Stemcomputers afgeschaft

Door Niels Huijbregts, 29 September 2007

Staatssecretaris Bijleveld heeft in reactie op het rapport van de commissie-Korthals Altes gezegd dat de stemcomputers die in Nederland worden gebruikt, niet voldoen aan de eisen die aan verkiezingen moeten worden gesteld.

De commissie geeft een lijst met waarborgen waaraan verkiezingen moeten voldoen: Transparantie, controleerbaarheid, integriteit, kiesgerechtigheid, stemvrijheid, stemgeheim, uniciteit en toegankelijkheid (…) De huidige generatie stemcomputers voldoet niet aan de waarborgen van het verkiezingsproces“, zei Bijleveld. “Dat betekent concreet dat bij verkiezingen op korte termijn niet met de huidige stemmachines kan worden gestemd. In ieder geval zijn dat de verkiezingen voor het Europees Parlement in 2009. We moeten er ernstig rekening mee houden dat we dan met het rode potlood stemmen.

De betrouwbaarheid en veiligheid van de Nederlandse stemcomputers wordt al jaren in twijfel getrokken door de Stichting Wij Vertrouwen Stemcomputers Niet. De zaak kreeg vorig jaar veel aandacht toen tv-programma Eén Vandaag in een uitzending liet zien dat de stemcomputers gemakkelijk konden worden gemanipuleerd.

How I stopped worrying and learned to love the bomb

Door Menso Heus, 28 September 2007

Als u een beetje heeft opgelet met scheikunde vroeger, dan heeft u een aardig idee van welke stoffen u kunt mengen om tot een knallend resultaat te komen. Mocht u het allemaal niet meer precies weten dan kunt u iedere studieboekhandel of bibliotheek in lopen om uw geheugen nog even op te frissen.
Of u neemt gewoon een kijkje op het internet natuurlijk, maar dat zou binnenkort wel eens over kunnen zijn.

De EU-commissaris voor Justitie en Veiligheid, meneer Frattini, wil een verbod op het aanbieden van bepaalde informatie en op bepaalde zoektermen in verband met het terrorisme. Zoals we allemaal weten is het sinds 11 september 2001 schering en inslag en gaat er nauwelijks een jaar voorbij zonder dat half Europa explodeert,  het is bittere noodzaak dus. Nou zet Frattini natuurlijk niet de ambtenaren zelf aan het werk, maar wil hij dat internet providers het probleem voor hem oplossen.

Internet providers moeten de toegang gaan blokkeren tot sites met instructies over het maken van een bom. Dat dingen censureren niet helemaal werkt op internet heeft men nog steeds niet helemaal door. Sterker nog, als u drie foto’s van uw kat op een internetforum plaatst en roept dat de beelden gecensureerd worden door de Nederlandse overheid dan vind u binnen een week de foto’s van uw kat op meer dan duizend websites terug. Het is vechten tegen de bierkaai, en de ISP staat hier tegenover vrij machteloos, tenzij ze op een gegeven moment het hele internet maar blokkeren. Allemaal onzin, vindt Frattini. ‘Hoe doen ze dat dan in China? Er zijn geen technologische obstakels, alleen juridische,’ aldus de goede man. Heel goed Frattini, leg ze maar uit hoe filtering in China werkt, dat is inderdaad de kant die we op moeten met z’n allen.

Het voorstel van Frattini gaat echter verder. De goede man heeft namelijk nog een aantal woorden bedacht waarop je niet zou moeten kunnen zoeken. Eén van die woorden is bijvoorbeeld ‘genocide’. Wanneer u dit woord in Google invult wordt u overspoeld met allerlei sites, het levert meer dan 18,5 miljoen resultaten op. Een kleine greep uit de eerste resultaten: de Wikipedia entry over genocide, de Wikipedia entry over de genocide in Rwanda, een site die mensen probeert te overtuigen dat we de genocide in Darfur kunnen stoppen, Genocide.org die studies doet naar genocide, Holocaust en democide. Zoals u ziet, een groot gevaar voor de veiligheid van de Europese Unie. Voor je het weet krijg je nog burgers die vragen wat we nou precies gedaan hebben in Rwanda en waarom we niets doen in Darfur.

Maar natuurlijk gaat het niet alleen om dergelijke termen. Frattini’s grootse zorg is dat het internet wordt gebruikt als een propaganda machine door terroristen. Zo schijnen er allerlei sites te zijn die mensen ronselen voor de gewapende strijd. Ik ben er niet zo in thuis, maar ik vermoed dat dat er uitziet als www.werkenbijdelandmacht.nl alleen dan in het Arabisch. Ook gebruiken ze sites als Youtube als propaganda kanaal. Dat is een website waar gebruikers zelf filmpjes naar kunnen uploaden en hun eigen kanalen op kunnen beginnen. Zoals bijvoorbeeld deze, van de EU, boordevol objectieve berichtgeving.

Wat voor de één een terrorist is, is voor de ander een vrijheidsstrijder, aldus een oud gezegde. De EU wil nu voor eens en voor altijd voor al haar inwoners bepalen wie nu precies de terroristen zijn en wie de vrijheidsstrijders, waarbij een medium als het internet verminkt moet worden. Een medium dat nou juist zo geschikt is om iedereen zijn eigen onderzoek op te laten doen en alle kanten van het verhaal op te bekijken. Een plek waar zowel de jihad strijder als de soldaat aan het woord komen. Waar de EU commisaris van landbouw en de suikerriet boer in Burkina Faso allebei hun standpunt over subsidies kunnen toelichten. En een plek waar je, vooralsnog, vrij bent om je gechargeerde stukken op te publiceren.

Een bijdrage van Menso Heus

Menso Heus schreef eerder voor Net Magazine en de internationale Sarai Reader. Hij is mede-auteur van 'Een wereld te winnen', een boek over virtuele werelden en online gaming. Momenteel werkt hij bij Gendo waar hij bedrijven adviseert over het gebruik van nieuwe technologieën binnen hun organisatie.

Camera’s weg uit Leeuwarden

Door Niels Huijbregts, 27 September 2007

De beveiligingscamera’s die VVD-burgemeester Geert Dales in Leeuwarden had laten ophangen, worden weer weggehaald. In NRC zegt CDA-wethouder Krol dat de camera’s verdwijnen om puur financiële redenen. Het kost 80.000 euro om de camera’s draaiend te houden, en dat geld geeft Leeuwarden liever aan andere dingen uit. Bovendien werd deze zomer in Leeuwarden dezelfde conclusie getrokken als in Londen: Camera’s op straat maken de boel niet veiliger. Misdaadcijfers zijn niet gedaald. Wel voelen mensen zich veiliger op straat.

Het weghalen van de camera’s mag dan om financiële redenen gebeuren, maar stilletjes juich ik voor de privacy. Als B&W in Leeuwarden hun best best doen om het uit te leggen, kunnen ze er vast voor zorgen dat hun burgers zich juist veiliger gaan voelen wanneer de camera’s weg zijn.

Creative Money salon op PICNIC’07

Door Niels Huijbregts, 26 September 2007

Na een grondige inleiding op het thema creative money in de artikelen van Arnoud Engelfriet, Marco Raaphorst, Björn Wijers en mijzelf zijn we helemaal klaar voor de Creative Money Salon, donderdag 27 september op PICNIC’07. Samen met Creative Commons Nederland discussiëren we onder leiding van Drew Makkinga over geld verdienen in de remix-cultuur. De toegang is vrij, komt allen naar de Westergasfabriek in Amsterdam! Schrijf je wel even in op de website van PICNIC.

Aansluitend vieren we feest. Onder het motto ¡Viva la Creación! brengen we een ode aan de creativiteit, met Creative Copycats, Musicmashers, Myspacestars en Youtubetoppers. kaarten via Beep.nl.

U wint de Big Brother Awards 2007

Door Niels Huijbregts, 22 September 2007

Vrijdagavond werden in De Balie in Amsterdam de Big Brother Awards 2007 uitgereikt en u heeft gewonnen! In de categorie personen waren minister Rouvoet, Mark Rutte en Maurice de Hond genomineerd, maar de prijs ging uiteindelijk naar u. Volgens jurylid Christiaan Alberdingk Thijm heeft u de prijs verdiend omdat u laks bent. Omdat u denkt dat u niks te verbergen heeft. Omdat u veiligheid belangrijker vindt dan privacy. Omdat u al uw persoonlijke gegevens weggeeft in ruil voor wat korting, of om kans te maken op een prijsje. De Nederlandse burger is daarom de grootste bedreiging van de privacy.


De aanwezigen in de zaal namen de prijs namens u in ontvangst. Ze zijn onherkenbaar gemaakt. Niet omdat ze boeven zijn die iets te verbergen hebben maar omdat niemand ze gevraagd heeft of ze het erg vonden om op deze blog te staan.

In de categorie overheid en instellingen ging de prijs naar de Nederlandse Bank omdat die deed alsof er niets aan de hand was toen Amerikaanse overheid via SWIFT inzage eiste van al onze financiële transacties. Het verweer van de Nederlandse Bank: privacy zit niet in haar takenpakket.

De NS was winnaar in de categorie bedrijven, vanwege de invoering van de OV-chipkaart, waarmee het bedrijf van alle reizigers gaat registreren wie op welk moment welke reis gemaakt heeft. Het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) adviseerde dat dat plan in strijd is met de Wet Bescherming Persoonsgegevens, maar de NS negeert dat advies. Jacob Kohnstamm van het CBP zei dat hij hard gaat optreden als de OV-chipkaart zo wordt ingevoerd als de NS nu van plan is. Het CBP kan een dwansom van vele tonnen opleggen.

De NS was de enige winnaar die in de zaal aanwezig was. Stafdirecteur Corporate Communication Joost Ravoo nam de prijs sportief in ontvangst maar droeg daarna een cynisch verhaal voor waarin hij stelde dat maatschappelijk gewenst en economisch rendabel tegengestelden van elkaar zouden zijn. Hij ging niet in op een voorstel over hoe de kaart kan worden ingevoerd zonder de privacy van reizigers te schaden.

In de categorie voorstellen tenslotte, won het Elektronisch Kind Dossier. Minister Rouvoet van Jeugd en Gezin wil van alle kinderen zo’n dossier aanleggen, waarin van de geboorte tot de 19e verjaardag medische, sociale, psychische, en nog veel meer gegevens moeten worden vastgelegd, die bovendien 15 jaar moeten worden bewaard. Onder andere huisarts, school en de politie moeten inzage krijgen in al deze gegevens. Justine Pardoen van Ouders Online somde een lange lijst gegevens op die moeten worden vastgelegd: hoe het hoofd van het kindje lag bij de geboorte, wat de huidskleur is, of vader en moeder werken en welke religie ze hebben, of het in een politiek stabiele situatie opgroeit, of het kind aardig is tegen vriendjes en nog veel meer zeer gedetailleerde en zeer persoonlijke gegevens. Over de veilige opslag van al die gegevens is onvoldoende nagedacht en wie wat mag doen met welke gegevens is niet duidelijk. Wat wel duidelijk is, is dat een grote groep instanties toegang wil tot het dossier. Volgens Pardoen wordt daarmee een bom gelegd onder de toch al slechte vertrouwensrelatie tussen ouders en hulpverleners.

De Big Brother Awards zullen volgend jaar opnieuw worden uitgereikt.

Met dank aan Nathalie van Haren voor het nemen van de foto.

Foto en tekst

Creativiteit en auteursrecht in de 21e eeuw

Door Björn Wijers, 21 September 2007

Het kan je niet zijn ontgaan dat het downloaden van muziek, films en software via Internet vrijwel continue door diverse organisaties en media wordt bestempeld als illegaal. Iedere downloader wordt bestempeld als ‘piraat’ en er dienen maatregelen genomen te worden om het downloaden tegen te gaan of om de rechthebbenden compensatie te bieden.

Naar mijn mening wordt hier echter volledig voorbij gegaan aan het onderliggende punt namelijk dat het auteursrecht zoals dit nu is geïmplementeerd in nationale wetgeving en internationale verdragen niet strookt met de menselijke natuur, creativiteit en innovatie in de 21e eeuw. Met lapmiddelen zoals heffingen en technologische en juridische maatregelen wordt getracht het auteursrecht, zoals dit al bijna een eeuw lang grotendeels ongewijzigd is, krampachtig in stand gehouden. Wordt het niet tijd dat het auteursrecht wordt aangepast in plaats van nieuwe maatregelen te nemen en heffingen te hanteren om dit relikwie in stand te houden?

Maatregelen

Om het downloaden van ongeautoriseerde kopieën tegen te gaan zijn er vooral juridische en technologische maatregelen in de strijd gegooid. In Nederland wordt er vrij regelmatig door Stichting Brein, een brancheorganisatie met leden zoals de NVPI en MPA, enthousiast verkondigd dat er weer een ‘illegale’ bittorrent site is opgerold en dat er rechtszaken tegen de beheerders worden aangespannen. Ook in de Verenigde Staten waar downloaden wel illegaal is, was het tot voor kort schering en inslag met rechtszaken aangespannen door de RIAA. Inmiddels lijkt het erop dat deze laatste organisatie heeft ingezien dat het aanklagen van je potentiële afnemers c.q. klanten wellicht niet de juiste methode is om inkomsten veilig te stellen.

Naast deze juridische stappen wordt er ook gebruik gemaakt van technologische maatregelen zoals Digital Rights Management (DRM). DRM heeft -mijns inziens terecht- een slecht naam omdat dit over het algemeen het gebruik van legaal aangekochte produkten beperkt op een zodanig wijze dat de goedwillende consument wordt bestraft voor de legale aanschaf. In het ergste geval kan het zelfs allerhande negatieve neveneffecten hebben.

Een goed voorbeeld hiervan is het debacle met Sony die in door haar aangebrachte beperkingen op muziek cd’s software meestuurde die door kwaadwilligen gebruikt kon worden om de computer waarop de muziek was afgespeeld over te nemen. Saillant detail is dat het overgrote deel van de bekende anti-virus software deze zogenaamde rootkit niet detecteerde. Gelukkig lijkt het tij in de muziek industrie enigzins te keren en zijn er steeds vaker geluiden te horen over het aanbieden van muziek zonder DRM of om dit te vervangen door audio watermerken. Bij dit laatste wordt er een soort watermerk in de muziek meegestuurd waarbij het mogelijk moet zijn om de koper van de muziek te kunnen kopelen aan de muziek. De achterliggende gedachte hierbij is dat mensen minder snel geneigd zijn om muziek ongeautoriseerd te verspreiden als zij met naam en toenaam aan de muziek zijn gekoppeld en het risico lopen om juridisch vervolgd te worden in landen waar dit mogelijk is.

Ondanks al deze maatregelen is het op moment van dit schrijven het nog steeds mogelijk om zonder al te veel moeite de laatste muziek, software of films te downloaden van diverse websites, nieuwsgroepen en aanverwanten. De juridische en technologische maatregelen lijken tot zover geen vruchten te hebben afgeworpen en de investeringen hierin lijken dan ook weggegooid geld. Investeringen die uiteindelijk weer terugverdiend dienen te worden.

Auteursrecht hopeloos verouderd?

Juridische maatregelen en heffingen lijken mij niet de oplossing om ongeautoriseerd downloaden tegen te gaan en of er überhaupt een mogelijkheid is dit tegen te gaan durf ik te betwisten. Zo is het ook nog steeds mogelijk om verboden verdovende middelen tot je te nemen ondanks jarenlange inspanningen om dit tegen te gaan. Het wordt daarom absoluut tijd om de discussie rondom downloaden en ongeautoriseerde verspreiding vanuit een ander perspectief te bekijken. Laten we daarbij ook in gedachten houden dat creativiteit, bewust dan wel onbewust, voortbouwt op en geïnspireerd wordt door andermans creativiteit. Dat klinkt wellicht wat zweverig, maar in een kenniseconomie zoals Nederland placht te zijn is creativiteit van onschatbare waarde. De mogelijkheid om zonder problemen voort te kunnen bouwen op andermans werk is dus van groot maatschappelijk belang.

In plaats van de consument die een produkt aanschaft te belasten met technologische beperkingen of om te trachten de platformen van waaruit ongeautoriseerde downloads te verkrijgen zijn juridisch tegen te gaan, is het zaak om de sterke kanten van de mogelijkheden die deze tijd biedt te gaan omarmen. Vrije verspreiding, in er verschillende gradaties van ‘vrij’ zoals bijvoorbeeld bij de Creative Commons licenties, is hierbij essentieel. Het is nu voor het eerst in de geschiedenis – dankzij Internet – mogelijk om vrijwel zonder kosten muziek, nieuws en allerhande andere data te transporteren naar een willekeurige plek op deze planeet in een mum van tijd. De verregaande digitalisering maakt het mogelijk om met veel lagere kosten dan voorheen nieuwe produkten te creëeren. De drempel om thuis als creatief een (semi-)professionele studio op te zetten is steeds lager geworden. De tijd van concept tot het ‘vermarkten’ van een produkt wordt steeds korter.

Met al deze nieuwe en spannende mogelijkheden is het dus steeds makkelijker om zonder grote en/of tijdsrovende investeringen als creatief aan de slag te gaan. Dit lijkt haaks te staan op de aannames van waaruit de auteurswet is opgebouwd. Zoals Arnoud Engelfriet stelt in zijn stuk Van kopijrecht naar auteursrecht:

De onuitgesproken maar cruciale aanname bij de auteurswet is namelijk dat het de tussenpersoon is die de bescherming nodig heeft. Niet zo gek gezien het tijdperk waarin de auteurswet is opgesteld. Drukkerijen en platenperserijen zijn duur, en het zetten van drukwerk of het opnemen van muziek of films ook. Een tussenpersoon zal zo’n investering niet snel doen als zijn werk valse concurrentie krijgt

Tegenwoordig is het eerder uitzondering dan regel dat er zulke grote investeringen noodzakelijk zijn in de creatie van een album, boek of film. Daarnaast is het nog maar de vraag of de rol van tussenpersonen zoals platenmaatschappijen en uitgeverijen als investeerders tegenwoordig nog wel gerechtvaardigd is. De aannames waarop het auteursrecht is gebouwd zijn steeds minder van toepassing, logischerwijs maakt dit het huidige auteursrecht ook minder van toepassing.

Innovatie en creativiteit

Als maatregelen en heffingen geen zin hebben en het auteursrecht verouderd is, wat betekent dit dan voor de makers en creatieven die uiteraard ook een boterham willen verdienen? Wellicht wordt het tijd voor een nieuwe soort auteursrecht waarbij de creatieveling / maker centraal staat in plaats van de tussenpersoon, zoals Engelfriet in zijn artikel opmerkt. Zelfs zonder aanpassingen in het auteursrecht zijn er inmiddels al aardig wat voorbeelden, waarbij vrije verspreiding en een ander kijk op het huidige auteursrecht centraal staan.

Zo is er binnen de software wereld al geruime tijd een beweging die het delen van de broncode van applicaties nastreeft. Iedereen heeft daarbij de vrijheid om de code aan te passen aan zijn of haar eigen behoefte en wensen. De mensen die zich op deze manier bezig houden met open source en vrije software ontwikkeling worden door sommige als vreemde vogels gezien. Zij geven tenslotte een deel van hun werk vrij zonder dat daar direct iets tegenover staat. Inmiddels bewijzen vele freelance ontwikkelaars, maar ook grote bedrijven zoals IBM, Canonical en Red Hat dat het heel goed mogelijk is om geld te verdienen EN tegelijkertijd een deel vrij te geven. De diensten die zij aanbieden zijn een toevoeging op hetgeen wat vrij te verkrijgen is.

Een soortgelijke oplossing zou ook bijvoorbeeld ook van toepassing kunnen zijn op muziek en films. Zo zou je bijvoorbeeld als band je muziek voor niet-commercieel gebruik vrij kunnen geven ter promotie. Speciaal vormgegeven gelimiteerde edities van albums kunnen verkopen, waarbij iedereen die je muziek koopt korting krijgt op je optreden. Een slimme goedkope methode om nieuwe fans te krijgen en en mooie beloning voor trouwe fans. Dit is slechts een van de ongetwijfeld talloze voorbeelden om zonder uit te gaan van ‘alle rechten voorbehouden’ en de daarbijhorende controle problematiek, een commercieel bestaansrecht als creatief op te bouwen. We moeten af van de gedachte dat vermenigvuldiging en distributie de bouwstenen zijn van het geld verdienen met creatieve werken en terug naar de basis: terug naar de maker en zijn of haar creatieve vermogen om vakmanschap te gelde te maken.

Daarbij kan er veel geleerd worden van de ervaringen in de open, vrije software beweging en van diegene die op dit moment hun brood verdienen met werken die al lang niet meer onder het auteursrecht vallen. Tenslotte worden er nog steeds werken uit het publieke domein zoals Shakespeare, Multatuli en minder zware kost zoals de sprookjes van de Gebroeders Grimm verkocht ondanks dat deze niet meer auteursrechtelijk beschermd zijn.

Ik ben van mening dat innovatie en creativiteit heel goed samen kunnen gaan met openheid, delen en ook commercie. Daarvoor moeten er echter wel experimenten gedaan worden om nieuwe mogelijkheden te onderzoeken. Investeringen om vrije verspreiding tegen te gaan zouden daarom ook stop gezet moeten worden. In plaats daarvan zouden de hierbij vrijkomende gelden dan ingezet kunnen worden op experimenten met zakelijke c.q. commerciele modellen, waarbij het vrij - zonder (technologische) beperkingen - verspreiden en downloaden centraal staat.

Gelukkig zijn er inmiddels steeds meer creatieven, bedrijven en organisaties die hiermee durven te experimenteren. De eerste stappen richting een systeem waarbij heffingen of maatregelen niet meer nodig zijn, worden op dit moment genomen.

Experimenteren met openheid en vrije verspreiding

In Denemarken is het inmiddels mogelijk om Free Beer te drinken. Deze in Denemarken ontwikkelde pils is bedacht door het collectief Superflex en studenten van Copenhagen IT universiteit. Het recept is vrijgegeven onder een Creative Commons licentie, zodat iedereen het recept verder kan delen en aanpassen. Inmiddels zijn er diverse aanpassingen in het recept gedaan door zowel grote als kleine brouwerijen, die het bier in hun assortiment hebben opgenomen en verkopen. Deze gewijzigde recepten zijn weer beschikbaar gesteld op de website van Free Beer. Interessant aan dit voorbeeld is dat het recept (de broncode) vrij beschikbaar is terwijl het bier ook gewoon in de supermarkt te koop is.

Youtube is wellicht de bekendste website op het gebied van online video’s, echter minder bekende voorbeelden zoals Blip of Revver waren tot voor kort veel interessanter. Beide initiatieven bieden namelijk de mogelijkheid om als maker te delen in de advertentie inkomsten gebruikt op de desbetreffende websites, terwijl de rechten van de filmpjes in bezit blijven van de maker. Revver claimt dat zelfs diegene die meehelpen met het verspreiden van filmpjes inkomsten kunnen verkrijgen. Wel moeten worden opgemerkt dat het bij zowel Blip.tv als Revver onduidelijk of het direct downloaden van filmpjes in plaats van alleen bekijken via een website toegestaan is.

Het Britse tijdschrift Mute Magazine rondom politiek en cultuur, is volledig online te lezen en te downloaden en hanteert totaal geen auteursrecht16. Het gehele magazine is vrij om te gebruiken zoals je wilt. Daarnaast worden alle artikelen uit het magazine ook aangeboden als print-on-demand. De geïntereseerde kan op deze manier zijn of haar eigen collectie samenstellen en zo een compleet boek opstellen en deze tegen betaling te laten drukken. Daarnaast biedt Mute de mogelijkheid om lid te worden van het blad en om donaties te geven. Dit is een behoorlijk vooruitstrevend experiment en het dan ook erg interessant om te zien hoe dit verder verloopt.

Het Luxemburgse muziekplatform Jamendo en het Nederlandse Simuze trachten ieder vanuit een ander perspectief vrije verspreiding van muziek mogelijk te maken. Bij beiden initatieven is het mogelijk om muziek vrij zonder beperkingen te downloaden onder de voorwaarden van één van de verschillende Creative Commons licenties. Waarbij Jamendo dit tracht te doen vanuit een meer commerciel oogpunt, tracht Simuze dit meer te doen vanuit een cultureel en sociaal perspectief. Simuze richt zich daarbij vooral op Nederland. Vooralsnog lijkt het erop dat Jamendo zich vooral richt op het delen van advertentie inkomsten. Bij Simuze is dit tot op heden niet zo, maar voor de toekomst staan ook hier enkele experimenten gepland waarbij zowel de artiesten alsmede de luisteraars bij gebaat zijn.

Zelfs de Nederlandse rechtenorganisatie Buma/Stemra is momenteel bezig met een experiment waarbij Buma/Stemra leden ervoor kunnen kiezen om bepaalde nummers vrij te geven onder een Creative Commons licentie. Hierbij geeft Buma/Stemra voor in ieder geval de duur van het experiment haar leden de mogelijkheid om gebruik te maken van één van de drie Creative Commons licenties waarbij commercieel gebruik niet is toegestaan.

Ook binnen de hardware- en consumentenelectronica worden er stappen gemaakt om meer te doen met vrije verspreiding. Zo is er op dit moment een vrijwel volledig op open source / vrije software gebaseerde telefoon in ontwikkeling genaamd Open Moko die volgens de bedenkers dit jaar voor de meer avontuurlijke consumenten beschikbaar komt.

21e eeuws auteursrecht

Dat het huidige auteursrecht niet meer van deze tijd is en dat technische beperkingen en juridische maatregelen weinig tot geen effect hebben moge duidelijk zijn. Desondanks, zijn de eerste stappen naar vrijere verspreiding, openheid en het omarmen van de mogelijkheden van netwerken zoals Internet en digitalisatie genomen door de eerste pioniers.

Voor de overheid is het wellicht zaak om hierin een rol te gaan spelen: Zorg ervoor dat er meer pioniers komen. Maak het auteursrecht daadwerkelijk van belang voor de auteur en niet voor de tussenpersonen. Zorg ervoor dat er een nieuwe balans wordt gevonden tussen de belangen van de individuele creatieven en het algemeen maatschappelijke belang van het publieke domein en daarmee samenhangende vrije verspreiding.

Een eerste stap zou het terugbrengen van het auteursrecht tot tot vijftien jaar kunnen zijn, waarna de maker eventueel deze periode nogmaals expliciet kan uitbreiden met nogmaals vijftien jaar. Doet de maker dit niet dan is het auteursrechtelijk beschermd materiaal na vijftien jaar onderdeel van het publieke domein. Breidt de maker de totale beschermings en monopolie periode uit tot in totaal dertig jaar dan moet dit meer dan voldoende tijd zijn om zijn of haar werk te gelde te maken.

Een tweede stap zou verdergaande flexibiliteit moeten zijn die in tegenstelling tot de huidige situatie per definitie van toepassing is. Geen alle rechten voorbehouden meer, maar slechts een aantal rechten voorbehouden. Dit kan op een relatief simpele wijze zoals de Creative Commons licenties inmiddels al in de praktijk aantonen. Maak hier gebruik van en bied burgers de mogelijkheid tot een auteursrecht à la carte, waarbij er diverse mogelijkheden en keuzes zijn en waarbij de meest vrije variant per definitie wordt gehandhaafd. Vrije verspreiding wordt standaard en wie straks totale controle wil houden dient daar zelf actief voor zorg te dragen en de daarbijbehorende kosten te dragen.

Hopelijk is het slechts een kwestie van tijd, voordat de voordelen van vrije verspreiding en openheid in alle facetten van onze maatschappij worden omarmd. Niet uit idealisme, maar omdat het simpelweg voor idereen beter werkt en economisch rendabel is. Nu wordt het tijd dat we als creatieven hiermee aan de slag gaan en de ruimte gaan gebruiken die dit tijdperk aan ons biedt.

Dit is een geredigeerde versie van een langer artikel. Het origineel is hier te lezen.

Met dank aan Niels Huijbregts, Maarten Brinkerink, Marten Timan en Elske Ten Vergert.

De Creative Commons Naamsvermelding 3.0 Nederland Licentie is van toepassing op dit werk. Het voldoet om de als naamsvermelding Björn Wijers en de de url www.burobjorn.nl op te nemen bij hergebruik van dit werk.

Een bijdrage van Björn Wijers

Björn (bouwjaar 1979) studeerde Multimedia Design en Technologie aan de Saxion Hogeschool Enschede en behaalde een Master of Arts in Interactive Multimedia aan de HKU te Hilversum. Hij is mede-oprichter van Stichting Open Media en Simuze: een website voor muzikanten en muziekliefhebbers om muziek gratis en legaal uit te wisselen. Björn vindt de politieke, sociale, culturele en maatschappelijke kanten van software en (digitale) media erg interessant. Noemt zichzelf een totale informatie- en muziek junk en vindt ambachtelijk bereid vegetarisch voedsel erg lekker. Onder de naam burobjorn.nl biedt Björn zijn diensten aan op het gebied van vrije, open-source software en (digitale) media aan.

10.000 camera’s in Londen niet effectief tegen misdaad

Door Niels Huijbregts, 21 September 2007

In Londen hangen inmiddels 10.524 camera’s op straat, waarmee de politie in grote delen van de stad mensen kan bekijken en volgen. Het spionagenetwerk heeft de afgelopen 10 jaar zo’n 200 miljoen pond aan belastinggeld gekost.

De London Assembly Liberal Democrats wilden weten of die investering veel heeft opgeleverd. Helaas: uit onderzoek blijkt dat de buurten waar de meeste camera’s hangen, nog steeds laag scoren op het aantal opgeloste misdaden. 80% van de misdaden in London wordt, ondanks alle camera’s, nooit opgelost.

Terecht vraagt men zich af of camera’s op straat wel zo’n goed middel zijn. De inbreuk die de camera’s maken op de privacy van alle Londenaren, zou misschien te rechtvaardigen zijn als ze aantoonbaar nut hadden. Maar nu dat niet het geval blijkt, zijn niet alleen miljoenen ponden, maar ook de privacy van miljoenen mensen zinloos opgeofferd.

Prinsjesdag: Cybercrime aanpakken

Door Niels Huijbregts, 19 September 2007

“Het bestrijden van criminaliteit via internet en van fraude krijgt in 2008 meer aandacht”, zei de koningin in de troonrede gisteren op Prinsjesdag. Het ministerie van Justitie zal harder optreden tegen minder zichbare vormen van criminaliteit, zoals bijvoorbeeld criminaliteit op internet. Daarvoor zijn enkele miljoenen euro’s beschikbaar.

In de plannen van het kabinet staan als maatregelen onder andere meer aandacht voor de meldpunten Cybercrime en Kinderporno en uitbouwen van het High Tech Crime Team van het KLPD. Ook wordt het project Notice & Take Down voortgezet. Dat project heeft tot doel het blokkeren van ongewenste inhoud op het Internet, zoals kinderporno en terrorisme.

In de memorie van toelichting bij de miljoenennota staat het zo:
Intensiveren aanpak van cybercrime. Deze kabinetsperiode vindt een stevige impuls van de aanpak van cybercrime plaats. Dit betekent versterking van de aanpak op regionaal en bovenregionaal niveau en verdere professionalisering op landelijk niveau. De minister van BZK financiert de unit Cybercrime bij het KLPD. Deze unit is de opvolger van het National High Tech Crime Center. In 2008 moet deze unit volledig operationeel zijn en haar meerwaarde voor de Nederlandse politie bewijzen. Voor de bredere impuls stellen de betrokken partijen (politie, OM, Justitie en BZK) in 2007 samen een versterkingsprogramma Cybercrime op. Dit programma wordt vanaf 2008 uitgevoerd en zal leiden tot een stevige intensivering van de aanpak van cybercrime.

Over het bokkeren van ongewenste informatie op internet staat er:
De bestrijding van het internetgebruik voor radicale en terroristische doeleinden omvat het verkrijgen van zicht op de aard en omvang van de problematiek, het uitwerken van de mogelijkheden om bepaalde informatie op het Internet te blokkeren, alsmede het bevorderen van de samenwerking in Europees verband. Daartoe zijn in samenwerking met betrokken partijen activiteiten gestart op het gebied van monitoring en surveillance op het Internet. Daarnaast zijn activiteiten gestart die het functioneren van het meldpunt cybercrime moeten optimaliseren en de informatie-uitwisseling tussen EU-lidstaten moeten bevorderen. Uitwerking van het voornemen uit het coalitieakkoord «om te voorzien in de mogelijkheid doorgifte van radicaliserende boodschappen en voorlichting over de middelen van terreur door Internet providers te verbieden» vindt plaats door de huidige aanpak aan te vullen met nieuwe initiatieven.

Creative money: muziek moet gehoord worden!

Door Marco Raaphorst, 13 September 2007

De oude muziekindustrie is al jaren spastisch op zoek naar manieren om geld te verdienen op internet. Tot op de dag van vandaag hebben ze daar geen nieuwe methode voor gevonden. De CD verkoop neemt af en de levensduur van de DVD zal ook veel korter blijken te zijn dan die van de CD.

Jarenlang probeert de oude muziekindustrie nieuwe distributie-methodes zoals peer-2-peer en bittorrent te bestrijden. Ze zijn bang voor veranderingen, terwijl bekend is dat angst de manier is om een bedrijfstak om zeep te helpen. Bedrijven moeten innoveren. Maar de oude muziekindustrie wacht af. Napster was een succes maar in plaats van daarop in te spelen, ging de oude muziekindustrie processen aanspannen tegen Napster en andere p2p-systemen. Dit had tot gevolg dat nota bene Apple een Napster clone kon bouwen en daarmee een commercieel alternatief wist te starten. Het is noodzaak om in te spelen op die veranderingen. Het vergt creativiteit, creativiteit die de oude muziekindustrie blijkt te missen. Zeer apart natuurlijk want zij noemen zichzelf de creatieve sector.

De problemen waar de muziekindustrie mee te maken heeft, worden veroorzaakt door copyright. Op internet gelden andere regels, alles op internet is immers een kopie. Op internet neemt de voorraad niet af wanneer iemand iets downloadt. Helaas zijn de overheden er niet van overtuigd dat de wetten aangepast moeten worden. Maar 1 ding is zeker: het copyright zoals we kennen werkt op internet niet.

Nieuwe oplossingen komen tegenwoordig van slimme techneuten. Van Apple (iTunes Music Store) tot bittorrent websites. De oude muziekindustrie heeft daar tot nu toe geen enkele bijdrage aan geleverd. Telkens missen ze de boot, bestrijden eerst de technologie, om vervolgens jaren later dezelfde technologie te gaan inzetten.

De oude muziekindustrie, Hollywood: ze zijn bang voor technische ontwikkelingen. Behalve wanneer ze het zelf uitgevonden hebben. Door nieuwe technologie moeten de wetten aangepast worden. Met de komst van vliegtuigen werden wetten gewijzigd (een vliegtuig vliegt over mijn landgoed, mag dat?), door de opkomst van fotografie (portretrecht - mag ik een prive ruimte van een persoon of organisatie fotograferen?), de uitvinding van de cassette (mag ik een eigen kopie maken voor thuisgebruik?). De impact van internet is nog vele malen groter, maar ook complexer. De landgrens bestaat niet en verschillen tussen wetten van verschillende landen vallen ook weg.

Hollywood was tegen de uitvinding van de videorecorder. Nooit meer zou iemand een bioskoop wilen bezoeken, zo was de gedachte. Maar het resulteerde in de opkomst van videotheken en juist een toename in bioscoopbezoek. Hollywood werd er alleen maar rijker van. Een rare gedachte dus van Hollywood om er tegen te zijn. Eten kun je thuis prima en goedkoop, toch gaan we graag naar restaurants. Het zijn appels en peren.

Onderzoek toont aan dat het gebruik van p2p-systemen de muziekdistributie verhoogt. Dat dit niet direct resulteert in meer geld, ligt naar mijn idee aan de oude muziekindustrie die er niet op inspeelt. Al jaren geleden had Sony een eigen Napster kunnen ontwikkelen, maar ze deden dit niet. Nieuwe technieken zijn handig in gebruik, Napster werkte simpel. Internet biedt deze mogelijkheden. Nu al is het in theorie mogelijk om via een zoekterm als ‘Miles Davis’ uit te komen op een webpagina die zijn muziek laat horen. Dat is wat de consument wil. Verzin er een goed zakenmodel voor (advertenties) en doe het. Ik snap werkelijk niet waarom de oude muziekindustrie niet kijkt naar wat de consument echt wil. Vroeger had je er duur consumentenonderzoek voor nodig, tegenwoordig vind je de discussies gewoon op internet. De onvrede van de muziekliefhebbers neemt met de dag toe. En de oude muziekindustrie gedraagt zich als Dagobert Duck.

Alle technieken om de consument te kort te doen lijken te mislukken. De DVD werd gehackt, de vervelende eerste minuten van een DVD worden eruit geript want mensen willen een film zien in plaats van minuten lang advertenties in beeld te krijgen (en vervelende mededelingen van Stichting BREIN die de consument als een potentiële crimineel beschouwt) en te moeten wachten op het menu om de film te starten. Digital Rights Management (DRM), lijkt te mislukken. Copy Control is inmiddels al mislukt. Miljoenen die de oude muziekindustrie op kosten van haar musici heeft uitgegeven, blijken voor niets te zijn geweest. Kortom: ze snappen niet wat de consument wil. Geldverslindend. Ja, Dagobert Duck.

Telkens weer blijkt een technologische ontwikkeling de mogelijkheden om geld te verdienen te verruimen. Ontwikkeling betekent vooruitgang. De oude muziekindustrie zou dus beter naar haar eigen klanten moeten luisteren. Daar zit de oplossing. Dit zal wellicht nooit gebeuren want de oude muziekindustrie spant op dit moment processen aan tegen aan haar eigen klanten, de muziekliefhebbers. Mensen die via p2p-systemen muziek ‘illegaal’ downloaden. Deze groep groeit met de dag. Eigenlijk is iedere internet-gebruiker een dief. In ieder geval meer dan 50% van de internetters. Ja, wordt het dan niet tijd om de wetten aan te passen? Of kunnen we leven met het idee dat iedereen een crimineel is?

De kopie is het origineel

Tot de komst van het internet was het voor de meeste mensen lastig om een kopie te maken van muziek, bovendien waren er kosten aan verbonden. Een CD moest gekopieerd worden op een CD-R/RW en dat kostte geld tijd en geld. Echter door de hoge prijs van CD’s was het voor de meeste mensen gunstig om een kopie te maken voor eigen gebruik, iets wat wettelijk toegestaan is. Met de komst van internet is het nog eenvoudiger geworden om een kopie te maken, sterker nog: alles op internet is een kopie. Zo hoeft de iTunes Music Store slechts 1 nummer op voorraad te hebben. En dat ene nummer wordt door de gebruiker zelf gekopieerd wanneer een download wordt gekocht. De voorraad in de iTunes Store neemt daardoor dus nooit af.

Het fundament van internet zit erin dat de kopie exact gelijk is aan het origineel. Niet van elkaar te onderscheiden. Dit ondermijnt het hele concept rondom copyright. Tot voor kort was er sprake van originelen en kopiën. Nu niet meer. Het is allemaal hetzelfde. Schaarste kennen we niet meer, geen product hoeven we op schap te nemen, de voorraad neemt nooit meer af en de producten hebben geen beperkte houdbaarheidsdatum.

Creative Commons

In 2003 startte ik mijn bedrijf Melodiefabriek. De BUMA, de Nederlandse organisatie voor muziek-auteurs, staat niet toe dat een auteur zijn of haar muziek op een website aanbiedt. In plaats daarvan verwacht de BUMA dat je de BUMA vooraf betaalt voor het aanbieden van jouw eigen muziek. Achteraf kun je dat geld terugontvangen van de BUMA. Een raar en omslachtig systeem. Daarom bleek de BUMA voor mij niet werkbaar, want ik zag de potentie van internet al vrij snel in.

Via een aantal collega’s werd het Amerikaanse Creative Commons (Nederlandse versie: www.creativecommons.nl) bij mij onder de aandacht gebracht. Een copyrightsysteem wat in tegenstelling tot ‘all rights reserved’, ’some rights reserved’ hanteert. En deze ’some rights’ kan ik zelf kiezen. Dus in plaats van niets toestaan, kan ik middels Creative Commons het publiek toestaan mijn muziek te downloaden, verder te verspreiden, te remixen, met als enige ‘reserved’ uitzondering: Niet Commercieel gebruik (in Creative Commons termen, het NC-kenmerk). Mijn publiek mag een hoop met mijn muziek doen, behalve er commercieel gebruik van maken. Wil men dat, dan zal er contact opgenomen moeten worden met mij. Hiermee voorkom ik dat een Sony mijn muziek zonder enige compensatie gebruikt. Of een Hollywood, een SBS etc.

De afgelopen jaren kreeg ik regelmatig scheve gezichten van collega’s, auteurs die wel aangesloten waren bij de BUMA. Toch wordt de groep die snapt dat Creative Commons goeie mogelijkheden biedt steeds groter. Ook wissel ik er steeds vaker van gedachten over met onze Publieke Omroep, want ook zij doen er wijs aan om Creative Commons in te zetten. Creative Commons is namelijk geschikt voor internet, de BUMA niet.

Inmiddels bestaat Melodiefabriek ruim 4 jaar. Als een van de eerste Creative Commons gebruikers ben ik nog steeds een groot voorstander van dit systeem. Met enige regelmaat geef ik daar lezingen over, mailen rechten-studenten mij, adviseer ik bedrijven en ga ik wellicht in de nabije toekomst colleges geven op een hogeschool. De hele Creative Commons beweging is actief, hier gebeurt het, met minder beperkingen dan het aloude ‘alle rechten voorbehouden’, zonder drempels. Dit geeft de kunst een nieuwe impuls. Amateurs en professionals gaan samen aan de slag. Het reximen van muziek en geluid is dankzij Creative Commons eenvoudiger geworden. Zonder al te veel na te hoeven denken over copyrights kun je creëren. Het geeft vrijheid.

Gratis

De meeste mensen vinden het raar als je iets gratis weggeeft. Toch doen alle bedrijven dit. Ook bijvoorbeeld een Sony deelt CD’s gratis uit aan de pers en DJ’s. Het persen van CD’s is kostbaar, het gratis weggeven van muziek online kost vrijwel niets.

Het gratis weggeven moet dus een doel hebben. Bijvoorbeeld:
- naamsbekendheid voor de componist/band
- meer bezoekers bij live-optredens
- verkoop van de CD-versie
- verkoop van andere merchandising
- geld verdienen aan advertentie-inkomsten
- in opdracht muziek schrijven
- etc.

Ook al geef je jouw muziek gratis weg, je kunt altijd nog een versie verkopen in hogere kwaliteit. Maar je zult wel gratis muziek moeten aanbieden wil dit model werken, want mensen moeten eerst jouw muziek kunnen beluisteren voordat ze het willen aanschaffen. De bottom line: als jij iets geeft, misschien dat een ander jou dan ook iets geeft. Jij zult altijd de eerste moeten zijn die iets weggeeft tenzij iedereen je werk al kent, als je beroemd bent.

Remix cultuur

Alles in de wereld is gebaseerd op iets wat er al was. ‘Alle rechten voorbehouden’ op creatieve werken is dus eigenlijk een rare gedachte. Intellectueel eigendom ook. Wat je ook maakt, nooit kun je beweren dat het 100% oorspronkelijk is. Altijd ben je schatplichtig aan je voorgangers. En een idee kan nooit jouw eigendom zijn. Een idee kan niet gestolen worden, want het blijft altijd jouw idee. Mensen kunnen er hooguit op voortbouwen. Eigendom kan je niet afgenomen worden en is dus niet van toepassing op ideeën.

Alle grote kunstenaars maken/maakten gebruik van het werk van hun voorgangers, concurrenten of collega’s, hoe je het ook wil noemen. Dat weet iedereen. Toch is onze omgang met copyright veel harder en zakelijker geworden de afgelopen 50 jaar. Je hoeft maar naar de blues en jazz te kijken om te kunnen constateren dat deze muziek veel vrijer met copyrights omgaat dan de popliedjes die we de afgelopen 50 jaar kregen te horen.

Muziek is een industrie geworden. Er is enorm veel geld mee te verdienen, kijk maar eens naar de enorme bedragen die de Elton John’s en Paul McCartney’s tot op de dag van vandaag verdienen. Aan 1 hit kan men al heel veel geld verdienen, met name doordat dit werk exclusief gemaakt wordt (copyright: alle rechten voorbehouden). Het lijkt erop dat het copyright nooit meer verjaart. Wanneer kunnen we The Beatles legaal gaan remixen? Misschien wel nooit.

Het rijkste werden de platenmaatschappijen, de middlemen. Artiesten komen en gaan, maar de platenmaatschappijen werden steeds machtiger en rijker.

Behoudt je eigen rechten, altijd

Als je tekent bij een platenmaatschappij dan sta je jouw rechten af. Dit geldt ook voor het BUMA-contract. Niet langer bezit jij die rechten. Als je gebruik maakt van Creative Commons blijf je wel je eigen rechten bezitten. Dus telkens kun jij zelf beslissen wat er met jouw werk gedaan mag worden in plaats dat de BUMA en de platenmaatschappijen dit voor jou beslissen.

De oude muziekindustrie maakt gebruik van wurgcontracten. Heel veel artiesten hebben zo’n contract getekend en kunnen er niet onderuit komen. Ze hebben niets meer te beslissen over hun eigen muziek.

Dit geldt niet alleen voor musici, ook bijvoorbeeld documentairemakers staan al hun rechten af. Vandaag de dag merk je dat heel veel makers daar veel last van ondervinden, ze kunnen hun eigen werk niet eens op hun eigen website aanbieden.

Ik geloof in het behoud van eigen rechten. Het schept mogelijkheden, mogelijkheden die de platenmaatschappijen en de BUMA niet zien, of willen zien. Zo kan mijn muziek in podcasts gebruikt worden, iets wat bij de BUMA of de platenmaatschappijen niet zonder enorm hoge kosten mogelijk is.

Behoud je eigen rechten dus altijd. Waarom zou je al je rechten willen afstaan? Garandeert de BUMA, de platenmaatschappijen jouw een inkomen? Wat staat er tegenover? Niets. Je geeft al jouw rechten weg en het is maar de vraag of je er ooit geld mee zult verdienen.

Klassieke muziek

Veel mensen denken dat copyright een middel is om geld te verdienen. Dat als je geen copyright gebruikt je arm zult worden. Een kromme gedachte want copyright levert alleen juridische bescherming, maar het garandeert geen inkomen. Het merendeel van de bands die aangesloten zijn bij de BUMA verdient er geen inkomen aan. Slechts een hele kleine groep kan ervan leven en dan nog alleen in combinatie met veel live optredens, verkoop van muziek en verkoop van merchandising.

Het merendeel van de klassieke muziek zit in het Publieke Domein, het domein wat vrij is van copyright. Dit betekent dat iedereen er alles mee mag doen. Nee, je mag niet ontkennen wie de oorspronkelijke maker is en jezelf als componist opvoeren, dan pleeg je plagiaat. Maar je kunt deze muziek kosteloos uitvoeren, opnemen en herbewerken. Verdienen klassieke musici niets? Integendeel. Ik durf te beweren dat er meer en beter betaalde klassieke musici zijn dan professionele popmusici.

Copyright staat dus niet gelijk aan geld verdienen. Kijk hiervoor ook eens naar de open source software. Hier zitten bedrijven zoals IBM en Sun achter die miljoenen verdienen aan deze vrije software. Net zoals klassieke musici geld verdienen aan werk uit het publieke domein, zo verdienen zij aan vrije software.

Door open copyrights te hanteren (sommige noemen Creative Commons copyleft, ’some rights reserved’, open content) kun je ook geld verdienen, maar je moet het op een andere manier doen. Gratis muziek weggeven zorgt altijd voor een impuls, aandacht, tenzij je waardeloze muziek maakt die niemand wil horen. Mensen zouden nooit een plaat van The Beatles, The Stones, Prince, Michael Jackson, Britney Spears kopen als deze niet eerst GRATIS op de radio en tv te beluisteren was geweest. En dit kun je nu allemaal zelf via internet; geef je muziek gratis weg en communiceer met jouw fans.

De nieuwe mogelijkheden

Je kunt vaststellen dat peer-2-peer netwerken en bittorrent websites een nieuw zakenmodel hebben gevonden. Middels advertenties verdienen zij geld aan al die miljoenen mensen die dagelijks muziek downloaden.

Dankzij internet kan elke band zelf een website starten voor de fans. Als je succesvol bent dan kun je hiermee veel geld verdienen. Succesvolle webloggers hebben al aangetoond dat het kan. Toch zijn weinig bands hiervan overtuigd. Veel bands sluiten zich graag aan bij MySpace en promoten hun eigen profiel-pagina. Daarmee investeren zij in MySpace, maar ze kunnen hetzelfde doen met hun eigen website. Naar mijn ervaring is de investering in je eigen website het beste. Jouw website is jouw winkel en je kunt ermee doen wat je wilt.

ZeFrank, een zeer populaire blogger, vroeg zich ooit af waarom die MySpace pagina’s er zo lelijk uitzien. Hij kwam tot de conclusie dat je hierdoor zo snel mogelijk weg wilt klikken van MySpace. Inderdaad wegklikken naar de homepage van jouw band, want die website is beter dan MySpace. MySpace is hooguit een netwerk, maar het is niet jouw bedrijf, jouw winkel. Daarvoor heb je dus een eigen website nodig.

Het bezwaar wat ik vaak hoor: het is lastig je geld te verdienen aan advertenties. Dat klopt, het is lastig om populair te worden. Mijn antwoord: ook via een ‘alle rechten voorbehouden’, het systeem van de BUMA, is het heel erg lastig geld verdienen. De meeste bands kunnen er niet van leven. In het oude model is het misschien nog wel juist lastiger om geld te verdienen aan muziek. De meeste bands kunnen er niet van leven en moeten de kosten dekken van alle andere bands die niet succesvol zijn, opsouperen noemen ze dat. De kosten die platenmaatschappijen maken door, net als een bank, geld te investeren in bands, moeten door diezelfde bands terugverdiend worden. Een platenmaatschappij maakt kosten, waarvoor bands moeten betalen. Een platenmaatschappij is dus een bank. Ze verstrekken een lening die je eerst tegen zeer hoge kosten moet zien terug te verdienen.

Als je jouw content laagdrempelig maakt, dus je biedt jouw muziek gratis aan - iedereen kan het downloaden en mag het verder distribueren en remixen - dan is de kans groot dat jouw muziek gaat opvallen. Mensen zullen die muziek gaan remixen, gaan doorlinken naar hun vrienden. Een netwerk wat zich als een olievlek kan gaan verspreiden. Kortom: de fans gaan jou helpen. Deze directe relatie tot jouw fans is de meest belangrijke relatie die je je kunt wensen als musicus.

Live optredens

De meeste bands verdienen het meeste geld aan live optredens. Onlangs vroeg ik het nog aan Aad Link, manager van de Nits, die dit bevestigde. In Nederland zijn er bands die veel verdienen aan live optredens en dit zijn niet alleen de bekende artiesten van radio of televisie. Er zijn veel cover-bands die veel verdienen. Zelf had ik een aantal jaren geleden een Braziliaanse band, Banda Energia, waarmee we ook allemaal goed geld konden verdienen. En dan te bedenken dat we soms met 10 musici speelden en 3 danseressen. Als de band goed is, wil men die inhuren voor geld, voor veel geld.

Vrijheid, herbewerkingen zorgen voor verrassende nieuwe werken

Zodra je jouw muziek gratis weggeeft, dan krijg je er iets voor terug, tenminste als jouw muziek goed is. Deze herbewerkingen kunnen in iets resulteren wat je zelf niet kunt overzien. Misschien dat iemand jouw muziek in een YouTube video wil opnemen. Daardoor ontstaan nieuwe mogelijkheden. Elke filmmaker kijkt naar YouTube. Misschien dat jouw muziek wel gebruikt gaat worden voor een speelfilm of een documentaire. Het enige waar het om gaat: maak de muziek die jij wilt maken met hart en ziel. Als mensen dat mooi vinden, dan zullen ze je echt wel benaderen. Zorg dus voor een zo laag mogelijke drempel zodat iedereen jouw muziek kan horen en kan doormailen aan vrienden en collega’s. Mond tot mond reclame, de beste vorm van marketing die er is!

Opdrachtmuziek

Ik schrijf over het algemeen in opdracht muziek. Zo ben ik op dit moment bezig aan een radio drama voor de RVU (Publieke Omroep): Flick Radio. Alle stemopnames, muziek en geluiden hiervoor zullen we gaan vrijgeven onder een Creative Commons licentie zodat het publiek dit kan hergebruiken, kan remixen. Tot nu toe valt vrijwel al het materiaal van de Publieke Omroep onder een zeer beperkend ‘all rights reserved’, maar wij willen juist met dit project de bronbestanden aan het publiek verstrekken. En eigenlijk zou de Publieke Omroep dit vaker moeten doen want zij wordt immers betaald uit belastinggeld. Is het dus niet logisch dat de producties van de Publieke Omroep ten minste hergebruikt kunnen worden door haar eigen publiek? Ik vind van wel.

Wanneer ik in opdracht muziek schrijf, betaalt een klant hiervoor. Tot nu toe heb ik alle muziek op niet-exclusieve basis geschreven, zelfs onder een Creative Commons licentie.

Dat je betaald wordt voor opdrachtmuziek is logisch. Het is dan ook een prima systeem voor componisten. Lastiger wordt het misschien als je als band geld wilt verdienen. Dit was altijd al lastig, want slechts een zeer beperkt aantal bands kan echt leven van de muziek. Toch lees ik de laatste tijd positieve berichten over bands die via gratis podcasts, YouTube video’s ineens veel vaker live gaan optreden en geld verdienen. Ook lees ik steeds vaker dat bands zonder label, zonder platenmaatschappij, geld verdienen, meer geld verdienen omdat de kosten lager zijn (een platenmaatschappij werkt niet voor niets, bands vertalen daar voor). CD’s die tegen hoge kosten geproduceerd moeten worden als reclame-model gelden niet langer, een gratis download zonder kosten is wat een band nodig heeft om aandacht te creÎren.

Als je wint heb je vrienden

Eigenlijk is het allemaal simpel. Zodra je fans hebt, verdien je geld. Dat was in het oude model zo, via de verkoop van muziek in winkels, maar ook op internet werkt het net zo. Die fans zul je wellicht niet van de een op de andere dag bereiken.

Dus als je mij zou vragen hoe je geld kunt verdienen dan is mijn antwoord: maak fans! Of vrienden, of collega’s, of hoe je het ook wil noemen. Mensen moeten jouw muziek goed vinden. Dus je kunt alleen maar de muziek maken die jij wilt maken en dat zo laagdrempelig mogelijk aanbieden, zodat de mensen het kunnen horen.

Kortom: maak muziek en laat het iedereen horen. Zo simpel zit het dus.

Een bijdrage van Marco Raaphorst

Marco Raaphorst is bloggend musicus. Hij schrijft zeer regelmatig op zijn weblog www.marcoraaphorst.nl.

EU wil zoektermen verbieden

Door Niels Huijbregts, 12 September 2007

EU-commissaris voor Justitie en Veiligheid Frattini stelt dat internet enorm belangrijk is voor militante groeperingen, die het net gebruiken om kennis uit te wisselen en propaganda te verspreiden. Hij wil daarom technische middelen inzetten om te voorkomen dat mensen gevaarlijke woorden gebruiken of ernaar zoeken op internet. Dat meldt Reuters. Woorden die hij wil blokkeren zijn bijvoorbeeld terrorisme, genocide, bom en dood.

Een EU-medewerker vertelde eerder al in The Times dat Frattini websites wil verbieden waarop wordt uitgelegd hoe je bommen kunt maken. De Europese internetproviders zouden vervolgens verantwoordelijk zijn voor het onzichtbaar maken van zulke websites en zouden zelfs aansprakelijk kunnen worden gesteld. Het voorstel stuitte op bezwaren van de internetproviders, die immers alleen informatie doorgeven. Een internetprovider is geen uitgever en voert geen redactie; een provider is daarom niet verantwoordelijk voor de inhoud van websites van anderen. De EU-medewerker vond dat onzin: als China informatie kan laten blokkeren door providers, dan kunnen wij het ook. Frattini belooft dat alleen instructies worden verboden, sites met opinies, analyses en historische beschouwingen blijven toegestaan. Maar als het onmogelijk wordt op zulke termen te zoeken, kun je je afvragen hoeveel die belofte waard is.

Op de vraag of zulke maatregelen geen inbreuk vormen op de vrijheid van informatie en de vrijheid van meningsuiting en meningsvorming, zei Frattini: “Frankly speaking, instructing people to make a bomb has nothing to do with the freedom of expression, or the freedom of informing people.” Informatie over hoe je een bom moet maken, heeft dus niets te maken met de vrijheid van menigsuiting of de vrijheid van informatie, zo vindt de commissaris. Dat de vrijheid van meningsvorming ernstig gehinderd wordt wanneer niemand meer mag zoeken op terreur of dood, zag hij voor het gemak over het hoofd.

Pornoboer laat concurrenten blokkeren

Door Niels Huijbregts, 11 September 2007

De Duitse internetprovider Arcor heeft een aantal buitenlandse pornosites onzichtbaar gemaakt voor haar klanten. De websites worden volgens Arcor geblokkeerd omdat ze hun bezoekers niet aan een goede leeftijdscontrole onderwerpen, waardoor minderjarigen toegang zouden kunnen krijgen tot porno. En dat mag niet in Duitsland.

Arcor heeft de websites vrijwillig geblokkeerd. Het verzoek om dat te doen kwam echter niet van de overheid, maar van een Duitse exploitant van pornosites. Die vond het niet eerlijk dat zijn Duitse pornosites aan leeftijdsverificatie moeten doen, terwijl buitenlandse porno dat niet hoeft.

Op internetfora reageren Duitsers hoogst verontwaardigd omdat Arcor zich kennelijk laat gebruiken in een porno-concurrentiestrijd. De vraag rijst of de provider vaker zonder pardon websites onzichtbaar maakt wanneer willekeurige bedrijven daarom vragen. In Duitsland is het namelijk, net als in Nederland, gebruikelijk dat providers informatie doorgeven zonder zelf een selectie te maken of redactie te voeren.

Met dank aan heise online en ISPam.

Kinderlokken via internet wordt strafbaar

Door Niels Huijbregts, 10 September 2007

Zondag in het tv-programma Buitenhof was minister Hirsch Ballin van Justitie te gast. Het gesprek ging behalve over terrorisme ook over misbruik van kinderen. De minister kondigde een wet aan die kinderlokken via internet strafbaar zal stellen.

Presentator Rob Trip vroeg zich af hoe dat precies zou werken: “Hoe moet ik me dat dan voorstellen, wat wordt precies strafbaar? Dat je doet alsof je iemand anders bent op internet?”
Hirsch Ballin: “Ja, met een bedoeling. Het enkel aannemen van een valse identiteit gaat het niet om. Wat strafbaar wordt gesteld is het optreden onder een valse identiteit: een volwassene bijvoorbeeld, doet alsof hij een kind is en dan contact legt, een afspraak maakt, en als dat eraan staat te komen, dan heb je te maken met iets dat volgens dit verdrag strafbaar wordt gesteld en ik zal ook wetgeving voorstellen voor Nederland.”
Trip: “Dus dat is voldoende om aangifte te doen: als blijkt dat een kind een afspraak heeft gemaakt met wat zij denkt dat een ander kind is maar dat blijkt een volwassene te zijn.”
Hirsch Ballin: “Voorkomen voordat het onheil is geschied. Inderdaad.”

Planet.nl vatte het als volgt samen: “Volwassenen die via internet onder een valse naam contact zoeken met kinderen om hen seksueel te misbruiken, worden strafbaar.”

Het programma is terug te zien via uitzendinggemist.nl, vanaf 18:25.

Superintelligentie komt eraan!

Door Gerrit-Jan Wielinga en Bob Overbeeke, 10 September 2007

Wetenschappers, schrijvers en visionairs dromen al decennia over een wereld waarin robots koffie zetten voor hun bazen of al het leven op de planeet uitroeien. Tot dusver zijn we er nog niet in geslaagd om deze robots te maken, hoewel men in Japan al erg ver is met de ontwikkeling van robots zoals de Asimo. In de Verenigde Staten worden wetenschappers langzaam wakker met het besef dat de droom van kunstmatige intelligentie, die zichzelf dingen kan aanleren, op het punt staat uit te komen.

Intelligente machines zijn er al volop en ze worden alleen maar slimmer. Het moment waarop hun intelligentie die van de mens zal overtreffen, wordt ook wel Singularity genoemd. Hoe en wanneer computers superintelligentie gaan vertonen is de vraag die afgelopen weekend centraal stond op het Singularity congres in San Francisco.

De aanwezige wetenschappers gaven het raamwerk voor een discussie met veel belangwekkende vragen. Is de computer over 20 jaar slimmer dan de mens? Hoe zorgen we ervoor dat ze aardig blijven? Hebben ze moraal, emotie en bewustzijn nodig om ons te kunnen begrijpen? Of proberen we ze strikt rationeel te laten denken?

De conferentie werd georganiseerd door het Singularity Institute en gesponsord door onder meer Peter Thiel, mede oprichter van PayPal, het bedrijf dat in 2002 is doorverkocht aan eBay voor anderhalf miljard dollar. De negenendertig jarige Thiel gebruikt zijn geld en faam deze dagen om het onderwerp singularity op de kaart te zetten en onder de aandacht van het grote publiek te brengen. ‘De pendel is al te ver doorgeslagen en mensen onderschatten het’, meent Thiel. ‘Er is nog tijd om het proces te beïnvloeden, er zijn keuzes die gemaakt moeten worden.’

Het is denkbaar dat het moment van singularity ongemerkt aan ons voorbij zal gaan. Want het is maar de vraag of de mens slim genoeg is om superintelligentie te herkennen. Met het verzamelen van kennis op internet ging het immers net zo. Niemand trok aan de bel toen Google meer pagina’s had geindexeerd dan in het menselijk geheugen passen. Maar wellicht maken we het toch bewust mee als machines hun intelligentie met onze hersenen delen nadat ons lichaam via nanotechnologie is geupgrade. Of er ontstaat een duidelijk waarneembare explosie van intelligentie omdat superintelligentie in staat blijkt zichzelf onbeperkt en zeer snel te verbeteren.

De technologische versnellingen zijn exponentieel en grijpen op elkaar in: hardware wordt sneller, software-algoritmes krachtiger en miljoenen internetters zijn in staat via web 2.0 diensten hun kennis en intelligentie bij te dragen. Het bedrijf Artificial development heeft software draaien die 100 miljard neuronen kan simuleren, grofweg het aantal neuronen in 1 hersenpan. Het systeem wordt binnenkort geopend voor het publiek dat dan zelfstandig breinsimulaties kan starten.

De voordelen van krachtige kunstmatige intelligentie zijn enorm. In combinatie met andere technieken zoals gentechnologie en nanotechnologie kan het onze levens drastisch verbeteren en verlengen. We kunnen de effecten van ons handelen beter voorspellen en de politiek kan misschien rationeler worden.

Op de conferentie komt een stoet wetenschappers voorbij die zich met het thema bezighouden, al dan niet op afstand. Zoals Rodney Brooks, professor in robotica op het MIT (Massachusetts Institute of Technology) en chief technology officer bij iRobot, een firma die onder meer robots verkoopt aan het het leger. Peter Norvig, director of research bij Google en auteur van ‘Artificial Intelligence: A Modern Approach’ en Christine Peterson, mede oprichtster van het Foresight Nanotech Institute. Ook de auteur van het boek ‘Singularity is Near’, Ray Kurzweil komt door middel van een rechtstreekse videoverbinding vanaf een andere conferentie nog wat vragen beantwoorden over zijn toekomstgedachten.

Het boek ‘The Singularity is Near’, gepubliceerd in 2005, maakte nogal wat stof los in Silicon Valley. Het geeft namelijk een helder beeld van de ontwikkelingen in gentechnologie, computertechnologie en nanotechnologie, hoe die aan elkaar verbonden kunnen worden en wat daarvan de uitkomst zou kunnen zijn. Ray Kurzweil, een uitvinder die in 1960 op zijn tiende al zijn eerste computerprogramma schreef, voorspelt in dit boek ondermeer dat de ontwikkelingen in een stroomversnelling zijn gekomen. Hij verwacht het moment van singularity in het jaar 2029. Dit moment zal moeilijk te herkennen zijn omdat tegen die tijd de meeste mensen al uitgerust zullen zijn met nanotechnologie waardoor ze niet alleen slimmer en gezonder zullen zijn maar vooral ook langer kunnen leven. Het is niet voor niets dat Kurzweil samen met een diëtist een boek heeft geschreven over hoe het leven kan worden verlengd door middel van training en (vitamine)preparaten; hij wil deze tijd absoluut meemaken.

En dat tekent ook onmiddellijk de sfeer van de conferentie. Aan de ene kant zijn er de idealisten die al hun hoop op de toekomst hebben gericht in de hoop op een beter leven. Ze verwachten dat door de superinteligentie die onmiddelijk zal losbartsen na het moment van singularity, het leven op aarde stukken beter wordt. Er zal vrede zijn, het hongerprobleem wordt opgelost als ook het klimaatprobleem en bovenal ligt het in de verwachting dat de dood wordt overwonnen. Aan de andere kant staan de sceptici die niet geloven dat het zo snel losloopt en indien dat wel gebeurt dat er waarschijnlijk grote gevaren aan deze intelligentie explosie verbonden zijn. Machines die zichzelf dingen kunnen leren en een intelligentie hebben die het IQ van de mens overstijgt, kunnen heel goed oncontroleerbare machines blijken die helemaal niet zo vriendelijk zijn voor mensen en die in vrijwel alle maatschappelijke processen in de weg zullen lopen.

Of, in de woorden van Paul Saffo, professor op Stanford University, essayist, adviseur bij ondermeer Samsung Advanced Institute of Technology en lid van het Institute For The Future: ‘In het beste geval zullen we huisdieren zijn, in het slechtste geval worden we als voedsel gebruikt.’

Willen we goed zijn voorbereid dan zullen we genoeg veiligheid moeten inbouwen in de kunstmatige intelligentie. Christine Peterson van het Foresight Nanotech Institute pleit voor eenzelfde openheid en transparantie die gebruikelijk is bij het ontwikkelen van open-source software. In de huidige maatschappij kunnen instanties andere instanties controleren en zo zou het volgens haar in principe ook mogelijk moeten zijn om kunstmatige intelligentie andere kunstmatige intelligentie te laten controleren. We kunnen ook leren van de beveiliging van it-systemen. Internet kent dagelijks diverse aanvallen van virussen die redelijk effectief worden afgeslagen.

Een vraag die veel hoofdbrekens kan geven is of slimme computers een moraal en bewustzijn moeten hebben. Op het eerste gezicht kan het veiliger lijken om ze geen bewustzijn te geven, maar de vraag is of een robot de mens kan dienen en begrijpen zonder zichzelf goed te kennen. Als we besluiten robots bewust te maken dan hebben ze ook normen en waarden nodig. Maar wie en hoe gaat ze die bijbrengen. Eliezer Yudkowsky, medeoprichter van het Singularity Institute denkt dat we nog voor lelijke verassingen kunnen komen staan als we robots niet alle maar slechts enkele menselijke waarden bijbrengen. Een robot moet goed worden opgevoed, zo goed als een boyscout volgens Storss Hall, de schrijver van ‘Beyond artificial intelligence.’

Of het publiek superintelligentie zal accepteren zal afhangen van angst en vertrouwen. Volgens historicus en futurist Paul Saffo mist een positief en pakkend verhaal dat door iedereen kan worden begrepen. Hij draagt “All Watched Over by Machines of Loving Grace” voor van Richard Brautigan uit 1967, een tijd waarin computers door velen werden gewantrouwd:

I like to think (and
the sooner the better!)
of a cybernetic meadow
where mammels and computers
live together in mutually
programming harmony
like pure water
touching clear sky.

I like to think
(right now, please!)
of a cybernetic forest
filled with pines and electronics
where deer stroll peacefully
past computers
as if they were flowers
with spinning blossoms.

I like to think
(it has to be!)
of a cybernetic ecology
where we are free of our labors
and joined back to nature,
returned to our mammal
brothers and sisters,
and all watched over
by machines of loving grace

Dit artikel is het eerste van vier artikelen over Singularity. De volgende delen zullen inzoomen op de verschillende stromingen, moraal en bewustzijn, en bedreigingen en uitdagingen bij kunstmatige intelligentie.

Links:
Singularity summit 2007
Google news over Singularity
What is the Singularity?
Wikipedia over Singularity
Domo robot van het MIT
Asimo, de Japanse robot
De wereld volgens Ray Kurzweil
De wereld volgens Paul Saffo
De wereld volgens Peter Norvig
Web 2.0 expo Berlijn 2008

Een bijdrage van Gerrit-Jan Wielinga en Bob Overbeeke

Gerrit Jan Wielinga is schrijver en free-lance journalist. Bob Overbeeke is business developer bij XS4ALL en schrijft voor www.netr.nl.

Minister wil downloaden verbieden

Door Niels Huijbregts, 03 September 2007

In een column op Nu.nl schrijft advocaat Christiaan Alberdingk Thijm over het einde van de thuiskopie.

Downloaden mag in Nederland, ongeacht of de bron legaal is of niet. In antwoord op kamervragen daarover zei minister van Justitie Hirsch Ballin echter dat hij overweegt een einde te maken aan de Nederlandse wetsbepaling die het downloaden uit illegale bron toestaat.

Eigen schuld, zegt Alberdingk Thijm. Hadden we maar niet moeten protesteren toen stichting De Thuiskopie vorig jaar een heffing op MP3-spelers wilde introduceren. Als we daar toen niet moeilijk over hadden gedaan, hadden we gewoon door kunnen downloaden.

Van kopijrecht naar auteursrecht

Door Arnoud Engelfriet, 03 September 2007

Hoe kun je geld verdienen met content, zonder je krampachtig aan het copyright vast te klampen? Als jurist moet ik dit vast een ongepaste vraag vinden. Auteursrecht is een wettelijk geregeld monopolie. De auteur heeft de beslissing over wat er met zijn werk gebeurt. Inbreuk is piraterij en schandalig. Zo staat het in de wet. Nou ja behalve dat ’schandalig’ dan. Dus hoezo auteursrecht loslaten? Straks gaan we zeker ook eigendom afschaffen!

Maar nee, zo’n jurist ben ik niet. Toch heb ik moeite met de vraag. Dat komt vooral door de impliciete aanname dat we een keuze moeten maken: of we blijven bij het copyright zoals we dat nu kennen, of we gooien de auteurswet overboord. Ik zou de vraag niet zo zwart-wit willen zien. Afschaffen van de auteurswet is nergens voor nodig. Auteursrecht is een goed idee, maar het moet wel worden aangepast aan het internet-tijdperk. We moeten vooral af van het idee dat “copyright hebben” betekent “de volledige controle hebben over je werk”.

Volledige controle? Jazeker. De auteurswet kent auteurs drie categorieën rechten toe. Met het recht op verveelvoudiging heeft de rechthebbende zeggenschap over iedere kopie die wordt gemaakt. Hij kan ook iedere openbaarmaking, ieder aanbieden aan het publiek, controleren. Of dat nu via publicatie van een kopie gebeurt of niet. Voorlezen op de radio of een vertolking op televisie is een openbaarmaking en vereist toestemming. Als laatste zijn er nog de zogeheten morele rechten. Deze gaan over de artistieke integriteit van het werk. Een auteur heeft recht op naamsvermelding, en kan zich verzetten tegen “verminking” van zijn werk, zelfs als hij toestemming heeft gegeven tot wijziging. Architecten maken nog wel eens gebruik van dit recht als de eigenaar van een door hen ontworpen gebouw probeert lelijke zonwering op te hangen.

Met al die rechten kan de auteur vérgaande controle uitoefenen over het werk. Als dat te ver gaat, verzint de wetgever een uitzondering. Zo zijn bijvoorbeeld het citeren of de kopie voor eigen gebruik geen inbreuk op het auteursrecht.

Nu kunnen we natuurlijk uitzonderingen blijven verzinnen, maar dat schiet niet op. We moeten terug naar de basis, waarom hebben we auteursrecht, en hoe zou auteursrecht er uit moeten zien nu we internet als distributie-/publicatiemedium hebben?

Juristen vergeten het nog wel eens, maar auteursrecht is niets meer of minder dan een juridisch vastgelegd businessmodel. Creative money verdien je door het verkopen van kopietjes, zo is het idee. Een langspeelplaat, een boek, een krant of een tijdschrift. Om dat model te ondersteunen, regelt de auteurswet dat het maken van een kopie verboden is zonder toestemming. Later werd dat uitgebreid naar radio en televisie, maar het model bleef hetzelfde. Toestemming per kopie, en betalen per kopie. Of het nu een tastbare kopie is of een ontastbare.

Tegenwoordig kan een auteur net zo goed via Internet kopietjes verkopen. Kopie is kopie, of het nu op papier is of als serie bits door een koperdraadje. En ook op internet wordt werk aangeboden aan het publiek. Inderdaad, wat dat betreft is er weinig veranderd. Toch is er nu een wezenlijk verschil.

De onuitgesproken maar cruciale aanname bij de auteurswet is namelijk dat het de tussenpersoon is die de bescherming nodig heeft. Niet zo gek gezien het tijdperk waarin de auteurswet is opgesteld. Drukkerijen en platenperserijen zijn duur, en het zetten van drukwerk of het opnemen van muziek of films ook. Een tussenpersoon zal zo’n investering niet snel doen als zijn werk valse concurrentie krijgt.En die was er nogal wat in die tijd. De tussenpersoon wilde graag juridische bescherming, en kreeg die door het kopijrecht. Later kregen de radio- en televisiemaatschappijen dat openbaarmakingsrecht om ook de niet-tastbare verspreiding te kunnen controleren.

Het auteursrecht zoals we dat nu kennen, is dus volledig gefocust op de tussenpersoon. Die verdient de bescherming vanwege zijn cruciale rol in het naar de markt brengen van werken. En dat was zeker waar - tot het internet-tijdperk. We hebben nu de mogelijkheid om de tussenpersoon te elimineren. Verspreiding van werken kan prima zonder drukkerij, platenmaatschappij of uitgever. Natuurlijk zullen tussenpersonen belangrijk blijven, maar zij zullen meer als redactie, verzamelaar of bloemlezer functioneren dan als uitgever. En daar hebben zij geen auteursrecht voor nodig.

De vraag moet dus niet zien, hoe verdien je geld zonder je aan je auteursrecht vast te klampen, maar hoe verdien je creative money, en waar heb je dan nog juridische bescherming nodig. Dat kan dan in een nieuwe auteurswet worden vastgelegd.

Bij zo’n nieuwe auteurswet zullen in ieder geval vooral de morele rechten veel belangrijker worden. Nu hoor je maar zelden auteurs protesteren over naamsvermelding of optreden tegen “verminking”, omdat ze de controle hebben over wie hun werk hergebruikt of aanpast. Als kopiëren, verspreiden en hergebruik in principe toegestaan worden, dan wordt het kunnen bewaken van de reputatie van de maker essentieel. De auteur moet dus zeggenschap hebben en houden over de naamsvermelding. Ook het recht om op te treden tegen “verminking” zal belangrijk worden. Dat tast immers direct de reputatie van de maker aan. En wat te denken van hergebruik op een plek waar de auteur zich niet mee wenst te associeren? Ook dat is via de morele rechten te regelen. Zo komt de persoon en de reputatie van de auteur centraal te staan.

En het mooie daarvan is dat we dan echt een auteurswet hebben in plaats van een kopijrecht-regeling.

Een bijdrage van Arnoud Engelfriet

Arnoud Engelfriet is internetjurist en octrooigemachtigde. Hij beheert www.Iusmentis.com met meer dan 350 artikelen over intellectueel eigendom, internetrecht en technologie. Arnoud blogt nu ook op blog.iusmentis.com.