste toepassingen van DPI. Sterker nog: je kunt prima beargumenteren, dat er gezichtspunten zijn van waaruit dat voor elk van bovengenoemde voorbeelden geldt. Maar of daarbij altijd je belangen als internettende burger, adequaat en zorgvuldig gediend worden, valt zeer te betwijfelen. Daar wringt de schoen: de ontwikkeling van de mogelijkheden gaat zo razendsnel en de drang ze toe te passen is zo groot, dat het risico bestaat dat allerlei vormen van in potentie verregaande DPI-mogelijkheden op dit moment al in de publieke netwerken gesleuteld wordt. Voorlopig wordt de techniek vast nog wel beperkt ingezet. Maar DPI is een zo’n krachtige techniek geworden dat de toepassing ervan tijdig beteugeld dient te worden. Via onderzoek, discussie en waar nodig met regeleving. Openbaar, transparant en controleerbaar. En tot die tijd: handen af!

Deze column is in druk verschenen in het maandblad Chip nummer 3, 2008

Een bijdrage van Simon Hania

Simon Hania is technisch directeur bij XS4ALL

Politie laat kinderpornowebsites ongemoeid

Door Niels Huijbregts, 19 February 2008

Vandaag in het Parool een uitgebreid artikel over het onderzoek dat Karin Spaink deed naar het kinderpornofilter van het KLPD.

Dat filter blokkeert websites die de politie op geen enkele andere manier kan aanpakken, omdat ze in verre buitenlanden staan waar de Nederlandse politie geen invloed op heeft. Internetprovider UPC maakt gebruik van dit filter en blokkeert dus bepaalde websites op verzoek van de politie.

Uit het onderzoek van Spaink blijkt dat op die lijst ook websites staan die gewoon bij Nederlandse providers Leaseweb en Webazilla staan. Websites die al lang bestaan maar waar de politie dus kennelijk niets tegen doet. “Volgens de KLPD huisvesten Leaseweb en Webazilla kinderporno. In dat geval dient justitie in te grijpen: die sites uit de lucht te halen en de eigenaars te vervolgen. In geen geval horen ze UPC in te zetten om de sporen van hun onmacht weg te poetsen.”

“Critici van het kinderpornofilter hebben het al eerder gezegd: de inspanning van de KLPD zou er niet op gericht moeten zijn om zulke sites uit het zicht te halen, maar om ze te sluiten. Een kinderpornofilter voeren is etalagepolitiek. Dat je troep niet langer kunt zien betekent niet dat-ie weg is, en het blokkeren van sites helpt geen zier tegen kindermisbruik.

De werkelijkheid blijkt helaas een graadje erger. Het Nederlandse kinderpornofilter bevat Nederlandse kinderpornosites. Anders gesteld: de KLPD en de minister van Justitie willen de ISPs in Nederland verplichten de onmacht van de KLPD en justitie te maskeren.